De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE NEDERLANDSE GELOOFSBELIJDENIS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE NEDERLANDSE GELOOFSBELIJDENIS

7 minuten leestijd

De kerk maakt zich allerwegen op om te gedenken, hoe vier eeuwen geleden onze Nederlandse Geloofsbelijdenis werd gepubliceerd. In, de nacht van 1 op 2 november 1961 is een pakje geworpen over de muur van het kasteel van Doornik. Het bevatte een geloofsbelijdenis, voorafgegaan door een schrijven aan Filips II. Men hoopte, dat via de landvoogdes Margaretha van Parma en de juist toen te Doornik aanwezige commissarissen, die een onderzoek moesten instellen naar de troebelen in Doornik, de koning van dit schrijven en van de geloofsbelijdenis kennis zou nemen. Al spoedig werd bekend, dat Guido de Brés de schrijver was van deze stukken en de publicatie is oorzaak geworden van de martelaarsdood van De Brés en zo is de geschiedenis van de geloofsbelijdenis een bladzijde uit de geschiedenis der martelaren. Als wij over deze vurige prediker en standvastige geloofsgetuige spreken, dan denken wij aan het woord uit de brief aan de Hebreeën: Gedenkt uwe voorgangers, die u het Woord Gods gesproken hebben en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst van hun wandel. Hij behoort tot de getuigen, die een onvergetelijk spoor hebben nagelaten en wier geschriften en woorden zijn als een geestelijk testament, geschreven en gesproken bij het licht van de brandstapels en met bloed ondertekend bekrachtigd.

Toen Voes en Van Essen te Brussel in 1523 waren verbrand, schreef Luther in diepe bewogenheid aan de Christenen in Nederland een brief van troost en bemoediging, waarin hij o.m. zegt: Want u is het voor de gehele wereld gegeven het Evangelie niet alleen te horen en Christus te kennen, maar ook de eersten te zijn, die om Christus' wil schade en schande, angst en nood, gevangenis en gevaar lijden. — Zij waren de eersten; hoe velen er gevolgd zijn en nog volgen zullen, weet de Heere alleen.

Vanuit zijn cel in Valenciennes schrijft De Brés afscheidsbrieven aan zijn vrouw en aan zijn moeder, waarin hij getuigenis aflegt van de grote vrede in zijn ziel en de diepe vertroosting, die in het aangezicht van de smartelijke terechtstelling hem vervult.

Wij halen enige stukken uit deze brieven aan, omdat het goed is te weten, wat het voor een man is geweest, die de Kerken deze belijdenis naliet. Men kan deze aanhalingen vinden in de werken van prof. Polman over de Ned. Geloofsbelijdenis, in de dissertatie van dr. Van Langeraad over Guido de Bray, Zijn leven en zijn werken (1884) en in de uitgave van de Willem de Zwijgerstichting: Het martelaarschap van Guido de Brés.

„Ik ben verheugd, mijn hart is opgewekt, in mijn bezoekingen ontbreekt mij niets. Ik ben vervuld met de overvloed van de rijkdom van mijn God. — Ik gevoel heden de trouw van mijn Heere Jezus Christus. Ik breng nu in praktijk, wat ik anderen gepredikt heb. En zeker, ik moet belijden, dat ik toen ik preekte, sprak als een blinde over de kleuren, zo ik het vergelijk met wat ik nu door bevinding gevoel. Ik heb meer vorderingen gemaakt in mijn gevangenschap dan in heel mijn leven. Ik bevind mij op een zeer goede school. — Ik ontvang geen lucht of licht dan door een klein gat, waardoor men het vuil werpt. Ik heb grove en zware ijzers aan mijn handen en voeten, die mij voortdurende kwelling zijn. Maar in weerwil van dit alles laat God Zijn belofte niet varen en blijft Hij mijn hart vertroosten. Daarom mijn geliefde zuster en getrouwe vrouw, bid ik u, dat gij in uw droefenissen troost zoekt bij de Heere en aan Hem uzelve en uw zaken toevertrouwt: Hij is de Man der gelovige weduwen en de Vader der arme wezen — Hij zal u nooit verlaten. Gedraag u altijd als een Christin en gelovige, standvastig in de vreze Gods gelijk gij altijd hebt gedaan en vereer zoveel gij kunt door uw goede levenswandel de leer van de Zone Gods, die uw man gepredikt heeft".

