De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

GODS BELOFTEN

8 minuten leestijd

Nu dan, o God Israels, laat toch Uw Woord waar worden, hetwelk Gif gesproken hebt tot Uw knecht mijn vader David. 1 Kon. 8 : 26.

Uw Woord, hetwelk Gij gesproken hebt. Salomo pleit op Gods Woord, dat de Heere tot zijn vader David had gesproken. En wat was dit Woord van God? Het was een belofte, dat Salomo de Tempel mocht bouwen, waarin God woning op aarde wilde maken.

Het was Salomo haast te groot, om dit te kunnen geloven. In vers 27 spreekt hij: „Maar waarlijk, zou God op de aarde wonen? Zie, de hemelen, ja de Hemel der hemelen zouden U niet omvatten, hoeveel te min dit Huis, dat ik gebouwd heb". En is God nog niet dezelfde God, Die in en door Zijn Woord met beloften des heils tot ons komt. Want wat is de prediking anders, dan een spreken Gods tot mensen, waarin Hij laat oproepen tot bekering en dat altijd zeer dringend? Haast u om uws levens wil of leer mij mijne dagen tellen of wanneer Hij spreekt van het uitkopen van de tijd, dewijl de dagen boos zijn.

God belooft vergeving aan zondaren en een eeuwig leven in Christus, Die niet gekomen is voor rechtvaardigen (die zichzelf menen te kruinen rechtvaardigen voor God) maar voor zondaren (die dit bewust moeten gemaakt worden door de Heilige Geest). Wij willen nadenken over de beloften Gods en zien 1 het hopen erop; 2 het begeren ervan en 3 het bidden er om.

1. Het hopen erop.

Wij zien dit in onze tekst zo duidelijk bij Salomo. Want hoe onbegrijpelijk groot de belofte ook is, toch gelooft Salomo, dat God Zijn Woord zal waarmaken, dat Hij tot zijn vader David gesproken had. Daarom bidt hij in vers 28: Wend u nochtans tot het gebed Uws knechts en tot zijn smeking, o Heere mijn God. Dit is de taal des geloofs, dat altijd spreekt van nochtans. Het is altijd yrije genade van God en van onze kant IS het verbeurd, vandaar het nochtans. Hebt u met Gods kinderen dit nochtans ook in uw ziel beleefd of weet u hier nog niets van? Heeft de Heilige Geest u al geleerd, dat de Heere Uw God is, zoals Salomo hiervan zeker was gemaakt door God? Het kenmerk van het ware geloof is en blijft een hopen op de belofte Gods en zich hieraan willen vasthouden in leven en in sterven. Want God spreekt altijd van verzoening en vrede en vergeving en genade voor in zichzelf verloren zondaren. Hij wil een Tempel op aarde laten bouwen, waarin het altaar der verzoening is en waarin men de verzoening met God kan ontvangen. In Salomo's tempel door het bloed der offerdieren, die alle heen wezen op het bloed van het Lam Gods. En in dat bloed van Christus ligt het behoud van zondaren; die op dit bloed hopen, zullen van God bemind worden, want Christus' bloed reinigt de Zijnen van alle zonden. Is dit ook uw hoop en enige troost in leven en sterven (want het is alle mensen gezet om eenmaal te sterven en daarna het oordeel!)?

Maar dit hopen op Gods Woord moet de Heilige Geest ons geven en kunnen wij ons zelf niet geven. Dat denken velen wel, maar zij zullen hiermede bedrogen uitkomen. Gods volk is een arm en ellendig volk, dat nochtans op Zijn Naam vertrouwt. Er mag strijd zijn en toch is er geen twijfel aan de waarachtigheid van Gods beloften, want deze wordt door God Zelf steeds weer weggenomen. Maar voorwaarde voor dit hopen op Gods heilsbeloften is het horen van deze beloften, waarop de toepassing van de Heilige Geest zal kunnen volgen. Het horen is het begin en dan laat de Heilige Geest dit Woord en deze belofte van God beslag leggen op het hart van de mens en doet Gods Woord heerschappij krijgen over de harten der gelovigen. Salomo heeft dit gehoord van zijn vader David, die weer een afspiegeling was van de ware en grote Zone Davids Jezus Christus. Maar wat een voorrecht om Godvrezende ouders te hebben, die hun kinderen weten te spreken van de beloften Gods, hun gegeven. Dat de ouders de kinderen steeds wijzen op de Heilige Doop, waarin God Zijn beloften geeft en verzegelt.

Onderzoeken wij onszelf, of wij dit hopen op Gods beloften als een der ware kenmerken van het ware en zaligmakende geloof ook door genade in ons bevinden!

2. Het begeren er naar.

Dit zal eerst gekend moeten worden, wil er ooit van een hopen op Gods beloften sprake zijn, want Gods woorden moeten ons eerst onmisbaar zijn geworden, voordat zij ons dierbaar worden. Dit begeren moet elke dag opnieuw worden versterkt, wil het goed zijn, ook bij hen, die reeds het hopen leerden kennen.

