Kroniek
Op een keerpunt — Kenterend getij in de Ned. Herv. Kerk? — De nota-Van Ruler.
Keerpunten zijn er in de ontwikkeling van de historie van wereld en kerk meerdere geweest. Ze zijn niet momentaan, m.a.w. men kan niet een bepaald moment aanwijzen, dat dan het keerpunt zou zijn. Het zijn eigenlijk perioden, waarin zich in velerlei verschijnselen een kerend getij, een zekere wending, aftekent. Die verschijnselen laten zich allengs constateren naar mate het getij verloopt. Ze werpen hun schaduw vooruit. Men denke aan de titel van Huizinga's boek: „In de schaduw van morgen", dat nog steeds actueel is.
Onze tijd is zulk een keerpunt. Dat moet nu welhaast ieder duidelijk zijn. De spanningen zijn vele in de jaren, die we meemaken en de evoluties op allerlei terrein veelvuldig.
De ontmoeting van Kennedy en Chroesjtsjow heeft geen ontspanning gebracht. Integendeel. Het is nadien alles veel dreigender geworden. Misschien juist door die ontmoeting, omdat Chroesjtsjow, naar ik ergens las, al in het eerste contact met de jonge president zag, dat zijn gesprekspartner geen sterke figuur is. De commentator meende, dat daarom een ontmoeting tussen de president der V.S. en de premier van Rusland beter achterwege ware gebleven. Nixon moet het indertijd beter gedaan hebben. Zijn woorden waren van zulk een gehalte en een dynamisch tempo, dat de tolk moeite had met de vertaling en Chroesjtsjow overrompeld was.
Hoe dit ook zij, na Weenen is de Russische premier steeds dringender en pertinenter alles gaan zetten op Berlijn en het vredestractaat met Oost-Duitsland. De toon van Moskou wordt gaandeweg dreigender. President de Gaulle trekt troepen terug uit Algerië om de legermacht in het vaderland te versterken en paraat te zijn voor mogelijke gebeurtenissen; hij forceert daartoe ook een oplossing voor het Afrikaanse gebiedsdeel. De Navo-opperbevelhebber laat ook weten, dat hij zich paraat houdt. Engeland en Duitsland beraden zich op wat gaat komen en Kennedy heeft inmiddels na veel overleg met adviseurs het antwoord gereed op de nota van Chroesjtsjow.
Voeg bij dit alles het evolutionerend gebeuren in Afrika, Azië, Australië, en ge hebt vele symptomen, die wijzen op een kerend getij.
Wat zich binnen onze grenzen voltrekt in veranderingen in het levenspatroon op velerlei terrein, is ook te zien als symptoom van het hiervóór aangeduide: 5-daagse werkweek, vrijetijdsbesteding, prijsbeheersing, de diverse wilde stakingen, uitwijzend, dat het gezag van de vakbondsbesturen bij de leden hunner organisaties niet groeiend is, het spelt alles tijden van overgang, stromingen en tegenstromingen, het doet onderkennen dat nieuwe vormen de oude willen; verdringen en vervangen. We zijn op een keerpunt.
Zijn er in dit kerend getij hoopvolle perspectieven? Als in de tijden van renaissance en reformatie? Karl Jaspers heeft in zijn boek: „De atoombom en de toekomst van de mens" in de paragraaf over: „gevaren en kansen der Kerk" o.m. gezegd: „alle kansen van de kerken liggen in de Bijbel; wanneer het hun gelukt deze, in het bewustzijn, dat de wereld op een keerpunt staat, weer wezenlijk tot spreken te brengen" (blz. 356).
Een woord van een filosoof, die een humanist en geen schriftgelovige is. Maar de kerk kan het zich voor gezegd houden. Hier ligt de uitkomst.
De berichtgeving uit de zomerzitting onzer Synode was uitvoeriger dan we gewend waren. Dit geldt niet zozeer het officiële communiqué als wel de persverslagen in de kerkelijke organen. Vooral over de zaak-Smits zijn we nu tamelijk uitgebreid ingelicht. We weten n.l. dat de zaak maandag de Ie dag en woensdag de 3e ter tafel was. Eveneens dat het Breed Moderamen tussen de zittingen door, zelfs één keer tot diep in de nacht heeft gedelibereerd hoe te doen, nu prof. Smits geweigerd had. naar de wens van de vorige Synode, een samenspreking te hebben met de raad voor de zaken van kerk en theologie en zijn schrijven, waarin hij dit zijn besluit kenbaar maakte, heeft beëindigd met de verklaring, dat dit zijn laatste woord was. Het Breed Moderamen heeft al met al wel negen uur vergaderd, eer de nu wel allen bekende beslissing is genomen.
