De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKNIEUWS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKNIEUWS

24 minuten leestijd

Beroepen te:

Schoonhoven (2e pred. pl.). H. Jongerden te Zijderveld — Steenderen (toez.), L. L. Blok te Huissen (Gld.) — Eelde (toez.), J. J. Franck te Pingjum, die bedankte voor Boornbergum-Kortehemmen — Achterberg (Utr.), P. L. Breugem, kand. te Stolwijk — Bodegraven (vak. C. v. d. Bosch), A. van Brummelen te Schoonrewoerd — Winsum (Gron.), mevr. E. H. Posthumus-Meyes, kandidate te Rotterdam — Groede (toez.), W. Doornik te Mechelen (Belg) — 't Harde, P. J. Bos te Sprang — Elspeet, Udel en Vierhouten (2e pred. pl.), J. van Rootselaar te Delft — Nieuw Beijerland, H. Jongerden te Zijderveld — Sint Philipsland, J. Groenenboom te Lopikerkapel — Bergambacht, B. Haverkamp te Blauwkapel — Nederhemert, G. M. v. Dieren te Ede — Dedemsvaart (toez.), P. Hetebrij te Sellingen.

Aangenomen naar:

Eelde (toez.), J. J. Franck te Pingjum en Zurich — Amsterdam, als predikant met bepaalde opdracht (ziekenhuispredikant) dr. G. J. Paul te Oosterbeek — Bergen op Zoom (toez.), H. Brouwer te Holwerd — Rilland-Bath (toez.), G. Blok te Muntendam — Amemuiden, J. T. Doornenbal te Oene — Rotterdam (vak. M. L. W. Schoch), W. R. V. d. Zee te Hoogkarspel, die bedankte voor Zaandam.

Bedankt voor:

Hendrik Ido Ambacht, A. Baas te Leersum — voor Beverwijk-Heemskerk (wijkgemeente Wijk aan Zee, toez.) W. J. Doude van Troostwijk te Doorwerd-Heelsum — Hasselt, P. J. Bos te Sprang.

ADRESWIJZIGING.

Vanaf 21 november is het adres van

Ds. J. VAN DER VELDEN,

Korte Bergstraat 3, Amersfoort. Telefoon 9933.

Afscheid van ds. J. v. d. Velden, te Dordrecht.

Op donderdagavond 9 november werd een intieme samenkomst belegd in het gebouw „Waarheid en Vrede" van de kerkelijke vereniging, onder voorzitterschap van de heer H. Neerings, om afscheid te nemen van predikant en echtgenote. Aangezien in dit gebouw de vergaderingen, catechisaties, jeugdwerk enz. van het Ger. volk plaats vinden, was de belangstelling voor het afscheid in eigen huis uiteraard groot. De voorzitter relaveerde de activiteiten gedurende de zes jaar die dominee in de goede Merwestad heeft ontwikkeld, waardoor banden zijn gelegd, die het afscheid niet gemakkelijk maken. Ds. Hovius getuigde eveneens hiervan. Daarna heeft ds. v. d. Velden de sprekers beantwoord op een wijze, welke ongetwijfeld voor het ger. volk zijn betekenis zal behouden.

Op zondagavond werd in de Augustijnerkerk officieel van ds. en echtgenote afscheid genomen. Bij deze dienst waren verschillende predikanten van de Gem. en classis aanwezig. Vervolgens afgevaardigden van verschillende instanties, o.m. de wethouder van onderwijs, van het Chr. ziekenhuis Refaja en Chr. lyceum. 

In een goed bezette kerk sprak ds. het votum uit en liet zingen Psalm 121, de verzen 1 en 2. Daarna voorlezing van de 12 artikelen en het zingen van de avondzang, vers 7. Vervolgens voorlezing van een gedeelte uit Efeze 1, de verzen 3—14. Na het gebed koos ds. de tekst uit Psalm 134, de verzen 2 en 3. Het afscheid stond in-het teken van de uitgekozen tekst „Heft uwe handen op naar het heiligdom". Hierbij kwam o.m. tot uiting dat de Heere domine bezocht heeft met droefenis door het verscheiden van zijn vrouw, doch hem door het geloof in Christus ook weer verblijd heeft met een vrouw, die hem en zijn kinderen lief is. Voorts dat het verblijf hem in Dordt toch wel de overtuiging heeft geschonken, dat zijn zesjarig verblijf zijn vruchten heeft afgeworpen. Na de prediking welke met aandacht werd gevolgd, liet ds. zingen Psalm 65, de verzen 1, 2 en 3. Na dankzegging werd ds. en zijn gezin staande de bekende zegenbede. Psalm 134 vers. 3, toegezongen.

