KRONIEK
Apartheid — Ameria's kerkelijk leven en de Pinksterbeweging inzake apartheid — Kritiek op kerkeraadsheleid — Het heengaan van luitenant-generaal b.d. L. F. Duymaer van Twist.
„Apartheid", „apart", ziedaar twee woorden, die zowel in lovende als ook in lakende 'betekenis gebezigd worden. Ik heb maar even de combinatie: „apartheidspolitiek" te maken en dan is schier heel de binnenlandse pers — uitgezonderd af en toe een „ingezonden" — ten bewijze aan te voeren hoe laakbaar een dergelijke wijze van staatkundig beleid is. Althans waar het de Zuid-Afrikaanse republiek geldt. Over wat in Rhodesia en omgeving onder Engelse supervisie al jaren gaande was, is de pers zeker niet enthousiast, doch de felle toon, gebruikelijk tegen het broedervolk, ontbreekt in haar overzichten.
De woorden, waarmede ik aanving, hebben ook in ons spraakgebruik een veel milder toon. Wanneer in een modemagazijn een staal of costuum als „iets aparts" geprezen wordt, heeft de verkoper het pleit voor meer dan de helft : al gewonnen. Want in nivellerende tijden als de onze zijn nog vele dames en heren gebrand op het niet gewone en vinden het geen straf van een „aparte" verschijning te zijn.
„Een aparte verschijning" te zijn, dat ligt niet in het kleed, dat men draagt, hoewel het er toe mede kan werken. Dat ligt aan het bijzondere in persoon en karakter. Onze dezer dagen van zijn post opgeroepen „generaal", excellentie Duymaer van Twist, was een aparte figuur in ons volksleven. Daarover zijn allen, medestanders en tegenstanders, het wel eens. Inderdaad hij was een uitzonderlijk vaderlander.
Apart, dat adjectief kan ook gelden van een boek, een tijdschrift of tijdschrift-artikel. In het laatste nummer van „Kerk en Theologie" is opgenomen het referaat, door prof. dr. Th. L. Haitjema gehouden op de juni-conferentie van de Confessionele Vereniging op Woudschoten. Het kranten verslag had reeds mijn aandacht getrokken. Nu kon ik het stuk in extenso lezen en herlezen. Want wat prof. Haitjema gemeenlijk geeft — en ook hier — is geen gesneden koek. Het vereist bestudering. Maar dit referaat — het is getiteld: „De Pinksterbeweging des Geestes in de reformatorische Verbondstheologie" — is de inspanning ten volle waard. Ik kan het „apart" noemen, al is deze loffelijke bijvoeging wellicht te zwak en zou „magistraal" beter zijn.
„De Kroniek" in dat tijdschrift — ze wordt verzorgd door prof. Van Niftrik en prof. Lekkerkerker — is in doorsnee interessant, vaak „apart".
Ditmaal kan ik dat niet vinden. Prof. Van Niftrik schreef naar aanleiding van de 75e verjaardag van Karl Barth. Niet veel nieuws, of het moesten de enkele gezegden zijn, die hem (prof. v. N.) onder ogen kwamen uit de weergave T.V.-interview van Engelse origine. De bestrijding van de uitlating van zekere zijde, dat Barth zijn tijd heeft gehad, — bij die bestrijding moest Miskotte nog even als supporter dienen — was geen nieuws. Ook zonder de aangedragen citaten geloof ik het wel, zonder tot de vereerders te behoren van de Bazeler hoogleraar. Barth's positie-innemen op het terrein der theologie is van een te diepe insnijding geweest, dan dat daarvan thans geen sporen meer zouden te zien zijn.
Wat prof. Lekkerkerker over „het gesprek met prof. Smits eenzijdig afgebroken" schreef, bevat ook niet veel nieuws. Hij repeteerde nog even de hele gang van zaken in deze lange procedure — ze heeft prof. Smits, die aan haar langdurigheid waarlijk niet onschuldig is, misschien wel doen denken aan Van Oldebarnevelt's woord: „Maak het kort" — om in het slot nog te betogen, dat ze heus geen „verkapte leertucht" is, gelijk van vrijzinnige zijde is gezegd. Ds. Landsman heeft onlangs in „Hervormd Nederland" hetzelfde in het licht willen stellen. Men schijnt van synodale zijde en in de met haar annexe kringen er prijs op te stellen in dezen de vrijzinnigen te contenteren. Mij zou het aangenaam geweest zijn, indien een en ander wèl bedoeld was als „leertucht", maar dan niet „verkapte". Hoe dan ook, de Kroniek in „Kerk en Theologie" was naar mijn smaak ditmaal niet „apart".
Onlangs las ik iets over „rassendiscriminatie" in Amerika. Zuid-Afrika moge zijn „apartheidspolitiek" hebben, Amerika zijn „rassendiscriminatie" beide zijn een apartheidsstreven; de eerste van staatswege bedreven, de tweede opkomend uit de sociale sector. Ook in de Pinksterbeweging is een zekere tendens naar apartheid te speuren.
Over Amerika gesproken, daar zijn, om met „Trouw" d.d. 28 juni jl. te spreken, „Kerken verdeeld over rassenscheiding". En er wordt' aan toegevoegd: „over heel Amerika", in Noord en Zuid dus. Dat zegt nogal iets, als men zich herinnert, dat ongeveer een eeuw geleden daar het pleit al werd beslist, toen „Noord" de door de grote Abraham Lincoln ingezette burgeroorlog voor de opheffing der slavernij won. De kerken, de Amerikaanse, zijn — ik refereer mij aan bovenvermeld nr. van „Trouw" — betreffende de rassenscheiding verdeeld in vier groepen. Eén groep wil de kerk er buiten gehouden hebben, wijl het hier een „politieke" kwestie geldt.
