De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het Nieuws Testament

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Nieuws Testament

9 minuten leestijd

I Thess. 4 : 13-18.

33

De vorige maal zagen wij dus, dat de apostel in vers 16 er op wijst, dat de vi'ederkomst van Christus éénmaal zal plaats vinden niet zonder dat er een bijzonder signaal gehoord zal worden. In ditzelfde vers zegt de apostel verder, waarin dit zal bestaan. „Want Hij, de Heere, zal met een geroep, met de stem des archangels en met de bazuin Gods, nederdalen van de hemel".

Ook wat Paulus hier zegt, heeft haar eigen betekenis.

Allereerst is hier dus sprake van de archangel, de aartsengel. Zo worden wij er ook in dit gedeelte weer aan herinnerd, dat bij de wederkomst des Heeren engelen betrokken zullen zijn.

Wij weten, hoe de engelen geschapen geesten zijn, geroepen God op bijzondere wijze te dienen. Hoewel gans anders van natuur, bestond er toch oorspronkelijk déze harmonie tussen hen en de mens, dat beiden geroepen waren tot éénzelfde dienst. Door de val van de mens is die harmonie echter tussen ons menselijk geslacht en de staande gebleven engelen verstoord.

Maar, het is te verstaan, dat als God de Heere in de loop der eeuwen tot Zijn eer Zijn heilsplan in deze wereld volvoert, deze engelen, die oorspronkelijk in die harmonische verhouding tot de mens stonden en die het steeds gaat om de ere Gods, met die volvoering bijzonder begeren mee te leven. En de Schrift laat ons tevens zien, hoe God Zelf de engelen inschakelt bij de afwikkeling van Zijn heilsplan. Herhaaldelijk spreekt de Schrift bij bijzondere momenten in de heilsopenbaring van engelenverschijningen. Hoe is dit b.v. bij de grote heilsfeiten? StelHg hebben zij hun dienstwerk daarbij met spanning en vreugde verricht. En ook nadat de grote heilsfeiten hebben plaats gevonden, blijven zij volgens de Schrift ingeschakeld bij het grote heilswerk Gods. Wij mogen op grond van de Schrift aannemen, dat zij nog steeds een taak hebben bij de vergadering en bewaring van de Kerk des Heeren op aarde én in het leven van Gods kinderen. Wij behoeven hier nog niet te vervallen tot Roomse superstitie (bijgeloof). Toch mogen wij elkaar misschien wel zeggen: reahseren wij het ons niet te weinig, dat de Heere nog altijd Zijn engelen gebiedt ten dienste van Zijn uitverkorenen en Hij hen uitzendt als Zijn gedienstige geesten?

Intussen, het is te verstaan, dat de engelen, die gezongen hebben in Efratha's velden bij de geboorte van Jezus en die gejubeld zullen hebben bij Zijn opstanding en hemelvaart, — die intens zullen hebben meegeleefd met Zijn vernedering én met Zijn verhoging, — ook betrokken worden bij het sluitstuk van die verhoging. Jezus Zelf leert ons b.v. in Matth. 24, hoe de engelen Hem bij Zijn wederkomst als een Koninklijke lijfwacht zullen oiïistuwen. En in onze tekst spreekt Paulus ervan, dat een aartsengel zijn stem zal doen weerklinken. Deze zal als het ware het signaal doorgeven én hemel en aarde zullen vernemen, dat de grote ure daar is!

De apostel heeft het hier dus over de aartsengel. Hij noemt verder geen naam. Wij weten, hoe in de Schrift één aartsengel meerdere malen bij name genoemd wordt: Michael. Deze speelt blijkbaar een bijzondere rol onder de engelen. Hij is degene, die van God uitverkoren is om, na de dood van Mozes, met de duivel te vechten om het dode lichaam van deze man Gods (Judas vers 9). Hij speelt ook een bijzondere rol in de strijd der geesten in de dagen van Daniël (Daniël 10). En hij strijdt, volgens Openbaring 12, na de hemelvaart van Jezus met de draak, wanneer deze blijkbaar de overwinning van Christus en daarmee de zaligheid van alle uitverkorenen nog wil betwisten. Wij vragen: is hij het ook, die nog een bijzondere taak zal hebben bij de wederkomst des Heeren?

De Schrift noemt hier zijn naam niet. Wij weten in deze dus niets zeker. Mogelijk echter is het.

Thans willen wij er acht op geven, dat de apostel dus verder zegt, dat bij de wedei^komst ook gehoord zal worden de bazuin Gods.

Natuurlijk moeten wij dit zinnebeeldig nemen. Maar juist zó heeft het diepe zin,

eveneens geheel passend in het verband.

't Is ons ook bekend, dat in de Schrift niet alleen meerdere malen sprake is van engelenverschijningen, doch eveneens van bazuingeschal. Juist bij bijzondere openbaringen Gods. B.v. als de Heere op de Sinaï komt tot Zijn volk. Dan is daar het geluid van de donder en het felle licht van de bliksem. Dan is daar tevens sprake van bazuingeschal. Hoe dit precies werd voortgebracht, weten wij niet, doch er was in elk geval een geluid, dat denken deed aan bazuingeschal. Natuurlijk werd het volk daardoor bepaald bij de gedachte, dat de Heere als dé Koning tot hen kwam. Immers, bazuingeschal behoorde bij intochten van koningen onder hun volk.

Bovendien moeten wij hier nog aan iets anders denken. Ook in Israels godsdienstig leven speelde de bazuin een rol. Hoogtedagen, de grote feesten en het begin van het jubeljaar werden met bezuingeschal ingeluid!

