De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Kerk en de Pinkstergroepen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Kerk en de Pinkstergroepen

6 minuten leestijd

Het zware accent, dat de Pinkstergroepen (met anderen) leggen op de gebedsgenezing, kan ons een correctief zijn voor de neiging om al te zeer op de middelen te vertrouwen. De rasse schreden, waarmede, de medische wetenschap is vooruitgegaan, de telkens nieuwe geneesmiddelen en geneesmethoden, die zij ons aanbiedt, dreigen ons telkens te verleiden tot de zonde van koning Asa, die meer op de artsen vertrouwde dan op de Heere.

De duivel wil ons telkens naar middelen doen grijpen, zonder het woord van Gods zegen, dat Hij er over gebiedt. (Matth. 4 : 1-4). Maar — al is het goed, dat wij daartegen gewaarschuwd worden —, het mag ons niet in de verzoeking leiden, om een vals beroep te doen op Gods engelenwacht, wanneer er een voor ons liggende middellijke weg is, die van het tempeldak naar beneden voert (Mattheüs 4 : 5, 6).

Nu zal de één vatbaarder zijn voor de éne verzoeking, een ander meer voor de tweede. Daar komen elementen van karakteraanleg en psychologische structuur bij te pas.

In Pinksterkringen hebben sommigen aanstoot genomen aan het woord „extase", dat op blz. 55 van het herderlijk schrijven gebruikt wordt. Dat woord doet ons denken aan hartstochtelijke gevoelsuitingen, die ook buiten het terrein der bijzondere openbaring gevonden worden.

Dat overeenkomstige is er trouwens in allerlei vormen, waarin het godsdienstig leven zich uit. Ook buiten het christendom vinden we priesters en offers, het bewustzijn van vijandige machten en het zoeken van tegenweer daartegen door sterkere tegengestelde krachten; we ontmoeten ook daar gebeden en dankzeggingen, persoonlijke overdenking en godsdienstige gemeenschap, enthousiasme en tongentaal, leraars en leerstellingen, cadans en rythme als uitingen van godsdienstige belevenissen en als middelen tot opvoering van de graad, waarin men deze belevenissen ondervindt tot catalepsie (bezwijming) toe. Zulke sterke aandoeningen komen ook in de Pinksterbeweging voor, al verschilt men nogal sterk in de waardering van zulke verschijnselen.

Hier ligt een uitgebreid gebied van onderzoek voor de phaenomenologie van het godsdienstig leven (d.w.z. voor dat onderdeel van de theologie, dat zich bezig houdt met de wijze waarop het godsdienstig leven zich openbaart).

De religie is nl. zulk een centrale zaak in het leven van de mens, dat heel de psyche van de mens er bij betrokken is en er door in beroering kan komen. Maar de zonde brengt daarin een chaotische verwarring te weeg, keert alles onderstboven, maakt dat allerlei zielefuncties uit het lood slaan. Het is niet erg, wanneer in het leven van een wedergeborene allerlei krachten openbaar worden, die ons „ongewoon" voorkomen. Wat wel nodig is, is dat deze krachten naar de orde, die God voor Zijn beelddrager gesteld heeft, gebundeld worden tot een harmonische eenheid. De psalmdichter vraagt: verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams (Ps. 86). In de 18de eeuw is er een kleine opwekkingsbeweging verbonden geweest aan de prediking van ds. Gerardus Kuypers. Dat begon al toen hij in Amsterdam een tijdlang hulpprediker was. Maar een werkelijke geweldige beroering bracht zijn prediking teweeg in de tijd, toen hij in Nijkerk predikte. De mensen, in deze tot dusver lauwe gemeente, schreeuwden het uit, ondergingen zelfs allerlei lichamelijke aandoeningen, zó dat sommigen voor dood de kerk werden uitgedragen. De waardering van hetgeen daar heeft plaats gehad verschilt zeer. Sommigen menen, dat ondanks alles hier toch een werk Gods geschiedde, dat blijvende vruchten droeg, anderen zijn van oordeel, dat tenslotte dit alles niets met het werk van de Heilige Geest te maken had. Merkwaardig is wel, dat toen deze zelfde ds. Kuypers, na enkele Groningse gemeenten gediend te hebben, hoogleraar werd in Groningen, hij in zijn inaugurele oratie waarschuwde zowel tegen enthousiasme als tegen scepticisme.

