Herdenking van het vierde eeuwgetijde van de Nederlandse Geloofsbelijdenis *)
In de vroege morgen van 2 november 1561 werd bij het openen van de poort van het kasteel te Doornik een verzegeld pakje gevonden, dat in de nacht over de buitenste muur geworpen was. Behalve een begeleidend schrijven bevatte het een gedrukt exemplaar van de Belijdenis des Geloofs, die blijkens de titel opgesteld was „met een gemeen accoord" door de gelovigen, die in de Nederlanden begeerden te leven naar de zuiverheid van het Heilig Evangelie. Daar juist in die dagen twee gevolmachtigden van de Landvoogdes op het kasteel vertoefden, was deze originele weg blijkbaar gekozen om aldus de Koning zelf te bereiken. Rechtstreeks toch was aan Philips II de brief gericht, die aan de Confessie zelf voorafgaat. Zij zouden, zo laat Guido de Brés de Nederlandse Hervormden daarin spreken, als het hun vergund geweest ware zelf voor de Koning te verschijnen, niet deze weg van een stom verzoekschrift en een geschreven belijdenis gekozen hebben. Maar nu alle wegen daartoe voor hen afgesloten waren, wilden zij, in naam van meer dan honderdduizend mensen in de Nederlanden, op deze wijze getuigenis afleggen van hun geloof. Mocht de Koning hun Confessie lezen — en het is de plicht van de vorst daarvan kennis te nemen —, zo zou hem blijken, dat zij ten onrechte voor schismatieken, ketters en rebellen gescholden werden, daar zij niet alleen de voornaamste stukken van het Christelijk geloof, als vervat in de apostolische geloofsbelijdenis, maar ook de ganse leer door Jezus Christus geopenbaard tot leven, rechtvaardigheid en zaligheid, verkondigd door de apostelen en evangelisten en bezegeld door het bloed van zovele martelaren, ten volle beleden. Daartoe bieden zij de Koning deze Confessie aan, die de hoofdsom van de leer van God en de eeuwige zaligheid der zielen bevat, terwijl zij bereid zijn haar met hun leven te bezegelen.
Op 2 november 1961 zal het vierhonderd jaar geleden zijn, dat de Nederlandse Geloofsbelijdenis op deze wijze voor het eerst als een publiek getuigenis van het Gereformeerde Protestantisme in ons vaderland werd uitgedragen en haar loop aanving. Was zij sedertdien slechts een historisch document, een eerbiedwaardig archiefstuk geworden, dan zou het herdenken van dit feit in brede kring nauwelijks zin hebben. Maar omdat deze Belijdenis, voortgekomen uit de jonge, en zich krachtig doorzettende Hervorming in de Nederlanden, blijvend vorm en inhoud heeft gegeven aan de diepste geloofsovertuiging van zovele honderdduizenden Nederlandse Protestanten gedurende vier eeuwen, is een dankbare viering, in hechte continuïteit en levende gemeenschap met dit grote begin, thans op haar plaats.
Daartoe heeft zich uit de kerken van het Gereformeerd Protestantisme in ons vaderland een Comité tot Herdenking van het Vierde Eeuwgetijde van de Nederlandse Geloofsbelijdenis gevormd. Het stelt zich voor een algemene herdenkingsbijeenkomst te 's-Gravenhage te beleggen, waarin de grote godsdienstige en historische betekenis der Confessie in het licht zal worden gesteld.
Voorts wil het Comité het zijne er toe bijdragen dat het Eeuwgetijde overal in den lande door middel van aansluitende plaatselijke vieringen zoveel mogelijk tot zijn recht kome. Het wil door deze herdenking in het openbaar getuigen, dat alleen in trouw aan hetgeen hier beleden wordt het ware behoud ook van het volk gelegen is.
*) Bijlage bij de circulaire van de generale synode dd. 8-9-1961 no. 529/3904.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's