De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

IS PSALM 110 MESSIAANS?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

IS PSALM 110 MESSIAANS?

9 minuten leestijd

1. De Here God heeft tot mijn heer gesproken: „Zit aan mijn rechterhand. Ik houd gericht. Ik zal uw vijand slaan tot hij gebroken Als voetbank aan uw voeten nederligt."

2. Hij reikt u zelf de scepter van de zege. Van Sion uit bedwingt uw heerschappij Des vijands trots. Uw volk trekt allerwege Vrijwillig op, staat in de slag u bij.

3. Zie, uit de moederschoot van 't morgengrauwen Brengt u de bloem van heel het volk zijn groet In heil'ge feestdos, ja 't zal om u dauwen Van levenslust en jeugdig' overmoed.

4. De HEER heeft onherroepelijk gezworen. Dat gij als Melchizedek zijt gewijd. Voorgoed zal u het priesterschap behoren. De Heer is met u. Hij beslecht het pleit.

5. Over de volken zal hij oordeel spreken. Hij richt een slachting aan op 't wijde veld En op zijn tocht lest hij uit koele beken Zijn dorst, en heft het hoofd op als een held.

1. Dus heeft de HEER tot mijnen Heer gesproken: „Zit op den, troon ter rechterhand naast Mij, „Tot Ik de macht Uws vijands hebb' verbroken, „En U zijn nek tot eene voetbank zij."

2. Uit Zion zal de HEER Uw scepter zenden, Den scepter van Uw oppermogendheid. En zeggen, heersch tot 's werelds uiterst' enden. Zoo ver de macht Uws vijands zich verspreidt.

3. Uw volk zal op Uw heirdag tot het strijden Gewillig zijn, in heilig krijgssieraad; U zal de dauw van Uwe jeugd verblijden. Geboren uit den vroegen dageraad.

4. U heeft de HEER wien 't nooit berouwt gezworen: , 'k Heb U, Mijn volk tot heil. Mijn naam ten prijs, „In Mijnen raad het priesterambt beschoren, „Dat eeuwig duurt naar Melchizédeks wijs."

5. De HEER zal steeds Uw rechterhand verzeilen. Zijn mogendheid met U ten strijde gaan. En koningen, die tegen U zich stellen. Ten dage van Zijn grimmigheid verslaan.

6. Hij zal naar 't recht de woeste Heid'nen richten. Met lijken 't veld bezaaien door Zijn hand; Zijn strijdb're hand zal straks het hoofd doen zwichten, 't Weerbarstig hoofd van een zeer machtig land.

7. Hij zal op weg eens drinken uit de beken. Daar hij gevaar, noch strijd, noch moeit' ontziet; Daarom zal hij het hoofd naar boven steken. Met eer bekroond in 't Godd'lijk rijksgebied.

1. Van David. Een psalm. Aldus luidt het woord des HEREN tot mijn Here: Zet u aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gelegd heb als een voetbank voor uw voeten.

2. De HERE strekt van Sion uw machtigen scepter uit: heers te midden van uw vijanden. 3. Uw volk is een en al gewilligheid ten dage van uw heerban;

in heilige feestdos rijst uit den schoot van de dageraad de dauw uwer jonge mannen voor u op.

4. De HERE heeft gezworen en het berouwt Hem niet: Gij zijt priester voor eeuwig, naar de wijze van Melchizedek. 5. De Here is aan uw rechterhand. Hij verplettert koningen ten dage van zijn toorn;

6. Hij houdt gericht onder de heidenen, hoopt lijken op, verplettert hoofden op het wijde veld. 7. Hij drinkt onderweg uit de beek; daarom heft hij het hoofd op.

1. Een psalm Davids. De HEERE heeft tot mijnen Heere gesproken: Zit aan mijn rechterhand, totdat Ik uwe vijanden gezet zal hebben tot een voetbank uwer voeten.

2. De HEERE zal de scepter uwer sterkte zenden uit Sion, zeggende: Heers in het midden uwer vijanden.

3. Uw volk zal zeer gewillig zijn op de dag uwer heirkracht, in heilige sieradiën; uit de baarmoeder des dageraads zal u de dauw uwer jeugd zijn.

4. De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen; Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.

5. De HEERE is aan uwe rechterhand. Hij zal koningen' verslaan ten dage zijns toorns.

6. Hij zal recht doen onder de heidenen: Hij zal het vol dode lichamen maken; Hij zal verslaan dengene, die het hoofd is over een groot land.

7. Hij zal op de weg uit de beek drinken; daarom zal Hij het hoofd omhoog heffen.

Wij laten hieronder enige kritische beschouwingen volgen over de nieuwe berijming van Psalm 110. Voor de duidelijkheid werd hierboven zowel de oude als de nieuwe berijming afgedrukt; behalve de tekst van de Statenvertaling is ook die van de Nieuwe Vertaling opgenomen, omdat de nieuwe berijming daarbij aansluit. Wij volgen de nieuwe berijming vers voor vers op de voet.

Vers 1.

Het voornaamste bezwaar, dat wij tegen de berijming van Psalm 110 hebben, is gericht tegen het eerste couplet. Op het eerste gezicht lijkt het maar een kleinigheid. Het gaat n.l. over de kwestie van het al of niet een hoofdletter schrijven. Toch betreft het hier een zeer belangrijke zaak. In de eerste regel staat het woord „heer" zonder hoofdletter. Dat wil zeggen, dat er een gewoon, aards persoon is bedoeld. Maar volgens de uitleg, die de Here Christus van deze psalm geeft, wordt hier over de Messias gesproken. „David noemt hem (= de Christus) zijn Here", zegt de Heiland (Matth. 22 : 41—45 en par. plaatsen). Hier hebben de 'berijmers zich niet bekommerd om de commentaar van de hoogste Profeet. Zij hebben zich ook niet gehouden aan de Nieuwe Vertaling, want deze spelt het woord wèl met een hoofdletter. In de tweede regel van vers vier staat het woord „gij" dan ook weer zonder hoofdletter en eveneens het woord „u" in regel drie en vier van dat vers. Ieder zal begrijpen, dat ons bezwaar niet uit letterzifterij voortkomt. Hier is een belangrijke theologische kwestie aan de orde.

