Kerknieuws
Drs. J. J. Tigchelaar.
D.V. dinsdag 24 oktober hoopt de familie Tigchelaar naar Noord-Kenya te vertrekken.
De afvaardiging zal plaats hebben D.V. dinsdag 10 oktober a.s. in de Broederkerk te Kampen.
De bevestigingsrede zal worden verzorgd door ds. L. Blok van Capelle aan de IJssel.
De bevestiging zal worden verricht door ds. A. Meyers.
Daar drs. Tigchelaar nu tot predikant wordt bevestigd, gebeurt deze bevestiging met handoplegging van de aanwezige predikanten.
In die zelfde dienst hoopt hij zijn intreepreek te houden.
Ds. G. Alers.
1 oktober jl. herdacht ds. G. Alers, dat hij 50 jaar geleden in het ambt werd bevestigd te Goudriaan. Hij diende voorts de gemeenten Middelharnis en Dordrecht. Na zijn emeritaat vestigde ds. Alers zich in Rotterdam. Lange tijd vervulde hij spreekbeurten in verschillende gemeenten, zolang het afnemend gezichtsvermogen het hem nog maar enigszins toeliet.
Examen.
De heer G. Smaling te Utrecht slaagde voor het kandidaatsexamen in de theologie.
Ds. C. J. van den Broek nam afscheid van Ridderkerk.
In een geheel gevulde Singelkerk bediende ds. C. J. van den Broek voor de laatste maal als predikant van de gemeente Ridderkerk het Woord van God. Uitgangspunt voor de prediking was Handelingen 20 : 12: „en zij brachten de knecht levend en waren bovenmate vertroost".
In het teksthoofdstuk wordt verhaald van het zevendaags verblijf van Paulus in de gemeente Troas, waaraan deze met bijzondere banden verbonden was. Tijdens de afscheidspreek aan het eind van het zevendaags verblijf, was er sprake van een zo grote gemeenschapsoefening, dat Paulus zijn rede tot middernacht uitstrekte. Daar wordt echter plotseling de droefheid om het afscheid nog extra vergroot doordat Eutychus uit het raam dood ter aarde valt. Maar juist door dit aangrijpend gebeuren heen wordt de genade Gods des te heerlijker openbaar, want als Paulus de jongeling in zijn handen neemt wordt hij van dood levend. Zo werd de droefheid bij het afscheid van Paulus toch heerlijk overstraald door de troostrijke aanwezigheid Gods, en stonden verdriet en vreugde toch vlak bij elkaar.
Zo mocht ds. Van den Broek ook na een diensttijd van 5% jaar de gemeente achterlaten. In de voorbijgegane periode was de droefheid de gemeente niet gespaard en nu bij het afscheid kwamen deze dingen voor de geest. De enorme uitbreiding van de plaatselijke gemeente heeft vaak bijzondere grote problemen opgeroepen en ook nu bij het afscheid zit de gemeente er nog middenin. „Mij is de laatste weken wel eens gezegd", aldus ds. Van den Broek, „het zal lang duren voordat in de nu komende vacature is voorzien". Gelukkig echter ligt de beslissing hierover niet bij de mens. Ook nu mag bij het afscheid tot troost worden gezegd, dat Christus Zijn gemeente niet verlaat en dat de poorten der hel de gemeente niet zullen overweldigen. Dit kan slechts de enige troost zijn ook bij het grote afscheid dat ieder moet nemen aan het eind van zijn leven, en waarbij slechts twee mogelijkheden zijn. Zo kunnen door de troost des Geestes ook nu hij dit afscheid de droefheid en de vreugde vlak bij elkaar zijn.
