De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE Dordtse LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE Dordtse LEERREGELS

10 minuten leestijd

De wijze van deze werking kunnen de gelovigen in dit leven niet volkomenlijk begrijpen; ondertussen stellen zij zich daarin gerust, dat zij weten en gevoelen, dat zij door deze genade Gods met het hart geloven en hun Zaligmaker liefhebben.

HOOFDSTUK III/IV

Artikel 13

Deze werking.

In artikel 12 is gezegd, dat God de wedergeboorte, vernieuwing, nieuwe schepping, opwekking uit de doden werkt. Dat hebben de Dordtse vaderen beleden. Er is een bijzondere werking Gods in de uitverkorenen. Zij worden voor hun gevoelen ongelukkig gemaakt. Tot in de grond toe worden zij ontdekt en overtuigd van hun zonde en ellende. Wat gebeurt er dan precies? Wat doet God dan? Dat kunnen zij niet volkomen uitleggen. Zij spreken over het Woord en over de kracht van de Geest Gods, maar als een ongelovige zegt, dat het allemaal gedachtespinsels zijn, kunnen zij de werking Gods niet demonstreren.

De ongelovige zoekt allerlei andere oorzaken aan te wijzen en de gelovige kan niet door en door bewijzen, hoe het uit de werking Gods voortkomt. Hij denkt trouwens zelf wel eens: wat zou het toch wezen? Hoe ben ik zo? Zou ik mijzelf niet bedriegen? Het is in korte tijd gezegd: De Heilige Geest overtuigt van zonde. De Geest des Heeren buigt het hart over. Maar hoe gaat dat? De werking kan men gewaar worden. Men ziet en gevoelt hoe de Wet Gods op ons afkomt. De gelovige wordt al maar meer heerlijkheid in Christus gewaar. Hij omhelst Christus. De belijdenis zegt, dat de Heilige Geest in ons ontsteekt een waar geloof, waardoor wij Christus omhelzen. Het is een hele gebeurtenis: Een moeder omhelzen, die men in lang niet zag of z'n meisje omhelzen of iets dergelijks. Maar Christus omhelzen dat is meer. Het moge een zielswerkzaamheid zijn, doch deze werkzaamheden zijn niet minder reëel dan de lichamelijke.

Maar hoe gaat dat nu toe, als de Heilige Geest de ziel Christus doet omhelzen? Wie kan dat verklaren? Artikel 13 zegt: niemand. Betekent dit, dat deze werkingen alleen in de bijbel, in de dogmatiek, in de preek genoemd worden? Natuurlijk moet de prediker wel oppassen. Hij kan gemakkelijk hele stevige woorden gebruiken. Zijn dat realiteiten in hem zelf en in zijn gemeente? Of zijn het woorden? Ik hoor een prediker zeggen, dat Gods volk de gemeenschap met de Heere smaakt. Wie dat gesmaakt heeft kan er wat van vertellen. Je zou kunnen vragen: Dominee vertel eens wat van dat smaken uit je leven. Vertel eens wat van de verborgen omgang, waar u van spreekt. Vertel eens wat van die ontmoetingen met Christus. Ik ben bang, dat er veel woorden worden gebruikt, waar al te weinig realiteit achter steekt. Betekent dit, dat al die mooie woorden over nieuwe schepping, Godsontmoeting, omhelzen van Christus alleen maar woorden zijn? Dat geloof ik niet. Daar is een volk, dat inderdaad de Zoon van God als hun Borg en Zaligmaker heeft mogen omhelzen. Maar hoe gering en klein is dit volk in de meeste gemeenten! Desniettegenstaande, hoe geestelijk arm onze tijd ook zijn mag (hoewel velen niet weten dat zij arm zijn), daar is een volk, dat heeft de werkingen der genade ondervonden. Zij zijn tot in de grond toe overtuigd van hun zonde en. ellende. Zij

zijn door een oprecht geloof met Christus verenigd. Het is hun bekend gemaakt, dat zij in het geloof rechtvaardig zijn voor God. Gods Geest getuigt met hun geest, dat zij kinderen Gods zijn.

Dat is de werking.

De wijze van deze werking kunnen wij niet volkomenlijk begrijpen. Van Christen droomde Bunyan, dat hij met een zwaar pak over de aarde liep.

