DE KERK IN DE VAKANTIECENTRA
Tengevolge van de bevolkingsgroei in ons land, en de toenemende verstedelijking zoekt een steeds groter aantal mensen verpozing in een steeds kleiner wordend gebied. De omgeving van verschillende dorpen wordt in de vakantietijd overstroomd door een toevloed van vreemdelingen. De kerk vormt het middelpunt van die dorpen, maar de toeristen schijnen aan een middelpuntvliedende kracht onderhevig te zijn. Weinigen weten de kerk te vinden. Probeert de kerk de mensen te vinden? Op deze vraag wil het hier volgend artikel trachten in te gaan.
Begrip is eerste vereiste.
Op tal van dorpen wordt er door de kerk voor de vreemdelingen nog weinig gedaan. Toch leeft algemeen wel het besef, dat er iets gebeuren moet. Wat kan men echter als kleine gemeente met soms enkele honderden leden doen voor de massaal aangolvende stroom van vakantiegangers? Wat kan men uitrichten voor hen, die de z.g. weekeinden komen doorbrengen op terreinen, die tot de kerkelijke gemeente behoren?
Het is om te beginnen nodig, dat er bij de leidinggevende personen in het kerkelijk leven begrip bestaat voor de rust en ontspanning zoekende mens., Velen van hen komen uit de steden. Zij leven en werken in steenwoestijnen, waar het komen en gaan der seizoenen nauwelijks wordt opgemerkt. Zij worden voortgesleept in het moordende tempo van een dynamische tijd, waarin men nauwelijks zich zelf kan zijn. De dichter Horatius vond het antieke Rome met zijn lawaai al een stad, waar men denken noch dichten kon. Hoe veel slopen der is dan de moderne tijd! Denk aan het lawaai in de fabriekshallen en op de straten; aan het gevaar in het verkeer, zodra men een voet buiten de deur zet. Het is geen wonder, dat de stedeling de vrije natuur opzoekt. U mag hem op de dorpen niet zien als een buitennissig mens, die alleen het voordeel heeft, dat er wat aan hem te verdienen valt.
Men trekt de natuur in en wil vrij zijn, los van al de banden, die het dagelijks leven tot een gematigd slavenbestaan degraderen. Maar de toestand van de moderne mens is wanhopiger dan velen begrijpen, ja, dan hij zelf soms verstaat. Hij is met het lawaai vergroeit, hij kan er niet meer buiten. Daarom sleept hij een draagbare radio of grammofoonplatenspeler mee en werpt massa's geluid in een stille streek. Men kan met de aan lawaai en drukte verslaafde mens medelijden hebben. Wat nog niet inhoudt, dat men goedkeurt wat hij verricht.
Het gebeurt maar al te dikwijls, dat zij, die uit de dagelijkse sleur zijn ontsnapt, alle banden willen afwerpen, alle remmen willen losgooien en zich ongehinderd uitleven. Dorpsbewoners ergeren zich hierover, maar laten zich niet de gelegenheid ontgaan om rijker te worden van de losbandigen. Helaas, maken weinigen zich zorgen om de ziel van de vakantieganger. Zijn portemonnaie heeft meer de belangstelling. In wezen is de dorpeling dan even materialistisch als de stedeling, al uit de laatste dat op luidruchtiger en hinderlijker wijze.
Gelukkig zijn niet alle vakantiegangers zo wild en ongeremd. Er zijn ook de rustige naturen. Er zijn evengoed godsdienstige mensen, die de natuur opzoeken. Ook naar hen, moet de belangstelling van de kerk uitgaan. De dorpsgemeente mag er de oorzaak niet van zijn, dat een gemeentelid van elders onkerkelijk wordt in de vakantie tijd.
De kerkdienst.
Er moet gelegenheid zijn voor de vakantieganger om ter kerk te gaan in de gemeente, waar hij zijn vrije tijd doorbrengt. Er moet om te beginnen voor de vreemdelingen plaatsruimte zijn in het kerkgebouw. Wie één keer heeft meegemaakt, dat hij onverrichter zake van de kerk weer naar huis kon, omdat er geen plaats meer was, zal niet licht een tweede keer de gang naar het bedehuis maken. Zo zijn wij mensen nu eenmaal.
Veronderstel, dat het kerkgebouw precies groot genoeg is voor de kerkgangers uit eigen gemeente. Het is dan eigenlijk al te klein! Maar in de zomertijd zal men grote moeilijkheden ondervinden wanneer men veel vreemdelingen moet kunnen ontvangen. Geen kerkeraad mag zich neerleggen bij het feit: er moeten nu eenmaal wel eens mensen terug keren omdat de kerk overvol is.
Er zal dan (vooral 's morgens) een dienst extra gehouden moeten worden, hetzij in het kerkgebouw, hetzij elders. Maar voor alles moet vaststaan: niemand mag uit de kerk blijven, omdat er geen plaats geboden kan worden.
Het lijkt mij niet gewenst om een speciale dienst voor toeristen te beleggen. Zij mogen niet los komen te staan van de gemeente, waarin zij vertoeven. De gemeente van haar kant mag niet als enige band met de vreemdelingen de financiële vrucht hebben, die zij van het toerisme plukken. Dus: de vakantiegangers opvangen in diensten van de eigen gemeente. Voor buitenlanders ligt de zaak natuurlijk anders. Badplaatsen, die b.v. veel Duitsers onderdak verlenen, zullen het voorbeeld moeten volgen van gemeenten, waar men reeds diensten in het Duits belegt. Zij kunnen immers de dienst in het Nederlands niet volgen.
