De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

9 minuten leestijd

- Verschuivingen en veranderingen - Uit een discussie in briefvorm - Het uitzicht der dingen

Verschuivingen en veranderingen zijn er op kerkelijk erf vele geweest in de loop der tijden. Ook in 1961 heeft het daaraan niet ontbroken. De tijden zijn dynamisch en dat werkt ook in op het tempo van „de wisseling, die er is in alle ding". Wij hebben dat meegemaakt in het naaste verleden en we beleven het schier iedere dag.

Er zijn echter van die momenten waarin die verschuivingen ons bijzonder bezighouden en we er ons meer rekening van geven dan anders wel. Wat ons tot stilstaan, tot terugzien en overpeinzing dringt is niet altijd precies te zeggen. Er zijn natuurlijk aanleidingen. Ik zou die voor het bovenstaande kunnen zoeken in meerdere artikelen in de kerkelijke pers, die dergelijke veranderingen en verschuivingen signaleren en bespreken. Zo zou ik kunnen wijzen op de artikelenreeks in „Het gereformeerd Weekblad" (uitgave Kok) van de hand van prof. Berkouwer, getiteld: „Verschuivingen in R.K. Schriftbeschouwingen." Ze zijn interessant in meer dan één opzicht.

Misschien waren het ook artikelen van prof. Herman Ridderbos in hetzelfde blad. Daarin speurt de schrijver naar de achtergronden van de veranderde prediking in de gereformeerde kerken. Hij meent — zulks tegen bedenkingen van gemeenteleden, die hem hun zorg daarover kenbaar maakten — dat die veranderingen meer de vorm en de instelling raken dan de inhoud. Wat het wezenlijke betreft, zijn de preken wel gereformeerd, meent hij.

Deze artikelen, met wat ik las in „Woord en Dienst", d.d. 9-12-'61, van de hand van ds. H. Volten, studenten-predikant der Gereformeerde Kerken te Wageningen, brachten me tot een vergelijking van het vroegere gereformeerd kerkelijk leven met het huidige; zij deden mij grote verschuivingen constateren, om niet te spreken van een omslaan in zijn tegendeel, of radicale wending.

Ik sprak van een radicale wending. Is dat te sterk? Ik dacht het niet. Het gereformeerd kerkelijk leven, zoals ik het kennen leerde in mijn jongere jaren en ook daarna, had niet de puriteinse inslag, welke het hervormd-gereformeerd leven ook nu nog wel heeft. Het goede hierin deed zeker „Strandvonder" in „Hervormd Weekblad" handelend over „levenstucht", waarin hij opmerkte, hoe voorheen in gereformeerde kringen, toneel, dans en kaartspel contrabande waren, en nu niet meer — helaas geldt dat niet alleen die kringen — de wens plaatsen, om een „scheut puritanisme"!

Maar al was het vroegere gereformeerd kerkelijk leven dan niet puriteins, het, was wel een min of meer „gesloten gemeenschap". Men sprak gaarne van „us folk" (ons volk), gelijk ik het meermalen in Friesland hoorde. Men begunstigde in klandizie etc. bij voorkeur de „volksgenoten", las trouw „de Heraut" en gedroeg zich daarnaar. Dat „geslotene" is weg. Scherp stond dat voor mij, toen ik. kennis nam van wat in de discussie in briefvorm stond over „Gereformeerd en Hervormd met elkaar in gesprek" („Woord en Dienst"). Daarin geeft ds. Volten o.m. als zijn visie: „Er zitten in onze gereformeerde kerken, precies als weleer in de moederschoot van Rebecca, twee kinderen, al plaats ik hen dan niet als Jacob en Ezau tegenover elkaar. Dat brengt momenteel nog geen extra spanningen mee, omdat wij een wijze synode hebben. Maar wij groeien onvermijdelijk ergens heen, naar de Wereldraad, naar de I.C.C.C.; naar de Hervormde Kerk of wat ik nu maar noemen zal „de gereformeerde gezindte". Persoonlijk heeft ds. V. op „de gereformeerde gezindte" geen hoop meer, gezien de reacties van „vrijgemaakten" en de Chr. Gereformeerden. Toch is hij dankbaar, „wanneer anderen daarnaar hun voelhoorns uitsteken". In „bepaalde dingen sluit hij zich niet meer bij Kuyper aan hoezeer hij die ook diep vereert". Hij gaat „veel meer terug naar Calvijn dan naar de Dordtse Synode". Hij ziet „de weg van Groen als de enig mogelijke, waarop kerken in Nederland elkander kunnen ontmoeten". Hij zou een concentratie willen op „de evangelische waarheden", gelijk Groen dat eens voorstelde.

