HET WOORD IS VLEES GEWORDEN
Na de schepping het allergrootste gebeuren in de wereldgeschiedenis: Immanuël. God in het vlees. Aan de ene kant het machtigste wonder. Hoe is het mogelijk, dat de almachtige Schepper van hemel en aarde mens wordt? Echt mens, niet maar een schijnmens, een alsof, neen, ons in alles gelijk geworden uitgenomen de zonde. Waarachtig God en waarachtig mens!
Is het wonder, dat velen daaraan ergernis nemen? Laat staan dan nog aan het kruis, want dit hangt met de vleeswording samen. Dit maakt de ergernis nog veel groter. Het kruis, plaatsvervangend lijden! Onze schuld onze dood, ons oordeel op Hem. Mensonwaardig — zegt iemand.
God in het vlees ligt aan de andere kant niet zover van de mens af. Dat wil zeggen: zijn begeerte, zijn neiging, zijn trots en zijn hoogmoed, verleiden hem tot de begeerte zelf God in het vlees te willen zijn. Dat vindt men heel gewoon: „Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten" (Kloos). De waardering van ons redewezen als goddelijk is trouwens aan de filosofie van vroeger en later niet vreemd.
Neen, de idee van vermenging van God en schepsel is in de geschiedenis der mensheid geen zeldzaamheid. Enigermate kan men dat toeschrijven, aan het algemeen besef van de alomtegenwoordige eeuwige kracht en goddelijkheid bij de aanschouwing der schepselen, maar dan komt de dwaasheid van het onverstandig hart en trekt hem neer in het schepsel in plaats van God te verheerlijken (Rom. 1 : 23). Met heilige spot tekent Jesaja de dwaasheid van deze afgoderij (Jes. 44 : 9 v.v.).
De kloof tussen God en schepsel is echter zo breed en diep, dat het niet nalaat op sommige geesten indruk te maken. God in de hemel en de mens op aarde. God de ongenaakbare, de onbereikbare. Daarin is ook waarheid. Het is niet zonder reden, dat er mensen zijn, die de verhevenheid Gods boven deze aardse levenssfeer zo hoog en zo „geheel anders" stellen, dat Hij zich met de aardbewoners in het geheel niet zou kunnen bemoeien. Ook dit is een manier om zich van God vrij te maken. Of als God zijn, of God op non actief stellen in een transcendente gevangenis. Het ontbreekt niet aan theologen, die dergelijke wijsgerige dwalingen overnemen, zonder klaarblijkelijk te gevoelen, dat zij met hun wacht bij de transcendentie Gods — indien het althans iets te betekenen had — tegelijkertijd aan de scheppende en de herscheppende arbeid Gods te kort doen.
Zulke gedachten zijn volkomen in strijd met de Heilige Schrift en de ware godsvrucht. Want God is niet ver van een iegelijk van ons (Hand. 17 : 27). Als er een eeuwige distantie bij wijze van spreken tussen ons en de Heilige God is, zodat Hij voor ons ontoegankelijk en onbereikbaar is, doet dat niets af van het feit, dat de ganse schepping en wij leven op de adem van Zijn mond. Zo dicht is Hij in het scheppende en onderhoudende Woord bij ons. Voor de transcendentie-theologen moet het echter wel heel moeilijk zijn de vleeswording des Woords in hun speculatieve theologie te plaatsen. Ook moeten zij in verwarring komen door de leer der Schrift, dat Christus gestalte aanneemt in de Zijnen. Deze verlegenheid verraadt zich opvallend in het streven van deze geesten, die men onder andere aantreft in de school van Karl Barth, de leer van de Heilige Geest zelfstandig te behandelen en los te maken van de Christologie. Enerzijds is dit zeer begrijpelijk, want nu kunnen zij onder het motto van de geest in vrijheid over de Schrift speculeren. lntussen maken zij zich schuldig aan een ernstige heiligschennis, daar zij de Christus te kort doen in de volheid van Zijn middelaarschap, waarin God Hem heeft gesteld, opdat Hij in alles de eerste zou zijn, zowel in de schepping als in de herschepping boven alle macht en heerschappij in de hemel en op de aarde verheven. Daartoe is Hij door de Vader met de Heilige Geest gezalfd en dat niet met mate, gelijk ook Zijn naam is Messias, Christus, dat is: Gezalfde. In alle werken Gods zijn Woord en Geest verbonden, overeenkomstig die zalving en, aangezien wij geen kennis dragen van de werken Gods dan van die, welke ons bekend zijn uit de schepping en de herschepping, is er geen ruimte voor werken van de Geest los van de Christus, die wij zouden kunnen kennen. De Schrift leert bovendien, dat de Geest het uit de Christus neemt.