Na de dienst richtte de scheidende predikant zich in een apart afscheidswoord tot diverse collega's, o.a. de centrale kerkeraad en de wijkkerkeraad, die hij Gods ondersteuning toewenste in de komende vacaturetijd, de ringcollega's en de plaatselijke collega's alsook de afgevaardigden van het gemeentebestuur. De afgevaardigden van de classis Dordrecht, wenste hij toe dat deze classis in dezelfde sporen zou mogen gaan als eertijds tijdens de synode 1618-1619, en dat ze zo vruchtbaar zou mogen zijn voor de Hervormde Kerk als geheel. Zich tot de gemeente richtend zei hij, dat hem destijds bij zijn intrede de grote mensenmassa had aangegrepen en dat hij zich had afgevraagd hoe hij in staat zou zijn de herdersstaf te voeren over een zo grote gemeente. En hoewel hij nu niet met de woorden van wijlen ds. v. d. Graaf wilde zeggen: in Ridderkerk ben ik pas dominé geworden, kon hij er toch wel van gewagen, dat hij In het werk in deze grote gemeente was ingegroeid.
Tenslotte sprak hij over de verheugend goede belangstelling op de catechisaties, die hij steeds met vreugde had gegeven. Ook memoreerde hij nog.de lidmatenkring die hij juist de afgelopen week ten doop had mogen houden.
In antwoord op het afscheidswoord van ds. Van den Broek spraken ds. Fokkema, namens de classis Dordrecht en ds. Bossenbroek namens de ring Ridderkerk. Ds. Sinke verving de door bijzondere omstandigheden afwezige consulent ds. Noltes, en sprak zijn waardering uit voor het werk dat ds. Van den Broek o.a. als praeses van de centrale kerkeraad voor de gemeente had gedaan. Ds. Bartlema, emeritus predikant te Ridderkerk, memoreerde hoe er destijds vreugde bij hem was geweest toen hij in de lijdenstijd van 1956 ds. Van den Broek als zijn opvolger had mogen bevestigen. Nu bij het afscheid echter was er allerminst reden om verheugd te zijn, maar, aldus ds. Bartlema, het is goed om het Lam te volgen, waar het ook heengaat. Tenslotte vertolkte ouderling Kruithof de gevoelens der gemeente door er op te wijzen, dat de scheidende predikant nooit speciale vrienden had gezocht, maar in pastorale bewogenheid het belang van de gehele gemeente had gezocht.
Voor ieder van de gemeenteleden stond de pastoriedeur dan ook altijd wijd open. Zo is het genade dat de gemeente haar predikant heeft leren waarderen en hem nu slechts node ziet vertrekken.
Tenslotte zong de gemeente ds. Van den Broek staande de zegenbede uit Psalm 121 : 4 toe. Na het einde van de dienst maakten zeer velen van de gelegenheid gebruik om in de consistorie met een handdruk afscheid te nemen van ds. en mevrouw Van den Broek.
Afscheidsavond ds. Van den Bosch.
Bodegraven, 28 september 1961.
Donderdag 28 september werd door de kerkeraad een afscheidsavond belegd i.v.m. het vertrek van ds. Van den Bosch naar Gorcum. Op overweldigende wijze heeft de gemeente getoond hoe node ze haar geliefde herder en leraar zag vertrekken want het jeugdgebouw „Berêa" was overvol met gemeenteleden om deze avond mee te maken. De leiding van deze avond berustte bij ds. Den Hartogh, die in zijn openingswoord namens de gemeente ds. Van den Bosch hartelijk dank zegde voor alles wat deze voor de gemeente van Bodegraven heeft mogen zijn. Sinds de enkele maanden dat ik hier ben heb ik kunnen constateren welke grote plaats u in onze gemeente inneemt. Namens kerkeraad en kerkvoogdij spraken resp. de heren De Bruin als ouderling en de heer Vreeken als pres.kerkvoogd. Namens beide colleges boden deze heren een staande oud-hollandse klok aan. Bij monde van de heer Voordouw overhandigde deze namens de jeugdcommissie een pastel-schilderij met daarop de Ned. Herv. kerk van Bodegraven, terwijl de heer Van de Werken namens de redactie van „Muzikale