UIT DE PERS
In de Waagschaal van 25 nov. heeft een artikel overgenomen uit het Evangelisch Luthers Weekblad van de hand van C. W. Mönnich. Het opschrift boven dit artikel luidt: De te hervormen hervorming. De schrijver vertelt ons, dat hij nog maar nauwelijks terug is van vakantie of hij moet zich al weer gaan bezinnen op een preek of een artikel voor de hervormingsdag. Toen hij daarmee bezig was, bracht de post hem echter al weer allerlei kerstaanbiedingen van ijverige christelijke uitgevers, en in deze kerstaanbiedingen vond hij nu weer stof voor een artikel voor de hervormingsdag.
Onder de verschillende kerstaanbiedingen vond de schrijver namelijk ook een offerte van Kerststalletjes, een kleine bouwplaat om uit te knippen en op te zetten. De schrijver mijmert eerst dan nog wat over het ontstaan van dit idee en vervolgt dan:
Dat is er dus in de praktijk van de christelijke wandel terechtgekomen van de Reformatie: deze liederlijke burgerlijkheid, deze slampamperige hypocrisie, deze bravigheid, die heel wat meer heiligschennis bevat dan de ergste aflaatkraam en de wildste beeldenstorm tezamen. Daarvoor is er dus dat immense leed geleden; daarvoor hebben mensen, rooms en onrooms, met krimpend hart en laaiend geloof voor hun beulen gestaan; daarvoor hebben de martelaren op de brandstapel hun psalmen gezongen; daarvoor hebben ketterse drukkers en schrijvers lijf en goed over gehad, opdat maar Gods Waarheid verkondigd zou worden; daarvoor zijn de schatten van een oude beschaving tot puin en scherven geslagen. Ik verlang niet naar die tijden terug; maar wel naar het besef van wat de storm betekende, die in de 16e eeuw over de Christenheid opstak. De Reformatie is geworden, wat zij nooit had mogen worden: een feit, een bikkelhard feit vol van confessionele boeken, kerkordeningen. bestuurscolleges, plechtige gewoonten en traditionele, meestal onbenullig geworden verschillen. De zaak is nog erger. Ook van de oecumenische beweging maken we zo'n feit, waarbij de belangen van de ene en de andere groep precies afgewogen moeten worden. Met bezorgde gezichten staan de verantwoordelijke mensen van de kerken naar het spartelen van het wicht te kijken en letten er nauwkeurig op, dat aan de anglicaanse luier een presbyteriaanse veiligheidsspeld wordt gestoken en de rammelaar nevens een orthodox belletje ook een lutherse klank kan doen horen.
Hervorming was nodig en is nodig, altijd weer, maar niet die botte feitelijkheid. In de zestiende eeuw was er veel recht te zetten, niet alleen aan wat men „misbruiken" pleegt te noemen, maar ook aan de manier waarop men met het Woord van God omging. Hierom vooral is de tijd der Reformatie groot geweest, dat hij heeft laten zien hoe onuitsprekelijk en simpel de rijkdom en het mysterie van onze God is. Geen historicus die de feiten tegen elkaar afweegt, zal het meer wagen de ene partij wit en de andere zwart te noemen. Als Luther de paus de antichrist noemt, dan kon hij niet anders, niet omdat hij een grove, opvliegende man was, maar omdat hij wist, dat er ruimte moest komen voor Gods Woord, ten koste van alles.