Evangelisatie-arbeid.
Wij zijn niet klaar met ons werk, wanneer wij trouw gezorgd hebben, dat er voor de vreemdelingen plaats is in de kerkdiensten op zondag. Ook de van het Evangelie vervreemden moeten worden benaderd. In de thuisgemeente is het soms onmogelijk met bepaalde gezinnen van de kerk uit contact te krijgen. Het zou kunnen gebeuren, dat er gelegenheid kon worden gevonden deze mensen in hun vrije tijd te benaderen.
Allereerst denk ik dan aan lectuurverspreiding. Wij zullen daarvoor moeten beschikken over geschriftjes afgestemd op de mens, die vakantie heeft. Op regenachtige dagen, zoals ons klimaat die regelmatig te zien geeft, grijpt men soms in een zomerhuisje e.d. naar alles wat leesbaar is. Men leest uit verveling, toegegeven. Maar wie weet wat God doen zal?
Van openluchtsamenkomsten is weinig meer te verwachten. Deze hebben, ook in de steden, als evangelisatiemiddel niet veel meer te betekenen. Persoonlijk contact is veel belangrijker. Er zijn verschillende gemeenteleden, die zomergasten herbergen. Laten zij toch proberen een gesprek met hen aan te knopen over ernstige onderwerpen. Wie zich terwille van het gewin de moeite getroost om personen onderdak te verlenen, heeft een roeping tegenover hen. God plaatst mensen op uw weg, die zich misschien nooit met godsdienst inlaten. Nu verkeren zij in uw huis. Wat doet u voor hen? Niet anders dan het noodzakelijke, waartoe u verplicht bent en waarvoor u betaald wordt? Maar uw christenplicht omvat meer. Wie is uw naaste? Dat is ineens heel bijzonder de man en de vrouw, die bij u intrek namen.
Indien er iemand aanwezig is, die hiervoor de gaven bezit, kan bezoekwerk in de avonduren wellicht ook dienstig zijn. Maar deze bezoeker moet dan wel over zeer bijzondere kwaliteiten beschikken. Persoonlijke gesprekken met gastheer of gastvrouw zullen waarschijnlijk meer invloed uitoefenen.
Moeilijkheden.
De taak, waarover het in dit artikel gaat is zeer moeilijk. Wie in de grote stad werkt, is zich daar terdege van bewust. Tallozen willen van God en kerk niets meer weten. Het is echter zeer belangrijk, als de plaatselijke kerk haar taak verstaat. De vakantiegangers trekken weg uit de grote bevolkingscentra. Wie zal zich over hen ontfermen? Laat de dorpen in het recreatiegebied hen toch vooral niet afstoten. Laat men bedenken, dat ieder mens zonder God, ook de vakantieganger, een mens in nood is. En aan u, die bij het Evangelie leeft, is de boodschap toevertrouwd, die verloren mensen redden kan. Dat Evangelie zal wonderen doen, onder Gods zegen.
Ontspanning!
Dan is er nog iets. Iets dat nog moeilijker is. Er komen stedelingen op het platteland, vaak in de kleinere dorpen. Zij zijn gewend na de dagtaak in de steden verstrooiing te vinden óf cultirele evenementen bij te wonen. In het dorp is er 's avonds „niets te doen". Het dorp is ook niet van plan iets te ondernemen. De vakantiegangers klagen, dat het „zon dooie boel" is daar. Nog even en dan komt er een zakenman uit een nabije stad en zet een bioscoop op en andere vermakelijkheden. De mensen in het dorp klagen ach en wee. Wat zijn die vreemdelingen verdorven! Tot weinigen dringt het door, dat de christelijke mensen hun tijd hebben laten voorbijgaan. Het is niet mijn bedoeling aan te raden, dat de kerk in zo'n geval optreedt. Zij heeft het Evangelie te verkondigen en heeft daaraan heus wel haar handen vol. Maar christenen in de gemeente moesten, met morele en zo nodig ook met financiële steun van de kerk, proberen de vakantiegangers in de avond iets te bieden, wat voor God en mensen verantwoord is. Als straks de zomergasten zijn vertrokken, blijft er allicht iets hangen van wat op wereldse wijze tot stand kwam. De eigen jeugd zal er dan door worden aangetast. Ook hier geldt, dat positief optreden beter is dan negatief veroordelen.
Tenslotte een vraag.
Er zijn verschillende gemeenten, waar men reeds allerlei doet voor de vreemdelingen, hetzij in de geest zoals hier bedoeld werd, hetzij op andere manieren. Het zal zeer op prijs gesteld worden, indien u mij op de hoogte wil stellen van wat er in uw gemeente gedaan wordt. Als er vele gegevens en nieuwe gezichtspunten zijn, kan hierover in het komende voorjaar iets worden gepubliceerd, waarvan anderen wellicht ook weer leren kunnen. (Adres: H. Goedhart, Mathenesserlaan 244c, Rotterdam-3).
(Rotterdam-Delfshaven)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's