Een andere groep — zij wordt vooral in het Zuiden aangetroffen — meent, dat blank en zwart zo veel in opvoeding, cultuur en geaardheid verschillen, dat integratie schadelijk zou zijn, vooral voor de blanken. Blanke dominees en leken verdedigen op deze gronden de scheiding, terwijl er onder hen ook zijn, die „volhouden dat God de scheiding der rassen geboden heeft".
Een derde groep is die der „gematigden". Zij aanvaardt de uitspraak van schier alle op nationale leest geschoeide Amerikaanse kerkgenootschappen, dat gedwongen rassenscheiding „moreel verkeerd" is. Daarom moeten „de barrières" zo snel mogelijk verdwijnen. Men moet het echter niet te snel doen, voegen ze er direct aan toe, want de kerk moet aan haar eigen welzijn denken. Want „te kloeke" uitspraken zaaien slechts „bitterheid en verdeeldheid" onder de kerkleden.
De vierde groep is die der „strijdbaren". Daartoe behoren een groot aantal negers in alle lagen der bevolking, vele priesters en dominees. Hun argument is, dat toen het op bestrijding van onrecht aankwam, Christus ook geen „gematigdheid" kende.
Men ziet het, de „communis opinio" ontbreekt in kerkelijk Amerika volgens dit verslag.
Maar ik had het ook over „apartheid" in de Pinksterbeweging. Volgens „Trouw" van 29 juli jl. heeft zich naast de meerdere afsplitsingen in deze beweging, nog een afgetekend, nl. die der „Volle Evangelie-zakenlieden". Deze groepering bestaat uit grote en kleine zakenlieden, vertegenwoordigers en „hogere ambtenaren". Alzo een geselecteerd gezelschap, een zekere élite-groep! Op een persconferentie is er een en ander van gezegd. Die was tijdens een „lunchconferentie" in het Jaarbeursgebouw. De beweging is internationaal. De wereldvoorzitter — hij is een groot-landbezitter uit Californië — was ook in Utrecht en werd door de landelijke voorzitter, de heer Van de Dries uit Breda, aan de schrijver van het verslag voorgesteld. Hervormden en Gereformeerden behoren tot deze kring. Aan de maaltijd te Utrecht zag de scribent ook „de bekende radio-predikant, ds. Toornvliet uit Bloemendaal!
Eén der gezegden van de wereldvoorzitter, Damos Shakarian, geef ik hier door: „Wie gelooft, heeft succes".
Wil men zo het Evangelie in zakenkringen aannemelijk maken? Paulus verbiedt om „het Evangelie te koop aan te bieden" (2 Kor. 2 : 17). Een gezegde als ik citeerde lijkt mij daarmede wel in flagrante strijd!
Er zit iets van tragiek in de Pinksterbeweging. Zij verwijt de Christelijke Kerk, dat deze in de wereldgeschiedenis het ergste voorbeeld is van onenigheid, en in haar verschijning alzo lijnrecht in strijd met Christus' eis van eenheid. Maar wat geeft de Pinksterbeweging zelf te zien? Ze vergeet in haar verwijt aan de Kerk het woord van Jezus over de „splinter en de balk". De beweging van „Volle Evangelie-zakenlieden" is wel een staal van apartheid, juist, waar men ze allerminst dacht te vinden.
In het voorafgaande noemde ik in een bepaald verband het heengaan van zijne excellentie Duymaer van Twist. Wat hij betekend heeft, ook voor onze Bond, is in ons orgaan reeds uiteengezet. Daarom hier slechts een kort woord.
Bij de begrafenis van wijlen prof. dr. H. Bavinck heeft de toenmalige minister van O. K. en W., dr. De Visser, o.m. gezegd: „Deze man had geen vijanden".
Kon dit van Duymaer van Twist ook gezegd worden? Zijn carrière en positie waren gans anders dan van Bavinck. Hij was 45 jaar lid van het parlement en als parlementariër militant, vooral tegenover de S.D.A.P. Zijn interrupties zetten wel eens kwaad bloed. Begrijpelijk. Echter op het stuk van het beginsel gaf hij geen krimp. Hij werd wel genoemd: „de schildknaap van Kuyper". Dat zegt wel iets.
En toch, wie hem persoonlijk kende, ondervond een warme, royale en beminnelijke belangstelling. Hij is niet zonder reden „de advocaat voor de gedupeerde vissers" genoemd. En, ziehier de christen, wanneer hij iemand onrecht had gedaan, spaarde hij geen moeite om de zaak in orde te krijgen.
Een militante figuur met het hart van een godvrezende, dat was Duymaer van Twist. Hij heeft vele spanningen in de wereldgeschiedenis en die van ons volk beleefd, daaronder twee wereldoorlogen.
In een tijd van grote spanningen — die beleven wij immers thans en wat zal de toekomst zijn? — heeft God onze oude voortrekker thuis gehaald. Hij geniet nu „met Christus te zijn, dat is zeer verre het beste". Deze bekroning van een lang leven in dienst van de Koning is rijk. Gods genade in Christus geve het ieder onzer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's