Ontmoetingen" en de luisteraars van de kerktelefoon een prachtige interieurfoto van de kerk aanbood aan ds. Van den Bosch. Dit geschenk werd overhandigd door een van de oudste luisteraars van de kerktelefoon, nl. de heer Verwey. Mevrouw van den Bosch werd door de oudjes en zieken ook niet vergeten want mej. Koole overhandigde haar een prachtige bloemenmand. Ook de afgevaardigden van de Mannenvereniging en de Zendingskrans resp. de heer Van Galen en mej. Van Dam lieten hun woorden vergezeld gaan van geschenken. De afgevaardigde van de Zondagsschool de heer Baelde liet blijken hoe erg men het ook in deze kring vond dat ds. en mevrouw Van den Bosch gaan vertrekken. Tenslotte was het mej. Leida Zekveld die namens de gemeente sprak-en als dank voor al het goede dat Bodegraven in de zeven jaren van ds. Van den Bosch mocht ontvangen een enveloppe aanbood met een inhoud van bijna ƒ600, — ter vrije beschikking. Aan het eind van deze sfeervolle avond sprak ds. Den Hertogh nog gevoelvolle woorden, woorden enerzijds van weemoed vanwege het vertrek, anderzijds van blijdschap, want aldus ds. Den Hartogh: God zegt tot dezen „komt" en hij komt en tot genen „gaat" en hij gaat, maar Gods Woord blijft tot in eeuwigheid. Ds. van den Bosch was diep onder de indruk voor de blijken van aanhankelijkheid en trouw en zeide dat hij de gemeente van Bodegraven nooit zal kunnen vergeten. U hebt mij gedragen en verdragen in al mijn zwakheden en u weet de moeite die ik gehad heb om naar Gorcum te moeten afreizen. Hij zegde allen hartelijk dank voor de vele geschenken en deelde tevens mede dat nog ƒ400, — van diverse kerkgangers was ontvangen om hun dankbaarheid te tonen. Stel u trouw onder de prediking van ds. Den Hartogh en omring hem met al uw liefde en gebed, zoals u dit ook bij mij deed, aldus ds. Van den Bosch.
Nadat nog gezongen was Psalm 52 : 7 sloot ds. Den Hartogh deze avond, waarna alle aanwezigen persoonlijk afscheid namen van ds. en mevrouw Van den Bosch.
Afscheidsdienst van ds. C. van den Bosch van Bodegraven.
Zondagavond 1 oktober heeft ds. C. van den Bosch afscheid genomen van de Hervormde Gemeente van Bodegraven. Het Hervormde Kerkgebouw kon alle toehoorders ternauwernood bevatten.
Als voorzang liet ds. Van den Bosch Psalm 68 : 10 zingen. De Schriftlezing was Jas. 40 : 1—9, terwijl als tekst was gekozen: 2 Cor. 13 : 13, waar gelezen wordt: „De genade des Heeren Jezus Christus en de liefde Gods en de gemeenschap des Heiligen Geestes zij met u allen. Amen".
Ds. van den Bosch wilde als opschrift boven deze prediking zetten: „Onder goede geleide".
Als inleiding hiertoe vertelde ds. Van den Bosch, dat na deze laatste prediking als predikant van de gemeente Bodegraven, de acte van losmaking hem zou worden overhandigd. Die acte is echter van geen betekenis als we letten op de acte van verbintenis, die al getekend is op Golgotha door het bloed van Christus. Hiermede heeft de Heere God zich vrijwillig verbonden voor eeuwig. En als dan ook de dienaar weg is. God blijft. God verplaatst Zijn arbeiders maar Zijn arbeid zet Hij voort. Welke troost is dat. Ik, aldus ds. Van den Bosch, mag u biddend gaan overdragen en nooit zullen zij te schande worden, die zich op Hem verlaat. Bij Hem staat u onder goede geleide, waarover de tekst dan ook spreekt. De tekst die geen onbekende voor u is, want hoevele zondagen is zij al niet uitgesproken. Voor ons is het geworden een vast bestanddeel van de liturgie. Er in zijn bergen, vol zaligheid; schatten van heil. Deze tekst is een edelgesteente, waarin drie facetten flonkeren, welke wij afzonderlijk zullen bezien; nl. 1. de genade van de Heere Jezus Christus; 2. de liefde Gods; en 3. de gemeenschap des Heiligen Geestes.