Zo verstaan wij nu ook, welke zin het kan hebben, als Paulus zegt, dat bij de wederkomst eveneens bazuingeschal zal vernomen worden. Ligt hierin ook weer niet een symbolische aanduiding, dat Christus zal wederkomen met Koninklijke majesteit bekleed? Hij is immers de Heere der Heeren en de Koning der Koningen?

Doch dan mogen wij in dit signaal nog méér horen! Reeds zagen wij, dat in de wijze, waarop de apostel in dit vers spreekt over de toekomst des Heeren, óók ligt opgesloten de gedachte van het komen ten gerichte. Hoe vreselijk zal die komst des Heeren zijn voor alle ongehoorzamen! Maar anderzijds zagen wij, hoe in de tekening, welke de Schrift hier geeft van die toekomst, tevens de gedachte van het troostrijke voor de gelovigen vervat hgt.

Wat ligt déze gedachte eveneens in de vermelding van dat bazuingeschal!

Onder Israël luidde bazuingeschal dus de grote feesten en het jubeljaar in. Krijgt dan het bazuingeschal bij de wederkomst niet déze diepe zin: omdat het dan ook betreft de komst van de Heere der Heeren, Die de ware vrede op de nieuwe aarde, onder de nieuwe hemel, zal brengen, zal die komst voor de gelovigen betekenen de vervulhng van alle feesten van Israël en van de Kerk, de aanvang van het eeuwige jubeljaar!

Nog eens stellen wij het ons voor de geest: volgens de apostel zal bij de wederkomst dus dat bijzondere signaal gegeven worden. Het zal uitgaan van de Vader, Die de "tijden in Zijn macht besteld heeft; de Zoon zal het overnemen, en de engelen zullen er ook bij betrokken zijn. Het zal echter van bijzondere betekenis zijn voor de ontslapen gelovigen.

Weer herinneren wij ons dat er zorg was in de gemeente van Thessalonica over het toekomstig lot van dezen. Zouden dezen delen in de blijdschap van de ontmoeting^ met de komende Heere?

Die zorg behoefde er niet te zijn. Die vreugde zou die ontslapenen niet ontgaan. Al zijn zij reeds gestorven en rust hun hchaam in het graf, — dat signaal zal zijn als de wekstem, welke hen wakker roept uit het graf.

Paulus zegt: die in Christus gestorven zijn, die ontslapenen dus, die leerden leven uit Christus en stierven in bijzondere gemeenschap met Hem, zullen eerst opstaan.

Ja, dat zal dan éérst gebeuren. Wat vérder bij de wederkomst des Heeren geschieden zal en de ongekende heerlijkheid, die dan voor alle gelovigen zal aanbreken, zal hen niet ontgaan. Zij zullen erbij zijn, doch dan, zoals God de mens oorspronkelijk geschapen heeft, in die twee-éénheid van ziel en hchaam, om alzo de dingen te beleven en te verwerken. En daarom zullen zij eerst opstaan.

Laat het ons niet ontgaan, hoe in dit rijke Schriftgedeelte het één op een schone wijze aansluit bij het andere. Welk een rijkdom en schone orde van gedachten! De apostel sprak eerst in dit gedeelte van de gestorven gelovigen als ontslapenen. En hij wilde daarmee zeggen: na hun dood zijn zij als slapenden, die de nieuwe morgen tegengaan. Hier wil hij als het ware zeggen: bij het aanbreken van die nieuwe morgen, van de wederkomst des Heeren en de volle heerhjkheid, ziiUen zij zijn als slapenden, die uit hun slaap worden gewekt. Het bazuingeschal, dat dan weerklinken zal, is als zulk een wekstem!

Welk een wonder zal dat zijn: de verrijzenis van deze gestorven gelovigen! Het ongeloof weet er geen weg mee, twijfelt eraan, lacht er om en ontkent de mogelijkheid ervan. Maar het geloof dat wéét van en vertrouwt in een God,

Die alle dingen uit niet geschapen heeft en Zijn Zoon vlees deed worden en uit de doden wederriep, aanvaardt die mogeHjkheid, en verwacht, dat het éénmaal geschieden zal, naar het Woord.

En wij komen er weer van onder de indruk: dat geweldige, die opwekking uit de dood, is voor de Almachtige als roept Hij slapenden wakker uit de slaap!

Nog één ding moet ons in dit vers opvallen. De apostel heeft het hier dus alleen over de opstanding van de gestorven gelovigen. Natuurlijk weet hij ook van de opstanding der ongelovigen. Dat bewijzen andere gedeelten uit de Schrift. Inderdaad, ook de ongelovigen zullen éénmaal opstaan. Doch dat zal zijn om naar ziel én lichaam het eeuwig oordeel te ontvangen. Iets hiervan schemert ook in dit Schriftgedeelte door, wanneer de apostel hierin uitdrukkingen bezigt, die er op wijzen, dat de wederkomst des Heeren ook gericht zal inhouden.

Echter, 't is begrijpehjk, dat de apostel hier over déze opstanding en wat daarop volgen zal, niet nader spreekt. Het gaat er hem immers om de gemeente van Thessalonica te troosten in hun zorg over het lot der gestorven gelovigen? Daarom stelt hij hun opstanding en wat dan met hen gebeuren zal, in het volle licht! Welk een troost voor de gemeente van Thessalonica en ook voor ons, dat éénmaal die zalige opstanding zal plaats vinden!

Intussen, — bij de wederkomst zullen er nog in leven zijn. Doch samen zullen zij, de verrezenen en de dan nog levenden, de ongekende heerhjkheid deelachtig worden!

Daarover schrijft de apostel in het volgende vers. De bespreking van dat vers bewaren wij tot een volgende keer!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Uit het Nieuws Testament

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's