De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

11 minuten leestijd

Overgang van zomer in herfst — De premier der wereld en de premier in stormgetij — Uit de Synode van Apeldoorn — Romaniserend bedrijf.

De overgang van de zomer in de herfst is dit jaar geschied met bijzonder fraai weder. De milde warmte en de zonnedagen, waarnaar we in de zomer zo verlangden, zijn ons bij zijn afscheid en daarna in treffende schoonheid gegund. De temperatuur is sommige dagen tot een voor die tijd ongekende hoogte gestegen. De Bilt wist te melden, dat men vele tientallen van jaren in de historie terug moest gaan voor ongeveer dezelfde warmtegraden.

In een late vakantie — verlaat door bijzondere omstandigheden — heb ik met de mijnen daarvan intens mogen genieten in een omgeving.van bos en bloemenschoonheid. De kleurenschoonheid in het spel der milde zon, tegen de donkere achtergrond van het geboomte, was verrukkelijk. Treffend was ook het gevecht van de zon met de dichte mist, hardnekkig een tijd lang haar macht tartend, om allengs, niet meer bestand tegen de al maar in kracht toenemende zonnestralen, te vervagen en op te trekken. Ja, het was schoon. Een „zinneprent" — naar het spraakgebruik der ouden — van wat God de Heere „de Zon der zonnen" bewerkt en doet genieten, als Hij Zijn belofte vervult: „Ik, delg uwe overtredingen uit als een nevel" (Jes. 44 : 22). Onze God is in al Zijn werken wonderlijk en heerlijk.

Ook in vakantie zijn we niet aan tijd en ruimte onttrokken en evenmin aan de gebeurtenissen daarin. En al ontbreekt dan het eigen vertrouwde dagblad, de nieuwsdienst van de radio brengt wel het voornaamste ter onzer kennis. Zo klonk in de avond van 18 september in onze eetzaal treurmuziek ter inleiding op het In Memoriam Dag Hammarskjöld, de secretaris-generaal der V.N., bij een vliegtuigramp — de oorzaak zal wel het geheim der geschiedenis blijven — omgekomen. Dit plotseling verscheiden van de man, die al zijn gaven en krachten heeft ingezet voor de vrede in de wereld, die poogde de zaken in de Kongo tot een bevredigende oplossing te brengen, valt wel in een zeer hachelijk tijdsgewricht in de ontwikkeling van het huidige gebeuren in de wereld. De spanningen onder de groten der aarde zijn vele en groot. Het oorlogsgevaar is dreigender dan ooit. En nu is weggevallen de man, die een uiterst bekwaam bemiddelaar was en een positie van invloed had, waarom hij onlangs genoemd is de „premier der wereld". Het omkomen van Hammarskjöld raakt heel het internationale terrein.

Het verscheiden van prof. mr. Pieter Sjoerds Gerbrandy, iets eerder dan het wegvallen van de secretaris-generaal der V.N., viel ongeveer in dezelfde tijd.

Zijn talenten en gaven openbaarden zich voornamelijk op nationaal terrein. Maar met een internationale inslag. Want Gerbrandy heeft juist in de bezettingstijd zijn bijzondere gaven en eigenschappen kunnen ontplooien. Het werk, toen door hem verricht, heeft hem gemaakt tot een „nationale figuur".

Men heeft er — en terecht — op gewezen, dat een genie, om zich als genie te kunnen ontplooien, een tijd en een omgeving moet hebben, waarin het past, waaruit de drang en de begeerte als stimulerende factoren opgaan, opdat uitkome wat in de geniale persoon schuilt. Welnu, iets dergelijks is op te merken betreffende een nationale figuur. Dr. Berghuis rept daarvan in een „In memoriam professor mr. P. S. Gerbrandy" met deze woorden: „Het kenmerk van een werkelijk nationale figuur: is, dat men die niet in de allereerste plaats ziet als de representant van een bepaalde bevolkingsgroep of partij, maar in wie op een of ander punt het gehele volk zichzelf in zijn beste ogenblikken herkent, en die in de volle zin van het woord een stuk nationale historie vertegenwoordigt en maakt". („Ned. Gedachten", d.d. 16- 9-'61). Zo is door de gebeurtenissen in de jaren 1940-'45 Gerbrandy „een werkelijk nationale figuur" geworden. Dat was de tijd, dat de bijzondere eigenschappen, door God hem geschonken, tot ontplooiing kwamen en het deden.

