De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE Dordtse LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE Dordtse LEERREGELS

9 minuten leestijd

Zo is dan het geloof' een gave Gods; niet, omdat het aan de vrije wil des mensen van God wordt aangeboden, maar omdat het de mens metterdaad wordt meegedeeld, ingegeven en ingestort; ook niet daarom, dat God alleenlijk de macht om te geloven zou geven, en daarna de toestemming of het daadwerkelijk geloven van de vrije wil des mensen verwachten; maar omdat Hij, die daar werkt het willen en het werken, ja alles werkt in allen, in de mens teweegbrengt beide; de wil om te geloven en het geloof zelf.

HOOFDSTUK III/IV

Artikel 14

Het geloof een gave.

De gedachte, dat het geloof een gave Gods is, klinkt ons niet vreemd in de oren. We mogen verwachten, dat elke lezer van ons blad onmiddellijk denkt aan Efeze 2 : 8: „Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u het is Gods gave." En eveneens aan Fil. 1-: 29: „Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden."

Op welke wijze is nu het geloof een gave Gods?

De remonstranten dachten hierbij aan een geven van de macht om te geloven. En wat is dan die macht? Dat is een mogelijkheid om te geloven, die hierin bestaat dat God ons de vergeving van zonde aanbiedt. Dus bestaat hier de gave Gods in het aanbod van genade. Deze aanbieding wordt aan allen gedaan, die het Evangelie horen en nu hangt het van de vrije wil des mensen af. De mens heeft het vermogen om Gods genade aan te nemen van nature reeds. In onze dagen gaan sommigen wel verder dan de remonstranten. God doet veel meer dan aanbieden. Met de prediking komt de Heilige Geest mee. En ieder hoorder ontvangt zo de kracht en de werking des Geestes, die tot hem komt in de prediking. Maar tenslotte is het de hoorder zelf, die beslist. De een gelooft, de ander gelooft niet. Dat is een gevolg van een menselijke beslissing, zegt men. God maakt geen onderscheid. Hij biedt alle hoorders de zaligheid aan. Hij schenkt allen in deze ene uitwendig-inwendige roeping, die krachtdadig is, de Heilige Geest. Ieder krijgt dezelfde werking. Maar sommigen verwerpen toch de aanbieding. Maar wie het aanbod aanneemt en gelooft, ziet achteraf dat alles Gods gave is. Zo roemt men in God en alles schijnt goed te zijn, maar deze mens vindt toch de grond voor zijn laatste beslissing in zich zelf.

Ook dit synergisme doet aan de genade Gods tekort, al schijnt het de genade nog zo te prijzen.

Overal waar men geen onderscheid meer kent tussen de algemene en de bijzondere, de uitwendige en de inwendige roeping ligt dit arminianisme in zijn verfijndste vorm voor de deur. Velen zijn in onze dagen remonstrant, maar de duivel heeft niet stilgezeten na Arminius. Hij heeft voor hen, die hij alleen kon vangen als het op gereformeerd lijkt, een zeer verfijnd remonstrantisme ontworpen.

Dus het geloof is niet een gave in deze zin, dat het door God ter beschikking wordt gesteld. Het is niet zo, dat ieder de keus krijgt om Gods genade aan te nemen en te verwerpen. God geeft niet de keus, maar het geloof zelf. Misschien zou men het ook zo kunnen zeggen, dat God eerst de keus geeft om te geloven, maar dat ieder die genade afwijst. Het nieuwe stuk van de synode over de uitverkiezing zegt: „God verwerpt de mens, die Hem verwerpt" (blz. 19). Het stuk verzwijgt echter helaas het andere: God verkiest soms de mens, die Hem verwerpt. Al de uitverkorenen zijn van nature verwerpers van God en van Zijn Christus gelijk de anderen. Daar is geen onderscheid. En als de algemene roeping komt blijven uitverkorenen en verworpenen God verwerpen. Doch de Heere maakte in Zijn raad onderscheid en maakt dit ook in de tijd naar Zijn welbehagen. De Heere verkiest sommigen uit hen, die Hem verwerpen en Hij laat anderen, die Hem op dezelfde wijze verwerpen liggen in hun ellende. Hij gaat hen voorbij.

Dat alle mensen van nature God verwerpen wordt echter hier door de synode verzwegen. God verwerpt dus niet de mens, die Hem verwerpt, doch Hij verwerpt sommigen, die Hem verwerpen. Gelukkig niet allen, want dan was het voor ieder verloren. Ieder is immers van nature een Godhater en er is niemand, die God zoekt (Rom. 3 : 11). Ieder is een ongelovige. Dat ongeloof hoeft God niet in ons te werken, want dat ligt in ieder gevallen mens. Wij kunnen van nature alleen maar neen zeggen tegenover God en dat doen we van ganser harte. En de godsdienstige, hoewel onbekeerde mensen dan? Die zeggen ja tegen hun afgoden, doch neen tegenover de God en Vader van onze Heere Jezus Christus. Dat blijven wij doen, totdat we moeten geloven, omdat we overwonnen zijn. Calvijn heeft het ook hier wel goed gezien, omdat hij de Schrift mocht verstaan. Wat zegt de Schrift? We lezen in Johannes 6 vers 44, 45 uit de mond van Jezus: „Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. Daar is geschreven in de Profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij". Calvijn tekent daarbij o.a. aan....