Sprekend over het eerste facet, nl. „de genade van de Heere Jezus Christus, " stelde ds. Van den Bosch min of meer de vraag of het niet liever zo zou moeten zijn dat juist dit facet niet op de eerste maar op de tweede plaats zou moeten staan. Waarom de Zoon voorop en niet de Vader? Het waarom is kort en duidelijk, want wij kunnen van de liefde Gods niets afweten zonder de genade van de Heere Jezus Christus. Afgezien van de Middelaar zijn wij stof tot toorn. De stof tot blijdschap kan er alleen bestaan in Christus Jezus. Hij immers had de ware gehoorzaamheid. Hij bracht de gerechtigheid aan. Op het woord „genade" in dit stuk, aldus ds. Van den Bosch, zijn wij mensen niet zo gebrand. Gratie door de kruisdood voor verbeurdverklaarden, voor faillieten. Toch is die genade met ons geweest. Daarom ook zijn wij overgezet in het licht. Die genade is nog elke dag met ons bezig en wel actief. Aan die genade hebben wij het te danken, dat wij behouden mogen worden, als we voor de rechterstoel staan. Gemeente, aldus ds. Van den Bosch, is dit al uw deel geweest? Dit heb ik u zeven jaren lang mogen prediken. U bent onder de hoede van Christus gekomen.
Sprekend over „de liefde Gods" merkte ds. Van den Bosch op dat het nog al eens aan liefde ontbreekt in de wereld. Is er de liefde op de top-conferenties, bij de chemici? Luister toch naar de Bijbelse boodschap. Er is al een top-conferentie geweest voor de grondlegging der wereld. De liefde is realiteit geworden. De liefde daarvan is, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Zij is vlees en bloed geworden.
Zo baande God op geheel eigen kosten de liefde Gods. God heeft u vrijwillig liefgehad. Waarom wij? God heeft u lief, omdat Hij u vrijwillig liefgehad heeft. Laten we zingen van die vrije gunst, die eeuwig Hem bewoog.
Die liefde Gods vraagt ook alles en gedoogt niets naast zich. Ze brandt alle vrome reserves finaal weg, want wie Vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig.
Als we dit hebben, zijn we onder goede geleide. Mijn afscheidswens is: „De liefde Gods zij met u allen".
Tenslotte komend aan het derde facet: „De gemeenschap van de Heilige Geest", zei ds. Van den Bosch dat de Heilige Geest ons in verbinding brengt met ons zelf en óók in de gemeenschap der heiligen. Als dat gekend wordt, dan heeft Hij uw stenen hart weggenomen, dan troost en leidt Hij u, dan getuigt Hij u, dat u een kind van God bent.
In Corinthe mankeerde nog al wat aan de ware eenheid. Daarom was dit Paulus' afscheidswens.
Waar is, aldus ds. Van den Bosch, de wonderlijke liefde en harmonie in Bodegraven? Acht de een zich niet beter dan de ander? Christus kan u die eenheid geven. Het onderlinge gemeenschapsleven wens ik u toe, aldus ds. Van den Bosch.
Het „met u allen" geldt voor alle drie facetten, en in bescheidenheid wil ik dit van Paulus overnemen. Hemel en aarde zijn getuige van het Woord, dat ik u verkondigd heb. Ik draag u op aan de drieënige Verbonds-God.
Ere zij de Vader en Zoon en Heilige Geest, nu en immer en van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Staande werd op verzoek van ds. A. de Hartogh de scheidende predikant nog toegezongen Psalm 121 : 4, waarna deze kerkdienst besloten werd met de zegenbede uit 2 Cor. 13 : 13, welke de tekst van deze avond was.