„Bijzondere eigenschappen", zei ik. Gerbrandy was een Fries. Hij was er trots op, en stond er o.m. op voluit „Pieter Sjoerds", met volle accentuering van de S — de Friese zede wil, dat achter de eigen-naam de naam van de vader wordt gesteld — genoemd te worden. In dit verband zijn allerlei eigenschappen, die men de Friezen toeschrijft, genoemd. Natuurlijk ook stijfkoppigheid. Maar dat is niet specifiek iets wat de Friese volksaard typeert, Stijfkoppen zijn er trouwens overal. Vasthoudendheid, vastberaden, onverzettelijkheid is veel meer de Friese volksaard eigen. Gerbrandy bezat ze in grote mate. Hij is ook genoemd „een Friese rebel". Nu, iets vrijbuiterigs was hem zeer zeker niet vreemd. Maar dit alles heeft hem niet gemaakt tot wat hij in de bezettingstijd was. Zijn karaktereigenschappen zijn bevrucht, geadeld en gestimuleerd door zijn calvinistische geloofsovertuiging. De invloed van dr. A. Kuyper, wiens bezielend uitdragen van de beginselen van het Evangelie hem had gegrepen, en deed pleiten voor terugkeer in dat spoor, alsmede de invloed van zijn schoonvader, wijlen ds. Sikkel, hebben medegewerkt, dat hij de enige krachtbron heeft ontdekt en gekend in, naar getuigd werd, kinderlijk geloof in de Heere Jezus Christus. Men behoeft niet met alles wat hij sprak en deed in zijn functie als premier in stormgetij in te stemmen, om toch te erkennen, dat hij pal stond voor Nederland. Volgens het klankbeeld, dat de N.C.R.V. gaf aan de avond van zijn sterfdag — vrijdag 9 september jl. — moet hij tot een zijner Londense medewerkers gezegd hebben, bij diens vertrek naar het bevrijde vaderland: „Ik heb stapels fouten gemaakt: zullen ze me niet als ik straks terugkom, verscheuren? "

Er ligt iets tragisch in, dat hij, na zijn minister-presidentschap, hier in Nederland aan de kant werd gezet, en Schermerhorn zijn plaats innam. Het overkwam ook Winston Churchill. Ook Kuyper moest, nadat hij het land had gered, in 1905 zijn plaats voor een ander ruimen. Het is de tragiek der groten. Aan Hammarskjöld, over wie ik reeds schreef, is het in zekere zin bespaard. Ik heb beiden, Hammarskjöld en Gerbrandy, in één verband genoemd, omdat hun sterven in september viel, kort na elkaar. Zij zijn in hun activiteiten niet met elkaar te vergelijken. Maar beiden waren strijders voor hun idealen, de een op internationaal terrein, de ander tenslotte voor nationale bevrijding, al was „de kleine Clemenceau" — zo noemde Churchill Gerbrandy wel — gewikkeld in internationale intregues. Ook hier geldt: over de premiers zal de historie richten ; over de persoon oordeelt God. En God de Heere blijft, bij alle verlies van grote figuren. Hij alleen is groot. En 'Hij heeft de leiding, ook in onze verwarde tijden!

Na het voorafgaande wordt het tijd, het kerkelijk erf in het oog te vatten. Ook daarop zijn vele activiteiten ge­weest en zij zijn nog gaande. Ik kan nu niet op die alle ingaan, of ze onder de loupe nemen en doe een keus.

Op 28 augustus jl. is de Generale Synode der Geref. Kerken, die in Apeldoorn haar zittingen houdt, opnieuw — nadat ze in mei jl. uiteen ging — in plenaire zitting samengekomen. Deze bijeenkomst kon via de ziekentelefoon in het kerkgebouw ook door zieken en ouden van dagen in zekere zin meegemaakt worden, hetgeen door de betrokkenen wel zal gewaardeerd zijn. Die eerste vergadering zijn er enkele besluiten genomen. Ik noem daarvan één, dat de catechismusprediking betreft. Ter sprake kwam of het gewenst was de catechismusprediking te vervangen — voor een tijd dan — door prediking van de Ned. Geloofsbelijdenis. De kerkeraad van O. en N. Biltzijl had die vraag in een schrijven aan de synode gesteld. Zulks mede, omdat in november e.k. het verschijnen van de Conf. Belgica, 400 jaar geleden, zal herdacht worden. Ook enkele predikanten bepleitten de wenselijkheid hiervan. De synode sprak uit, „dat zij het niet gewenst acht in de Woordbediening de catechismus te vervangen door de Nederlandse Geloofsbelijdenis". Een juiste uitspraak, naar ik meen. De Ned. Geloofsbelijdenis is treffend. Ze kan en moet ook zeer zeker telkens ter toelichting bij de catechismuspreek geciteerd worden, bij de desbetreffende onderwerpen. Maar men vergete niet, dat de Heidelberger, bijzonder door zijn pastorale inslag en vormgeving, geëigend is als richtsnoer bij de Woordverkondiging te dienen. Ieder, die het met de N.G.B, probeert, zal merken hoezeer het hem — de gemeente niet uitgesloten — in de moeilijkheden brengt.

Voorts is in die plenaire zitting ook een schrijven van prof. dr. K. Dijk aan de synode ter kennis van de aanwezigen gebracht. „Trouw" d.d. 29-8-'61, waaraan ik ook het vorige ontleende, schrijft daarover alsvolgt: „Prof. Dijk is nu geen pre-adviserend lid meer en nu bond hij langs deze weg de synode op het hart, de aandrang tot aansluiting bij de wereldraad van kerken af te wijzen. In zijn broederlijke brief vroeg prof. Dijk ook met klem, denkend aan de kwestie van het Utrechtse studentenavondmaal, van het avondmaal toch geen soort van magisch middel tot eenheid te maken; hij kantte zich eveneens tot de zgn. open avondmaalstafel. De hoogleraar wekte op tot het getrouw bewaren van de reformatorische beginselen van 1834 en 1886".

