ONS KERSTFEEST
en hoe het begon
Eeuwenlang heeft de Kerk op de 25ste december het feest gevierd van de geboorte des Heeren en ook nu bereiden we ons voor op de doorleving van het heil, dat de aarde in het rond verheugt.
Het is merkwaardig, dat het Kerstfeest het jongste van de grote vierdagen der Kerk is; in de eerste eeuwen kende men het niet en voor de vierde eeuw heeft het zich van Rome uit langzaam door de Kerk heen verbreid. Wij zouden het niet graag willen missen en we gevoelen allen, dat men te ver ging, toen — uit vrees — men op de Synode van Dordrecht in 1574 de viering van de feestdagen geheel afwees; trouwens enkele jaren later moest men wel op dit besluit terug komen.
Over de oorsprong van het Kerstfeest is veel onzeker. Men heeft wel in de oude tijd getracht de geboortedatum te berekenen, en verscheidene dagen zijn genoemd. 2 april, 19 april, 2 maart, maar eigenlijk berusten deze dagen op fantasie. Geen wonder ook, dat meer dan één kerkvader er mee spotte.
Nu zegt men wel, dat in elk geval de maand december uitgesloten kan worden bij de vaststelling van de geboorte dag des Heeren. Hoe zou het mogelijk zijn, dat de herders in de velden van Efratha overnachtten midden in de winter? Men verwijst dan wel naar de data die de Kerk aanvaardde als geboortedatum en die alle in het voorjaar vallen. De herders plachten in het veld over te blijven van maart tot november. Toch is dit argument niet dwingend. Iemand, die jarenlang in Palestina heeft geleefd en gewerkt vertelt, hoe de meeste kudden in die tijd van december zich bevonden in de buurt van de Dode Zee. Nu viel in 1954 de eerste zware regen reeds in de tweede helft van november. Na de eerste winterregen spruit het gras spoedig uit. Deze geleerde trof Kerstmis 1954 drie herders ieder met een kudde van 20 of 30 schapen of geiten in het veld aan. Het is dus zeer wel mogelijk, dat het lied van de engelen in de velden van Efratha in het eind van december weerklonk; een vroege winterregen zal dan het gras reeds hebben doen opkomen.
Het is tekenend, dat er in de Oude Kerk in de eerste eeuwen blijkbaar geen behoefte geweest is om de geboortedatum des Heeren op een bijzondere wijze te vieren. Origenes protesteert nadrukkelijk tegen het gebruik om het geboortefeest te houden. In de Bijbel, zegt hij, waren het slechts heidenen en goddelozen, die hun verjaardag vierden: Pharao en Herodes.
Al heel vroeg vierde men het Epiphanien — feest op de 6de januari. Het woord Epiphania betekent verschijning; dit feest bedoeld dus de gedachtenisviering van de verschijning van Christus op aarde. Reeds Clemens van Alexandrië maakt hiervan melding.
Het is mogelijk, dat dit feest van oorsprong ketters was. Het onderzoek naar het ontstaan van dit feest brengt ons naar Egypte. Het gebruik om op deze dag de geboorte des Heeren te gedenken heeft zich in het Oosten lang weten te handhaven. Een bericht uit het midden of het eind van de 5de eeuw vertelt, hoe men op de 5de januari om 9 uur bijeen kwam in de hut van de herders te Bethlehem. In het algemeen werd het feest in het begin van de vierde eeuw in de nacht van de 5de op de 6de januari gevierd, waarbij geboorte en doop werden herdacht. Er zijn wel redenen aangevoerd, waarom men bepaald de 6de januari heeft gekozen als feestdag en men wijst dan op het doorbreken van het licht, maar dwingend lijkt mij dit alles niet. Het Kerstfeest heeft Epiphanien in zoverre verdrongen, dat men alles er van wegnam, waardoor het een doublure zou worden van de 25ste december. Zo bleef er alleen over de aanbidding der wijzen. Augustinus behandelt in zijn talrijke preken op Epiphanien dan ook niets anders dan de komst van de wijzen uit het Oosten naar Bethlehem.
