De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

6 minuten leestijd

De tafel des Heren, prof. dr. A. F. N. Lekkerkerker. Bosch en Keuning te Baarn. Prijs bij intekening ƒ 2, 25, afzonderlijk ƒ 2, 90.

Prof. dr. Lekkerkerker komt de eer toe, dat hij in een pocket boek zoveel belangwekkends weet te schrijven over de tafel des Heeren.

In het eerste gedeelte (blz. 7-50) geeft hij een overzicht van de gegevens van het Nieuwe Testament.

Het tweede gedeelte spreekt over vormen en misvormingen. Dit is een overzicht van de ontwikkeling van de viering van het Heilig Avondmaal in de Kerk.

Het derde gedeelte geeft een overzicht van de mijding en verwaarlozing van het Avondmaal.

Het slothoofdstuk bespreekt het Avondmaal in de 20ste eeuw. Daarin wordt de huidige stand van zaken van de liturgische beweging zowel in de R.K. Kerk als binnen het Protestantisme weergegeven. Ook de avondmaalsgemeenschap tussen de kerken (Lausanne 1960!) komt aan de orde.

Het is een goede informiatiebron. In 160 blz. wordt ons veel geboden, ook al kunt ge u met alle uitzichten (zie vooral het slothoofdstuk) niet verenigen.

B.

Dr. A. J. Visser, Kerkvorsten en Kerkvervolgers, 224 blz., Em. Querido's Uitgevers Mij., Amsterdam, 1961.

Het is niet het bekendste gedeelte van de geschiedenis der Kerk, dat de schrijver zich ten doel stelt om te beschrijven: de tijd tot aan de Reformatie. Hij is er m.i. in geslaagd een boek te geven, dat de belangstellende leek een beeld tekent, van wat er in en rondom de Kerk gedurende deze eeuwen is te doen geweest. Hij beoordeelt de dingen niet, maar constateert, schetst de ontwikkeling. Dat wil niet zeggen, dat bet een kleurloos, onpersoonlijk verhaal van feiten en gebeurtenissen is geworden. Integendeel; met één woord typeert hij b.v. Pelagius als hij hem 'n ,,kameleonachtige ketter" noemt.

De eeuwen tot de tijd van Constantijn de Grote zijn de jaren van groei en van vervolging; dan volgt de tijd van de Staatskerk met andere moeilijkheden, met nieuwe problemen in de verhouding kerk en wereld; tenslotte de middeleeuwen, waarin de schrijver niet alleen de theologische ontwikkeling tekent en de botsingen van keizer en paus, maar waarin ook geschetst worden het geestelijke leven en de culturele invloeden van de kerk en het godsdienstige leven.

Als wij dit werk lezen, dan komen wij er telkens weer van onder de indruk, dat de geschiedenis van de Kerk een historie is van bloed en van tranen, dat de Kerk bestaat ondanks vervolging en vijandschap aan de ene kant en ontrouw en dwaasheid aan de andere 'kant, dat het Christus is, die Zijn Kerk in stand houdt.

Wat ging het soms al te menselijk toe op kerkvergaderingen! Die te Epheze van 449 is berucht geworden, „doordat ranselen en trappen een onderdeel van de argumentatie vormden". Ook het verloop van het oecumenische concilie van Chalcedon in 451 was weinig verheffend. De deelnemers maakten een enorm lawaai en over hun „ordinaire gebrul" onderhouden, antwoordden zij: Wij schreeuwen ter wille van de rechtgelovigheid.

In een nabeschouwing geeft dr. L. G. M. Alting von Geusau een r.k. visie op de geschiedenis van de Kerk. De Kerk, zegt hij, als het verlengstuk van Christus is het teken, dat het Godsrijk in de kosmos groeiende is. De katholiek aanvaardt, dat Zijn Kerk, dezelfde als de middeleeuwse, voortzetting is van de Ekklesia uit de Bijbel. Het is interessant, wat in deze nabeschouwing gezegd wordt, al is over verdraagzaamheid en vervolging nog wel één en ander te zeggen.

Het is een goede gedachte geweest om in het register van personen niet slechts naar de pagina van het boek te verwijzen, maar ook enkele gegevens en een summiere typering op te nemen.

Het boek, dat in de Geïllustreerde Salamander-reeks uitkwam, is met vele sprekende illustraties verlucht. Mij dunkt, dit werk is een aanwinst.

Bt.

Biecht en vergeving der zonden, dr. M. J. Arntzen. J. H. Kok N.V. Kampen, 1961. 84 pag.

Dit boekje (84 blz.) heeft 4 hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk behandelt de schrijver: De reformatie en de biecht. Luther's strijd tegen de biechtdwang, tegen de voldoening door werken en tegen de boete als verdienstelijk werk wordt uiteengezet. Toch heeft Luther de private biecht — ontdaan van dwang, voldoening door straffen en verdienstelijkheid — in hoge ere gehouden. Augustinus beleed zijn zonden voor de gehele wereld. Ook voor de zekerheid van de vergeving der zonden is zij nodig. Het gaat hem om het ambtelijk karakter van de absolutie. Volgens Luther is er drieërlei absolutie: in de prediking, de genadeverkondiging na de preek en de private absolutie.

Deze private biecht acht Luther nodig in de strijd om een genadige God en de aanvechtingen van de duivel. Ook is het een uitnemende gelegenheid om, de biechtende te onderzoeken of hij toegelaten kan worden tot het Avondmaal. Daarmee wordt voorkomen, dat het sacrament voor de honden en de zwijnen wordt geworpen. Luther vond persoonlijk geloofsonderzoek nodig.

Na Osiander, die de biecht waardeert, maar de algemene schuldbelijdenis en genadeverkondiging bestreed, komt Calvijn aan de beurt. Ook Calvijn verwerpt de Roomse biechtpraktijk. Van het persoonlijk belijden van de zonden is Calvijn een voorstander. Hij verwijst de zondaren naar de pastores of anderen (Inst. III, 4, 14).

Zwingli verwerpt de private biecht totaal. Dit hoofdstuk is rijk gedocumenteerd met aantekeningen.

In hoofdstuk 2 worden de schriftgegevens behandeld. De conclusie is, dat de oprechte biecht van onze zonden voor God en de biecht voor een kerkelijke ambtsdrager elkander niet uitsluiten.

In een apart hoofdstuk (III) vindt de dogmatische bezinning plaats: de rechtvaardiging door het geloof, de volharding der heiligen, de functie van het berouw, doodzonde en dagelijkse zonde, het roomse ondervragingssysteem.

Belangrijk zijn de conclusies voor de praktijk. Het ambts- en biechtgeheim wordt onderstreept. De bepalingen in de kerkorde van onze kerk en de stand van zaken in de Geref. Kerken worden besproken. De schrijver is voorstander van de private biecht. Niemand zal met de Schrift in de hand hem dit betwisten. Ik ben geneigd een vraagteken te zetten, als hij schrijft: „Het gevaar is niet denkbeeldig, dat wij met het belijden tegenover God niet veel ernst maken. Dat zullen wij wel doen, als wij ook voor een mens biechten. Dan worden wij in elk geval gedwongen ons leven meer te toetsen".

Een vraagteken. Immers, wanneer een mens niet meer voor God beeft, beeft hij dan wel voor een dienaar? Wij willen u dit boekje van harte aanbevelen. Er staat veel goeds in. Ook onder ons wordt veel te weinig bijbels „gebiecht".

B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's