De synode heeft ook — in een latere zitting — besloten de „nieuwe Psalmberijming" — ter „beproeving" — in de vrijheid der kerken te geven, met de bijvoeging: van deze vrijheid een voorzichtig gebruik te maken. Verder meen ik, dat geen bijzonder belangrijke besluiten zijn genomen. Wel zijn meerdere onderwerpen in discussie geweest. Ik las, om enkele te noemen, van debatten over „Vasten en sport". Ook meldde „Trouw", dat „de synode zich niet uitspreekt over crematie". Dit Meld wel een besluit in, nl. om geen verbod in dezen te geven. Het is opmerkelijk, dat prof. dr. Nauta bij dit debat, en bij verschillende andere gelegenheden, woorden van sympathie sprak over de methode in bepaalde aangelegenheden door de Generale Synode der Herv. Kerk toegepast, nl. in dergelijke gevallen van besluitennemen af te zien, doch zich in „Herderlijke brieven" tot de kerken te richten.

De synode besloot, gelijk gezegd, inzake de crematie niet tot een verbod. Men Het het aan de „persoonlijke verantwoordelijkheid" over. In die zin zal een schrijven aan de classis-Winschoten, die de zaak ter synode had gebracht, opgesteld worden. Helemaal tevreden waren verschillende synodeleden niet. Vooral ouderling A. Hogerweg uit Rotterdam had gaarne een minder vage beslissing gezien, vooral omdat de voorgenomen bouw van een crematorium in Rotterdam, daar en uit de omgeving veel protest uit gereformeerde kringen had opgeroepen. („Trouw", d.d. 23- 9-'61).

Benieuwd zullen velen zijn naar wat de synode beslist als eventuele aansluiting bij de „Wereldraad van Kerken" ter tafel komt. Zulks ook in verband met het schrijven van prof. Dijk, hiervóór vermeld.

Prof. Herman Ridderbos heeft in een artikel „De synode aan het werk" (Geref. Weekblad, uitgave Kok, d.d. 15-9-'61) gezegd, dat hij ter Apeldoornse synode „getroffen werd door een opgewekte, bijna zou ik zeggen opgeruimde geest". Hij komt tot deze typering, omdat er „de onderlinge eensgezindheid en de bereidheid zijn zich zoveel mogelijk naar elkaar te voegen".

Een ouderling uit Apeldoorn, op zondagmorgen in de consistorie van de kerk, waar de synode vergadert, komend, en ziende al de bagage van de synode uit het kerkgebouw daar opgetast, moet toen gezegd hebben: „Jezus alleen". Een opmerkelijke reactie. Ik hoop, dat het bij al de deliberaties en besluiten der synode in Apeldoorn moge gaan naar dit woord: Jezus alleen!

Tenslotte nog iets over de romaniserende invloed, die in onze kerk gaande is. In „De Wekker" van 25 augustus jl. trof ik in de rubriek „van Her en Der" het volgende aan, dat ik hier doorgeef:

„Tonsuur en pij ontbreken de dominee nog.

De vrij-evangelische predikant ds. G. van Bruggen schreef in „Ons Orgaan" van 15 mei:

Ds. Van Rossum heeft in „De Protestant" enige keren gewaarschuwd tegen de Romaniserende neiging bij sommige Hervormde collegae. Tenslotte heeft hij de naam van ds. Van de Bosch uit Ginneken maar genoemd, want wat deze pastor schreef is niet meer protestants.

Maria noemt hij „de lieflijke figuur, vol van genade... zij is de poort van het Heil, het type van de Bruidsgemeente, de belichaming van wat de Schrift onder wijsheid verstaat".

In Jeugd en Evangelie heeft deze predikant geschreven: „Het rijke wittebrood, dat geen brood is, maar het Lichaam van de Bruidegom. En de parelende wijn, die geen wijn is, maar Zijn bloed, aan de bronnen van het leven zelf ontsprongen. Wat blijf je dan in je bank zitten hangen? Kom naar voren en kniel of sta met holle handen om het wonder van Zijn communie te ontvangen op dit Zijn grote feest".

Hier is om zo te-zeggen, „geen woord Frans" bij. In dit verband herinner ik mij, dat een collega, die in onze kringen nogal enige vermaardheid heeft, mij verwonderd aankeek, toen ik in gesprek zei, dat ik mijn catechisanten ook zondag 30, waarin van de Paapse mis gehandeld wordt, van buiten Het leren. In zijn blik was zoiets van: wees nu wijzer. Maar ik meen, dat het, ziende de ontwikkeling, wel degelijk nodig is onze jongere generatie ook zondag 30 in te prenten. Wij leven in een tijd, waarin ook in dit opzicht de puntjes op de i moeten gezet ter verdediging van het reformatorisch erfgoed, het Evangelie, de ware schat der kerk. Mede in het gezicht van 2 november '61, het 4e eeuwgetij van de publicatie der Confessie Belgica.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's