UIT DE PERS
De Synode van Apeldoorn van de (gebonden) Geref. Kerken heeft haar zittingen voorlopig besloten. De slotzittingen zullen waarschijnlijk in begin 1962 gehouden worden.
Naast allerlei wat daar ter tafel is geweest en al of niet afgehandeld werd, interesseert ons vooral ook de worsteling ter synode met de problemen van het gescheiden blijven aan de éne kant en de drang tot eenwording en nauwere samenwerking anderzijds. Daar is allereerst in de Geref. Kerken de vraag over het al of niet toetreden tot de Wereldraad van Kerken. Hoewel men dit nog niet zo lang geleden pertinent afwees en er ook waarschuwende stemmen tegen de deelname gehoord werden, denk aan de waarschuwing van prof. Dijk, zien we toch de Geref. Kerken met behoorlijke voortvarendheid naar het lidmaatschap toegroeien; en dat dan onder leiding van verschillende hooggeleerde heren. Op de synode van Apeldoorn is het echter alleen nog maar gebleven bij het aannemen met grote meerderheid van stemmen van de uitnodiging om waarnemers naar New Delhi te sturen. Dit besluit, zeer zwaar geclausuleerd, werd genomen ook al doordat een tussentijds ingekomen uitnodiging van de I.C.C.C., die ook vlot aanvaard werd, er de weg toe baande en de stoot er toe gaf.
Overigens ontbreekt het ook binnen de Geref. Kerken niet aan kritiek op deze gang van zaken. Vooral de groep, die haar orgaan heeft in het 14-daags blad Waarheid en Eenheid blijft zich met grote hardnekkigheid verzetten. In het nummer van 29 september lezen we:
Het verwondert ons het meest, dat zelfs een A.R. dagblad zich leende voor een zekere propaganda voor de Wereldraad. Het is toch duidelijk voor ieder, die zien kan, dat de Wereldraad meedoet aan de verslapping van de weerstand tegen het communisme. Al is dit natuurlijk niet de bedoeling van vele voorstanders van de Wereldraad, het is toch onontkoombaar, dat zijn arbeid daartoe leiden moet. De eenheid, die men begeert ook met de leiders van de kerken achter het IJzeren Gordijn, moet daartoe dienstbaar zijn. Want de leiders van die kerken, die gelegenheid van de communistische machtshebbers ontvangen om mee te doen, hebben gelijk toch vanzelf spreekt eerst gebogen voor het communisme. Het is dunkt mij zonder meer duidelijk, dat geen kerkelijke leider van achter het ijzeren gordijn toestemming ontvangt om mee te spreken in dit koor, wanneer hij niet bereid is alles wat het communisme bestrijdt te weren uit welke publieke actie ook.
In de Kruisbanier las ik een artikel van prof. dr. Emil Brunner over Het communisme en de kerken, dat vertaald overgenomen was uit de Neue Züricher Zeitung. Het is beschamend, dat deze theoloog beter weet, hoe het op dit gebied met de Wereldraad gesteld is, dan sommige politieke leiders, van wie men een beter inzicht mocht verwachten.
Het principiële bezwaar richt zich vooral hier tegen, dat in de Wereldraad de vrijzinnigheid die zulk een belangrijke positie inneemt, niet uit deze Wereldraad wordt geweerd. Daarnaast houdt men strak vast aan de overtuiging, dat deze Wereldraad niet alleen maar een gesprekscentrum is, maar veel meer. Uiteindelijk pretendeert hij een eenheid van kerken en een eenheid in Christus te zijn; in het getuigenis van Evanston zeide men te spreken vanuit de eenheid in Christus. En daarom moet een ieder die de Gereformeerde confessie liefheeft zich daarvan verre houden.
Verder heeft de synode zich beziggehouden met de oproep van de zgn. achttien. Deze zaak is aanhangig gemaakt door de kerkeraad van Kootwijkerbroek. Prof. H. Ridderbos schrijft hierover in het Geref. Weekblad (Kok) van 29 september:
De Synode heeft het goed geoordeeld niet terstond deze (en andere? ) acties, waarvan de strekking nog veelszins onduidelijk is, aan haar kritiek te onderwerpen. Zij heeft niet de schijn willen aannemen, als stond zij a priori afwijzend of wantrouwend tegen iedere poging tot meerdere kerkelijke eenheid ook naar de zijde van de Herv. Kerk. Maar zij heeft wel in het algemeen als haar oordeel uitgesproken, dat dergelijke acties de vastgestelde kerkelijke orde niet moeten verstoren; en dat zij er geen twijfel over mogen laten, dat men geen andere eenheid wil zoeken dan op het door Christus gelegde apostolisch fundament.