Het is o.i. in Dordt een goede gewoonte geen toespraken te houden, zodat volstaan werd de- Gemeente in de consistorie de gelegenheid'té g: éven met een handdruk afscheid te nemen. 

Bleskensgraaf. 

Zondag 12 november was voor de gemeente- Bleskensgraaf een blijde dag. Na een vacaturetijd van 7 maanden, ontstaan door het vertrek van ds. J. C. Schuurman naar Schoonhoven, werd in de morgendienst ds. L. Trouwborst, gekomen van 's-Grevelduin-Vrijhoeve-Capelle bevestigd tot predikant dezer gemeente. De bevestiging vond plaats door ds. J. V. Sliedregt, Ned. Herv. predikant te Baarn met als tekst Ezechiël 3 vers 17: „Mensenkind, Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult ge het woord uit mijn mond horen en hen van Mijnentwege waarschuwen". Als hoofdthema noemde de bevestiger: De lastbrief  Gods aan Zijn knechten. De prediking werd gecentraliseerd in een drietal gedachten: 1. De adressering. 2. De aanstelling. 3. De opdracht. Treffend tekende spreker hoe Ezechiël in een machtig visioen geroepen werd tot profeet, terwijl hij in Babel verkeerde en de weg voor hem was afgesneden. Met de aanspraak Mensenkind wordt de mens getekend op de plaats waar hij hoort. In deze tekst treedt meer het wachter zijn naar voren. De herder en leraar staat boven de gemeente, niet zo dat hij opgeheven moet worden, maar hem is het gegeven in het Woord te arbeiden opdat hij vergroeiend met het Woord, ademt in de sfeer en in de lucht van het Woord Gods. Hij moet met een inzicht in de waarheid Gods de rechtvaardige het wel en de goddeloze het wee aanzeggen. Aldus ds. Van Sliedregt. Na de bevestiging sprak ds. Van Sliedregt ds. en mevr. Trouwborst op zeer liefdevolle wijze toe, hen wijzend op Christus Jezus uit Wien alle wijsheid, kracht en liefde te putten is om de gemeente te leiden en te weiden. De gemeente zong na de bevestiging staande haar nieuwe herder en leraar toe Psalm 20 vers 1.

Was 's morgens de kerk vol, des middags bij de intrede was deze overvol.

Ds. Trouwborst nam de tekstwoorden uit Ezechiël 37 vers 3 en 4 : „En Hij zeide tot mij : Mensenkind, zullen deze beenderen levend worden? En ik zeide: Heere HEERE, Gij weet het. Toen zeide Hij tot mij: Profeteer over deze beenderen, en zeg tot dezelve; Gij dorre beenderen hoort des Heeren woord." De prediking werd in een viertal punten ontvouwd. 1. Hoe alles van God uitgaat. 2. Hoe Ezechiël het op het hart gebonden wordt. 3. Hoe Ezechiël dit op de Heere wentelt. 4. Hoe Ezechiël door God wordt gebruikt. Het geldt zowel in het persoonlijk als in het ambtelijk leven dat alles van God moet uitgaan. Alles zal vergeefs zijn als de Heere niet als de eerste werkt. De Heere doet juist een afgesneden zaak op aarde opdat alles zal zijn uit Hem, door Hem en tot Hem. Men moet het niet van de prediker verwachten want de best bekeerde dominee kan geen mens bekeren, maar ziet op naar de Heere en vraag Hem of Hij de nieuwe predikant wil gebruiken om de doden te doen horen de stem des Zoons van God.

