De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

8 minuten leestijd

In het Gereformeerde Weekblad (Kok) wijdt prof. dr. A. D. R. Polman een drietal artikelen aan de Richtlijnen inzake de Uitverkiezing, die enige tijd geleden uitgegeven zijn door de Synode van de Herv. Kerk. Hij is verblijd met deze publicatie en vindt er ook vele goede dingen in. Daarnaast heeft hij op enkele punten ook z'n bedenkingen.

Prof. P. gaat uit van het feit, dat er, ook door de Dordtse vaders in navolging van de Bijbel, over de uitverkiezing geheel anders gesproken wordt dan over de verwerping. Het verschil in het spreken over deze beide stukken komt in de Richtlijnen te weinig tot uiting; het is te zeer genivelleerd. Men heeft het spreken over de verkiezing te veel getrokken in de atmosfeer van het spreken over de verwerping. Hij vindt daarin een ongeoorloofde reductie in de behandeling van de uitverkiezing:

Hier geen visie op Gods eeuwigheid als enkel vóórtijdelijkheid en zo ook geen omschrijving van Gods uitverkiezing als een voortijdelijke beslissing alleen. Hier niet de vreemde abstractie van de Leerregels over een zekere menigte van mensen en geen speculatie over de staat van deze mensen, waardoor allerlei onontwarbare problemen (infra- en supralapsarisme!) worden opgeroepen. Maar wat uit reactie daartegenover thans gegeven wordt, voldoet evenmin. Ais hier de kern van de zaak wordt aangegeven, wordt Gods verkiezing praktisch versmald tot de belijdenis van Gods vrije genade midden in ons leven. De geweldige werkelijkheden van Gods onveranderlijk voornemen, van de goddelijke vóórkennis, vóórverordinering, vóórbeschikking, de allerminst abstracte, onheilszwangere, maar concrete, liefdevolle aprioriteit van Gods raadsbesluit, de majesteit van Gods souvereiniteit, die aan alle starheid en willekeur ontheven is, het vrijmachtig welbehagen — realiteiten waarop de Schrift bij Gods verkiezing de volle klemtoon legt — worden hoogstens even met een enkel woord genoemd. De indruk wordt daardoor gewekt, dat in al deze geweldige dingen toch een stille, geheimzinnige bedreiging ligt voor de persoonlijke heilszekerheid. Zelfs wordt de verkiezing in Christus — al wordt Efeze 1 : 4 even geciteerd bij de omschrijving van het wezen — behandeld onder de verwerkelijking der verkiezing!

Prof. Polman meent in de Richtlijnen een versmalling aan te treffen van de Bijbelse gegevens over Gods uitverkiezing; het wordt praktisch een belijdenis van Gods vrije genade midden in ons leven; in de daad der verkiezing midden in ons leven voltrekt zich Gods raad, en daarin is God de beslissende en de besluitende en Hij is dat in Zijn eeuwigheid die voor, boven, na en in onze tijd is. Vanuit deze eeuwigheid draagt en leidt Hij ons tijdelijk bestaan.

Als er gesproken wordt over de uitverkiezing wil prof. P. zonder beperking de poorten naar Gods eeuwigheid openwerpen en beklemtonen dat God in Christus verkoos voor eeuwige tijden, voor de grondlegging der wereld, naar Zijn onveranderlijk voornemen.

Maar zo mogen we niet spreken over de verwerping. Nergens wijst de Schrift in de richting van deze logica. Nooit wordt gezegd, dat God van voor de grondlegging der wereld mensen tot ongeloof en eeuwige verwerping verkoos. Hier is geen evenwicht te vinden, elke symmetrie, die de menselijke redenering vereist, moet hier worden afgewezen, zoals de Dordtse vaders ook doen.

De Richtlijnen spreken dus te veel over de uitverkiezing in bewoordingen die alleen maar passen bij een spreken over de verwerping. Dit onderscheid is er niet genoegzaam uitgekomen. Maar ook in het spreken over de verwerping gaan de richtlijnen verder dan de Leerregels. Al wijzen de laatsten fel elke symmetrie af, toch belijden zij, dat God van eeuwigheid sommigen verkoren en anderen verworpen heeft. In de Richtlijnen wordt dit min of meer afgewezen, hoewel men daarin wel stelt, dat ook de menselijke schuld en verharding in Gods eeuwige raad zijn opgenomen.

Tenslotte spreekt prof. P. nadrukkelijk uit, dat hij deze grensoverschrijdingen van de Richtlijnen niet zien wil als een confessioneel verschil en als een belijdeniskwestie. Hij licht dit dan nog toe met enkele voorbeelden uit de geschiedenis.