Ik ga in dit verband niet in op wat ds. V. verder schrijft. Ook niet op het antwoord, dat zijn partner dr. Nyenhuis uit Loosduinen op V.'s brief repliceert. Alleen meen ik, dat dr. N. de zaken wel wat dieper benadert. Dr. N. wijst op de representanten der „gereformeerde gezindte" in de Hervormde Kerk — de Gereformeerde Bondsgroep —, die een dusdanige positie in het kerkelijk leven innemen, dat ze niet verwaarloosd mogen worden. Ook is hij niet zo gebrand op Groen's „evangelische waarheden", omdat hij de waarheidsvraag anders ziet. Ook spreekt hij van „voluit gemeenschap, geen gemiddelde". Dit slaat wel op wat ds. V. opmerkte ten opzichte van de vrijzinnigheid. Ds. V. wil die niet mede aanvaarden. Dat is trouwens meer het thema, dat door gereformeerden, die „verenigen" willen, in diverse variaties uitgespeeld wordt. Alleen ds. Lugtigheid, gereformeerd predikant van Maarn, zei in een lezing voor een hervormde wijkvergadering in Zeist — blijkens verslag in „Hervormd Zeist" —, dat hij ook bereid was de vrijzinnigen te aanvaarden.

Nu vergeet ik niet, dat ds. Lugtigheid voor zichzelf sprak, dus niet 'n algemeen gevoelen vertolkte. Evenmin wil ik verwaarlozen, dat ook ds. Volten een persoonlijke mening vertolkte. Maar hij is studentenpredikant, en wat hij uitsprak is wel op feiten, door hem geconstateerd, gebaseerd en het lijkt mij niet te veel verondersteld, dat wat hij schreef, ook wel meer of minder in kringen van de gereformeerde „intellegentsia" leeft. Ik breng dit wel in rekening.

Maar uit alles — ik denk ook aan wat prof. dr. Herman Ridderbos schreef — blijkt wel, dat er in het denken en spreken in de kring der gereformeerde kerken, wel een grote verschuiving, een radicale ommekeer te constateren valt bij hen, die voorheen gaarne van „us folk" spraken en dien overeenkomstig handelden. Winst is er m.i. weinig uit te verwachten voor een opleving van onze nationaal gereformeerde kerk. Mis­schien noemen velen dit zelfs een utopie, een wensdroom, die niet meer vervuld wordt, omdat een andere, christelijke concentratie nodig is, en komende is, waarin dan wel vele elementen van het gereformeerd belijden geïntegreerd zijn, en men de weg van Calvijn op wil, die, — heb ik dr. Koolhaas rede op het 2e lustrum van de Civitas Studiosorum in Fundamento Reformato, zaterdag 16 december j.l, goed begrepen —, geen gereformeerde kerken-gemeenschap wilde naast andere kerken, maar contacten met Anglicanen begeerde — die kerk had toch wel de reformatorische belijdenis! — en zo maar meer. Ik meen, dat, gezien Calvijn's strijd, we de dingen wel wat anders moeten zien. Als we die kant op gaan, geven we veel van het patrimonium, het vaderlijk erfdeel prijs. Ik meen, dat een dergelijke verschuiving verlies betekenen zal voor de zaak des Konings.

Van verschuivingen en veranderingen op breed kerkelijk gebied zou meer te zeggen zijn. Ik ga daarop nu niet in. Over wat in de artikelenreeks van prof. Berkouwer werd aangesneden, hoop ik later wel eens iets te zeggen.

