De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Kerk en de Pinkstergroepen (6)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Kerk en de Pinkstergroepen (6)

7 minuten leestijd

De vorige maal hebben we gewezen op allerlei zielkundige aspecten, die onze aandacht trekken bij de beoordeling van de Pinkstergroepen. We hebben vergelijkingen gemaakt met buiten-christelijke godsdiensten.

Leerzaam zijn in dit verband ook de verhalen uit het zendingswerk. Ik las kort geleden nog een boek van P. M. Legêne over het werk onder de Bosnegers in Suriname. Daar wordt de wereld der demonen wel weer zeer reëel voor ons. Daar blijkt ook hoezeer God de mens achternagaat en opzoekt. Onze gedachten gaan hierbij naar de wijze, waarop God de „wijzen uit het Oosten" eerst naar Jeruzalem leidt en vandaar naar Bethlehem. God de Heere komt als het ware eerst in hun gedachtengang in om hen dan daaruit te leiden. Vooral daar, waar een begin gemaakt wordt, komen (ook in het persoonlijke leven) soms ongewone krachten te voorschijn, die later ook weer op de achtergrond treden en die daarom ook niet als maatgevend of als hoogtepunten kunnen worden aangemerkt.

Toch doen wij goed acht te slaan op .de waarschuwing, die van de Pinkstergroepen tot ons komt, dat wij in de kerk menigmaal een te eng en te beperkt begrip hebben van de kracht en de werkingssfeer van de Heilige Geest.

Wij redeneren er menigmaal meer over, dan dat wij er uit leven.

De Hervorming heeft weer duidelijk de Heilige Geest geëerd als de Werkmeester van geloof en wedergeboorte. We verwijzen naar de Catechismus b.v. zondag III vraag 8, VII vraag 21, XX, -XXI vraag 54, XXV v.v., XXX vr. 86, LH vraag 127. We zouden ook op tal van uitspraken in de Nederlandse Geloofsbelijdenis en in de Dordtse Leerregels kunnen wijzen. Bovendien op tal van plaatsen in onze liturgische geschriften uit de tijd van de Hervorming.

Wij eren de Heilige Geest als de Bewerker van het waar geloof, van het nieuwe leven, van de verlichting en van de vruchten des Geestes.

Wij duchten echter bij de Pinkstergroepen (hoewel niet alleen daar) voor het gevaar de Heilige Geest en Zijn werk ie isoleren van het werk van Christus.

De Heilige Geest is wel van gelijke goddelijke heerlijkheid en kracht als de Vader en de Zoon. Maar Hij is geen tweede Zaligmaker naast de Heere Jezus Christus. De Heilige Geest verheerlijkt juist Christus als de enige en volkomen Zaligmaker van zondaren.

De fout van de Pinkstergemeente schuilt reeds in haar naam. Het is waar, dat de gemeente Gods op aarde haar Nieuw Testamentische bedeling rekent van de uitstorting des Heiligen Geestes. Maar het is niet minder waar, dat het Christus is. Die de beloofde Heilige Geest ontvangen heeft en Die Hem gezonden heeft (Joh. 15 : 26; 16 : 7), al geschiedt dit dan ook in die overeen­stemming met de Vader, waardoor alles in de huishouding Gods op de eigen plaats blijft.

De christelijke kerk zou niet goed doen haar naam van gemeente van Jezus Christus in te ruilen voor die van Pinkstergemeente. Hier zou een bedenkelijke accent verschuiving intreden. Het is nu eenmaal de Zoon, Die mens geworden is, ons vlees en bloed aangenomen heeft, Zichzelf borg gesteld heeft en alle weldaden verworven heeft en uitdeelt. Pinksteren bedoelt niet de aandacht van Hem af te trekken, maar juist op Hem te vestigen. Denk slechts aan de Pinksterprediking van Handelingen 2 v.v. De Heilige Geest leidt tot Christus, Die de enige weg tot de Vader is.

Alles wat door de Drieënige God in Pinksteren gegeven is en dus goed en waar en heerlijk is, ligt trouwens reeds in de naam „Christus" opgesloten. Die naam betekent immers „Gezalfde". Gezalfd met de Heilige Geest. God gaf Hem de Geest niet met mate.

Er is wat de Heilige Geest betreft een trinitarisch en een christologisch aspect. In zijn nog altijd als standaardwerk bekende Gereformeerde Dogmatiek spreekt dr. H. Bavinck uitvoerig over de persoon en het werk van de Heilige Geest in het deel, dat handelt over de Heilige Drieëenheid én in de bespreking van het werk van Christus in Zijn verhoging en de daarbij aansluitende heilsorde.