Volgens de schrijver van de rubriek Kerkelijk leven in Waarheid en Eenheid van 29 september kunnen de achttien met dit synodale antwoord tevreden zijn. Volgens deze schrijver heeft zelfs prof. Nauta, die zijn voorgenomen congres in het water zag vallen, kans gezien om de oorspronkelijke redactie gewijzigd te krijgen in de hierboven vermelde. In de oorspronkelijke formulering werd gesteld, dat gewaakt diende te worden tegen een doorkruisen van of een ingrijpen op het door de kerkelijke vergaderingen gevoerde beleid, omdat het bevorderen van de kerkelijke eenheid een kerkelijke aangelegenheid is, die voor alles op de de weg der kerkelijke vergaderingen ligt. Prof. Nauta zag hierin nog te veel dwang, en op zijn aandrang heeft men ze dan maar ingeperkt door het handhaven van de orde.
Tenslotte is de synode van Apeldoorn ook ingegaan op het afwijzende antwoord van de (vrijgemaakte) synode van Assen. In verschillende artikelen gaat Waarheid en Eenheid zeer fel in tegen het beleid van de synode op dit punt. De vrijgemaakten gaven een afwijzend antwoord op het verzoek van de gebonden synode van Utrecht 1959. Deze had verzocht om „Contact-op-hereniging-gericht". Utrecht had daartoe ook een nieuw begin gemaakt; zij had de Vervangingsformule terzijde gesteld. Maar dezelfde synode stelde toch ook meteen de rechtmatigheid van die Vervangingsformule vast en sprak uit, dat zij het verleden zeer ernstig nam en ook bereid was daar rekenschap van te geven.
Dit contact hebben de vrijgemaakten geweigerd, doch de synode van Apeldoorn roept nu luide, dat er geen weg der verzoening meer is; die vrijgemaakten willen niets.
Maar, zo schrijft W. en E., die vrijgemaakten willen al jaren lang wat. Zij willen dat de gebonden kerken betering des levens betonen. Immers die vrijgemaakten zijn nog steeds de geschorsten en afgezetten; dit vonnis is door geen enkele synode nog herroepen.
En in de verschillende artikelen in W. en E. moet verder vooral prof. H. Ridderbos, die rapporteur is in deze affaire, het duchtig ontgelden. Hij kent immers het standpunt van de vrijgemaakten en toch zegt hij, dat de vrijgemaakte synode van Assen ten enenmale weigert zich met de geref. kerken in de weg der verzoening te begeven.
W. en E. verwijt tenslotte aan de synode dat zij prof. H. Ridderbos ook nu weer tot rapporteur heeft aangewezen. Het komt er op neer dat men in hem een nog al partijdig leider ziet van een groep die schijnbaar niet onverdeeld gelukkig zou zijn met de terugkeer van de vrijgemaakten. Het is ook zeer moeilijk voor prof. H. Ridderbos om objectief te zijn, omdat het wijlen zijn vader prof. J. Ridderbos was, die zijn aandeel had in het Praeadvies van 1943/44.
Tenslotte kon men weten dat prof. Herman Ridderbos al jaren lang in het blad dat hij mededirigeert een uitgesproken taktiek toepast ten aanzien van hen die in eigen kerken serieus ijveren voor wat in 1944 onzerzijds fout is gegaan, nl. een groot zwijgen daartoe doen. Ook hierom is het zeer bevreemdend dat hij nu juist in deze zaken, als rapporteur spreken moet.
