DE KERK EN DE PINKSTERGROEPEN (4)
De Pinkstergroepen leggen vooral de nadruk op het feit, dat naar hun mening de bruidskerk des Heeren met dezelfde gaven getooid kan worden als in de tijd van de uitstorting des Heiligen Geestes. Eén van die gaven is het spreken in tongen, d.w.z. in vreemde talen, hetzij bestaande of op aarde onbekende. Men wijst daartoe op het feit, dat in Corinthe, blijkens 1 Cor. 14 het spreken in talen, de zgn. glossolalie, nog voorkwam 25 jaar na de uitstorting van de Heilige Geest. Paulus veroordeelt dit spreken niet, zegt dat men deze gave begeren mag, maar remt de overwaardering ervan af, omdat, tenzij er iemand het gesprokene uitlegt, hierin meer de openbaring van individuele. aanbidding gevonden wordt, dan de stichting der gemeente.
Alle Pinkstergroepen achten de glossolalie ook nu mogelijk. Niet alle menen, dat het bezit van deze gave een noodzakelijk kenmerk is van allen, die met de Geest gedoopt zijn.
Gelukkig dat door verschillende Pinkstermensen opgemerkt wordt, dat niet in zulke verschijnselen, maar in Christus en Zijn Woord en werk de zekerheid des geloofs gezocht moet worden.
Een andere gave, die de Pinkstergroepen onderstrepen, is de gave der profetie. Men bedoelt daarmee niet alleen, dat de gemeente van Christus geroepen is het licht van het profetische Woord Gods te doen schijnen, maar dat aan individuele christenen een bijzonder licht gegeven wordt, waardoor iemand kan zeggen: de Heere heeft mij dit of dat doen zien.
Het herderlijk schrijven wijst er op, dat Calvijn de mogelijkheid niét uitsluit, dat God de Heere in bijzondere tijden Zich van bijzondere middelen bedient. Maar dan moet deze „profetie" toch wel sterk bepaald worden door de tucht van het Woord Gods en mag er wel dubbel gevraagd om de gave van de onderscheiding der geesten. Er zijn nu eenmaal voorbeelden van valse profetie te over.
Een gave, waarvan de Pinkstergroepen menen, dat zij, ondanks allerlei bijbelse gegevens, door de kerk veronachtzaamd is, is de gave der genezing. Vooral sedert de opmerkzaamheid weer gevestigd is geworden op hetgeen er in 1844 in Möttlingen onder Christiaan Blumhardt plaats vond, is er bij de kerk meer bereidheid om naar dit deel van de boodschap der Pinksterbeweging te luisteren. De aandacht op de gebedsgenezing is in ons land gevestigd door de grote campagne van Osborn, waar van heinde en ver mensen naar toe getrokken zijn, maar vaak zeer teleurgesteld ook weer teruggekeerd zijn, omdat hier op een al te simplistische manier verband gelegd wordt tussen ziekte en zonde, geloof en genezing.