Maar nu moeten wij één ding ter harte nemen. We zijn wel gewoon sterk de nadruk te leggen op het feit, dat wij geloven door de Heilige Geest. En dat is goed, omdat het God alleen eert in de absoluutheid van Zijn genade. Te weinig echter komt menigmaal tot haar recht de belijdenis: ik geloof in de Heilige Geest. (12 Artikelen). De Heilige Geest is gave, maar niet minder persoon. En „geloven in" wil toch zeggen „alles verwachten van", z'n vertrouwen stellen op de Hei­lige Geest.

Wij verwachten inderdaad te weinig van de Heilige Geest, Die Heere. is en levend maakt (Nicea). Wij hechten te weinig waarde aan de belofte van die Geest, Die aan ons verzegeld heeft, dat Hij bij ons wonen en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil.

Ook wat dit betreft schuiven zich vaak allerlei achtergrondsgedachten omtrent Gods verborgen raad tussen de ziel en de door God gegeven en geopenbaarde belofte des Evangelies.

Juist omdat wij als Hervormd-Gereformeerden gewoon zijn de nadruk te leggen op de noodzakelijkheid en de troost van het werk des Heiligen Geestes, moet het ons niet verwonderen, wanneer in verband met het appèl, dat van de Pinkstergroepen uitgaat, men op ons let om te zien of het „manco", waarvan de Pinkstergroepen de kerk vaak beschuldigen, bij ons misschien in mindere mate gevonden wordt. Wij moeten dan belijden, dat wij over deze dingen vaak meer theologiseren, dan dat we er uit leven en dat het veelal mineurklanken zijn, waarin het geestelijk leven zich vertolkt, al zit daar soms ook weer een reactie in tegen allerlei majeur-geluiden, die ons te ijl en te onwezenlijk voorkomen.

Bij alle bedenkingen, die we tegen de Pinkstergroepen hebben, moeten wij toch verstaan, dat er een gerechtvaardigd verlangen is naar zulk een openbaring van geestelijk leven, waaraan het vuur niet ontbreekt en waarin erkend wordt, dat de Heilige Geest de hele menselijke ziel in dienst wil nemen met al haar functies, die meer zijn dan die, welke wij boven bet verstandsoppervlak zien verschijnen.

Wij moeten het ons laten gezeggen, dat wij nog niet aan de schilderkunst toe zijn, wanneer we al precies weten te zeggen wat verf is. We zijn vaak bang voor te veel emoties. En inderdaad, de oppervlaktelaag van het gevoel is bedriegelijk. Maar emotie komt toch van het latijnse woord movere = bewegen. En het gaat in de bearbeiding van een mensenhart door Woord en Geest er om dat docere (leren) en movere (bewegen) samen gaan.

Het is zo weldadig, wanneer iets van het vuur des Geestes gevoeld wordt. Soms uit het leven en de werken van mensen, die eeuwen geleden geleefd, gesproken en geschreven hebben. Wanneer het gaat over het gedoopt-zijn met de Heilige Geest en met vuur, denk ik altijd onwillekeurig aan iemand als de jonggestorven Andrew Gray (1634-1656), die o.a. geschreven heeft Grote en dierbare beloften.

Wij volgen de Pinkstergroepen niet wanneer zij op bepaalde wijze gaan systematiseren en de Heilige Geest een bepaald gedragspatroon voorschrijven; ook niet wanneer zij op incidentele en niet-essentieële gaven grote nadruk leggen in plaats op de wel zeer wezenlijke vruchten des Geestes, die Paulus bijv. in Gal. 5 : 22 noemt; wij keren ons af wanneer sommige Pinkstergroepen (niet alle) op een kunstmatige wijze emoties willen oproepen. Maar wij luisteren naar de waarschuwing tegen de eigenlijk aan Rome ontleende dwaling, dat waar de kerk is ook vanzelf de Heilige Geest is. Er kunnen zoveel dingen zijn, die de Geest bedroeven en uitblussen. Pinksteren sluit niet uit het blijvend vragen: Kom, Schepper, Heilige Geest! Pinksteren geeft juist alle aanleiding en alle vrijmoedigheid om die Geest te vragen. Maar dan alleen op grond van die beloften Gods, die in Jezus Christus ja en amen zijn.

Wat vader onder u, dien de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven? of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven? Of zo hij ook om een ei zou bidden, zal hij hem een schorpioen geven?

Indien dan gij die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Hei­lige Geest geven aan degenen, die Hem bidden. Lucas 11 : 11—13.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Kerk en de Pinkstergroepen (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's