Na de prediking richtte ds. Trouwborst zich tot het college van B. en W. en in het bijzonder tot de burgemeester met de wens dat er een hartelijke samenwerking zal zijn tussen de burgerlijke overheid en de kerk in gebondenheid aan de Heilige Schrift. Vervolgens werd het woord gericht tot de vrienden van 's-Grevelduin-Capelle, zijn bevestiger, de consulent, afgevaardigden van- de classis Gorinchem en de ring Sliedrecht, kerkvoogdij, de ambtslieden, die de pastorie in zo'n korte tijd hebben verbouwd, organist, voorlezer, koster, de verenigingen, hoofd en personeel der Chr. school, kerkeraad, aanstaande catechisanten.

En tot de gemeente. Als eerste spreker riep burgemeester J. W. C. Dekking de nieuwe predikant een hartelijk welkom toe en gewaagde dat er van zijn kant op een goede samenwerking gerekend kon worden. Ontroerd dankte ouderling Verhoeven namens de kerkeraad van 's-Grevelduin-Capelle voor hetgeen hij voor de gemeente had betekend. Ontvang deze predikant met liefde, zo zei hij, want weet het, gij ontvangt een predikant van God gezonden. Wees zuinig op hem. Ds. H. C. Bultman van Papendrecht sprak namens de classis en de ring en hoopte op een goede samenwerking. Ds. G. J. Rebel sprak als consulent een woord van hartelijk welkom, terwijl ouderling F. A. V. d. Berg als laatste de dankbare gevoelens van de kerkeraad en de kerkvoogdij vertolkte door ds. en mevrouw Trouwborst te verwelkomen en Gods zegen hartelijk toe te bidden en hen van hun steun te verzekeren. Hij beval de predikant in de liefde der gemeente aan en verzocht de gemeente de predikant en zijn gezin staande toe te zangen Psalm 134 vers 3. Hierna sprak de nieuwe herder en leraar nog een kort dankwoord en legde voor de eerste maal de zegen op de gemeente.

Bevestiging en intrede van ds. T. van Delen te St. Anthonïepolder.

De bevestigingsdienst werd 's morgens geleid door de consulent ds. Kousemaker van Westmaas. Hij las ons voor Matth. 14 vers 13 t.m. 31 en Rom. 12 vers 1 t.m. 8. De tekst was Matth. 14 vers 16.

Maar Jezus zeide tot hen: Het is hun niet van node heen te gaan: geeft gij hun te eten.

Naar aanleiding hiervan sprak hij over de schare die hongerig is en geholpen moet worden. De discipelen hebben een' armzalige oplossing voor dit probleem, willen de mensen wegsturen, maar Jezus heeft het beter met hen voor. Hij heeft volle korven en de discipelen mogen uitdelen. Zo ook zal de nieuwe voorganger van St. Anthoniepolder tot de mensen kunnen gaan, als hij niet in eigen kracht gaat, maar zijn korf laat vullen bij het kruis van Christus.

Na de bevestiging zong de gemeente ds. Van Delen toe de zegenbede uit Psalm 134. 's-Middags hield ds. Van Delen voor een goed gevulde kerk zijn intreepreek. Hij las ons voor uit de Openbaring van Johannes, hoofdstuk 1 vers 1 t.m. 16. Als tekst had hij gekozen Openbaring 1 vers 12 t.m. 16, waarin ons de verhouding wordt geschilderd tussen de gemeente, Christus en de voorganger der gemeente.

De gemeente kan, evenals een kandelaar, zelf geen licht geven. Moet lichtdrager zijn en, dus morgen dat het licht van Christus verspreid wordt, wat tot ernstig zelfonderzoek moet leiden of wij dit door Gods genade kennen, zowel gemeenteleden als voorganger. Dit kan alleen als wij in nauw contact staan met de verheerlijkte Christus, die in het midden van de kandelaren staat. De voorganger heeft de verantwoordelijke taak de gemeente die Christus voor te houden, maar kan, evenals de sterren, van zichzelf geen licht geven, moet dit eerst zelf van Christus ontvangen. Na de dienst sprak ds. Van Delen verschillende personen en instanties toe en wel eerst het College van B. en W., dat voltallig aanwezig was. Daarna de Classis Dordrecht, de Ring Beijerland en de gemeenten Maasdam en Sillaarshoek, die samen met St. Anthoniepolder één burgerlijke gemeente vormen. De consulent ds. Kousemaker bedankte hij voor wat hij voor St. Anthoniepolder gedaan had tijdens het vacant zijn en ook voor de prettige contacten, die zij reeds mochten hebben. De kerkeraad werd toegesproken, evenals de kerkvoogden, die hartelijk bedankt werden voor de manier waarop ze overal voor gezorgd hadden met verhuizing enz. De notabelen werden genoemd. Ook de vader van ds. Van Delen mocht deze dienst meemaken en hieraan werd met blijdschap gedacht. Een apart woord kregen nog de organisten, de koster en de jeugd der gemeente. Ook dacht hij aan de prettige verrassing, die hem Was bezorgd door de 4 verenigingen, n.l. de Wouwen-, mannen-, meisjes- en knapenvereniging. Als welkom had hij van deze verenigingen een bromfiets gekregen. Tenslotte vroeg hij de gemeente hem in hun gebed te gedenken en zei dat de deur van de pastorie altijd openstond voor ieder, die ergens mee wilde komen.