Hoe werkt Gods Geest die grote last? Want ieder christen, wil ik denken, verstaat, wat hier bedoeld wordt. Het is alsof er een steen op je hart ligt. Het hele ongenoegen Gods drukt op je. Wederom droomde Bunyan, dat deze last bij Christen van hem werd afgenomen. Luther vertelt ervan: Het was alsof ik in het paradijs kwam.

Hoe doet God dit? Hoe neemt Hij de toorn en de schuld weg? Hoe maakt Hij het zo licht bij de benauwde? De wijze, waarop God werkt, is niet uit te leggen. De gelovigen weten alleen, dat het werkelijk met hen gebeurt. God schept vrijmoedigheid in de ziel om tot Christus te vluchten en dan wordt de Heere Jezus dierbaarder; dat word je gewaar.

Wat is dat nu toch? Dat zijn de preken zal iemand zeggen. Zeker, maar die preken waren er vroeger ook. Waarom hebben zij nu deze uitwerking? Waarom ontstaat er nu zo'n stroom van liefde in het binnenste? Waardoor heeft nu de gelovige vrede, terwijl hij voor dezen nooit anders dan onder grote druk over de aarde kon gaan? Je kunt het toch niet verklaren. Je kunt het niet bewijzen ook. Anderen kunnen je er om uitlachen. Maar bij Gods volk is het realiteit. Zij staan op uit hun geestelijk graf. Zij hebben immers de stem van de Zoon van God gehoord en nu leven ze.

Hoe weten we nu, dat dit echt is, hoewel wij het niet volkomenlijk kunnen verstaan?

Weten en gevoelen.

De kinderen Gods hebben een bijzonder weten. Zij kunnen niet alles voor de ongelovigen uitleggen, dat kunnen ze niet eens voor zichzelf helemaal, maar zij hebben een bijzonder weten. In de regel weten zij ook, dat zij dit gekregen hebben. De blindgeborene zeide: „Eén ding weet ik, dat ik blind was en nu zie". Paulus zegt van de gelovigen te Efeze: „Eertijds waart gij duisternis, nu zijt gij licht, in de Heere". De gelovigen hebben een eigen weten. Dat wordt geboren, volgens de Schrift, uit de verlichting van hun verstand. Door deze verlichting weten wij, dat we blind zijn en bevangt ons de schrik des Heeren. Elk gelovige heeft zekerheid gekregen aangaande de toom Gods en aangaande zijn overtreding van Gods Wet. Dat is een weten en gevoelen. Wat gevoelt hij dan? Hij gevoelt, dat hij een walg heeft van zichzelf en dat hij hongert en dorst naar een andere gerechtigheid dan hij bezit. Hij veroordeelt zichzelf gul en blijmoedig en hij gelooft het hele Woord van God, dus eerst alle vloeken, die daarin geschreven staan, hij gelooft ze met toepassing op hemzelf. Zoals God in het natuurlijke het licht der zon geeft en ogen om bij dat licht te zien, zo geeft de Heere het licht van de Zon der gerechtigheid en geestelijke ogen. Daardoor ziet de gelovige de dingen anders dan vroeger. Daar is iets bijzonders in hem. Dat hij gelooft is het bijzondere. Want dit geloven is een zeker weten, dat van stap tot stap verder gaat. Het gaat eerst tot een steeds zekerder en dieper weten van eigen verlorenheid. Het gaat eerst tot een dieper gevoelen van eigen onwaardigheid. De bijbelse gelovige staat op in elk waar gelovige. Hij wordt Zacheüs die Jezus wilde zien. Hij wordt de tollenaar voor wie er maar één zondaar was en dat is hij zelf. Hij wordt Paulus, die zich de voornaamste der zondaren achtte. Hij wordt David, die Gods gramschap dubbel waardig was. Hij wordt Petrus, die Jezus verloochende. Hij wordt Maria Magdalena, die van 7 duivelen was bezeten. Hij wordt de ongelovige Thomas, Hij kan eenvoudig niet zaligmakend geloven. Hij kan Christus niet omhelzen. Daardoor weet hij zeker, dat God hem eerst nieuwe ogen en oren en een nieuw hart zal moeten scheppen, wil hij ooit vrede hebben door het bloed van Christus. Zo gaat het weten en gevoelen al maar verder.

