KRONIEK
Herdenking van de inlevering der Confessio Belgica — Persklanken — 75 jaar verdriet — Afvaardiging van ds. Tigchelaar — De jongste toogdag van de Mannenbond.
De herdenking van de publicatie van d« Nederlandse Geloofsbelijdenis in de aacht van 1 en 2 november 1561, is vlak bij, wanneer deze Kroniek onder de ogen onzer lezers komt. Ze zal immers plaats vinden op 2 november in de Jakobskerk, de kathedraal van Hervormd 's-Gravenhage. We zouden die samenkomst als de centrale herdenking kunnen betitelen. Er zullen uit de aard der zaak ook wel eerdere herdenkingssamenkomsten worden gehouden rondom of op die datum. Vooral, waar de 31e oktober als dag van gedenken en danken in een samenkomst in ere is, zal wellicht een combineren van beide gedenkdata dit jaar overwogen zijn en zijn beslag hebben. Maar hoezeer dergelijke locale „gedenkklanken" te prijzen zijn, de bijeenkomst in de Jakobskerk is de centrale. Zij is bovendien oecumenisch ingesteld, oecumenisch in de zin, dat hier representanten van de kerken, uit de Geneefse reformatie gesproten, eens samenwonend n de ene nationaal-gereformeerde kerk er lage landen bij de zee, doch thans kerkelijk gescheiden levend, samen zijn er herdenking. Hoezeer de situaties in et kerkelijk leven, welke tot die aftakkingen hebben geleid, te betreuren zijn, dat men tot een samenherdenken van de door God gewerkte daad der publicatie onzer N.G.B. kwam, is te prijzen. Het sprak eigenlijk wel vanzelf, dat van de hoogleraren, die in de herdenkingsdienst net' woord zullen voeren, prof. Bakhuizen v. d. Brink de eerste is. Hij is de man, die een nieuwe wetenschappelijk toegeruste uitgave van onze belijdenisgeschriften bezorgde, waarin de Confessio Belgica een bijzondere plaats inneemt. Een juweel is deze uitgave, Onder bijzonder moeilijke omstandigheden — de auteur bewerkte ze ia de bezettingsjaren — kwam ze tot stand. Wat in dezen prof. Bakhuizen v. d. Brink heeft gepresteerd en ondanks allerlei tegenspoed heeft volgehouden tot het einde, is bovenmate te prijzen. Prof. V. d. Linde schreef in het jongste nummer van „Theologia Reformata", dat dit werk in geen enkele pastorie mag ontbreken. Ik val hem hierin bij. Jammer, dat dit werk — naar ik van de auteur zelf hoorde — niet meer wordt herdrukt. Ik betreur dit, al versta ik het, gezien de vele arbeid, die ook een heruitgave zou meebrengen. Misschien kan er nog aandrang uitgeoefend worden op de schrijver en een weg gevonden worden, dat er toch nog een herdruk komt. Het boek en de Belijdenis zijn het ten volle waard.
Herdenkingssamenkomsten als waarvan ik hiervóór repte, zijn gewettigd en nodig. De H. Schrift eist immers de daden des Heeren te gedenken. Daarom is het op zijn plaats het gebeuren in die novembernacht 1561 in het licht te stellen. Want het gaat om Gods werk in Zijn dienstknecht Guido de Brés (Bray) voor Zijn Kerk in deze landen. Maar omdat niet ieder de herdenking in de Jakobskerk — zij zal wel door de NCRV worden uitgezonden — of een andere kan bijwonen, had het goede zin, dat begin oktober reeds artikelen over en naar aanleiding van het 4e eeuwgetij der Confessio Belgica in de pers verschenen.
In het nr. van 5 oktober van ons Orgaan gaf dr. Bout een artikel over de Ned. Geloofsbelijdenis, waarin mede door citaten uit twee brieven door De Brés uit zijn kerkerhol geschreven, persoon en werk van de opsteller onzer „martelaarsbelijdenis" werden in het licht gesteld.
In „Hervormd Weekblad" d.d. 5 okt. jl. ving prof. Th. L. Haitjema een reeks van drie artikelen aan — een lezing door hem in september jl. gehouden voor de vergadering der classis Zierikzee — getiteld: „De Nederlandse Geloofs belijdenis en het actuele belijden onzer kerk". Ik weet niet of meerdere classes dit voorbeeld gevolgd hebben of zullen volgen. Ter bezinning op en verdieping in de kennis en functie der Belijdenis in de huidige kerkelijke situatie is het zeker dienstig. In datzelfde nr. van „Hervormd Weekblad" plaatste prof. dr. G. P. van Itterzon een zeer oriënterend opstel met als opschrift: „De totstandkoming en inlevering van de Nederlandse Geloofsbelijdenis". Ik heb er zeer van genoten.