En uit de brief aan zijn moeder: „Hij troost mij zonder ophouden in mijn strijd. Hij is hier met mij gevangen. Ik hoor Jezus Christus mijn Meester. Ik zie Hem om zo te zeggen ingesloten in mijn boeien en banden. Ik zie Hem met de ogen van mijn geest in mijn obscure en duistere gevangenis ingesloten, zoals Hij mij beloofd heeft in Zijn zeer ware Woord met mij te zijn al de dagen tot het einde. — Hij is hier met mij met een oneindige menigte van engelen, mij troostende en versterkende. —"

Wij worden er stil van, als wij zulke geloofsgetuigenissen lezen van een man, die van het leven niets meer te hopen heeft en zijn hoop in de grootste nood op de Heere heeft leren stellen en niet beschaamd is uitgekomen.

Het is niet alleen een belijdenis, die van De Brés uitgaat; anderen hebben medegewerkt. Boven het stuk stond dan ook (in het Frans) „Belijdenis des geloofs gemaakt naar gemeenschappelijk accoord door de gelovigen, die wonen in de Nederlanden, die wensen te leven naar de zuiverheid van het Evangelie van onze Heere Jezus Christus". De Kerk der Hervorming droeg met deze belijdenis haar geloof naar buiten uit en legde getuigenis af van de hope, die in haar was voor Koningen en stadhouders.

Aan de belijdenis gaat een brief vooraf aan Filips II; het is een hartstochtelijk beroep, dat de koning zal luisteren naar zijn onderdanen, die alleen maar vragen om God te mogen dienen naar Zijn Woord, die niets willen weten van oproer en wanorde, maar die uiteindelijk Gods meer moeten gehoorzamen dan de mensen.

Uit het begin van deze brief neem ik het volgende over: „Zoude het ons, Sire, toegestaan zijn om ons te stellen voor Uw majesteit om ons te verdedigen tegen de beschuldigingen waarmede men ons belast en de rechtvaardigheid van onze zaak te bewijzen, dan zouden wij dit geheime middel om U het zuchten van Uw volk door een woordeloos request of een geschreven belijdenis te doen horen niet zoeken, maar omdat onze vijanden U de oren vervuld hebben met zovele valse rapporten, dat wij niet alleen verhinderd zijn voor U te verschijnen, maar ook verjaagd uit Uw landen, vermoord en verbrand waar men ons ook vindt, verleen ons terminste in de naam Gods, wat geen mensch aan de dieren kan weigeren: Hoor uit de verte ons roepen, opdat indien Uwe majesteit ons gehoord hebbende ons schuldig zoude oordelen de vuren dan vermeerderd zouden worden in Uw koninkrijk en de pijnigingen (de gehenna's) en de tormenten vermenigvuldigd en daartegenover, als onze onschuld voor U duidelijk en manifeest zal worden, wees gij haar dan een stem en toevlucht tegen het geweld onzer vijanden. Dat men ons vervolgt als vijanden van Uw kroon en van de gemene welvaart, maar ook als vijanden Gods en van Zijn kerken, wij bidden U ootmoedig dit te meer te willen oordelen naar de belijdenis des geloofs, die wij U aanbieden, bereid en vaardig zo het nodig is die met ons bloed te verzegelen".

Het is taal van een sterk geloof, die hier ons tegenkomt. Met een goede consciëntie verdedigen zij hun zaak, die uiteindelijk zaak is van Christus. En als het beroep op de koning tevergeefs zou zijn, zoals al heel spoedig en maar al te duidelijk zou blijken? Dan blijft alleen over het beroep op de allerhoogste Koning en de rechtvaardige Rechter, zoals in het slot van de Belijdenis staat: „Hun zaak, die nu tegenwoordig door vele rechters en overheden als ketters veroordeeld en goddeloos verdoemd wordt, zal bekend worden de zaak van de Zoon Gods te zijn. En tot een genadige vergelding zal hen de Heere zulk een heerlijkheid doen bezitten, als het hart van een mens nimmer zoude kunnen bedenken".

Ook onze Geloofsbelijdenis en haar geschiedenis laat de prediking zien van het Woord: Wij vermogen niets tegen de Waarheid, maar voor de Waarheid. (2 Cor. 13 : 8).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE NEDERLANDSE GELOOFSBELIJDENIS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's