Wanneer lezen wij nu het eerst van de Kerstfeestviering op de 25ste december? Men noemt wel het jaar 325 en 335; het zal wel zo geweest zijn, dat een tijdlang beide feesten naast elkaar hebben bestaan. Veel wijst er op, dat een oud heidens feest verchristelijkt werd. De vierde eeuw in het algemeen bracht voor de Christelijke Kerk geweldige veranderingen. Van vervolgde Kerk werd zij de bevoorrechte en vele christelijke gewoonten werden algemeen ingevoerd. Of Constantijn, de eerste christen keizer, bewust en opzettelijk het oude heidense vermengen wilde met het christelijke laten wij nu daar, zeker is, dat een christelijk stempel gezet wordt op het maatschappelijke leven van die tijd b.v. door de invoering van de zondag. Zo zal het ook gegaan zijn met het Kerstfeest, dat vanuit Rome zijn overwinnende gang in de Kerk begon. Al werd het oude feest van de „sol invictus" slechts weinig gevierd en al schijnt het oorspronkelijk een eigenaardigheid geweest te zijn van de stadskalender van Rome, zeer waarschijnlijk hangt de datum van ons Kerstfeest met dit feest van de „onoverwonnen zon" samen. Het heidense feest spreekt er van hoe het licht het altijd weer wint. De Christus wordt in de Schrift genoemd de zon der gerechtigheid, een licht tot verlichting der heidenen. Aan dat heidense feest herinnert ook Augustinus en daaruit blijkt, dat men het heidense feest ook in Afrika heeft gekend, als hij in een Kerstpreek zegt: laat ons deze dag vieren als een feestdag niet om de wille van deze zon, die wij zien, zoals de ongelovigen, maar om Hem, die deze zon heeft gemaakt. Ook Hieronymus herinnert aan het heidense feest. Mij verdedigde aan het eind van de vierde eeuw in een preek op de 25ste december deze datum als feestdag. Hij hield vast aan deze gewoonte van Rome. In Jeruzalem zo meent hij, is met de verwoesting van de stad de oude traditie verloren gegaan. In Rome zou men de juiste datum bewaard hebben. Bovendien, zegt hij, spreekt de natuur voor de 25ste december, omdat van deze dag af „het licht sterker gaat worden en de duisternis verdwijnt. Vandaag is ons de zon der gerechtigheid geboren." Chrysostomus heeft sterk meegewerkt om de viering van Kerstfeest op de 25ste te bevorderen. In zijn beroemde Kerstpreek van de 20ste december 386 heeft hij zijn toehoorders opgeroepen om de 25ste december te verschijnen om de geboorte van Christus, „de moeder van alle feesten", te vieren, het feest, dat voor alles de meeste eerbied en het diepste ontzag opwekt.
Het is dus niet zo, dat men de 25ste december als feestdag koos, omdat men wetenschappelijk had vastgesteld, of omdat men meende dat dit het meest waarschijnlijk was, dat de Heere Jezus op die dag geboren was; veelmeer was het omgekeerde het geval. Na de invoering van het Kerstfeest op de 25ste december ging men argumenten zoeken om de juistheid van die datum te bewijzen. De 25ste december is de juiste datum, zegt Augustinus. Vandaar, zegt hij, dat de geboorte van St. Jan moest vallen op de 24 juni, in onze omgeving die dag in plaats van de 25 juni. St. Jan valt samen met de zomer-. Kerstmis met de winterzonnewende. En hij voegt erbij: Op Kerstmis beginnen de dagen te lengen, op St. Jan te minderen, beeld van Hem, die groter en van hem, die kleiner moest worden.
Uit de geschiedenis van het onstaan van het Kerstfeest blijkt wel, dat nooit de Kerk zich losmaakte van de oorspronkelijke prediking van Hem, die triomfeerde over dood en graf en in dat licht zien wij heel het Kerstfeestgebeuren. „Nu wordt ons hier niet alleen verhaald, dat Hij mens als wij geworden is, maar dat Hij zich zo zeer vernederd heeft, dat Hij nauwelijks meer tot de mensen gerekend werd. Herberg en samenleving zijn Hem ontzegd; slechts 'n stal en 'n kribbe waren er om Hem te ontvangen. Hieruit mogen wij wel verstaan, hoe God de oneindige schatten Zijner goedheid heeft uitgestald, toen Hij Zijn Zoon voor ons zó heeft willen vernederen." (Calvijn, in een Kerstpreek).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1961
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's