CHRISTENDOM EN CULTUUR
Drs. H. Goedhart Zuyderduyn — Woerden Prijs ƒ 8, 90, 210 blz.
Drs. Goedhart heeft ons verblijd met een boek, dat ons aller aandacht verdient. Het onderwerp: Christendom en Cultuur dat artikelsgewijs en op de wijze van een lezing hier en daar aan de orde gesteld is, komt hier in dit boek omvangrijker op tafel.
De inhoudsopgave op pag. 215 — wat verscholen neergezet — meldt, dat er twaalf hoofdstukken zijn. Daarin komt een theoretisch deel voor met zeven hoofdstukken en een praktisch deel met vijf hoofdstukken.
Het theoretisch deel houdt zich bezig met de opdracht, de aanvang, de mislukking, de reiniging, de kerstening, het gebruik en de verheerlijking der cultuur. Het praktische gedeelte behandelt: De klank, de zang, de vormgeving, het uitgangspunt en de regeling der cultuur.
Bij het nadenken over de opzet, komt de vraag boven, of deze niet anders gekund had. Bij het lezen in het theoretisch gedeelte komt veel voor, dat in het praktisch gedeelte thuishoort en omgekeerd. Een absolute scheiding zal wel onmogelijk zijn, maar een zékere zakelijke schikking zou het geheel dienen.
In de tweede plaats bent u voor een bredere oriëntering aangewezen op de omslag, waarop grepen uit de inhoud staan. Een bredere inhoudsopgave op een meer opvallende plaats zou de oriëntering voor het geheel dienen.
Deze opmerkingen over de opzet brengen ons tot de inhoud van het vraagstuk van Christendom en Cultuur. Dit vraagstuk is er levensgroot. Drs. Goedhart brengt er ons op een geestelijke wijze middenin. Dit is toch het waardevolle en prijzenswaardige van dit boek, dat de schrijver vanuit de Schrift de geloofsvisie geeft op de principiële bezinning en de praktische uitwerking. Het Christendom is niet zonder meer een aanloop zonder diepte om dan straks in de vragen rondom de cultuur te verdrinken. Integendeel, door de ware diepte van het geestelijk leven te peilen is er enerzijds een inzicht van de goddelijke opdracht in het bezig zijn met de cultuurtaak en anderzijds een uiterst kritische toetsing van de cultuur zoals deze zich in allerlei vormen aan ons voordoet.
Over de cultuuropdracht zegt de schrijver in hoofdstuk I schone dingen. Wanneer hij zegt, dat hij het tot zijn opdracht rekent om een verbinding te leggen tussen het innerlijk geestelijk leven van de Christen en zijn cultuurtaak (blz. 15) dan is dit schoon. Immers hierin is ook onder ons een grote leemte. Bij allerlei beschouwingen over het verband van Christendom en cultuur, stuit ge telkens op de moeilijkheid: Wat begin ik er mee in mijn persoonlijk, huiselijk en gemeentelijk leven? De cultuuropdracht wordt verbonden met de bekering en de goede werken uit Zondag 33 van de Heid. Cat.
De nadelen van het niet letten op de cultuur, worden opgesomd. De houding van: wij bemoeien ons niet met de cultuur, wordt afgewezen. God schenkt niet alleen het nodige, ook het nuttige en aangename.
In hoofdstuk II komen wij tot de Schriftuurlijke fundering. Cultuur en zondeval, cultuur en ongeloof en cultuur en geloof komen aan de orde. De vraag o.a. waarom de cultuuruitingen meestal van ongelovigen stammen en de herwaardering van een door Christus verloste van de cultuur wordt besproken. Is het methodisch juist dit in hoofdstuk II aan de orde te stellen, voor dat in hoofdstuk IV de vleeswording des Woords is behandeld?
In hoofdstuk III wordt een ontroerende tekening gegeven van de mislukking der cultuur.
Hoofdstuk IV geeft de beschrijving van de reiniging der cultuur.
Hoofdstuk V beschrijft de kerstening van de cultuur, waarbij de invloed van de cultuur op het christendom en omgekeerd aan de orde komt.
Hoofdstuk VI geeft het gebruik van de cultuur aan. Cultuurmijding en verwereldlijking zijn de uitersten, die bestreden worden. „De algemene tendens van het christendom ten onzent is: meedoen met de wereld, voor zover het maar kan met behoud van het idee, dat men toch nog christelijk is (blz. 95).
De cultuur is — vanuit het geloof gezien — relatief.
Hierbij komt verder aan de orde: de vreze des Heeren, de doding van de oude mens, de levendmaking van de nieuwe mens, het vasten en de praktijk der godzaligheid.
Hoofdstuk VII geeft veel over de verheerlijking van de cultuur. De eindtijd, de laatste worsteling, de levenshouding en de verwachting der gelovigen en het eeuwige leven komen binnen het gezichtsveld.
De overige hoofdstukken (praktisch gedeelte) memoreren muziek, jazz en radio. De televisie wordt in één zin afgedaan. Dat is jammer, omdat een brede voorlichting in deze tijd dringend gewenst is.
Ook de psalmberijming, de zangwijze der psalmen (ritmisch of isometrisch), wordt besproken. Daarover worden gulden woorden gesproken ook tot onze gemeenten. De plaats van het orgel in de eredienst wordt aangewezen.
Onder de zang der cultuur is ondergebracht: proza, poëzie, het kerkelijk lied (gezangenkwestie) enz.
Tenslotte komen onder de vormgeving der cultuur: de beeldende kunst, onder het uitgangspunt der cultuur: de wetenschap, techniek en onder de regeling van de cultuur: de taak van de overheid aan de orde.
Drs. Goedhart geeft ons in dit boek veel om over na te denken. Hij heeft dit voor gemeenteleden geschreven, al zullen studenten en theologen het gaarne lezen. Wij worden niet verwend met boeken uit eigen kring.
Daarom willen wij dit boek gaarne en van harte aanbevelen. Het is de moeite waard vooral voor onze jongeren, thuis en op de verenigingen, met deze vragen bezig te zijn. Drs. Goedhart is daarin een uitnemende gids.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's