De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

7 minuten leestijd

In „In de Waagschaal" van 16 september wordt een brief gepubliceerd van de Werkgroep éénwording Hervormden en Gereformeerden. We zullen ons herinneren dat deze werkgroep ontstaan is na de verklaring van een achttiental hervormde en gereformeerde predikanten die omstreeks Pinksteren uitging, waarin men de noodzaak stelde van éénwording der beide genoemde kerken. Van de mogelijkheid om adhaesie te betuigen hebben intussen velen gebruik gemaakt, aldus deze brief. Door de grote stroom brieven was men meer dan verrast. Er waren ook wel kritische stemmen, die tot nuchterheid maanden, maar men is en blijft er toch ten diepste van overtuigd, dat de verdeeldheid de weg van de kerk van vandaag naar morgen verspert. Tegenover de vraag: „hoe kan het? " stellen zij even dringend: „zo kan het niet langer!"

Eén dezer dagen werd een tweede verklaring gepubliceerd. Daarin lezen we o.a.:

De instemming van velen heeft er toe bijgedragen, dat voorbereidingen worden getroffen voor een congres op 26 mei 1962 in de Domkerk te Utrecht onder het thema: „VAN KERKEN TOT KERK", gehoorzaam aan één opdracht, bezield door één toekomst. In oktober zal onder hetzelfde thema een boekje verschijnen, waarin richtlijnen voor vijf gespreksavonden van Hervormden en Gereformeerden worden gegeven. De aldus plaatselijk gevormde gesprekskringen kunnen op het congres gericht zijn.

Vooral de vrijgemaakte gereformeerden hébben kritiek op dit streven naar deze éénwording, maar in de gebonden Geref. Kerken is er ook een groep die zich met kracht tegen deze gang van zaken verzet. Dit is dan de rechtse modaliteit in de Geref. Kerken, die overigens schijnbaar een langzaam verdwijnende minderheid is in het grote geheel van de Geref. Kerken. Niettemin zijn ze, dunkt ons, met hun vragen en opmerkingen wel lastig; ze zijn zo consequent gereformeerd en stellen daarmee dan de voorstanders van de eenwording en de aansluiting bij de Wereldraad voor netelige problemen. Prof. Nauta is b.v. zo'n voorstander van eenwording en wereldraad, maar tegelijkertijd wil die ook vasthouden aan Afscheiding, Doleantie en aan de verschillende tuchtuitspraken van de Geref. Kerken in de loop der tijden. Hij is het ook die zelf de z.g. Vervangingsformule gehandhaafd wilde zien. Op de conferentie in Woudschoten werd aan prof. Nauta gevraagd hoe hij dacht over het meedoen van de Geref. Kerken aan de Wereldraad van Kerken. Hij vond dat de gereformeerden daar bij hoorden. In de Persschouw van Waarheid en Eenheid van 1 september lezen we daarover:

Ik kan hier echt niet bij. Ik kan mij voorstellen, dat zij, die zich over de waarheidsvraag niet druk maken en die al het gedoe met vervangingsformule enz. zonde van de tijd vinden en belachelijk daarbij, pleiten voor aansluiting bij de Wereldraad van Kerken. Maar dat mannen als Nauta, die de vervangingsformule willen handhaven en dus voor kerkelijke eenheid een heel smalle basis wilden — afgedacht nog daarvan, dat de vervangingsformule berustte op scholastieke constructies en in ging tegen Schrift en belijdenis — aansluiting bij een Wereldraad van KERKEN willen, die een uiterst summiere, veel te geringe en voor veel te veel uitleggingen vatbare basisformule heeft, daar kan ik niet bij.

Ik zou wel eens graag van prof. Nauta, die alles behalve dom is, willen horen, hoe dat samengaat. Ik kan natuurlijk niet veronderstellen, dat prof. Nauta, die naar de Schriften luisteren wil, zijn standpunt aangaande aansluiting bij de Wereldraad inneemt, indien daartoe niet gedrongen door de Schriften, zoals ik altijd heb aangenomen, dat prof. Nauta meent, dat de gehoorzaamheid aan de Bijbel de handhaving van de vervangingsformule eist. Overigens hoop ik, dat, als prof. Nauta uiteen gaat zetten, hoe hij zo ruim kan zijn in „oecumenische" vragen en hoe hij zo eng is in „kerkelijke" vragen, hij niet zal gaan zeggen, dat de kerkrechtelijke handelingen in 1944 enz. „ordemaatregelen" waren. Dat schijnt hij ook in Woudschoten verkondigd te hebben. Precies als een vader, die om een of andere gril wil, dat zijn kinderen om 8 uur binnen zullen zijn en die dan zijn kinderen straft, niet omdat ze kwaad deden 's avonds na 8 uur, maar omdat ze niet stipt gehoorzaam zijn aan zijn grillen. Waarmee ik niet wil zeggen, dat de Synodebesluiten grillen waren — integendeel. Uitgaande van de Kuyperse theologie, uitgaande van scholastieke gedachtengangen, waren die besluiten zeer aanvaardbaar en kan men zich verwonderen over de betrekkelijke mildheid. Mits, nogmaals, men gaat staan op de grondslag van de Kuyperse theologie, mits men scholastieke gedachtengangen aanneemt.