Wanneer de synode van Apeldoorn aan de vrijgemaakten verwijt dat zij hun inzicht gelijk stellen aan het oordeel Gods, dan merkt de schrijver van de rubriek Kerkelijk Leven op, dat de gebonden synode dit ook doet. Zij handhaaft immers de genomen tuchtmaatregelen, en die nam zij toch ook in de Naam des Heeren. Als men tucht oefent en men is niet vast er van overtuigd dat men handelt in de Naam des Heeren, dan moet men er niet aan beginnen. In deze zelfde rubriek lezen we dan nog verder:
Trouwens ook uit het verdere gedragspatroon van onze meeste vergadering leest men niet af, dat het verlangen naar herstel der eenheid zeer diep zit. Men heeft weloverwogen de nieuwe kerkorde als de grote barricade opgericht, men stelt ook een verzoek tot samenspreking zo, dat men wel een negatief antwoord moet verwachten. Het antwoord op een vraag van de kerk van Kootwijkerbroek over de oproep der achttien toont ook weer, dat men aanmerkelijk soepeler is naar die kant dan men naar de zijde der vrijgemaakten of bezwaarden ooit is geweest. Het antwoord is niet bepaald geschikt om zich te zuiveren van de blaam van een „oecumenische geest". Ik vrees daarom, dat men zou schrikken, als de vrijgemaakten tegen alle verwachting in eens ja zouden zeggen. Zelfs de terzijdestelling van de vervangingsformule kon niet geschieden zonder „staart" met alle te voorziene gevolgen. En dan maar tranen vergieten over die weerbarstige vrijgemaakten, die de weg der verzoening maar niet op willen en verbijsterd zijn over hun antwoord! Op mij vermag het weinig indruk te maken. Waarmede ik niet het vrijgemaakte antwoord over de gehele linie wil verdedigen. M.i. zijn verschillende verwijten van onze synode juist, doch ze ziet niet, dat ze naar omstandigheden gewijzigd, op haar zelf ook toepasselijk zijn. Ik beschouw heel de verzoekenreeks om tot hereniging te komen in feite een doorlopende schuldbekentenis. Lag de zaak zuiver, dan mochten schorsingen zonder berouw van de geschorsten om des Heren wil niet ongedaan gemaakt worden.
Tenslotte willen we u nog enkele kreten doorgeven uit een speciale uitgave van het Utrechts Nieuwsblad, gedateerd 30 september '61. Deze uitgave kwam tot stand in samenwerking met de werkgroep Universitaire Kapeldiensten, UKD. Medewerking verleenden de r.k. studentenparochie en het ministerie van studenten-predikanten te Utrecht. Wat het einddoel van de UKD betreft het volgende:
De UKD wil ergens naar toe. En het einddoel wordt „oecumenische gemeente" genoemd. Niemand kan zeggen wat we daar precies mee bedoelen. Dat is uiterst onzakelijk, maar het wijst er op, dat we het niet kunnen weten voordat die oecumenische gemeente er is.
In deze diensten stonden de avondmaalsvieringen centraal;
Zo kwam het tot verschillende feestelijke avondmaalsvieringen. Maar met deze feestelijkheid deed een leger van problemen zijn intocht: doop, belijdenis, tucht, ambtsdragers, het gemeente-zijn. Problemen waar heel serieus over gesproken moet worden. Maar dat kan dan alleen in de vorm van het zich mee-inschepen in dit avontuur, dat moeilijk is, maar niet zonder belofte. Men kan zich natuurlijk afvragen of het recht is het avondmaal zo belangrijk te vinden, dat het bijna de enige inzet van het UKD streven wordt. M& ar het is niet reëel om te zeggen: eerst praten, dan pas avondmaal vieren. Want: is praten ooit zover gekomen? En bovendien: is het niet vanzelfsprekend voor een gemeenschap die rond het belijden van de ene Heer ontstaat om ook samen aan tafel te willen gaan?
Wat betreft de verhouding met Rome:
Is de UKD een protestantse zaak? Het lijkt er veel op. En toch zijn „oecumenisch" en „protestant" niet identiek! Rome is zelfs de grootste en willicht meest serieus te nemen partner op de weg. Is het mogelijk nu al met Rome in zee te gaan en toch de vaart en het élan, dat de UKD tot nu toe kenmerkte, niet te breken?
Een andere, zeer actuele scribent, vergelijkt het hele bedrijf met een kaartspel:
Het is als een compleet kaartspel. Niets ontbreekt. Na Gods openbaring in Christus hoeven we geen nieuwe gegevens te verwachten. Die openbaring is voor altijd, voldoende, alomvattend, alles. In eerlijke oecumenische ontmoetingen. Zijn alle kaarten op tafel. De eenheid móét er dus zijn, door God gegeven, maar wij zien haar niet. We hebben ons blind gestaard op onze „hand". We passen allen want we zien geen uitweg. Nu willen wij niet nakaarten want dan kom je weer op hetzelfde uit. We willen een nieuw spel beginnen met precies dezelfde kaarten. De kaarten moeten opnieuw geschud. We moeten zé eens in 'n ander verband zien dan vroeger. En het zou kunnen zijn dat we dan de eenheid niet alleen weten, maar ook zien.
Verder commentaar is, dunkt me overbodig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's