De natuurlijke mens kan van de Heilige Schrift een weten krijgen zonder gevoelen. De gelovige weet en gevoelt. Dat valt voor hem samen. Het is geen intellectuele kwestie. Het is geen blote kennis, het is een overtuiging. Het is een kennis, zou Calvijn zeggen, die verbonden is met een ernstig gevoel. Hij schrijft bij Jeremia 24 : 7 ook: „Hoe gebeurt het, dat de zondaar op de weg terug keert en die God, van Wie hij vervreemd was weer zoekt? Misschien gedreven door een eigen besluit? Neen, omdat God hem verlicht, omdat Hij zijn hart aanraakt, ja veel meer vernieuwt".

Op hoedanige wijze heeft de verzoening voor ons bewustzijn plaats? „Wij voelen dat Gods toorn tegen ons tot rust is gebracht, en dat voelen we zowel door de ervaring er van én door de werking zelf". Hoe de dingen precies gaan, weet de mens niet, maar hij weet en gevoelt, dat hij gelooft. Dat is het vervolg.

De Schrift spreekt van een verzegeling. Wat krijgt de mens te zien? Dat hij een recht heeft op de genadige beloften Gods. Zijn hart heeft geroepen en geschreid: Heere, help me toch. Hij zag niets dan een recht Gods om hem te veroordelen. Doch ziet, nu keert het om. Hij ziet, dat niet alleen de bedreigingen voor hem zijn, doch dat in Christus ook de beloften voor zo een zijn, als hij is.

Iemand kan het werk Gods en het recht op de beloften vele jaren gehad hebben, zonder dat hij het ooit heeft kunnen geloven. Maar als God doorwerkt mag hij weten en gevoelen, dat hij gelooft. Dat is een groot stuk, hetwelk nochtans behoort bij de ware herschep­ping en wedergeboorte. Daar is een verzegeling, die niet rust op ons begrijpen van Gods werk in ons, maar die een werk is des Geestes, dat eindigt in een weten en gevoelen. Dan is er een wonder gebeurd. Het geheimenis van Gods liefde is voor de natuurlijke mens nooit waarlijk te geloven. Elke uitverkorene komt voor die onmogelijkheid te staan, zou ik denken, als hij tijd van leven heeft. Vlees en bloed kan het niet begrijpen. Daarom moest het Petrus door de Vader worden geopenbaard. De Heilige Geest heft de mens boven zichzelf uit. Hoe gebeurt dat? Wij kunnen het niet volkomen verklaren. Maar de vrucht ervan is een weten en gevoelen. Het wantrouwige hart gevoelt de genade Gods. Er is vrede. Maar het is een vrede, die alle verstand te boven gaat.

Het gevolg alzo van de werking Gods is een zeker weten en een vast vertrouwen. Deze twee nauw verbonden zaken zijn er. De gelovige weet en gevoelt, dat ze er zijn. Hij heeft zich overgegeven. Hij weet, dat de Heere Jezus hem heeft aangenomen en dat hij de Christus heeft omhelsd. Het is in de ziel licht geworden. Daar is rust en kalmte ingekomen. Christen sprak: „Ik wist niet, dat één blik op het kruis zoveel verlichting kon geven". Gehjk een kind heerlijk ligt en rust in de armen van vader of moeder, zo ligt en rust de ziel in God. Van binnen is Jezus Christus zeer dierbaar. Wat in misschien vele jaren is gegroeid, is uitgebroken. „Welzalig is de mens wien 't mag gebeuren, dat God naar recht hem niet wil schuldig keuren". De werking Gods wordt aan haar vrucht gekend.

Is nu ieder gelovige zo zeker? Op sommige ogenblikken. Het geloof zelf bevat geen twijfel dat is waar. Het geloof geeft zich geheel en volkomen over. Als het er zijn mag dan laat het zich zinken op het volbrachte werk. Maar de gelovige heeft een dwalend hart. In hem kan veel twijfel wezen, die God bij ogenblikken overwint. Inderdaad: uren, die kort duren. Ondertussen weet ieder gelovige, dat er een wonderbaar werk in hem is, dat met de Schrift overeen komt. Hij speculeert niet. Hij weet en gevoelt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE Dordtse LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's