De consulent gaf nu verschillende sprekers het Woord. Eerst sprak de burgemeester, vervolgens namens de classis ouderling De Bel van Klaaswaal, namens de Ring ds. Okken van Piershil, namens de gemeenten Maasdam en Sillaarshoek ds. Lalleman van Maasdam.

Namens kerkeraad, kerkvoogdij, gemeente en notabelen sprak diaken Roosendaal, die vooral de zorg voor de jeugd, zieken en bejaarden opdroeg aan de nieuwe voorganger.

Hij vroeg de gemeente de nieuwe voorganger te willen toezingen: , Dat 's Heeren zegen op u daal en hierna werd de kerkdienst besloten en de gemeente gelegenheid gegeven met een handdruk kennis te maken met ds. en mevr. Van Delen.

Afscheid ds. Joh. Bos te Wierden.

Na een verblijf van ruim 51/2 jaar nam ds. Bos op zondag 5 november wegens vertrek naar Lunteren afscheid van de Ned. Herv. Gemeente van Wierden. Als afscheidstekst was gekozen Handelingen 20 vers 24. Maar ik acht op geen ding, noch houd mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en de dienst, welke ik van de Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.

Deze tekst kan aldus de predikant aanmatigend lijken. Wie kan in de schaduw van de apostel Paulus staan? Maar juist omdat we niet in zijn schaduw kunnen staan, laten we ons zijn woorden voorzeggen, In kernachtige woorden gaat de apostel zijn bediening samenvatten. Maar ik acht op geen ding om mijn loop met blijdschap te volbrengen. Paulus acht alles ondergeschikt aan zijn roeping en bediening. Zijn Meester is niet voor de banden en verdrukking uit de weg gegaan en ook hij die verdrukking en banden ziet aankomen wenst er niet voor uit de weg te gaan. Niet dat Paulus zijn leven niet lief had, integendeel. Maar toch hij aoht op geen ding, om het éne ding. Er wacht in Jeruzalem verdrukking, maar hij telt het niet.

Ook de dienaren des Woords hebben alles ter zijde te stellen om regelrecht tot de gehoorzaamheid aan God te haasten. Alles terzijde stellen; dit tekent Calvijn bij deze tekst aan. Doet er dan de situatie niet toe ? Enkele maanden geleden, vertrok een dienaar des Woords (ds. Roetman naar Gouda). Een oude dienaar ontviel kort daarop de gemeente (overlijden ds. Kijftenbelt). Zelf was ds. Bos 14 maanden weggeweest in militaire dienst. Moet hij niet blijven? Kan hij een opvolgende collega zo maar abrupt er alleen voor laten staan? Dan zijn er dingen in de gemeente waarom hij niet weg zou kunnen. Verder veel vriendschapsbanden en bovendien er zijn banden gevallen door het Woord, er was een geopende deur. Ook zeggen stemmen, u weet wat u hebt, en niet wat u terugkrijgt, blijft u maar, we hebben het goed samen. Ik acht op geen ding, dit is nog te zeggen, als ons leven er niet mee gemoeid is. Maar Paulus betoogt, nog houd mijn leven dierbaar. Ook Paulus heeft alles over voor zijn leven. Alleen niet voor zichzelven, hij is bereid het leven af te staan als hij zijn loopbaan mag volbrengen. Heb ik mij zelf gegeven of hield ik toch mijn leven te dierbaar, voor mijzelven? Dit moeten wij vandaag, aldus de predikant, opnieuw leren aan Christus voeten te belijden.