Osborn redeneert eenvoudig: in Christus is God voor hen, die oprecht geloven, een God, Die de ongerechtigheid vergeeft en Die al onze ziekten geneest (Ps. 103), ja Hij hééft ze weggedragen (Jes. 53 : 4). Zijn conclusie is: laten we dan die ziekten ook als overwonnen duivelse machten van ons afwerpen en ze in de naam van Jezus vervloeken! Hij wijst b.v. op een plaats als Lucas 4 : 39, waar gezegd wordt, dat Jezus de koorts van Petrus' schoonmoeder bestraft. Uitvoerig worden de opvattingen van Osborn behandeld door H. J. Zweers: Osborn en de bijbel. Zweers is zelf Gereformeerd, heeft bedenkingen tegen bepaalde verbondsopvattingen in zijn kerk, waardoor de oproep tot persoonlijke bekering en persoonlijk geloofsleven verzwakt wordt; hij is zelf zeer getroffen door het woord uit Hebreen 13 : 8: Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid. Tegen het al te simpele van Osbom's conclusies heeft hij wel bezwaren, maar over het geheel heeft hij blijkbaar veel sympathie voor de Amerikaanse evangelist. Zweers wil de medische wetenschap niet minachten of ongebruikt laten, al wordt een genezing buiten deze middelen om toch duidelijker als een werk Gods gezien dan wanneer de dokter er aan te pas komt. Zweers erkent, dat er omstandigheden zijn, waarin God een ziekte laat voortduren en de redenen daartoe kunnen velerlei zijn. Maar dan heeft men te maken met een (nog) niet ingrijpen van God in de ziektetoestand, die op zichzelf altijd een teken is van de macht van de duivel. Het puntje waar het bij Zweers om gaat is, dat hij niet kan instemmen met onze Catechismus, dat gezondheid en ziekte niet bij geval, maar van Gods Vaderlijke hand ons toekomen. Daar is het punt, waarin hij verwant is met Osborn en de Pinkstergroepen in het algemeen, die er van uitgaan, dat Jezus door Zijn lijden niet alleen verzoening heeft teweeggebracht voor de ziel, maar daarin ook het lichaam reeds hier op aarde ten volle wil doen delen. Daar zit eigenlijk ook al weer iets in van dat perfectionistische, dat grijpen naar een heerlijkheid, die Gods Kerk eerst later ten deel zal vallen.
Een geheel ander geluid laat de theoloog-medicus dr. F. A. Nolle horen in zijn boek: Gebedsgenezing en masse. Hij komt op tegen de al te simpele conclusies uit het evangelie van Jezus' plaatsbekledend lijden en sterven, die Osborn trekt. Osborn redeneert simpelweg: als iemand een zware koffer voor je van het station naar huis gedragen heeft, ga je niet naar het station terug om die koffer nog eens te dragen. Terecht merkt Nolle op, dat men dit dan ook net zo moet toepassen op het sterven. Het is een onbarmhartige barmhartigheid, die de mensen eenvoudig wil opwekken om te zeggen: Heere, ik weiger ziek te zijn, ik wil niet invalide zijn; als Jezus mijn ziekte gedragen heeft, dan wil ik het niet meer doen".
Persoonlijk geloof ik zeer stellig in gebedsgenezing. Maar dan normaal langs de weg der middelen, die God gegeven heeft, zó dat de wetenschap een onderdeel is van al de wonderen van Zijn hand. Of daar waar de mens met zijn middelen (Gods middelen) geen uitkomst meer ziet, en God de Heere op bijzondere wijze en om bijzondere redenen toch nog herstel wil schenken. Het kan gebeuren dat we dan in ons bidden al mogen ervaren, dat God ons een open toegang geeft tot de troon van Zijn genade.
Maar dit is geen massa-artikel, geen zaak ook van massa-suggestie. Nolle geeft van hetgeen hij heeft beleefd op het Malieveld in Den Haag in 1958 een uitvoerig ooggetuige-verslag.
Terecht wijst dr. Nolle er op, dat de mentaliteit van onze eeuw met al haar vorderingen op allerlei terrein met zich mede brengt, dat men langzamerhand weigert ook nog maar iets te aanvaarden of te dragen. In plaats van de passage over menigerlei tegenspoed en kruis, die ons vanwege de zonde overkomt (de bekende aanvang van het oude huwelijksformulier), zou volgens hem een naar de geest van de tijd opgesteld formulier, aldus moeten luiden: aangezien gehuwden relatief minder belasting betalen dan ongehuwden, iets minder moeilijk een woning krijgen enz. enz., wenst de kerk u op deze dag geluk met de vele voordelen aan uwe verbintenis verbonden enz. Nolle illustreert aan voorbeelden als van Job en Paulus zowel de strijd tegen als de aanvaarding van het lijden. De bekende passage uit Jacobus 5 (het zalven en het gebed van de ouderlingen) vergelijkt hij met 1 Cor. 6 : 1-8, dat toch niet de strekking heeft het hele rechtsbestel uit onze samenleving weg te nemen. Een juiste vergelijking tussen hetgeen voor ons gewoon is (maar niet minder een wereld van wonderen) en buitengewoon, is die tussen het wonder van het gewas uit de stervende graankorrel (God werkt immers dag èn nacht aan de akker) en het manna in de woestijn.
