UIT DE PERS
In het Herv. Weekblad De Gereformeerde Kerk gaat ds. Groenewoud in op een artikel van ds. M. A. Krop in het Groninger Kerkblad. Volgens ds. Krop moeten we er op rekenen, dat er over 20 jaar een tekort zal zijn van 800 predikanten. Hij gaat dan vervolgens de oorzaken na en probeert een oplossing voor dit probleem aan de hand te doen.
Hij stelt dan voor, een geheel andere vorm van opleiding; deze wil hij op allerlei punten moderniseren. Zijn ideaal is, dat de theologie ons de mens, de cultuur en de moderne samenleving zo leert kennen, dat de verbinding gezien wordt tussen de verkondiging van het evangelie en de vragen waarop in 1961 antwoord gegeven moet worden.
Wat dat in concreto betekent kunnen we wel zo'n beetje aanvoelen. In ieder geval zal het ons terstond wat duidelijker worden als we u uit de uitvoerige reactie op dit artikel door ds. Groenewoud dit zeer behartenswaardige stukje doorgeven:
Het lijkt me toe, dat juist een beslist en sterk geconcentreerd zijn op de dienst van het woord, weer kan leiden tot een revaluatie van het predikambt. Dit betekent, dat de theologische opleiding beslist niet moet zijn een vluchtig en dus oppervlakkig kennis nemen van alle mogelijke vakken die in deze tijd aan de orde komen. De predikant moet geen dilettant op vele terreinen zijn. Hij moet specialist in zijn vak zijn. Daarbij is het centrale de Bijbel, en in verband daarmee de dogmatiek, met de ethiek. Maar de geschiedenis der kerk, vooral gezien als geschiedenis van het werken van het woord in de wereld, ook in onderlinge wisselwerking, is daarbij ook van grote betekenis. Er is tegenwoordig veel meer instelling op de praktijk dan vroeger. Dit is toe te juichen. Het mag echter niet gaan ten koste van de wetenschappelijke aard van de opleiding. Ik ben wel eens bang dat sommigen dit te weinig bedenken.
Verder heeft de actie tot eenwording tussen hervormden en gereformeerden nog al de aandacht in de kerkelijke pers; uiteraard vooral bij degenen die het meest belanghebbenden in deze materie kunnen worden genoemd. Een vorige keer wezen we al op het feit, dat het blad Waarheid en Eenheid zich presenteerde om in de komende tijd de dreigingen en gevaren die hier liggen te signaleren en te waarschuwen tegen de gevaren die op allerlei punten opdoemen. De actie van „de achttien" staat dus wel in het middelpunt van de belangstelling.
In de Gereformeerde Kerk van 9 nov. gaat ds. Groenewoud op dit probleem in door in een artikel de vraag aan de orde te stellen: Hoe functioneert de belijdenis?
Aanleiding tot zijn schrijven was een voorval ergens in Nederland. De herv. kerkeraad daar gaf aan de leden der gemeente gelegenheid om door op een lijst te tekenen adhaesie te betuigen met het streven van de Achttien. De gereformeerde kerkeraad weigerde echter hetzelfde te doen omdat, volgens de gereformeerden, er een verschil van inzicht bestaat tussen beide kerken en kerkeraden omtrent de plaats die de belijdenis behoort te hebben. Ds. G. wijst er in zijn artikel op, dat er allereerst in de geref. kerken nog steeds een ernstig gebrek leeft aan kennis aangaande de tegenwoordige situatie van de herv. kerk. Daarnaast ziet men dan de eigen kerk te veel als ideaal.
En dat brengt ds. G. tenslotte tot de vraag hoe de belijdenis in de kerk moet functioneren. Hier komt natuurlijk meteen de leertucht op de tafel. Maar juist op dat punt heeft ds. G. enkele vragen en opmerkingen te maken, die hij — zo lezen we — ook meteen richten wil aan het adres van sommige hervormden, die zo luid om leertucht roepen:
De leertucht dient om te zorgen voor de rechte prediking, opdat de gemeente rondom Jezus Christus zal worden verenigd. Het doel van de leertucht is niet de zuivere prediking als zodanig, maar de gemeenschap der kerk, in de gemeenschap met de Here Jezus Christus. Als we nu de twee grote leertuchtgevallen die de Gereformeerde Kerken in deze eeuw hebben gehad in dit licht bezien, kunnen we er toch niet aan ontkomen, te erkennen, dat ze juist op dit punt hebben gefaald. Zowel ten aanzien van de groep Geelkerken, als ten aanzien van de groep Schilder, heeft de kerkelijke actie tot een scheuring van geloofsgenoten geleid; in beide gevallen werd de kerkelijke gemeenschap verbroken tussen hen die door het geloof in dezelfde Heiland verbonden waren.
Mede om deze reden zou ds. G. zo graag willen, dat van gereformeerde zijde dit punt minder absoluut gesteld werd, zodat zij niet bleven eisen dat de herv. kerk een doublure zou zijn van de geref. kerk. Hervormden en gereformeerden, zouden elkander dan tenslotte moeten kunnen vinden hierin, dat ze beiden erkenden dat ze zeer beslist leertucht wilden, maar ook tegelijkertijd bekenden dat ze niet wisten hoe dit moet geschieden.