Het Woord is vlees geworden! Geen „natuurlijke" zaak, geen algemeen menselijk feit. Het scheppende Woord blijft goddelijk onderscheiden van Zijn schepsel.
Het Woord vlees geworden. Geen vermenging ook van Godheid en mensheid, zodat het noch Woord noch vlees zou zijn.
Waarachtig God en waarachtig mens, ongescheiden en onvermengd. Zo heeft het de kerk van Christus van ouds geleerd en verstaan.
Dit wordt toch wel heel erg zwaar om te begrijpen. Neen het is nog erger: Zoiets is voor een mens totaal onbegrijpelijk. Ongescheiden en onvermengd, dit betekent, dat ondanks de vleeswording van het Woord, vlees vlees blijft en God God — God en mens verenigd in één persoon, edoch onvermengd en ongescheiden.
Hebben wij in verband met het scheppende Woord niet een verborgenheid van dezelfde aard ontmoet? Wij konden in de scheppende handeling geen distantie meer ontdekken tussen het scheppende Woord en de geschapen zaak, terwijl ook daar niettegenstaande de onmiddellijke en continue levensrelatie van het schepsel tot de Schepper, de eeuwige distantie tussen God en schepsel blijft. De goddelijke verborgenheid is waarlijk nog veel meer onbegrijpelijk dan aanvankelijk bleek, want het pantheïsme, de grond van alle afgoderij, maakt God tot een god, die opgaat in de verscheidenheid van de vormen en gestalten der materie. In de vleeswording des Woords blijft het Woord was het was. God, en het wordt, wat het niet was, mens.
Het Woord is vlees geworden!
Na de schepping het grootste gebeuren in de geschiedenis der wereld. Door het Woord immers zijn alle dingen gemaakt. Alle dingen zonder uitzondering (Joh. 1 : 4). Alle dingen zijn uit Hem, die de Eerstgeborene aller creaturen wordt genoemd (Kol. 1 : 15) d.w.z. dat de Raad Gods aangaande de schepping in de Zoon op een geheel enige manier goddelijke gestalte heeft aangenomen. Hij is voor alle dingen en alle dingen bestaan tezamen in Hem (Kol. 1: 17).
Christus is het begin van de werken Gods. Hij is het Hoofd van de ganse schepping en ook de Eerstgeborene uit de doden, met andere woorden, het Hoofd van de herschepping, want het is Gods welbehagen, dat in Hem alle volheid zou wonen (Kol. 1 : 19).
Alle nadruk valt op het feit, dat krachtens de schepping door het Woord alle schepselen in een levensrelatie tot Christus staan en dat ze alle met Hem te maken hebben, alle schepselen in de hemel en op aarde. Dat geldt nu ook ten opzichte van de wedergeboorte van hemel en aarde. Daarbij is de ganse door Hem geschapen wereld betrokken, aangezien zij door de zonde werd ontwricht en in de verlossing door Christus deelt (Kol. 1 : 20).
Om die verzoening en de alle schepsel omvattende verlossing (Rom. 8 : 19 v.v.) te weeg te brengen is Hij vlees geworden. Om der zonde wil. Dat is het enige antwoord op de vraag: cur deus homo? Waarom is God mens geworden? Om der zonde wil is Hij in het vlees gekomen en dat in de gelijkheid van het zondige vlees. De Schrift gebruikt de woorden: vlees geworden. Deze uitdrukking staat in onmiddellijk verband met de zonde. Hij heeft ons vlees en bloed aangedaan door geboorte uit ons geslacht om op die wijze het oordeel der zonde, dat op ons rust, op Zich te nemen. Door de geboorte uit de maagd is Hij tot zonde gemaakt, hoewel Hij geen zonde heeft gekend of gedaan. Zie het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Geboren te worden uit een vrouw was voor Hem de weg om de straf des doods, die op ons rust, op Zich te nemen, om onze dood te ondergaan en die te overwinnen. Dit is geschied in een weg van lijden en sterven overeenkomstig de wil des Vaders. Hij is opgestaan als de eerste uit de doden, opdat Hij in alles de Eerste zou zijn.