Hoe kan dat dan bij Paulus allemaal? Bij Paulus was wat gebeurd voor een 30 jaar geleden. Toen was hij nog een vijand van Christus, maar nu wijst Christus hem zijn loop. Hem was genade bewezen, hij die een vervolger en verdrukker was van de Gemeente Gods. Paulus weet het, hij was tot een uitverkoren vat bestemd, opdat hij met blijdschap zijn loop mag volbrengen. Paulus spreekt niet uit zichzelf maar uit zijn Heere. Ook al voert de weg naar Jeruzalem met banden en verdrukkingen. De discipel is niet meer dan zijn Meester. Zij hebben Mij vervolgd, zij zullen ook u vervolgen. Dit sluit voor Paulus in het volvoeren van de dienst. Om te betuigen het Evangelie der genade Gods.

Loop en bediening zijn hier precies hetzelfde. Bij Paulus is leven en werken één. Hij werkt om te leven. Hij leeft om te werken. Paulus is nooit klaar, hij wordt nooit emeritus. Altijd is hij overvloedig in het werk des Heeren. Waar dat vandaan komt? Dat is op zijn Damaskusreis gebeurd. Daar is deze machtige man, die over zoveel energie beschikt, tegen de grond geslagen. Daar leerde hij bidden: „Heere wat wilt Gij dat ik doen zal? " Daar is hij door de Heere Zelf uit zijn zelfbediening, in Zijn bediening gesteld. Paulus is niet meer van zichzelf. Nu moet hij zeggen: Wiens ik ben, welke ik ook dien. Paulus betuigt het Evangelie. Hij gebruikt een sterk woord, dat ook voor de rechtbank gebeurt, getuigen. Paulus is een getuige van de Heere Jezus Christus. Zijn getuigen is niet een bloot zeggen, maar komt uit zijn diepste innerlijk, is werkelijk betuigen. De schrik des Heeren dringt hem. Hij weet van deze schrik, hoe werd zijn leven ooit geborgen. Toen hij door de Heilige Geest bij de hand werd genomen, toen zag hij dat de schrik des Heeren is, het oordeel Gods.

Maar ook, dat de Heere Jezus Christus, die schrik, dat oordeel, heeft gedragen. Daarom bad hij: Laat u met God verzoenen. Er is gratie, gratie voor des doods schuldigen. U behoeft niets anders te doen dan dit gratieverzoek in te dienen. En dit houd de uitkomst in zich. Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden. Dit is het heerlijk privilege van alle dienaren des Woords. Dat was ook mijn privilege, aldus ds. Bos. En ik heb het gaarne gedaan, ook vanaf deze kansel. Het is diep uit mijn hart gekomen, om te betuigen tot u als tot des doods schuldigen, er is genade, u mag het gratieverzoek indienen.

Maar wat deed u er mee? Hebt u dit gratieverzoek Ingediend? Hebt u genade ontvangen? Nog is het tijd, haast u om uws levenswil. Als u nog steeds weigerde dit gratieverzoek in te dienen, dan roep ik u nog éénmaal toe als uw eigen herder en leraar. Laat u met God verzoenen! Want dien, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt. En tegelijk leg ik daarmee al mijn dienst onder u neer aan de voeten Gods, om te bidden: Wilt Gij de wasdom geven? Wilt Gij dat doen?

Aan het eind van de prediking werd gezongen Psalm 143 vers 10. Hierna richtte ds. Bos zich met een kort woord tot kerkeraad en gemeente. Hij liet hierin uitkomen de bijzonder prettige samenwerking met de kerkeraad, die hij node kon loslaten. Tot de gemeente zei hij, dat banden moesten worden losgemaakt en dat hij steeds met dankbaarheid zou terugdenken aan de tijd, in Wierden doorgebracht.

Na de toespraak van ds. Bos nam ouderling Maris het woord en bracht namens de kerkeraad en de gemeente in hartelijke en welgekozen woorden de scheidende predikant dank voor het vele werk in de gemeente verricht.