Vers 2.

Ook hier heeft de berijmer zich niet gehouden aan de tekst. De HERE strekt van Sion uw machtige scepter uit, leest de N.V. Maar de woorden „van Sion uit" worden in regel twee gecombineerd met de heerschappij van de vorst. De oude berijming heeft: Uit Sion zal de HEER uw scepter zenden. Het voorbeeld was er dus wel, maar men is hier welbewust van afgeweken.

In regel twee staat: uw heerschappij bedwingt des vijands trots. Maar in het oorspronkelijke staat het werkwoord in de gebiedende wijs, zoals de N.V. ook terecht weergeeft. De Hebreeuwse vorm kan niet anders dan een gebiedende wijs zijn. De oude berijming geeft aan, dat wij hier met gesproken woorden te maken hebben door de invoeging van „en zeggen": En zeggen: heers tot 's werelds uiterst enden. Van die uiterste einden staat wel niets in de tekst, maar deze toevoeging is theologisch onaanvechtbaar, omdat wij hier woorden tot de Messias gericht voor ons hebben.

Vers 3.

In regel één is het woord „morgengrauwen" voor de gemeentezang minder bekoorlijk dan „de vroege dageraad" uit de oude berijming. Op literaire gronden is er geen bezwaar tegen „morgengrauwen" in te brengen. Het is echter ongewenst in de zang der gemeente met zo'n overbodig dichterlijk woord opgescheept te zitten.

De „heilige feestdos" in regel drie is overgenomen uit de N.V. Het klinkt net iets te weinig militant. Aan „de heilige krijgstooi" uit de berijming van Haspers moet men de voorkeur geven. De „heilige sieraden" uit de Hebreeuwse tekst zijn van een hoger niveau dan ons woord „feestdos".

Beslist bezwaar moeten wij maken tegen de stoplap in regel vier, waar sprake is van „levenslust en jeugdige overmoed". Hiervan staat totaal niets in de tekst. Ook Haspers ondervond hier moeilijkheden. De stoplap die hij gebruikte klonk echter veel meer Bijbels: „een jonglingschap vol moed, geloof en trouw". De feestdos heeft te weinig aan militaire klank; de laatste regel heeft te veel aan menselijke trots. De gebruikte woorden zijn afkomstig uit het vocabularium van de levensdrang in onze tijd.

Vers 4.

In regel één is geheel verdwenen de zin: „en het berouwt Hem niet". Dat moet als een groot verlies beschouwd worden. Haspers liet ook deze zin al weg, de „proeve" geeft hem weer door het woord „onherroepelijk". En de oude berijming heeft dit juist zo mooi in de woorden: „U heeft de HEER, wien 't nooit berouwt, gezworen ..." Het woord onherroepelijk, dat hier staat, wekt andere gedachten dan de theologische idee: er is in God geen berouw. Natuurlijk heeft het feit, dat God geen berouw heeft over zijn eden, wel tot gevolg, dat zij niet herroepen worden. Als iets onherroepelijk wordt genoemd, wil dat echter zeggen: er valt niets meer aan te veranderen. God heeft geen berouw over zijn beloften; met deze zin drukt de zin de Schrift zijn eeuwige, genadige wil uit. Dat is toch nog iets heel anders, dan een starre onherroepelijkheid.

Regel vier is bepaald slecht: De Heer is met u. Er staat: De Here is aan uw rechterhand. Wanneer gezegd wordt, dat iemand aan de rechterhand van een persoon staat is dit in het Hebreeuws een veel rijker uitdrukking dan dat hij mèt hem is. Hier heeft men te veel vernederlandst. Haspers berijmde: „aan uwe zijde staande". Ook dat is geen juiste weergave van het oorspronkelijke. „De Heer zal steeds uw rechterhand verzeilen", luidde de oude berijming. Dat is slecht nederlands, maar het geeft tenminste de Hebreeuwse gedachte redelijk weer.

Hij beslecht het pleit — dat is de weergave van: Hij verplettert koningen ten dage van zijn toom. Van de dynamische geladenheid van de Hebreeuwse uitdrukking is precies niets overgebleven.

„Een pleit beslechten" kan in onze taal nog juist aanduiden: een geschil door strijd tot een beslissing brengen, al is dat niet de gangbare betekenis. Aan het oorspronkelijke is echter in geen geval recht gedaan.

Vers 5.

In de eerste regels van dit vers is er eveneens van de kracht der Hebreeuwse woorden nagenoeg niets overgebleven. Van de hoofden, die verpletterd worden, horen wij helemaal niets. Er staat in het Hebreeuws een enkelvoud: het hoofd. Slechts één handschrift leest een meervoud. De commentaren denken vrij algemeen aan de leider van een vijandig volk. Paste de beschrijving van de veldslag niet bij de idee, die de berijmer had aangaande de barmhartigheid en liefde van God? Dat zou jammer zijn voor iemand die de Hebreeuwse psalmen voor de gemeente moet berijmen.

De conclusie moet wel zijn, dat er nog heel wat aan deze psalm gewijzigd moet worden, voordat wij er gelukkig mee kunnen zijn en dat het eerste en het vierde vers zeker anders zal moeten worden gedrukt, wil het voor ons aanvaardbaar zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

IS PSALM 110 MESSIAANS?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's