De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

LEREN LUISTEREN

9 minuten leestijd

Toen kwam de Heere en stelde Zich daar en riep gelijk de andere malen: Samuel, Samuel! En Samuel zeide: Spreek want Uw knecht hoort. 1 Samuel 3 : 10.

Men zegt, dat de mens niet meer luisteren kan. Hij oefent er zich ook niet meer in, want daar valt voor hem zoveel te zien. Bioscoop en televisie en dergelijke leren, hoe de mens in het zien vlucht en het luisteren alzo verleert.

En omdat de mens niet meer luisteren kan, daarom moeten de kerkdiensten zeer ingekort worden en daarbij omgezien naar allerlei vormen, waarbij hij eigenlijk niet meer behoeft te luisteren, omdat zij telkens herhaald worden en alzo geregeld wederkeren.

En men spreekt reeds van uitbeeldende kerkdiensten ook met behulp van film en dergelijke. Maar nu blijft zo heel nuchter te midden van deze opmerking en deze discussie het Woord des Heeren: Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods.

Hier ligt dan ook een onderwijzing voor de kei'k in deze tijd. Ook in de dagen van Samuel had men verleerd te luisteren. In het begin van dit teksthoofdstuk staat: En het Woord des Heeren was dierbaar in die dagen en er was geen openbaar gezicht.

Dierbaar is kostbaar en kostbaar wijst op schaarste, Het Woord des Heeren was dus zeldzaam geworden en het openbaar gezicht was helemaal opgehouden. Het waren dus wel donkere dagen voor de kerk des Heeren. En het gevolg daarvan was, — of moeten wij dat juist omkeren —, dat de ongerechtigheid vermenigvuldigde en dat het volk dat naar de naam des Heeren genoemd was, de vreze Gods niet kende. Ik schreef al, moeten wij het omkeren. Namelijk dat dit leven van zonde en ongerechtigheid, dat vervuld zijn van de begeerlijkheden des vleses en dat opgaan in de dienst der wereld als gevolg had dat het Woord des Heeren schaars geworden was en het openbaar gezicht verdwenen.

Dan kan er alles zijn. Dan kan er de dienst des Heeren zijn en de offers op de gezette tijden gebracht worden, dat de gebeden vermenigvuldigd worden en al wat daar verder moet zijn en dat toch alles gemist wordt, omdat de Heere er niet in is.

Ja dat gaat zelfs zo ver, dat er van de jongeling Samuel geschreven staat: En Samuel kende de Heere nog niet.

En dat terwijl er toch ook van hem staat: Maar de jongeling was de Heere dienende voor het aanschijn van de priester Eli.

Dit is dus ook mogelijk, dat wij 't Woord des Heeren prediken in de ambtelijke bediening, dat wij als ouderlingen opzicht over de gemeente hebben, dat wij als onderwijzers het Woord des Heeren onderwijzen en dat er zelfs een goed getuigenis van ons gegeven wordt. Dat onze dienst geprezen wordt in onderscheiding van anderen, zoals Hofni en Pinehas, die toch ook de priesterlijke bediening waarnamen, maar die kinderen Belials genoemd worden en dat het getuigenis des Heeren niet anders en niet minder is, dan dat wij de Heere nog niet kennen. Ik weet wel dat velen in onze dagen dit verre van zich werpen en zeggen, dat dit een onmogelijkheid is. Dat men toch dit alles in oprechtheid niet kan doen en de Heere niet kennen, geen deel hebben aan het ware leven van Gods volk, omdat de Heere Zich nog niet aan ons bekend gemaakt heeft, geopenbaard heeft dus.

En toch staat dat hier duidelijk te lezen. De Heere riep Samuel, maar Samuel dacht dat het Eli was, die hem riep. En dat gebeurde zelfs tot driemaal toe. Zelfs Eli had nodig, dat Samuel tot driemaal toe geroepen werd, voordat hij verstond, dat het de Heere was, die Samuel riep.

Toch blijkt hieruit, dat Eli niet van kennis dienaangaande ontbloot was. Het kan zijn, dat Eli vanwege de jonkheid van Samuel niet gedacht heeft aan het roepen Gods. Maar hoe het ook zij, Eli vermocht Samuel in de wegen des Heeren te onderwijzen en hem te leren, hoe hij in dezen zou verkeren.

Eli leert hier Samuel luisteren. Dit is het eerste wat ieder van des Heeren kinderen zal moeten leren. En waar de Heere roept daar gaan zij ook luisteren.

Let er maar eens op, hoe dan het Woord van God anders gehoord en ook anders gelezen wordt. Hoe er dus onderscheiden geluisterd wordt en het onderscheid tussen wat van de mens is en wat des Heeren is opgemerkt wordt. Wat een voorrecht is het als er nog ouderen zijn, die de jongeren kunnen leren luisteren. Het is een aard en kenmerk van de jeugd, dat zij voorbarig zijn, dat ze menen dat zij het al gehoord en begrepen hebben, als zij nog moeten beginnen. Dit geldt zowel voor de tijdelijke als voor de eeuwige dingen.

Nu leert Eli hier Samuel, hoe hij luisteren moet en in welke gestalte dat rechte luisteren geschiedt. Spreek, Heere, want Uw knecht hoort. De nederige en kleine gestalte dus, die eigen onwetendheid belijdt en die begeert van de Heere onderwezen te worden. Daar is het toch: Heere maak mij Uwe wegen bekend en leer mij hoe en waar die zijn gelegen. Onderwijs mij in de weg Uwer waarheid, opdat ik mijn vermaak in dezelve vind. En hier wordt verstaan, hoe het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods.