Hij legde daarbij vooral de nadruk op de prediking van de vertrekkende herder en leraar.

„Zie, ik breng Hem tot ulieden uit", daarmede, aldus oud. Maris, bent u in onze gemeente begonnen. Inderdaad, u hebt niet anders gedaan, u hebt het rijke Evangelie in Jezus Christus voor een arm en verloren zondaar vanaf de Wierdense kansel gepredikt en velen, hier in de kerk aanwezig of thuis, luisterend aan de kerktelefoon, kunnen getuigen van de zegen, die ze onder uw Woordverkondiging mochten ontvangen. Uw prediking was voluit Christo-centrisch.

Ook mevr. Bos werd hartelijk dank gebracht voor alles, wat zij voor de gemeente had betekend.

Ouderling Maris besloot met: De Heere zegene u en Hij behoede u samen! Hij verzocht ds. en mevrouw Bos toe te zingen Psalm 121 vers 4.

Dit was de enige toespraak in deze bijzondere dienst.

Donderdag, 2 november, was er 's avonds in het Ned. Herv. Dienstgebouw gelegenheid geweest om afscheid te nemen van ds. en mevr. Bos. Van deze gelegenheid was dankbaar en druk gebruik gemaakt en vele woordvoerders van kerkelijke verenigingen en scholen lieten hun woorden van dankbaarheid vergezeld gaan van stoffelijke blijken van waardering.

Oude Pekela.

Zondag 29 oktober j.l. nam de eerw: heer H. van der Veen afscheid als evangelist van Oude Pekela. De heer Van der Veen heeft de pensioengerechtigde leeftijd reeds overschreden. Een lange reeks van jaren heeft hij te Oude Pekela mogen arbeiden. De fam. Van der Veen heeft zich metterwoon gevestigd te Jaarsveld. (Adres: Rolafweg 16 noord).

Evenals voorheen de eerw. heer Asmus, hoopt de heer Van der Veen nog spreekbeurten te vervullen in dienst van de Ned. Herv. Bond voor Inwendige Zending.

Jubileum.

Op 17 november wordt ds. P. Kuylman te Hilversum 95 jaar. Hij stond tot zijn emeritaat in 1935 te Bunnik, Oud Alblas, Zegveld, Barneveld, Oosterwolde, Lunteren, Houten, Doornspijk, en, te Eemnes Binnen.

Sommelsdijk.

Zondag 5 november 1961. Het wijdse Flakkeese land, doordrenkt van regenwater, ligt droefgeestig uitgestrekt in deze najaarsmiddag. Het is stil. Even is daar de roep van een eenzame vogel, die niet zo snel een rustplaats kan vinden, maar deze toch straks ontdekt op een tak van een schaarse boom. De langzaam opkomende mist legt zich nu reeds behoedzaam voor de nacht ter ruste in dit behaaglijke dal, omgeven door rusteloze golven.

Maar in Sommelsdijk vindt de zachte regen zich voortspoedende mensen naar de oude kerk, met de grote, enigszins lompe toren. Voor hen is de hoorbare triestheid van de natuur geen kakofonie. Zij geeft op aparte - wijze gestalte aan wat er bij hen leeft en zo verdrietig is: Het afscheid is daar van hun geliefd geworden herder en leraar. Het valt hen zwaar.

Op de avond van 31 oktober, toen zij in „Vita Nova" ds. en mevrouw Gooyer ten afscheid de hand konden drukken, hebben zij voor het laatst hun pastor en pastoorse hun liefde en aanhankelijkheid betuigd. Zij hebben tot hun verrassing, die snel plaats maakte voor verlegenheid, koninklijke geschenken aangeboden. Een koelkast, een grote koperen kroonlamp, een elektrische klok, een schemerlamp, een schilderstuk . . . . Het werd een enorm aantal. Naast het geschenk van de kerkvoogdij onder couvert, was daar de prachtige doos sigaren van een 10-jarige jongen, van zakgeld gekocht en onder niet terug te dringen jongenstranen aangeboden.