Nu heeft de Persschouwer van De Reformatie in het vrijzinnige gemeenteblad Contact ontdekt, dat ds. I. J. van Houte, die zichzelf ook vrijzinnig noemt, medeondertekenaar is van de oproep van Pinksteren, en deze vrijzinnige predikant deelt dan in genoemd blad nog mee, dat het de bedoeling was dat er nog meer namen van vrijzinnigen onder de oproep zouden staan, doch dat dit alleen door toevallige omstandigheden n achterwege gebleven is. Het is te begrijpen, dat deze vrijgemaakte Persschouwer zich afvraagt of de afwijking van de gereformeerde ondertekenaars minder ernstig is dan de „afwijking" in 1944, toen de synode van Utrecht overging tot schorsing en afzetting van een aantal ambtsdragers.

Daarop aansluitend lezen we in Waarheid en Eenheid van 15 september over deze oproep van de 18 ondertekenaars: 

Het is een teken aan de wand. We lopen gevaar,  in een geheel verkeerde richting te worden gedrongen. De drang naar de aansluiting bij de Wereldraad ligt in hetzelfde vlak. Laten we allen opwaken om het erfgoed van Afscheiding en Doleantie te verdedigen en te bewaren in Gods kracht. De valse eenheid bedreigt ons. De valse oecumeniteit verslaat haar duizenden. Zij is een dodelijk gevaar. Wij hebben onze gebeden te vermenigvuldigen en de Here te smeken, dat Hij onze Kerken wil bewaren bij Zijn Woord met verwerping van al wat daartegen strijdt.

Telkens vindt men in deze publicaties de vinger gelegd bij het hinken op twee gedachten in de Geref. Kerken. In de gehele houding zit een inconsequentie die ook uitgroeit tot een onbillijkheid. Het blad Waarheid en Eenheid, dat er hartstochtelijk op uit is om de gescheidenheid tussen vrijgemaakten en gebondenen ongedaan te maken, wijst daar ook met een onuitsprekelijke vasthoudendheid op. Het blad W. en E., dat men blijkbaar overigens maar laat praten, wil dat de Geref. Kerken openlijk bekennen dat er in 1944 onrecht gepleegd is en dat men dit ook weer herstelt en goed maakt. Blijkbaar heeft men op de conferentie, te Woudschoten ook prof. Nauta daar naar gevraagd, maar hij heeft er zich — volgens W. en E. — met een dooddoener van afgemaakt: 'k Zie deze fout ook bij prof. Nauta, die naast vele „kloeke" dingen op de Woudschotenconferentie, uitgedaagd op 1926 en 1944, zei, dat onze kerken toen niet anders konden „ondanks alle gebreken die er toen geweest zijn". Maar waarom, heeft deze hoogleraar — en nu plaats ik mij even op zijn standpunt — toen niet eens iets gezegd van die „alle gebreken? " En waarom heeft prof. Nauta bij mijn weten nog nooit eens uiting gegeven aan die gebreken? Want met een algemene opmerking „ondanks alle gebreken" is nog zo heel weinig gezegd. En waarom laat prof. Nauta ons jaren en jaren zwoegen om zo mogelijk op christelijke wijze die gebreken bewust te maken, opdat hun schadelijke werking door Gods genade zal ophouden? Het is gemakkelijk om in het aangezicht van prof. Kraemer en prof. Berkhof zo'n formule te plegen, maar voordat de Woudschoten-vrienden onder leiding van prof. De Gaay Fortman in de kapel tot het eindgebed ingingen, was het beter geweest om iets van die „alle gebreken" concreet te maken, opdat men dieper geweten had waarvoor men bad.

Ook al in verband met de oproep tot eenwording heeft prof. Br. Wurth aan de Herv. Kerk een vraag te stellen. Deze kerk begeert een Christus-belijdende kerk te zijn, maar tegelijkertijd blijft de Herv. kerk er voor terugdeinzen om tot een bevredigende solutie te komen ten aanzien van de vrijzinnigen in de Herv, kerk. De vrijzinnigen vragen zelf duidelijk en onomwonden om zulk een beslissing, maar de Herv. kerk zelf blijft nog maar steeds het antwoord schuldig. In het Geref. Weekblad (Kok) van 15 sept. verzoekt prof. Br. W. op dit punt dan om een reactie en antwoord:

Sinds verscheidene jaren lees ik zeer trouw het vrijzinnige orgaan „Kerk en Wereld". Daar wordt steeds weer opnieuw aan de Synode de eis gesteld dat zij ten aanzien van de vrijzinnigheid eindelijk eens kleur zal bekennen. Mag de Synode nog langer nalaten daaraan gehoor te geven en nu ook van haar zijde duidelijke taal te gaan spreken?

Wij zouden zo gaarne van hervormde zijde eens een reactie op wat wij hier schreven vernemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's