„Daarom, gelijk Christus te voren gezegd heeft, dat de mensen niet bekwaam zijn om te geloven, zolang als zij van God niet getrokken worden; alzo zegt hij nu, dat de genade des Geestes krachtig is, waarmee zij alzo getrokken worden, dat zij noodzakelijk moeten geloven." De vrije wil ligt dus ter aarde. „Want aangezien wij dan eerst tot Christus beginnen te komen, als ons de Vader getrokken heeft, zo is het beginsel des geloofs geenszins in ons, noch ook enige voorbereiding tot het zelve. Wederom indien zij allen komen, die de Vader geleerd heeft, zo begaaft Hij hen niet alleen met de keuze om het geloof te verkiezen, maar met het geloof zelf." Zo werkt God een volkomen werk des geloofs. Dit geloof eigent zich Christus toe. „Want dit is de enige wijsheid, die alle uitverkorenen in de school Gods leren: tot Christus komen".

Ik schreef hierboven, dat Calvijn de dingen ook hierin wel goed gezien heeft, omdat hij, met de andere reformatoren de Schrift mocht verstaan. Ik zou in dit verband graag op het volgende wijzen. We hadden in de Middeleeuwen de r.k.-kerk. Daarin stond officieel de Schrift vooraan. Ook vandaag weet de roomse kerk nog best, dat er een Bijbel is. Men kan zelfs een opvallende neiging tot Schriftstudie in de laatste jaren daar vaststellen. Terwijl in het protestantisme de sacramenten hier en daar met kracht naar voren worden gebracht, neigt Rome meer naar de Schift. Van oude tijden af heeft Rome zijn Schriftbeginsel, zo als ook de reformatie zich daarop beriep. Maar wat was het verschil? Dat lag in de uitlegging van de Heilige Schrift. Rome had vanouds zijn traditie. In de Middeleeuwen werd deze traditie verstaan als een schat van bijbeluitleg. Dat was zij in de eerste plaats. De verkondiging en het onderwijs van de kerk was ook bij Rome een uitlegging van het Woord Gods. Maar die uitleg deugde niet. Rome had hoe langer hoe meer een verkeerd inzicht in het geheel der Schrift, in de wezenlijke kern van het Evangelie gekregen. Wat deed Luther? Hij voerde geen nieuw element in toen hij zich op de Bijbel beriep. Dat deed Rome ook. Doch Luther viel de gebruikelijke uitleg van de Schrift aan. Hij had een geheel ander inzicht in het Evangelie ontvangen door de verlichting des Geestes. Hij viel daarom de gebruikelijke exegese aan, vanuit het hoofdartikel der Schrift: de rechtvaardigmaking van de goddeloze. Rome probeert in onze dagen met meer kracht dan te voren haar verloren terrein terug te winnen, door haar exegese vanuit haar traditionele kijk op wat geloof en godsdienst is. Daar nu komt nu in onze dagen voor ons iets bij. Rome is een eigen geloof, de Reformatie is een eigen geloof, maar ook het Nieuw-Protestantisme, dat zo veelkleurig is, is een eigen geloof met een eigen visie op het geheel. En ook van vrijzinnigen en middenorthodoxen uit, d.w.z. van alles uit wat niet waar reformatorisch meer leeft en in die weg door de Geest geleid wordt, tracht men met behulp van een nieuwe exegese het geloof der reformatie krachteloos te maken en een heel andere godsdienst in te voeren. Tegenover Rome is de reformatie een andere godsdienst, maar ook dat breed uitwaaierende Nieuw- Protestantisme is een andere godsdienst, gemeten aan de reformatie. Daar wilde ik even de aandacht op vestigen van allen die zien willen. Wij staan in een machtige beweging der geesten, waarin het erfgoed der reformatie geweldig bedreigd wordt. De hoofdzaak van de exegese is niet taalwetenschap en denken, maar het licht des Geestes zoals Luther en Calvijn e.a. dat hadden ontvangen.

Vandaag zal het erfgoed der reformatie in stand blijven, indien het God behaagt nog een volk in leven te houden, dat door Zijn Geest verlicht en geleid wordt. Laat men echter niet denken, dat er een ineensmelting mogelijk is. Rome en de Reformatie dat is twee en de Reformatie en het Nieuw-Protestantisme dat is twee. Men kan niet geloof en werken ineen smelten. Dan valt de rechtvaardigmaking van de goddeloze weg. Dan is de Reformatie weg. En men kan niet de Reformatie en het synergisme van het overige deel ineen smelten. Dan is men de souvereiniteit Gods kwijt en heeft men de souvereine mens. God blijft in naam op de troon, maar de mens gaat regeren. 

Ik ben er niet zeker van, dat er niet menigeen is, die droomt van een vermenging van Arminius en Gomarus, Pelagius en Augustinus, Calvijn en Schleiermacher of Barth. Het kan niet. Het zijn twee verschillende godsdiensten in de praktijk.

Wel, zegt iemand, moeten we bij zo'n kleine minderheid blijven en in zo'n isolement? Is Gods volk niet altijd een nietig volk geweest? vraag ik. Elia dacht, dat hij maar alleen was. Zo was het niet. Maar 7000 is ook niet veel tegenover de massa anderen.

Voor ditmaal genoeg. Ik wou alleen maar wijzen op het gevaar dat de rechte prediking bedreigt, vanuit een geloof, dat afwijkt van het reformatisch geloof.

Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE Dordtse LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's