De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

5 minuten leestijd

Ik zal. . . . tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: „Vader, ik heb gezondigd. . . ." Lucas 15 : 18.

Aangaande de bekering van de jongste zoon lezen wij: „En tot zichzelven gekomen zijnde. . . ." Wederkeer is niet mogelijk zonder inkeer. Inkeer wil zeggen: tot zich zelf komen; dat is: tot zijn ellende en nood. Maar dat, langs de gang der gedachten aan 's Vaders huis (waar het zo goed was) en 's Vaders hart, leerde hij zijn ware ellende en verlorenheid kennen, n.l. de ellende, dat hij weggelopen was uit 's Vaders huis en dat hij verloren was door zijn Vader, al die tijd al.

Ware ellende en verlorenheid is niet een zaak van zwijnen, maar een zaak des Vaders. De inkeer van de verloren zoon hield in: tot zijn Vader komen. Ja wij erkennen, dat hij eerst waarlijk zichzelf werd door de Vader: hij werd zoon en hij werd zondaar.

Zo was de inkeer bij de zoon méér dan het meemaken van honger en van zwijnen. De ervaring van déze ellende kwam achter te staan bij de erkenning van zoon te zijn van die Vader en zondaar te zijn tegenover zulk een Vader. De feitelijke situatie komt voor-deze ingekeerde in stee van bij de zwijnen.... voor het aangezicht des Vaders te liggen. Daarmede maakt de bevinding van nood-zondermeer plaats voor de erkenning van schuld.... jegens Iemand. De ervaring van leed en ellende — het hier! — dient het veld, het hart te ontruimen voor de belijdenis van zonde en schuld — daar! .. bij de Vader. Zo wordt het geloof geboren, dat een bewijs is der zaken, die men niet ziet (Hebr. 11 : 1). De bestaansgrond is niet (meer) hier: de verlorenheid, de vreselijke toestand, maar de vaste grond is daar de Vader, die Vader, zó'n Vader. Het hebben van schuld „daar" wordt belangrijker dan de ervaring van ellende „hier". Ja het eerste wordt de achtergrond en de oorzaak van het tweede. 

Hierin ligt van meet af de grote zegen verborgen, dat de ervaring der verlorenheid en der diepten van ellende van haar daemonische en sensationele bekoring wordt ontdaan (vergelijk Psalm 42 : 4, berijmd). De gesteldheid bij de zwijnen moet dan niet slechts plaats maken voor de gesteldheid in de ogen des Vaders, maar deze toestand bij de zwijnen wordt verwerpelijk en afschuwelijk. . . . dan eerst recht: gezien onder de ogen des Vaders. Dan wordt de duivelse ban van het lot verbroken; de macht der omstandigheden verliest haar gezag en dus haar innerlijke greep op de ziel. Nu het geloof er is, dat hij een Vader heeft, nu kan het anders, nu moet het anders. Het onoverkomelijke van zijn toestand verliest zijn zeggenschap: Vader beeft het voor het zeggen — hoewel hij ver weg is, en dus machteloos schijnt. Maar de zwijnen en de boer en de honger hebben het bij hem innerlijk niet meer voor het zeggen — hoewel ze zijn lot bepalen, zijn „deel" zijn en overmachtig schijnen. Er is bevinding, waarin niets zaligmakends ligt en die dan ook tegenover het ware geloof dient gesteld te worden. Wat ik „heb" bij ervaring moet niets waardig worden, vergeleken bij wat ik „heb" door het geloof. De innerlijke verknochtheid aan hetgeen „nu eenmaal" bij mij is, deze beangstigende en toch nog „aangename" toestand — de God des Verbonds spreekt mij in Jezus Christus aan om te treden uit deze zielsverwantschap met m'n ellende en lot, om te gaan uit het huis van vader Duivel, om te verlaten het heilig huisje van mijn voorvader, de eerste Adam, en om mij te laten terugleiden naar het huis van mijn Vader door de overste Leidsman en Voleinder des geloofs.

„Hoe zijt gij rechtvaardig voor God? " — zo vraagt de Heidelbergse Catechismus in zondagsafdeling 23. Antwoord: „Alleen door een oprecht geloof in Jezus Christus; alzo dat, al is het dat mij mijn geweten aanklaagt, dat ik tegen al de geboden Gods zwaarlijk gezondigd en geen daarvan gehouden heb, en (dat ik) nog steeds tot alle boosheid geneigd ben, nochtans God, zonder enige verdienste mijnerzijds, uit louter genade, mij de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent. ..."

In zulk een inkeer als van de jongste zoon had reeds plaats een hartelijke wederkeer. Thuis had hij zijn Vader zo veel mogelijk geestelijk ontlopen, thans kwam het tot een ontmoeting. Als de bekering waarachtig is, dan treedt of staat de Vader op de voorgrond. De ontmoeting vindt plaats in Christus. „Wie Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien." (Joh. 14 : 9, midden.) Wat richting gaf bij deze jongen en zijn leven(s-lot) bepaalde, blijkt niet te zijn de ellende-ervaring bij de zwijnen, ook niet de beleving van zonde en overspel, maar blijkt te zijn de betrekking tot de Vader. Uit deze band met de Vader ontsproot ware kennis van ellende en zonde.

De jongste zoon werd.bekeerd en werd zalig met de Vader — die hij slechts kon bezitten in het geloof. Hij werd niet bekeerd en zalig met zijn zonde en ellende — waarvan hij een diepe bevindelijke kennis bezat.

Verloren! niet vanwege de beleving van jammer, maar verloren voor Vader!

Het zwart van zonde en ellende kan in de ware bekering alleen een plaats hebben, voor zover het dient, om het wit van het Vaderschap Gods naar voren te doen treden. Eerst is er het wit, daartegenover het zwart.

Beleving der Duisternis en beving voor de Jongste Dag kunnen slechts bestaan bij de gratie van de Dag der zaligheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's