Is met dit besluit van het Breed Moderamen een nieuwe aera voor onze kerk ingeluid, een tijdperk, waarin zij de leertucht handhaaft? Kunnen we spreken van een keerpunt in ons kerkelijk leven? Ik dacht van niet, ook al heeft het Hoofdbestuur van de vereniging van vrijzinnig hervormden zulks er wel in gezien. In zijn schrijven aan het Breed Moderamen na het gevallen besluit, spreekt het immers, dat „dit besluit in zijn effect gelijk is aan een der zwaarste maatregelen, die in een leertuchtprocedure kunnen worden genomen". Daarom is er „verontrusting" bij het genoemde Hoofdbestuur over de beslissing van het Breed Moderamen, alsmede over de vraag, „of dat besluit niet in wezen inhoudt, dat het Breed Moderamen een type theologie zoal tot uitdrukking komt in de artikelen van prof. Smits (cursivering van Kr. schr.) uit de ruimte der kerk wil weren". Het Hoofdbestuur voornoemd ziet hier dus wel een keerpunt. Wellicht heeft daarom ds. A. Noorraans van Zaandam bedankt als lid van het Breed Moderamen van de Synode, alsmede als secundus-assessor van de Generale Synode. Naar „Kerk en Wereld" d.d. 7-7-'61 bericht, „acht hij de procedure, waarbij het prof. Smits thans onmogelijk is gemaakt om in de Ned. Herv. Kerk het Evangelie te prediken, zo in strijd met het wezen van deze kerk, als Christelijke geloofsgemeenschap, dat het hem niet mogelijk is om nog langer voor dit beleid verantwoordelijkheid te dragen". Hij (ds. N.) liet aan deze verklaring voorafgaan, „het niet in alle opzichten eens te zijn met de door prof. Smits gevolgde handelwijze noch met de door hem verkondigde denkbeelden".
Tegenover het hiervóór vermelde staat de verzekering van dr. G. J. Streeder in zijn Synodeverslag in „Herv. Weekblad" van 7 juli 1961: „Het zal wel moeilijk zijn de vertegenwoordigers van de vrijzinnige modaliteit" (sic) „te overtuigen, dat het ontnemen van emeritaatsbevoegdheden aan prof. Smits niet berusten op zijn leer, maar uitsluitend op zijn houding".
Zie hier tweeërlei visie op deze zeer droevige zaak. Want al zal formeel dr. Streeder wel gelijk hebben, toch wil er bij mij niet in, dat de „vrijzinnige modaliteit" in haar visie op de zaak helemaal mis is. Maar de Synode heeft in deze procedure niet dat beleid gevoerd, hetwelk van haar, toen zij de kwestie voorgelegd kreeg, krachtens art. X K. O. moest verwacht worden. Nu is het tenslotte tot dit besluit gekomen om de eer der Kerk (Synode? ) — een prestige-kwestie — en niet om de eer van Christus, die door prof. Smits is aangetast, welke zonde hij helaas niet erkennen wilde, noch zich ervan bekeren. Dat is wel het allerdroevigste. Dit zij door niemand onzer vergeten.
Maar met dit al zie ik door deze beslissing nog geen kenterend getij in onze kerk.
Is er kenterend getij te speuren door aanvaarding van de gewijzigde nota-Van Ruler? In het Synodeverslag van „Woord en Dienst" d.d. 8-7-'61 is een en ander aangeduid als: „Geschrift over de belijdenis".
Ik neem uit het verslag het volgende over: „Prof. Van Ruler licht de wijzigingen toe. Wat de handhaving van de belijdenis aangaat, is nu duidelijk uitgedrukt, dat de Provinciale Kerkvergadering in zijn ressort over de prediking en catechese waakt en léertucht in eerste instantie toepast".
Verder lees ik: „Het misverstand, dat door de léertucht iemands terugkeer uitgesloten zou zijn, is in het concept opgehelderd. Er is bekering en terugkeer mogelijk".
Het verslag laat verder weten: „Aan het slot is een alinea toegevoegd, waarin uitdrukkelijk wordt gesteld, dat de kerk voor het oefenen van léertucht niet uit de weg mag gaan, al zal zij dit werk schroomvallig doen en moeten aanvaarden dat de léertucht heel dikwijls het karakter krijgt van orde-maatregelen. Maar er is veel aan gelegen dat de kerk tot groter eenheid en klaarheid komt terzake van de waarheid van het heil".
Het stuk is aanvaard met één stem tegen. Het verslag besluit: „Het moderamen zal de eindredactie vaststellen, waarna het stuk aan de kerk zal worden aangeboden als haar stuk. Aan de organen der kerk zal reactie gevraagd worden".
Of dit stuk werkelijk een nieuwe periode zal inluiden moet worden afgewacht. Als het uitkomt, zoals het met behulp der commissie van advies in eindredactie zal zijn, kunnen we het beter beoordelen. "We hopen, dat het waarlijk „de waarheid van het heil" zal dienen. De classes hebben straks te bespreken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's