Het Woord is vlees geworden! Een moeilijk stuk voor de kinderen van onze tijd, die zozeer zijn ingenomen met hun welvaartsidealen, de rechten van de mens en met de angst ook voor dreigingen van ongehoorde verschrikkingen. Deze mens heeft geen belangstelling meer voor de vraagstukken van het geloof. Hij discussieert niet meer over opstanding, voleinding, uitverkiezing e.d., om de eenvoudige reden, dat het hem niet aandoet. De kerken ontvolken. En van zonde gesproken — kom daarmede niet aan. Zondaar wil de mens van alle tijden niet zijn, maar zolang hij zijn afhankelijkheid meer gevoelde, het hij zich gemakkelijker gezeggen. Doch sedert hij in zijn hoofd heeft de lucht te veroveren en droomt van een zomervakantie op de maan of één der planeten, wordt hij gevangen in een machtspsychose, die hem duizelig maakt ten aanzien van de diepste levensvragen.
Uitzonderingen? Ja, die zijn er ook. Woord en Geest werken aan de vervulling van het welbehagen des Heeren en dat zal gelukkiglijk voortgaan. Weest echter beducht, als het over verachtering van de godsdienst en afval gaat!
Als de Christus wederkomt, zal Hij geloof vinden op aarde? Hebt gij niet gelezen van de grote afval? Verachtering van het godsdienstig leven en afval van het geloof staan in het teken van de voleinding en van het oordeel.
Er zijn ook hoopvolle geluiden, roept iemand: Hij wijst op de belangstelling voor Bijbelkringen en jeugdwerk.
In het geloof hebben wij altijd goede moed. Ons wordt echter ook waakzaamheid geboden om op de tekenen der tijd te letten (Lukas 22 : 29 v.v.). Hoe dit ook zij, geloven is een zegen en niet-geloven een vloek. Men kan het eerste niet waarderen, omdat men als een vreemdeling in Jeruzalem ronddwaalt en het tweede niet als een eeuwig gevaar onderkennen, omdat men van geen zonde wil weten.
Doch de Heere God heeft de zonde en de vloek zo ernstig genomen, en is zodanig begaan met de zondaar, dat Hij Zijn eniggeborene Zoon overgegeven heeft tot in de dood aan het vloekhout om verzoening en verlossing teweeg te brengen.
Het Woord is vlees geworden! Dat wil zeggen: Het Woord is tot een levende en verse weg geworden, die tot in het eeuwige leven voert.
Christus Zelf zegt het: „Ik ben de Weg, en de Waarheid en het Leven".
Zó heeft God, de Heere, de Christus in het centrum van de wereldgeschiedenis gezet: de Weg, de Waarheid, het Leven. De wereldgeschiedenis, dat is in de eerste plaats onze geschiedenis, de geschiedenis der mensheid, want van de wereldgeschiedenis weten wij niet meer dan wij er van zien en voorzover wij er bij betrokken zijn. Nochtans is het waar, dat Christus het vleesgeworden Woord een rijk heeft, dat zich over alle schepselen uitstrekt (Kol. 1 : 16). Hij toch is in alles de Eerste, het Hoofd. Alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen en Hem is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.
Als we daarbij stil staan, moeten we toch tot de ontdekking komen, dat negatie en verloochening van Zijn openbaring ontstellend ernstige wandaden aanduiden. Hoe kan een mens, die dat doet, rustig slapen?
De hele wereld slaapt rustig, slaapt althans niet onrustig, onder de indruk van het feit, dat zij de Koning der koningen ongehoorzaam zijn en de toorn Gods op hen blijft (Joh. 3 : 36). Hoe dat mogelijk is? Zij zullen het niet geloven, en toch is het zo. Zij kunnen rustig slapen — en nog veel meer: vloeken en tieren, zich zelf zoeken, zijn naasten haten, benauwen, belagen, benadelen, en zij kunnen hun zondig wezen drijven — omdat het Woord is vlees geworden. Edoch, niet straffeloos!
Tegenwoordig zegt men: God is geduldig. Mozes zei: Heere, Heere, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid (Ex.-34:6). En Petrus vermaant tot waakzaamheid: „Acht de lankmoedigheid onzes Heeren voor zaligheid" (2 Petr. 3 : 15). God heeft geen haast en die geloven, hebben ook geen haast, maar het welbehagen Gods gaat bestendig voort en Zijn geduld duurt tot op de tijd, dat alle kinderen des Koninkrijks, die Hij uit alle volk en natie en tong verkoren heeft, toevergaderd zullen zijn. De openbaring van de heerlijkheid van het Koninkrijk Gods in de vernieuwing der dingen. Ziedaar, de vrucht van de vleeswording des Woords.
(Wordt voortgezet.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's