Nu is daar het officiële afscheid. Als de deuren van de kerk gesloten zijn, is een samengepakte menigte bijeen. De klok heit twee. Even is er nog beweging als de deur van de consistoriekamer geopend wordt, als ds. Gooyer zich naar de hoge preekstoel begeeft, vergezeld van de kerkeraad en zijn Flakkeese collega's, allen in toga. ds. J. V. Drenth van Ooltgensplaat, ds. H. N. van Hensbergen van Dirksland, ds. B. J. Zaal van Nieuwe Tonge, ds. J. van Vliet van Ouddorp ds. A. Jonkers van Oude Tonge, ds. B. J. Wiegeraad van Herkingen, ds. G. van Wursten van Den Bommel, ds. K. Exalto van Melissant en ds. H. J. Smit van Stellendam. Dan is er de stilte van het gebed. Het gebed om de opening des Woords, het gebed voor hun predikant, die straks de hunnen niet meer is, die, zij weten het, het moeilijk heeft.

Na votum en zegengroet is daar het machtige gezang door bijzonder schoon orgelspel ondersteund. Psalm 138 : 1 en 2. Daarna is de geloofsbelijdenis, beaamd door de gemeente met Psalm 111 ; 6. De Schriftlezing is uit 1 Corinthe 15 vers 1—20. Dan gaat ds. Gooyer voor in gebed. De dienst der offeranden is er tijdens het zingen van Psalm 119 : 7, 8, 22 en 65.

De afscheidstekst is 1 Corinthe 15 : 1 en 2. „Voorts broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat, door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zodanige wijze, als ik het u verkondigd heb, tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt."

Op zijn zo eigen wijze vertolkte ds. Gooyer deze tekstwoorden, nauw aansluitend bij zijn intredetekst, nu 4 1/2 jaar geleden „Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie niet is naar de mens". Op begaafde wijze maakte hij Christus heerlijk, door Hem in Zijn dierbaarheid, noodzakelijkheid en gepastheid voor te stellen. Niets van de mens vermocht in deze preek ertussen komen. Ademloos luisterde de gemeente toe, waarna zij tenslotte Psalm 56 : 5 zong.

Na het dankgebed hield ds. Gooyer toespraken tot de burgemeester, de heer P. W. Hordijk, de afgevaardigden van de Classis Brielle en de Ring Sommelsdijk, de afgevaardigden van de Geref. en Chr. Geref. Kerk en die van de Geref. Gem. te Middelharnis, de directrice van het rusthuis, zr. V. d. Klooster en de geestelijke verzorger, de eer­ waarde heer A. Terlouw, de deputatie van de kerkeraad van Wezep, de toekomstige gemeente van ds. Gooyer, de afgevaardigden van alle Hervormde kerkeraden van het eiland, de consulent ds. Van Hensbergen, de kerkeraad van Sommelsdijk, het college van kerkvoogden en notabelen, de koster en de organist, bestuur en onderwijzend personeel van de Chr. School, alle Hervormde verenigingen, bestuur zondagsschool, de catechisanten en tenslotte de gemeente als geheel, waarbij ds. Gooyer zichtbaar ontroerd wordt. „Wij hoorden bij elkaar", aldus ds. Gooyer, „maar nu, vaart wel." Wij kunnen u nooit vergeten.

Woorden tot de scheidende predikant worden dan gesproken door ds. J. van Drenth, namens classis en ring, ds. H. N. van Hensbergen, als consulent, de heer W. J. Witvliet, namens de afgescheiden kerken en tenslotte door ouderlingkerkvoogd H. V. d. Doel, namens kerkeraad, kerkvoogdij en gemeente. Op zijn verzoek zingt de gemeente Psalm 121 : 2 en 4 als wens en bede ds. en mevrouw Gooyer toe.

Als ds. Gooyer de laatste sprekers dank gezegd heeft, verzoekt hij te zingen Psalm 118 : 14, waarna hij bewogen de zegen uitspreekt. Ontroerd keerden de Sommelsdijkers huiswaarts. Hun bede zei „En nu, wat verwachten wij, o Heere, onze hope is op U !"

Ds. Gooyer is voornemens D.V. op 19 november in Wezep intrede te doen na te zijn bevestigd door ds. J. Vos van Rijssen.

Ned. Herv. Bond voor Inwendige Zending op Geref. Grondslag in Nederland'.