En dan de verschuivingen op het wereldtoneel? Ja, ook die zijn er geweest, en ze zijn nog gaande. Dag Hammarskjöld, die zijn leven verloor in zijn bemoeiingen om de Kongo, kreeg na vele samensprekingen een opvolger. De V.N., de organisatie voor de vrede der volken, greep met geweld in in de Kongoverwikkelingen rondom de centrale regering en Katanga; er vielen over en weer offers. Zal de vrede er door dagen en de chaos verdwijnen. En zulks, zonder dat het communisme er door de troebelen zijn invloed versterkt ziet? Vragen, waarop nog geen antwoord is te geven. Wat zal India's ingrijpen in de Portugese enclaves uitwerken? De dingen gaan vaak wonderlijk. Nehroe, de man die altijd de vrede wilde zonder geweld, ging plotseling op het oorlogspad, al noemt hij dit ingrijpen geen oorlog. De Veiligheidsraad wilde geen votum van afkeuring nemen. Was die weigering er een uit besef van machteloosheid? Toen de vroegere Volkenbond Mussolini rustig zijn gang liet gaan in Abessinië, was dit wel het begin van het verval van die Bond. Zal het ook zo gaan met V.N. en Veiligheidsraad? Nederland's delegatie bij de V.N. was blij gestemd, omdat in de assemblee begrip was voor het plan-Luns inzake Nieuw-Guinea, maar ze verwierp het en beval slechts samenspreking met Indonesië aan. Dit alles en Nehroe's optreden in Goa heeft zeer zeker Soekarno gestimuleerd tot zijn rede van 19 december j.l. Aan de vooravond daarvan was „Den Haag zeer in zorg". De Radiokrant van de N.C.R.V. gaf 18 december j.l. breed commentaar, en dat in afkeurende zin van Nehroe's veldtocht: absoluut in strijd met het „handvest" der V.N. Alles waar, maar de „gekoloniseerde" machten gaan hun gang en eisen bevrijding voor de „onderdrukte" volken. Maar hoezeer die volken de vrijheid gegund zij, zijn ze rijp om ze te ontvangen? Geeft de Kongo niet genoegzaam de dwaasheid van een snel zelfstandig-worden, terwijl de stammen het niet kunnen dragen, te zien? En hoe zal het in Nieuw-Guinea gaan, bij een zelfstandigheid op korte termijn? De bevolking is er, dacht ik, niet rijp voor, ondanks dat sommigen het anders zien. De nog altijd niet verklaarde moord op ir. Hilkemeyer — een verlies voor de zijnen, doch ook voor de geref. gemeenten, die voor hun zendingsactie in Nieuw-Guinea in hem. een zeer te waarderen adviseur hadden — zegt ook iets!

Het breed Moderamen der Nederlandse Hervormde Kerk heeft evenals het Episcopaat der R.K. Kerk hier te lande, de regering gevraagd stappen te doen ter onderhandeling met Indonesië. Zal de regering daaraan gevolg geven? Het zou, voorzover ik kan oordelen, te wensen zijn, opdat er geen dacapo kome van de tragedie der politionele actie in voormalig Ned. Indië.

Het rommelt in de wereld. Het rommelde reeds lang. Berlijn en alles, wat er mee samenhangt, is er ook nog.

Ik ga niet door met vragen stellen. Het heeft weinig zin. Het spelt alles, dat de dingen zich toespitsen. De tijden zijn ernstig. Beseffen wij het? Zien we boven dit alles de hand en het werk Gods, die alle ding gebruikt in de worsteling om Zijn volk, Zijn Kerk, te brengen tot de bede: „Kom, Heere Jezus, ja kom haastelijk? "

Het Breed Moderamen heeft aangedrongen op gebed voor onze en de Indonesische regering. De regeringen van alle volken hebben dat nodig. Het is naar het apostolisch vermaan. In ons hart leve de bede uit Psalm 39. „En nu, wat verwacht ik o Heere? Mijne hoop, die is op U". In die weg is rust en troost en vrede te vinden. Als zo het licht uit de kribbe in ons hart mag opgaan, zal de jaarwisseling ondanks alles, nog gezegend kunnen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1961

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's