Mijn bedoeling met dit alles is er op te wijzen, dat het zieleleven rijker en veelvormiger is, dan wij in, ons vaak overbewust verstandelijk denken, menen; dat het niet vreemd is, wanneer vaak-sluimerende functies van de menselijke geest in actie komen bij een radicale geestelijke omkering; maar dat dan des te scherper moet onderscheiden worden tussen de waarachtige vernieuwende, herscheppende werking des Heiligen Geestes, Die de mens weer op zijn plaats brengt, maar ook alles in de mens ook weer op zijn plaats brengt enerzijds, en hetgeen alleen maar voor rekening van de zondige mens komt, zo niet voor rekening van de overste van deze wereld.

Hier zijn vragen in geding niet alleen van de phaenomenologie van de godsdienst (het nagaan dus van de verschijningsvormen) van het religieuze leven, maar ook van psychologie en parapsychologie zelfs.

Een factor van betekenis is hierbij ook die van de suggestie. Bij ds. Kuypers in Nijkerk bleek de invloed van de persoon (o.a. met zijn welsprekendheid) van deze predikant zeer groot. Dat bleek reeds in zijn Amsterdamse tijd. We vragen ons af in hoeverre ook in de Pinksterbeweging de suggestieve kracht van bepaalde op de voorgrond tredende personen en van bepaalde opwindende middelen (zang, cadans, rythme) een overheersende rol spelen.

Er is een zeer lezenswaardig boekje (slechts 64 blz.) geschreven door dr. G. Brillenburg Wurth en ds. J. Overduin: Suggestie en religie. Vooral de laatste heeft in dit verband vele waardevolle opmerkingen gemaakt. Hij merkt o.a. op dat eigenlijk heel het gewone leven vol is van suggestie. Bij de ontmoeting van mens en mens reageren we voortdurend hetzij aanvaardend of afwijzend op de invloed van anderen. Hij bespreekt ook de factoren, waardoor de primitieve of ook de zeer moderne mens vatbaarder is of minder vatbaar voor suggestie. Waar het leven door sterk verstandelijke analyse „uit-elkaar-gedacht" wordt, is men minder vatbaar voor suggestie dan waar het leven meer als een op ons afkomende eenheid beleefd wordt. Overduin zegt m.i. terecht, dat de suggestie nu eenmaal behoort tot de structuur van onze ziel, zoals deze door God geschapen is. Daarom is b.v. de één geschikt voor veldprediker, de^ ander niet. Maar hij wijst er op dat een opzettelijk aanwenden van suggestieve kracht grote geestelijke gevaren meebrengt. Dit brengt in strijd met de heiligheid van het Woord Gods. De weerstand, die er trouwens bij elke zondaar is tegen dat Woord, kan alleen weggenomen worden door het wonder van de wedergeboorte door de Heilige Geest. Al wil de Heilige Geest van de invloed van de menselijke factor van een door Hemzelf geheiligde persoonlijkheid gebruik maken, alles wat zweemt naar een opzettelijk suggererend optreden staat het echte werk des Heiligen Geestes in de weg. Dat vinden we noch in de verschijning van de Heere Jezus Zelf, noch in dat van Zijn discipelen, noch bij de kerkvaders, noch bij de Hervormers. De Pinksterbeweging zal alleen dan enige zegen kunnen afwerpen, wanneer zij in dit opzicht gestadige zelfkritiek uitoefent.

Volgende keer hopen we deze bespreking te besluiten met een poging tot beantwoording van de vraag, wat de Pinkstergroepen tot de kerk te zeggen hebben.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Kerk en de Pinkstergroepen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's