In de Saambinder wordt een reeks artikelen gewijd aan de vraag of de paus van Rome het hoofd is van Christus' Kerk. In de loop der tijden is daar natuurlijk al heel wat over geschreven. Het vereist dus nog al wat studie om op dit punt nog eens wat nieuws te zeggen of om zelfs maar bij te blijven. Zo gezien kunnen we dan ook deze artikelen echt niet waarderen als een „bijdrage" in deze discussie; ze hebben eerlijk gezegd meer weg van een opstel van een schooljongen. De argumentatie zal de roomsen niet overtuigen, maar we vrezen dat er ook vragen zullen gaan opkomen bij gelijkgezinde lezers:

De apostel Petrus zou bisschop van de gemeente in Rome zijn geweest, dat wordt door de roomse kerk als waarheid verkondigd. Petrus was het hoofd der apostelen, Christus' stedehouder op aarde, de eerste paus en bisschop van Rome. Wij, kinderen der Reformatie, die door Gods goedheid uit het Babel van de roomse kerk zijn uitgeleid, verwerpen deze fabelleer van Rome. Waarom? Wel, omdat Gods Woord bet ons geheel anders leert en de geschiedenis der kerk ons een ander beeld geeft. De Bijbel vertelt ons nergens, dat Petrus bisschop van Rome is geweest en nog minder paus.

Was Petrus heus bisschop van de gemeente te Rome? Het is voor ons zeer belangrijk om dit goed te. onderzoeken. Het fundament van het hele pauselijk stelsel rust op de veronderstelling, dat Petrus bisschop van Rome was. Wanneer Petrus nooit bisschop van Rome is geweest, dan kan er absoluut geen sprake van zijn, dat de pausen de opvolgers van deze apostel zijn.

Nu is het ons bekend, dat bijv. degenen die zich in de Geref. Gemeenten melden voor het predikambt, eerst voor een curatorium hun bekering en roeping tot het ambt moeten vertellen en verklaren; en op grond van dat verslag worden dan de kandidaten al of niet tot de studie voor predikant toegelaten. We hebben het idee, dat het nog niet mee zou vallen om aan te tonen, dat Gods Woord ons op dit punt precies hetzelfde leert en dat de geschiedenis der kerk ons in deze nauwkeurig hetzelfde beeld geeft.

In een volgend artikel lezen we:

Petrus heeft nooit een mis bediend, hij heeft nimmer schuldbelijdenis afgenomen. Petrus heeft nooit aan zijn hoorders geadviseerd om tot Maria en de heiligen te bidden. De apostel heeft zijn vrienden nooit aangeraden om een rozenkrans te gebruiken en zich te besproeien met wijwater. Petrus heeft het bevel niet gegeven om op vrijdag geen vlees te eten, ook niet om in de lijdensweken te vasten. De vurige Petrus heeft nooit een kerkelijke wet uitgevaardigd, dat de priesters en de nonnen niet mochten trouwen. Petrus woonde niet in een paleis zoals de paus van Rome, die een lijfwacht heeft en honderden dienaren. Waarom niet? Wel, Petrus was geen paus, doch een getrouw getuige van Christus.

Met een dergelijke argumentatie komen we natuurlijk niet verder, want waarom zouden we niet verder gaan en zeggen: Petrus heeft voor een preekbeurt stellig niet zoveel gekregen als de schrijver van deze artikelen, en evenmin ontving hij bij het schrijven van zijn brieven net zoveel per regel als deze schrijver. Waarom niet? Wel, Petrus was geen predikant in de Geref. Gemeente, doch een getrouw getuige van Christus.

Daar komt dan nog wat anders bij. We begrijpen, dat ook de onfeilbaarheid van de paus voor een protestant een verfoeilijke lering is in de roomse kerk. Maar nu wil het geval dat er in het weekblad De Saambinder ook nog een tweetal artikelen staan over de televisie. Het hebben en gebruiken van televisie wordt afgekeurd en verworpen. Best. Maar wanneer we nu nagaan welke argumentatie er aangevoerd wordt om dit gevoelen te funderen, dan doet het merkwaardige feit zich voor, dat als eerste, voornaamste en praktisch ook als het enige argument aangevoerde wordt: In de woningen van Gods volk wordt zulk een toestel niet gevonden.

Dat men dit argument ook ergens eens een keer noemt, is natuurlijk volkomen reëel. Maar het wordt bedenkelijk als dit het voornaamste en belangrijkste argument wordt, hetgeen blijken kan uit het feit, dat de schrijver in het vervolg van zijn artikel zozeer van de praktijk der vromen uitgaat, dat hij zich verder bezig houdt met de aangevoerde uitvlucht: Wij zijn niet bekeerd, wij behoren niet tot Gods volk, en mag dan een onbekeerd mens niets hebben.

Op deze manier stelt men echter de (bekeerde) mens als norm en maatstaf in de plaats van het Woord Gods. Het is blijkbaar nog steeds niet in de kringen van de Geref. Gemeenten, met hun verheerlijken van de bekeerde mens, doorgedrongen, dat men op deze wijze de grenzen van de Schrift overschrijdt in de lichting van de roomse kerk met z'n onfeilbare en hoogvereerde paus. Op dit punt verblindt men zichzelf nog steeds door scherpe dingen openhartig te zeggen over de vroegere onbekeerde staat en over de nu nog aanwezige oude mens van de bekeerde. Maar men vergeet dat de roomsen in hun uitspraken over de pausen als mens ook waarlijk niet mals zijn. Het heeft er wel eens de schijn van, dat het verschil niet meer gaat over de vraag of men al of niet voor een mens zal buigen en die zal vereren, doch alleen over de vraag voor welke mensen men buigen zal en wie men zal vereren. En ja, op dit laatste punt liggen er grote verschillen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's