Is deze begeerte er bij ons kerkgaan, of is dit alleen maar sleur? Velen begeren niet de beloften Gods, omdat zij menen, dat zij geen vergeving en genade nodig hebben, omdat zij niet weten van hun schuld voor God en nog nooit leerden nadenken over het toekomstige oordeel. Zij weten nog niet, dat het vreselijk is te vallen in de handen van de levende God, want onze God is een verterend vuur.

Anderen denken, dat zij zichzelf voor God kunnen rechtvaardigen en door offers en eigengerechtigheid kunnen zalig worden. Daarom heeft de mens van nature nooit begeerte naar Gods beloften, want deze begeerte kan alleen vrucht van de Heilige Geest zijn. Want uit zichzelf bouwt de mens op beloften, die geen enkele grond in Gods Woord hebben, of men eigent zich deze beloften als een vanzelfsprekendheid toe. Maar wat zal men daar toch bedrogen mee uitkomen voor de eeuwigheid!

Totdat de Heilige Geest de ogen komt te openen en ons bewust tot zondaren maakt en in de diepte der schuldbelijdenis brengt. Dan weet de mens geen uitkomst meer en op dat ogenblik beginnen Gods beloften voor hem nodig te worden als het enige middel, om nog aan het oordeel Gods te kunnen ontkomen.

Weet u hier al iets van? Want dit is nodig tot het verkrijgen van de zaligheid. Leerde u er reeds door de Heilige Geest om bidden? Want zo alleen wordt het ware vluchten tot Christus geleerd, Die het middelpunt is van alle woorden Gods en dus ook van de prediking. En deze begeerte en dit bidden is nooit tevergeefs, want wie bidt, die ontvangt.

Dit is de weg tot Christus, maar blijft bij Gods volk ook altijd de weg. De begeerte naar Gods beloften blijft het werk van de Heilige Geest en deze begeerte moet steeds sterker worden, wil het goed zijn. Wij mogen in deze begeerte niet verslappen! Want de oude mens breekt steeds weer door en werkt wereldse en zondige begeerten in het hart, zodat de wereldgelijkvormigheid steeds een groot gevaar blijft voor Gods kinderen.

3. Het bidden er om.

Daarom bidt de gelovige steeds dit gebed van Salomo: „Nu dan, o God Israels, laat toch Uw Woord waar worden". Wat is dit nodig. Ik moet in mijn ziel overtuigd worden en blijven, dat Gods beloften werkelijk voor mij zijn. Want ik heb er niets aan, dat er beloften zijn en niet zeker zou weten, dat zij voor mij gelden. Hiervan moet ik zekerheid hebben en deze zekerheid wordt bestreden door de duivel, die vanaf het Paradijs bezig is twijfel te zaaien in het hart omtrent de waarheid van Gods beloften. Het leven van Gods kinderen is niet altijd gemakkelijk; er wordt veel onrust gekend en hoe past de bede: leid mij in Uw waarheid. Spreekt de Bijbel niet van de goede strijd des geloofs tot troost van hen, die midden in deze strijd leven. Toch is dit de goede strijd, waardoor God Zijn kind oefent en bij Zich houdt en op deze strijd zal eens de overwinning volgen als het hoogste goed in de Hemel der hemelen.

Is er bij u dit vurige bidden om Gods beloften door de H. Geest als waar in uw hart te mogen beleven en daarop te pleiten en bouwen? Want in eigen kracht kunnen wij deze goede strijd des geloofs niet volbrengen. Maar hoe erg is het met de mens, die nog steeds niets van deze strijd kent, want dan wacht geen overwinning, maar een eeuwig durende nederlaag en ondergang.

Het rechte bidden leeft dan ook uit de verwachting, dat God aan mij Zijn Woord waar maakt en zal blijven maken. Hun, die hopend op Hem wachten, geeft Hij moed en krachten.

Het ware geloof twijfelt niet aan God, noch aan Zijn beloften, maar twijfelt wel steeds aan zichzelf, ziende op eigen onwaardigheid. Zij bidden om daarvan verlost te mogen worden en ondervinden steeds weer de verhoring in hun ziel. Zo wordt de verwachting op Gods Woord en beloften steeds sterker en in die ogenblikken weten zij zich welgelukzalig. Maar het zijn ogenblikken, die weer door andere worden gevolgd, waarin het donker is en alle zekerheid weer weg is en dan moet op het gebed de H. Geest hun steeds weer van de waarheid van Gods beloften overtuigen. Kent u iets van deze kenmerken van het ware geloofsleven, zoals wij het hier bij Salomo vinden? Totdat. . . het einde komt en God Zijn volk zal opnemen in Zijn heerlijkheid. Wat zal dat zalig zijn!

Gelijk Salomo de tempel heeft gebouwd, waarin God Zijn belofte waar maakte, zullen allen, die in Christus geloven, in het hemelse Jeruzalem komen en eeuwig God aanbidden. Die in Christus Zijn Woord vervuld en waar gemaakt heeft.

„Maar blij vooruitzicht, dat mij streelt".

Kent u dit door genade ook?

(IJsselstein)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's