Bovengenoemde Bond hoopt vrijdag 17 november a.s. zijn 26ste jaarvergadering te houden in het gebouw voor Chr. Maatschappelijke Belangen te Utrecht, Kromme Nieuwe Gracht 39 te Utrecht, aanvang half elf. Na de pauze hoopt ds. T. Poot uit Driebergen een referaat te houden, getiteld: „Toerusting tot dienstbetoon? Het bestuur verwacht dat ook de kerkeraden zich zullen laten vertegenwoordigen, omdat de evangelisatiearbeid een taak is welke onder de kerkeraden ressorteert.

Jeugdconferentie Goeree-Overflakkee.

De Stichting voor Vormingswerk op Goeree- Overflakkee organiseert een jeugd-weekend D.V. van 25 tot 27 november a.s., op het „Toppershoedje" te Ouddorp. Ds. T. Poot uit Driebergen, voorheen te (Middelharnis, komt daarvoor over en heeft de leiding van de conferentie tezamen met mej. Braber, mej. Van Noord en ds. Jonkers van Oude Tonge, bij welke laatste belangstellende meisjes en jongens van 16 jaar en ouder zich voor deelneming kunnen opgeven.

Het onderwerp van de conferentie: „De jeugd in de samenleving nu", wordt zaterdagavond in­ geleid door ds. Poot, die zondagmorgen in Ouddorp in de kerkdienst hoopt voor te gaan.

Jubilea Herv. Geref. Jeugdverenigingen te Utrecht.

Op D.V. 25 november jubileren de Herv. Geref. Jeugdverenigingen te Utrecht: „Eben-Haëzer", 50 jaar; „Obadja", 45 jaar; „Lydia", 30 jaar en „Jong Lydia", 25 jaar.

Wij hopen dit te herdenken door op bovenstaande datum een middag te beleggen met oudleden en belangstellenden.

Spreker: ds. A. J. Jorissen. Onderwerp: Jeugdwerk vroeger, nu en straks.

Aanvang 3 uur, gebouw Boothstraat 6.

Bij opgravingen in Ouderkerk restanten gevonden van middeleeuwse kerk.

De opgravingen, die door het Instituut voor Prae- en Protohistorie van de Gemeentelijke Universiteit bij de Nederlands hervormde kerk in Ouderkerk aan de Amstel worden verricht, zijn met succes bekroond. Men heeft n.l. restanten gevonden van een naar alle waarschijnlijkheid uit de 13e eeuw daterende kerk, waar de eerste bewoners van het vlek, dat is uitgegroeid tot de wereldstad Amsterdam, waarschijnlijk hun godsdienstoefeningen hebben gehouden.

De overblijfselen van de kerk liggen temidden van een kerkhof, dat van nóg oudere datum moet stammen. Dit kon worden vastgesteld uit de overblijfselen van eikenhouten doodkisten, die men heeft gevonden.

Drs. H.H. van Rechteren-Altena, die de leiding, heeft bij de opgravingen, vermoedt dat dit kerkhof behoorde bij een tufstenen Romaanse kerk, die nog voor de kerk, waarvan men nu fundementen heeft gevonden, in Ouderkerk aan de Amstel moet hebben gestaan. Het archeologisch onderzoek van het Instituut voor Prae- en Protohistorie naar de oudste bewoning van Amstelland en Amsterdam, waarmee in 1952 werd begonnen tijdens de restauratie van de hervormde kerk in Ouderkerk, heeft met de jongste ontdekking grote vorderingen gemaakt. Reeds in het begin van de vijftiger jaren was komen vast te staan, dat men in Ouderkerk op de goede weg was. Toen vonden de onderzoekers funderingen van twee middeleeuwse kerken, waarvan de jongste een houten transept en een veelhoekig koor bleek te hebben.

Nu heeft men de fundamenten van de oudere kerk onderzocht, met genoemd resultaat. De fundering, die bestond uit vier lagen van dwars over elkaar op het veen rustende boomstammen, heeft als steun gediend voor een uit grote bakstenen opgebouwd koor.

Drs. Van Rechteren-Altena verwacht, dat het onderzoek, dat binnen afzienbare tijd zal worden voortgezet, nog tot verrassende resultaten zal leiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERKNIEUWS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's