Na afloop van deze afscheidsdienst bestond er in de consistoriekamer nog gelegenheid om persoonlijk van ds. en mevrouw Van den Bosch afscheid te nemen, waarvan door velen gebruik werd gemaakt.
Afscheid ds. J. Lekkerkerker van Bergambacht.
De stampvolle dienst begon met het zingen van Psalm 68 : 10. Na votum en wet werd gezongen Psalm 19 : 6, waarna gebed. De tekst voor de prediking was Mattheüs 6 : 13; „Want U is 't Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen." Tijdens het collecteren zong de gemeente Psalm 130 : 2 en 4.
Het gehoor werd bepaald bij drie gedachten: 1. God-verheerlijkend slot; 2. een bemoedigende pleitgrond; 3. gelovende eenswillendheid.
De gehele prediking stond in het licht van alleen het Koninkrijk is des Heeren. Hem is de kracht en de heerlijkheid, eeuwiglijk. Met het woord Amen en de verklaring daarvan besloot ds. zijn ambtswerk en zijn prediking in Bergambacht. Gezongen werd hierop het Gebed des Heeren 1, 9 en 10.
Hierna richtte ds. Lekkerkerker woorden van afscheid tot de volgende collega's en personen: kerkeraad; kerkvoogden en notabelen; burgemeester, wethouder en gemeente-secretaris; afgevaardigden van de Geref. Kerk; afgevaardigden uitgetreden Herv. Kerk; class, bestuur Gouda; ring, waarvan vertegenwoordigd was ds. Kalkman, a.s. consulent; voorlezer; organist; koster; verenigingen; zondagsschool en catechisanten; Chr. School; bestuur van de Schakel en de tuinman. Tenslotte wenste ds. Lekkerkerker de consulent een goede samenwerking met de kerkeraad toe.
Ds. Kalkman gaf daarop gelegenheid afscheid te nemen van ds. Lekkerkerker.
Namens de kerkvoogdij sprak de president, de heer C. Langerak. Namens de classis Gouda de heer Mulchhuizen van Nieuwebrug. Namens de ring Schoonhoven ds. Kalkman. Namens de kerkeraad tenslotte ouderling A. Dekker, welke namens de gemeente ds. Lekkerkerker dankte voor al het goede voor de gemeente gedaan en ook voor z'n gezin. Op verzoek van broeder Dekker zong de gemeente ds. Lekkerkerker staande toe Psalm 121 : 4: „De Heer' zal u steeds gadeslaan."
Hierna eindigde ds. Lekkerkerker met dankgebed dat hij besloot met het Onze Vader.
Tot slot zong de gemeente Psalm 72 : 11: „Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen."
In de consistorie werd door praktisch alle aanwezigen met een handdruk afscheid van ds. en mevrouw Lekkerkerker genomen.
Ter Aar heeft een schitterend gerestaureerde kerk.
Vrijdag 29 september was voor de Hervormde gemeente van Ter Aar een vreugdevolle dag. De oude kerk, onder monumentenzorg gerestaureerd, werd in gebruik genomen. Een kerk, die in al haar eenvoud er zijn mag. Dirk Jansz. Zwart, organist te Rotterdam, bespeelde het nieuwe kerkorgel, dat door de firma De Graaf uit Amsterdam gebouwd is.
De pastor-loci, ds. Lindenburg, laat Psalm 75 : 1 zingen en spreekt daarna een woord van begroeting tot de vertegenwoordigers van de landelijke, provinciale en plaatselijke overheid, de kerkelijke autoriteiten, van provincie en classis, de ringpredikanten en oud-predikanten van Ter Aar, ds. Heiner, Gereformeerd predikant en pastoor Van der Hoeven, de heren Luyendijk en Cox van de beide provinciale colleges, de architect met zijn staf van medewerkers.
Daarna geeft hij het woord aan de president-kerkvoogd, de heer J. Bogerd, die dank brengt aan allen, die aan de restauratie hebben meegewerkt.