In de boekbespreking van De Wekker wijdt ds. Velema ook enkele woorden aan de hem toegezonden brochure van ds. Taverne, die handelt over de richtlijnen van de synode der Herv. Kerk voor de behandeling van de leer der uitverkiezing. De opmerkingen van ds. Velema laten aan duidelijkheid niets te wensen over:
Er staan juiste en ware opmerkingen in deze brochure. Maar de toon, waarop dit gebeurt, is dermate arrogant en liefdeloos, dat we niet de minste waardering kunnen opbrengen voor de inhoud. Ds. Taverne denkt dat hij de profetenmantel aan heeft, maar het is er ver vandaan. Hij is gespeend van het a.b.c. van het echte christelijke leven — de ootmoed. Er is niet de minste liefde en bewogenheid in dit geschrift op te merken. Daarom wordt ook een infame aanval gedaan op prof. v. d. Meiden op pag. 31 van dit geschrift. Ieder, die kerkelijk leven liefheeft — hoeveel aanmerkingen hij ook heeft — dient zich van dit soort lectuur duidelijk te distanciëren. Ds. Taverne bedoelt de afbraak ook van ons kerkelijk leven. Dat kunnen we niet toelaten. De redactie verzoekt dan ook van toezending van dit soort lectuur verschoond te blijven. Er wordt met geen letter meer gewag van gemaakt in ons blad, op welke wijze ook. We hebben ons kerkelijk leven, met alle gebreken, te lief om het door ds. Taverne te laten besmeuren.
Onlangs vermeldden we een grief van de heer Scheps in Kerknieuws over de nadere aanduiding van de Geref. Kerken als gebonden of vrijgemaakt. In de rubriek Van Hier en Daar, in De Wekker van 1 dec., lezen we van soortgelijke moeilijkheden die door de oecumene in het leven geroepen worden. In onze taal spreken we namelijk van hervormd en gereformeerd" maar nóch in het Frans, nóch in het Engels heeft men daar twee verschillende woorden voor. In de vertaling worden dus de beide kerkgenootschappen aangeduid als église réformé en reformd church. Blijkbaar begon het gebruik op te komen om de geref. kerk te noemen: re-reformd church, dus zoiets als her-hervormde kerk. Maar het jeugddepartement van de Wereldraad van Kerken heeft tegen dit gebruik geprotesteerd. We hebben echter de indruk dat men van de regen in de drup terecht gekomen is, want volgens De Wekker heeft het officiële orgaan van de World Presbyterian Alliance de moeilijkheid opgelost door de herv. kerk aan te duiden als de Reformed Church en de geref. kerk als de Kuyper Church. Stellig zal men met deze vondst niet gelukkig zijn, maar overigens blijft het wel een moeilijkheid om dit probleem afdoende op te lossen. Ook De Wekker doet nog geen aannemelijke oplossing aan de hand, al wordt daar wel opgemerkt dat dit toch wel nodig is bij het toenemend internationaal kerkelijk verkeer. Het blijft overigens toch een moeilijkheid, want als onze kerkelijke pers ook nog eens internationale vermaardheid krijgt, dan is het voor m'n buitenlandse collega, de persschouwer, toch wel een hele opgave om de dingen uit elkaar te houden als hij toegestuurd krijgt b.v. het Hervormd Weekblad De Gereformeerde Kerk en het (herv. en geref.) Gereformeerde Weekblad.
In hetzelfde nummer van De Wekker lezen we ook nog iets over de toenemende vervolging in Spanje. De Latin American Evangelist schrijft daarover:
Een nieuwe golf van onderdrukking van Protestanten in Spanje heeft veel waarnemers overtuigd dat de onzekere toestand waaronder de Protestanten leven slechter wordt in plaats van te verbeteren. In het officiële tijdschrift Ecclesia waarschuwt de bisschop van Madrid, Alcala dat niettegenstaande de oecumenische beweging die tegenwoordig door de Katholieke Kerk wordt bevorderd „wij zonder enige menselijke overweging tegen de Protestanten moeten optreden als deze trachten.hun dwalingen en ketterijen te verspreiden omdat tenslotte waarachtig oecumenisme alleen maar terugkeer tot Rome betekent". Gedurende de laatste weken zijn verscheidene leiders van het Protestantse werk, zowel predikanten als leken ondervraagd aangaande hun activiteiten. Het algemene gevoelen van de Protestanten is dat zij leven onder politietoezicht alsof zij misdadigers waren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's