Ook in het Gereformeerd Weekblad (Kok) van 17 nov. wordt nogal wat aandacht besteed aan het streven tot eenwording. Allereerst schrijft prof. Ridderbos er over in de rubriek Van Week Tot Week. Blijkbaar ontvangt hij nog wel eens brieven en ingezonden stukken waarin dan gewezen wordt op de gevaren van dit eenheidsstreven. De gemeenschappelijke diensten die men te Wassenaar organiseert, vormen de directe aanleiding tot een schrijven dat prof. R. ontving en waar hij nu uitvoerig op in gaat, om dan vooral ook in z n artikel meteen dr. Schelhaas in Waarheid en Eenheid van antwoord te dienen. Het blijkt dan dat prof. R. zich ongeveer net zo hard geërgerd heeft aan het geval Wassenaar als de vele brief- en artikelenschrijvers, maar hij denkt niet dadelijk in dimensies van scheuringen of iets dergelijks. Hij ergert zich vooral aan de onordelijkheid die soms doet denken aan de Richterentijd.
Overigens beurt prof. R. er niet zo zwaar aan als vele anderen in de geref. kerken:
Toch. moet men zich niet al te hard verbazen. Niemand moet denken, dat hij „voor zijn leven klaar is", als hij zich maar eenmaal stevig verschanst heeft in de historische bolwerken. Er kan nl. een tijd komen, dat het ongewoon stil om hem heen wordt. Het bolwerk is nog wel goed en bomvrij. Maar het is achter de linies komen te liggen, De strijd heeft zich verplaatst. Met minder beeldspraak: men moet zich kunnen indenken, dat de antwoorden van vroeger de mensen van vandaag niet meer voldoen, zonder dat men terstond mag zeggen: de mensen van vandaag zijn verlaters of verraders van de zaak, waarvoor een vorig geslacht zo vol moed en karakter heeft gestreden. Men zal op zijn minst rekening moeten houden met de mogelijkheid, dat er iets anders in het spel is.
Hoe onordelijk het ook is om nu reeds gemeenschappelijke diensten te gaan houden en geen rekening meer te houden met het geheel en met de tot nu toe gevolgde gedragslijn in het geheel van de geref. kerken, toch betekent dit nog niet direct een plaatselijk al vervagen van de grenzen en een verloochenen van de waarheid. Als men b.v. plaatselijk overtuigd is van een zuivere evangeliebediening in de beide kerken en men wil dan op grond daarvan niet langer plaatselijk waterdicht tegenover elkaar blijven staan dan verloochent men daarmee toch nog niet direct het standpunt van Afscheiding en Doleantie. Al met al hebben we toch het idee, dat dr. Schelhaas niet bevredigd zal zijn door het uitvoerige antwoord van prof. R. We vermoeden dat hij toch ook nog erg graag zou willen weten hoe het mogelijk is dat de zuiverheid van de evangelieverkondiging gegarandeerd is en vast staat als het gaat over gemeenschappelijke diensten met de herv. middenorthodoxie. Dat was namelijk wel een van de meest dringende vragen die dr. S. in zijn blad aan de orde stelde.
In hetzelfde nummer van dit Geref. Weekblad vinden we een artikel van prof. Br. Wurth, onder het opschrift: Vrijzinnigen en Vrijzinnigheid. In zijn beantwoording van enkele vragen van prof. W. heeft ds. Landsman in het Weekblad der hervormde kerk namelijk geschreven dat de herv. kerk geen vrijzinnigheid, geen vrijzinnige richting kent; ze kent alleen maar vrijzinnigen. Prof. W. is er wel van overtuigd, dat men in de herv. kerk niet zo maar zonder meer alles wat zich als vrijzinnig aandient, door de kerkelijke tucht buiten de deur van de kerk kan zetten. Volgens hem zou het zelfs wel eens kunnen zijn, dat er onder die vrijzinnigen waren, wier prediking of belijden meer echt evangelisch of reformatorisch was dan wat onder andere groepen door sommigen voor bijbelse prediking of reformatorisch belijden wordt uitgegeven.
Maar toch ontkent prof. W. ten stelligste dat er in de herv. kerk niet gesproken kan en moet worden van vrijzinnigheid. De vrijzinnigen vormen in de herv. kerk wel degelijk een georganiseerde macht, en ze komen er zelf ook heel openlijk voor uit. De vrijzinnigheid vormt in de herv. kerk een modaliteit waarvoor, naast andere modaliteiten, ook ruimte moet zijn in de kerk. Prof. W. wil ook nog wel toegeven, dat de vrijzinnigen de belangstelling voor de problemen vanuit de moderne cultuur levendig hebben gehouden. Doch dan gaat prof. W. verder:
Maar dat andere aspect van de moderne richting, de vrijzinnigheid, d.w.z. het niet kunnen en willen aanvaarden van de onvoorwaardelijke autoriteit van Gods openbaring voor ons geloof en voor ons leven, het opeisen voor de enkeling van het recht om zelf tenslotte uit te maken wat voor hem als waarheid heeft te gelden, dat wordt in het gesprek over de vrijzinnigen bijna altijd gebagatelliseerd. En hier zitten nu de eigenlijke problemen tussen gereformeerd en hervormd. Wij als gereformeerden binden misschien wel eens al te gemakkelijk. En het is goed, dat in de laatste tijd onze ogen er voor beginnen open te gaan, dat het begrip „binding aan de belijdenis" heel wat moeilijke problemen insluit. Maar de oplossing kan toch nooit zijn, dat wij omdat dat probleem zo moeilijk is, in de kerk iedereen het recht geven om b.v. van heel de belijdenis, die ook de hervormde kerk nog altijd als haar belijdenis bezit, te verklaren, dat die toch eigenlijk te verouderd is om daaraan moderne mensen te kunnen binden en in het algemeen elke eigenlijke handhaving van een belijdenis als tyrannie over de consciëntie te kwalificeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's