Misschien dat nu iemand meent heel vernuftig te zijn en op te merken, dat dit alles was onder de oude bediening en dat de Heere nu spreekt door de Zoon.

Maakt dat dan verschil of Hij door openbaringen of gezichten tot ons spreekt of door de Zoon. Ik bedoel het zo, dat men nu niet meer hoeft te luisteren maar dat men het all weet en dat het dus nu heel gemakkelijk is geworden en dat men nu daar niet meer in en uit behoeft te leven. Wat zegt de Schrift ons dienaangaande: En het zal zijn in de laatste dagen zegt God, Ik zal uitstorten van Mijnen Geest op alle vlees en uwe zonen en uwe dochteren zullen profeteren en uwe jongelingen zullen gezichten zien en uwe ouden zullen dromen dromen. Het voorrecht der enkelingen onder het Oude Verbond zal algemeen goed worden. Want dit was het toch, dat de vervulling der Goddelijke belofte op de Pinksterdag schonk, dat daar een volk kon en mocht luisteren en de grote werken Gods in hun eigen taal hoorde verkondigen. Daar leerden zij ook luisteren en daar werden zij ook onderwezen in dat heilig recht des Heeren geopenbaard in de werken Zijner genade.

Zeker daar is onderscheid tussen de oude en de nieuwe bedeling, maar niet in deze zin, dat men toen de Heere alleen kende door Zijn spreken tot de ziel en Zijn Goddelijk onderwijs en dat nu dat onderscheid tussen menselijk en goddelijk onderricht is weggevallen en daar geen onderscheiden kennis meer is van de waarheid Gods. Dat een verstandelijk toestemmen van de waarheid in zich heeft het leven dat God Zijn volk beloofd heeft.

Integendeel! Zij zullen allen van de Heere geleerd worden, die Zijn Naam vrezen. Zij zullen allen van de Heere geroepen worden en naar Zijn stem leren luisteren. Zij zullen het onderscheid tussen een mensen woord en des Heeren Woord leren onderscheiden.

En omdat zij leren luisteren, kennen zij het spreken Gods. Zij kennen het rechtvaardig vonnis Gods dat in hunne zielen wordt ingeschreven en waar zij een levende kennis van bezitten. En onder dit oordeel doorgaande kennen zij ook de openbaring van de barmhartigheid Gods. En nu is dit alles het voornaamste, het eerste en het laatste, dat wij luisteren geleerd hebben. Velen klagen wel eens over de onverstaanbaarheid der prediking maar waar wordt de oorzaak gezocht. Ik zeg niet dat de prediking niet verkeerd kan zijn. Maar dit zullen wij alleen kunnen vaststellen als wij geleerd hebben te luisteren en als wij de gangen en wegen des Heeren kennen.

Want hoe zullen wij verstaan, wanneer ook van ons geschreven staat: En hij of zij kende de Heere nog niet.

Het ware luisteren wordt geleerd door de Heilige Geest. Deze immers zal in alle waarheid leiden en zal alzo de Zoon doen kennen. En was het nu al goed en schoon onder het Oude Verbond om in de dienst der schaduwen de rijkdom van Gods genade te leren kennen en de heerlijkheid der verzoening te aanschouwen in de tempeldienst. Hoeveel heerlijker is het dan nu, nu God spreekt door de Zoon.

In dat spreken Gods is de openbaring van de verborgenheid van Zijnen wil, opdat de Vader der heerlijkheid ons zou geven de Geest der wijsheid en der open­baring in Zijne kennis; namelijk verlichte ogen des verstands, opdat wij zouden weten, welke de rijkdom Zijner heerlijkheid is in de Heere Jezus Christus.

Daarom nogmaals, wij zullen moeten leren luisteren naar dat Goddelijk onderricht in de kennis van de Heere Jezus Christus. In al onze levensstrijd, in al de donkerheid en de vragen van ons leven, in al ons zoeken naar vastheid en zekerheid, zeggen wij het met ons ganse hart de psalmdichter na: Merk op mijn ziel, wat antwoord God u geeft. Wij hebben niets aan de menselijke wijsheid en ook niets aan onze verstandelijke kennis buiten dat spreken Gods in de openbaring Zijner verborgenheid. En dan nog eens: Onder dit Nieuwe Verbond spreekt de Heere door de Zoon. Daarom gaat het om de kennis van de Heere Jezus Christus. Om de levende persoonlijke kennis van Hem. Het gaat er om wat de dichter uitriep: Ik roem in God; ik prijs 't onfeilbaar Woord. Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord. Dan verstaan wij dat het geloof is uit het gehoor, door dat spreken Gods. Dan zeggen wij het ook de apostel na: Doch wij hebben niet ontvangen de geest der wereld, maar de Geest, die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons van God geschonken zijn. En welke zijn dat dan de dingen, die ons van God geschonken zijn, waarvan wij in de weg van het ware horen, zoals het op de eerste Pinksterdag zo rijkelijk openbaar werd, deelgenoot worden. Dit namelijk de levendmaking onzer zielen, de verzoening onzer zonden, de toeëigening van de gerechtigheid van Christus, de rechtvaardiging onzer zielen, de heiliging in de vergeving onzer zonden. De vereniging met Christus door het geloof.

Leert daarom luisteren en neemt alle onderricht te baat om in de weg der middelen gevonden te worden. Onzerzoek de Schriften, want daarin spreekt de Heere. Stel u onder de prediking in de rechte bediening van Gods Woord, want daaraan is Gods belofte verbonden. Doet dit alles in de rechte levenshouding. Doet dit in opzien en afhankelijkheid van de Heere en merkt op, wat God u te zeggen heeft, opdat gij alzo van de Heere Zelf geleerd wordt.

(Bleiswijk)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's