Veel dingen staan in dit boek, die zeer nuchter zijn, maar ook zeer geestelijk, omdat met de veelvuldige wijsheid der wegen Gods en de veelvoudige volheid der werken Gods wordt gerekend.
Een boekje dat nogal kritisch ingaat op de praktijk der genezingsdiensten onder de leiding van Karel Hoekendijk, is het boekje van ds. G. IJ. Vellenga en ds. A. J. Kret: Stromen van kracht, waarin b.v. het relaas gegeven wordt van een mislukte genezing.
Hoekendijk zegt tot een kankerpatiënte, dat kanker bezetenheid is. Hij zal die duivel uitwerpen, al kost hem dit zijn nachtrust, omdat die duivel hem komt plagen, daar Hoekendijk op zijn terrein is geweest.
Nu, dan oefent Hoekendijk zijn exorcisme (duiveluitwerping) uit. De vrouw is genezen, want H.. heeft een witte vloeistof uit .de hemel zien dalen. De vrouw moet zingende: „Hij is dezelfde nu", door de kamer lopen. Na een vreselijk lijden is deze vrouw een paar weken daarna gestorven!
Terecht wordt tegen zulk een simplificatie van de problemen rondom het lijden protest aangetekend, alsmede tegen de imitatie van Jezus' wonderen, ook al beroept men zich op de Geest, 't geloof en charismata (gaven).
Nu moeten we wel duidelijk onderscheid maken tussen deze doordravende figuur van Karel Hoekendijk en zijn aanhangers èn andere mensen uit andere groepen, die in of buiten de kerk bezig zijn met de boodschap der Pinkstergemeente. Wij mogen niet allen over één kam scheren, evenmin als wij alle verschijnselen van methodisme en piëtisme mogen compromitteren met allerlei excessen van de Pinksterbeweging, omdat alle éénzijdig de verhouding tot God in „belevingen" willen samentrekken.
Ik wil dit stukje ditmaal besluiten met heen te wijzen naar het bekende dagboek van ds. J. Overduin: Venster op het leven. Dat is een bijzonder rijk en rijp boek. Hij wijst er op, dat voorspoed en tegenspoed, ziekte en gezondheid, succes en tegenslag, teleurstelling en verrassing zeer ingewikkelde verschijnselen zijn, die we niet vanuit één gezichtspunt moeten beschouwen.
De duivel heeft zijn aandeel in verschillende facetten van het leven, en de wereld en de mens, als verantwoordelijk handelend wezen, maar ook God. En dan niet zo dat wij de rollen zo maar kunnen verdelen, maar zo dat God alles met alles te maken heeft. Hij verwijst daarbij naar Jesaja 45 : 7: Ik ben de HEERE, en er is geen ander, die het licht formeer en de duisternis schep, die het heil bewerk en het onheil schep. Ik, de HEERE, doe dit alles.
Dan leren we wat eerbiediger met de mysteriën van het leven omgaan, Gods openbaring dankend onderzoeken en Zijn verborgenheid aanbiddend eerbiedigen.
(Wordt vervolgd.)
Verduidelijking.
In het vorige artikel komt een kleine fout voor, die de bedoeling wel zeer onduidelijk maakt. De betreffende zin in het midden van de tweede kolom moet als volgt luiden: De als volwassene met bewustzijn ontvangen en met al de bijbehorende emoties gepaard gaande bediening van de Heilige Doop door onderdompeling betekent (nl. voor de Pinksterbroeders) meer dan de in de kinderdoop voor het ganse leven gegeven en bezegelde belofte van het Verbond der Genade.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's