De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

NOOIT TE BEGRIJPEN

6 minuten leestijd

En Ik zal vijandschap zetten tussen u en deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; dat zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen. Genesis 3 : 15.

De ontdekkingen der ruimtevaart moesten een mens steeds meer doen vragen: Wat is de mens o Heere, dat Gij Zijner gedenkt. Niet te begrijpen reeds hoe de Heere al de gesternten bij name roept en er wordt er niet een gemist, hoeveel te minder dat de hoge God omziet naar de mens, in dat grote heelal minder dan een stofje aan de weegschaal.

De mens is nietig stof niet alleen, maar bovendien zo diep in zonde gevallen. Daar is de strijd van de vorst der duisternis aan het hoofd der gevallen engelen tegen de Heere, de Vader der lichten. Het liefste werk des Heeren is van de beginne geweest des mensen gelukzaligheid. Daarom wil de Satan de Heere treffen in Zijn beelddrager, de mens. En in die strijd nu heeft de mens God verraden.

Moedwillig is hij satan toegevallen en werkt mee aan zijn eigen kwaad.

Nooit te begrijpen is het nu dat de Heere het niet voor de gevallen engelen, maar voor die gevallen mens heeft opgenomen. Hij wil nu eenmaal verkeerd, laat hem dan, zouden wij geneigd zijn te zeggen. De mens heeft zichzelf laten verlagen tot een kind des duivels, door middel van en evenals de slang tot des satans instrument. Tot een addergebroedsel, tot slangenzaad. Maar eerst was hij een kind van Mij, hoe zou Ik die mens toch overgeven, spreekt de Heere. Terstond nadat het hoogverraad tegen de hoogste Koning gepleegd is en de hoogste straf, de drievoudige dood verdiend is, wordt de weg des levens geopenbaard.

In Zijnen toorn is de Heere des ontfermens gedachtig. In de vloek over de slang ligt een zegen voor de mens. Daar is Eva. Zou ze inplaats van een moeder der levenden een moeder van de doden zijn? En enkel smart van haar kinderen hebben zoals Ik smart heb van mijn kinderen Adam en Eva, spreekt de Heere. Ik zal vijandschap zetten. Die twee, die elkander pas zo wonderlijk goed verston­den, moeten van elkander af. In 't algemeen wanneer er vijandschap gezaaid wordt tussen twee die tevoren één waren geschiedt dit met minder goede bedoelingen. Dan wordt de verdeel- en heerspolitiek toegepast. Dan is het om beide om te kunnen brengen. Maar nu zal de mens omkomen als hij het met de slang eens blijft.

En zoals we in alles achter de slang de satan zien staan, zo zal uit het menselijk geslacht Eén naar voren komen als het Heilig Zaad, in bijzondere zin de Zoon des mensen. Daar zal uit die onreine vrouw door een wondere geboorte één rein, waarachtig en rechtvaardig mens geboren worden. Die zal de slang de kop vermorzelen. De kop met het dodelijke gift van alle boze bedenkingen en influisteringen. Satan zelf, het hoofd der slang zal hij de dodelijke slag toebrengen.

Maar de slang en de mens, het slangenzaad, zullen zich tot het uiterste verzetten. De wereld wil het heilig zaad niet hebben. Wat wordt er niet gedaan om dat zaad uit Juda's stam uit te roeien. Denken wij b.v. aan Farao of aan Athalia. Welk een uitbarsting van moordlust bij de geboorte van de Zoon des mensen in Herodes dagen.

Maar al is Herodes in zijn vervolging het Heilig Kind Jezus dicht op de hielen, meer dan de verzenen kunnen niet gekwetst worden. En juist waar de satan naar de verzenen grijpt wordt hem de voet op de kop gezet. Want Christus is als de grote Hogepriester van het huis Gods gekomen om de grote verzoendag te houden. Zie Christus de Hogepriester. Maar waar is het lam ten brandoffer? Dat is, o wonder, Hij Zelf, het Lam Gods dat de zonde der wereld wegdraagt.

Niet te begrijpen. In de vloek ligt een profetie, een grote zegen wordt er in aangekondigd. Ja, de slang zelf wordt nog een beeld van de zegen. Christus zou Zich vergelijken met een slang die verhoogd zou worden. Hij zou eerst tot zonde gemaakt worden en de vloek dragen, kronkelend als een slang, een worm, en geen man.

Maar nu wil de hier geprofeteerde Christus, het ware vrouwenzaad, niet al­leen Zelf overwinnen, doch veel zaad, veel broeders tot zaligheid leiden. Na die grote verzoendag is die grote Hogepriester zegevierend uit de donkerheid van het graf gekomen. Om door Zijn levendmakende Geest zijn reinigende zoenbloed te besprengen aan het onreine mensdom. De uitvoering van de bediening der verzoening geschiedt waar het Woord Gods zuiver gepredikt wordt.

Maar als de Heere in Zijn Woord persoonlijk tot een mens komt blijkt pas goed welk een bittere vijand hij is. Welk een moeite doet het slangenzaad dan nog om het heilig zaad te verstikken en bij de geboorte in het hart om te brengen.

Wat een moeite heeft de Heere om de vijandschap met satan te bewerken en die verderfelijke vriendschap te breken. Vóór een mens het eens is met God. En zegt: U bent alleen met Uw eigen werk tevreden. Maar ook ik heb pas vrede als ik daar in mag rusten. En daarbuiten verdien ik voor eeuwig om te komen. Dat vonnis is gans rechtvaardig. Dan is de weg der verzoening open.

Maar ook als Christus in het hart overwint, dan wil die zieltogende kop zich nog steeds oprichten. Om leven te zoeken waar geen leven is. Wat is zijn vermorzeling toch nodig.

De enige hoop voor de Joden in Esthers dagen was de strijd die hun geoorloofd was.

Ook hier wordt de strijd u voorgesteld als uw enig behoud. Als ge die strijd niet wilt, hebt ge ook niets aan de belofte. Dit woord zegt u: er is een strijd gaande. Het gaat om uw onsterfelijke ziel. Aan welke kant staat ge in die strijd? Of doet ge niets anders dan de poorten van uw hart wijd open zetten voor zonde en werelddienst? Dan staat ge toch aan de verkeerde kant.

Zonder strijd betekent deze belofte niets, 't Is juist als met de doopbelofte. Maar als ge de goede strijd strijdt, hebt ge de Heere mee.

Zalig die deze belofte en hun doopbelofte verstaan om zich te buigen onder de schutse van hun enige Leraar, Koning en Hogepriester om alzo vromelijk tegen de zonde, de duivel en zijn ganse rijk te strijden en te overwinnen.

In die overwinning wordt pas de zaak van deze belofte volkomen verstaan. Ik zal vijandschap zetten zegt de Heere. Ja, Heere, U hebt het gedaan. Wij zouden lekkerlijk in onze dodelijke val zijn blijven liggen. Wij zouden die heilige oorlog nooit gewild hebben. Maar U hebt de gevallen mens opgezocht, 't Is door U, door U alleen om 't eeuwig welbehagen. 

Nooit te begrijpen, de vrije gunst die eeuwig U bewoog.

(Ouderkerk a.d. IJssel)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's