Vervolgens warden gelukwensen aangeboden door overheid en kerk. Nadat ds. Lindenburg zijn toga aangetrokken heeft, vindt de overdracht plaats van het kerkgebouw door de president-kerkvoogd aan de gemeente. De overdracht en de aanvaarding van het kerkgebouw door de voorzitter van de kerkeraad geschiedde met een wisseltekst uit 1 Koningen 8.
De dienstdoende ouderling, G. van Dam, biedt ds. Lindenburg de kanselbijbel aan miet een toepassende tekst. Deze legt hem neer op de kansel, terwijl die gemeente Psalm 119 : 53 zingt.
Het doopvont wordt onthuld door twee kinderen, die een tekst opzeggen. Na hét korte gebed bij het doopvont, wordt de verbondspsalm. Psalm 105 : 5, gezongen.
Het avondmaalservies wordt thans zichtbaar voor de gemeente. Na Schriftlezing en gebed zingt men Psalm 116 : 7. Dan volgt stilte en klokgelui.
De korte kerkdienst neemt een aanvang. Na votum en zegengroet wordt Psalm 138 : 1 gezongen. Daarna belijdt de gemeente haar geloof in God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Na het gebed wordt de tekst voorgelezen 1 Johannes 1 : 7b: „Het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde". Thema van de prediking is: de dienst der verzoening in Woord en Sacramenten. Tenslotte wordt nog gezongen Ps. 150 : 1 en 3.
Na de zegen speelt de orgeldeskundige, de heer Dirk Jansz. Zwart enige bewerkingen.
De God en Vader van onze Heere Jezus Christus geve door Zijn Heilige Geest, dat de gemeente des Heeren van Ter Aar in gehoorzaamheid des geloofs leve bij Woord en Sacramenten. Soli Deo Gloria.
Soest.
(Uit de „Band der beginselen"):
Vi coactus.
Wanneer vroeger, vooral in regeringskringen, de mensen door overmacht gedwongen weiden, bepaalde voorwaarden te accepteren, waarmede zij het niet eens waren, dan werd het desbetreffende stuk getekend met (bijvoeging van v.c; een afkorting van vi coactus; d.w.z. „door geweld gedwongen".
Zo is ook het bestuur van onze Evangelisatie, daartoe gemachtigd door de ledenvergadering, er toe overgegaan in zijn vergadering van 6 september een verzoek op te stellen, dat de daarop volgende dag aan de Provinciale Kerkvergadering is verzonden, waarbij gezien het advies van Visitatoren Provinciaal, vi coactus een beroep is gedaan op art. 238a van die Kerkorde.
Door geweld gedwongen, hebben wij deze weg moeten kiezen. Een weg, die wij zelf niet gewild, noch gezocht hebben, maar welke wij zijn opgedrongen. Immers het laatste woord is door de kerkeraad gesproken en dat woord was weigerend ten aanzien van de drie voorstellen, welke gedaan waren.
Wij zullen nu maar afwachten. Eén ding werkt ten aanzien van ons verzoek aan de Provinciale Kerkvergadering gunstig, nl. dit dat Visitatoren Provinciaal ons geadviseerd hebben het verzoek bij de Provinciale Kerkvergadering in te dienen vanwege de starre houding van de kerkeraad.
Zoals in het vorig nummer van de „Band der Beginselen" is medegedeeld, heeft het Bestuur enige weken geleden bij de kerkeraad een verzoek ingediend een tweetal beurten af te staan, waarin ik dan zou voorgaan; één om daarin ook het Sacram, ent van de Heilige Doop te bedienen en één waarin bet Sacrament van het Heilig Avondmaal kan worden gevierd.
Op deze verzoeker» is op het moment waarop ik dit schrijf (20 september) nog niets gehoord. Gezien de belangrijkheid van deze diensten ware het wel gewenst, dat hierop spoedig een antwoord werd ontvangen. Anders moeten andere maatregelen genomen worden, omdat, begrijpelijk, de ouders niet langer willen wachten met de doop van hun kinderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's