„Theologia Reformata" gaf als 3e aflevering dit jaar een nr., bijna geheel gewijd aan onze Ned. Geloofsbelijdenis. Een herdenkingsnummer zou men het kunnen noemen. Achtereenvolgens worden daar in het licht gesteld; „De actualiteit van de Nederlandse Geloofsbelijdenis", door dr. H. Schroten, „Karakter én bedoeling van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, belicht uit de geschiedenis van haar ontstaan" door prof. dr. S. V. d. Linde, en „Hoe de Nederlandse Geloofsbelijdenis na de Reformatie in de kerk functioneerde" van de hand van prof. dr. J. Severijn. Dit nr. is in opzet en uitwerking een zeer betekenisvolle bijdrage om de herdenking van de publicatie der N.G.B, en haar waarde in het heden in het licht te stellen. Wat, de volgorde betreft had naar mijn smaak hét eerste stuk het derde in de reeks kunnen zijn, doch dat doet op de inhoud niet af. Het spreekt voor zichzelf. Mij sprak het minder toe dan de beide andere, misschien ook doordat ik mij in de visie van dr. Schroten op art. XXVII, als zou daar reeds van de zichtbare kerk gesproken worden, niet zo kan vinden. Doch dit terloops. Het stuk van prof. V. d. Linde — het is niet gespeend aan critische opmerkingen — is voor liefhebbers der historie, een genot om te lezen. Het laat zien hoe De Brés zijn weg in eigen overtuiging ging. Zulks ondanks het feit, dat Calvijn met een nieuwe belijdenis niet direct ingenomen was. Desondanks publiceerde De Bres wat z.i. de nood der christenen eiste. Met prof. V. d. L. vind ik het jammer, dat de revisie op de Dordtse synode ons de Schriftuurplaatsen op de rand ontnam. De vorige uitgaven hadden deze wel.
Het stuk van prof. Severijn belicht op rijke en diepgaande wijze de Confessie als expressie des geloofs, haar functie in de kerk als norma normata, „genormeerde norm", om daarna de functionering in de kerk na de Reformatie in het licht te stellen. Het opstel oriënteert uitnemend en is als zodanig een pleit voor de eis des Woords ook in het heden voor het recht der Belijdenis in ons kerkelijk leven op te komen.
„Theologia Reformata" heeft ons een goede dienst bewezen door deze drievoudige publicatie. Mijn dank hiervoor.
Aan deze trilogie gaat vooraf een sober rekenschap geven van mr. Delfgaauw over zijn breken met de r.k. kerk en zijn overgang naar de hervormde kerk. Rome maakt veel ophef van overgangen naar de „Moederkerk". Het onopgesmukte, tere stuk van mr. Delfgaauw zal op de bezonnen lezer meer indruk maken.
De N.G.B, ging de wereld in als apologie van de martelaarskerk der reformatie aan Koning Filips II. Het onderschrift onder de titel luidt: „Zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk, die u rekenschap afeist van de hope, die in u is" (1 Petri 3 : 15). Wat nu: Delfgauw gaf, is naar dat onderschrift.
Wat voor vrucht zal de herdenking van de publicatie der N.G.B, onder ons hebben? Moge zij dienen tot een opbloei van het geestelijk leven onder ons, waarin ook de Geest krachtig werke tot het kennen van Christus, Die onze hope is. Dan zal de 'bereidheid tot rekenschap geven niet ontbreken en God Drieënig zal er door de lof ontvangen, die Hij waard is.
Dit jaar, maar heel in 't laatst — de preciese datum is 16 dec. 1886 — zal het 75 jaar geleden zijn, dat de doleantie een feit werd. Een gans andere herdenking, dan van welke ik hiervóór repte. Ik weet niet, of er veel werk van herdenken van dit gebeuren zal worden gemaakt. Ds. Lammens schreef er iets over in „Jong Gereformeerd". Mijn oog viel erop, doordat „Trouw" d.d. 19-10-'61, er iets uit overnam. Ds. Lammens plaatste onder het opschrift van zijn stuk over „Herdenking Doleantie" de woorden: „75 jaar verdriet". Hij verwees voor die woorden naar de afleiding van „doleantie" van het Latijnse „dolere", d.w.z. klagen, treuren, verdriet hebben.
Het stuk stond in „Trouw" naast een stuk getiteld: „Herstel kerkelijke eenheid". Ja, daarover is men in de herv. kerk en de gereformeerde kerken tegenwoordig erg in de weer. Dat zal herdenking van de doleantie niet frustreren. Ze zal wel haar beslag krijgen. Maar rooskleurig is de situatie in de geref. kerken, naar ik dacht, voor zulk een herdenking niet. Er is zoveel veranderd. Het élan en enthousiasme van vóór 75 jaar is er niet meer. „Kuyper", zo hoorde ik eens een lid der geref. kerken zeggen, „heeft bij zijn opzet niet gerekend met het feit, dat velen uit ons volk zeer gehecht zijn aan de oude nationale instellingen". Daar ligt wellicht iets in. Hij (Kuyper) heeft misschien ook niet verwacht een opbloei van het gereformeerd belijden in de oude kerk. Men zou meer kunnen noemen. Verdriet heeft de doleantie zeer zeker gebracht in ons land en kerkelijk leven. Hoe lang zal het zo doorgaan? Wat met de doleantie bedoeld werd is niet gekomen. In zoverre was zij een mislukte poging tot reformatie. Daarmede is niet gezegd, dat zij geen eeuwigheidsvrucht heeft afgeworpen. De breuk in het national-gereformeerd kerkelijk leven is geslagen; zij is er nog. God in de hemel kan bewerken, dat die breuk geheeld wordt, en wij over en weer ons scharen rondom onze oude Belijdenis, naar wat zij zelve zegt te zijn: „Belijdenisse des gheloofs. Gemaeckt met een ghemeijn accoort door de gheloouighe, die in de Nederlanden ouer al verstrooyt zijn, dewelcke na de suyverheit des Heyhgen Euangeliums ons Heeren Jesu Christi begheeren te leuen". Het is met die eenheid in de jaren rondom 1561 ook niet bijzonder vlot gegaan, naar prof. v. d. Linde in zijn hiervóór genoemd opstel ons verhaalt.
De moeilijkheden zijn thans niet minder groot. Maar God is Dezelfde in Zijn Christus. Moge het tot zulk een „ghemeyn accoort" niet nodig zijn, dat vervolging, nood en „martelvuren" over ons komen, gelijk vóór vier eeuwen. Maar ook dan nog kan Christus de Heere om wiens „Evangelium" het gaat, ons sterken gelijk de vaderen, met Zijn goddelijke gemeenschap en vertroosting. Dat is het grootste en het rijkste.
De 10e oktober jl. is in de Broederkerk te Kampen drs. Tigchelaar afgevaardigd tot zijn dienstwerk in Kenya, na vooraf bevestigd te zijn als predikant met bijzondere opdracht. De belangstelling was groot. De monumentale kerk was geheel gevuld, sommigen moesten zich vergenoegen met een staanplaats. Het moet hartverheffend geweest zijn en sterkend voor de jonge predikant. Een volle kerk kan leeg zijn, en een lege kerk vol. Dat hangt af van aan- of afwezigheid van Christus. Maar naar Zijn belofte (Matt. 18 : 20) zal de Broederkerk vol geweest zijn. Die Christus sterke Zijm jonge dienaar in Kenya. De dingen lopen soms anders, dan wij hoopten en dachten. Ds. Tigchelaar was oorspronkelijk bestemd voor een zendingsveld, dat de kerk van Natal de G.Z.B. — en zulks met volle vrijheid voor zijn werk! — had aangeboden. Allerlei verwikkelingen, waarover ik nu Hever niet schrijf, hebben bewerkt, dat dit oorspronkelijke plan nog niet verwezenlijkt kan worden. Zo ging ds. Tigchelaar een andere richting uit. Paulus' plannen voor zijn 2e zendingsreis werden ook verhinderd. De Grote Zender leidde zijn weg naar Europa en de tocht werd een gezegende. Zo ga het ook ds. Tigchelaar in zijn gang naar Afrika. Onze gebeden vergezellen hem.
Onze Mannenbond hield 14 oktober jl. zijn jaarlijkse toogdag in Tivoli, het zeer gewenste zalencomplex in Utrecht. De opkomst was groot. Er waren meerdere bezoekers dan het vorige jaar. Was dit mede te danken aan de vrije zaterdag? Dan was hier winst bij verlies. Meeleven was er van onze Bonden, van het contact van Mannenverenigingen en van de Generale Synode onzer kerk, wier moderamen zijn praeses, dr. Van den Hooff uit Hilversum, had afgevaardigd. Deze sprak een zeer sympathiek woord, waarin synodale waardering voor onze herv.geref. actie doorklonk. Uitnemend was het openingswoord van de Bondsvoorzitter, ds. A. Vroegindeweij, over het „goede Fundament". De referaten van ds. Boer en ds. Abma, alsmede het slotwoord van ds. v. d. Bosch uit Gorinchem, vielen zeer in de smaak. Het was een verheffend samenzijn, dat niet na zal laten de onderlinge band sterker te maken. In één woord: het was er goed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's