De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

10 minuten leestijd

Hervormde Dagkalender 1962, prijs ƒ 2, 45. Uitg. Boekencentrum N.V.

De redactie van de Hervormde Dagkalender voor 1962 heeft zich der traditie getrouw verzekerd van de medewerking van verscheidene predikanten. De voorzijden van deze scheurkalender, die een korte meditatie bevatten en een aanduiding voor een schriftgedeelte ter lezing alsmede een lied, zijn bewerkt door zeventien predikanten, onder wie uit onze kring ds. Klüsener van Delft en ds. Korevaar van Rotterdam. Op de achterzijden vinden wij gedichten, verhalen, puzzels; ook bredere stukken o.a. over Guido de Brés, de opsteller van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Het schild tekent koning David als harpspeler; het is modem uitgevoerd.

Voor gratis uitdeling is de speciale prijs voor 1962 ƒ 1, 25.

A. M. de Moor-Ringnalda, Flip en Joost, Trilogie, 352 blz., prijs geb. ƒ 6, 90. Uitg. J. N. Voorhoeve, Den Haag.

Een vierde druk van een familieroman! Dat wil dus zeggen, dat velen dit boek reeds in hun bezit hebben en dat nog meerderen het hebben gelezen. Ik kan mij dat goed begrijpen; het is een gewoon verhaal, prettig en eenvoudig geschreven, zonder enige pretentie.

In het eerste deel: Krabbels van Flip, horen we van de familie Bolle: vader is redacteur van een dagblad; hij heeft het druk — hoe kan het anders — en bezit een sterk gevoel voor humor. Eén der dochters trouwt met een predikant en van dat gezin vertelt het tweede deel: In den Wijngaerdt. Het hele leven van een jong predikantsgezin in een klein dorp wordt getekend en daarbij horen we van alles en nog wat over de gemeentenaren. Het gezin heeft het niet altijd even gemakkelijk. Later wordt deze predikant naar de stad beroepen en komt hij terecht in de maalstroom van het stadsleven; er is een behoorlijke dosis aanpassingsvermogen toe nodig om deze overgang zonder al te veel schokken te beleven. Het boek vertelt ons van de tragedies, die de predikant meemaakt. Gelukkig komen in het boek heel veel dingen terecht; daar ben ik maar blij om, in de praktijk van het leven in de stad loopt het wel eens minder goed af.

Misschien is de zaak iets te veel getekend naar het schema zwart-wit. Jammer b.v. dat de schrijfster zulke moeilijke herinneringen heeft aan de „zaaltjesmensen". Och, in die kringen is het toch ook niet alleen donkerheid.

Het is een onderhoudend boek, dat menigeen enige goede uren van ontspanning zal geven.

Bt.

Dr. J. H. Bavinck, Religies en wereldbeschouwingen in onze tijd, 188 blz., geb. ƒ 5, 50.

J. B. Wolters, Groningen, tweede druk 1961. Gaarne vestig ik de aandacht op het werk van prof. Bavinck, dat één van de delen is uit de serie „Leerboeken voor de scholen voor voorbereidend Hoger en Middelbaar onderwijs". Ook buiten deze kringen zal het zeer goede diensten kunnen bewijzen. Ik noem b.v. de cursus tot voorbereiding van het testimonium van catecheet en onze jeugdverenigingen.

De titel spreekt voor zichzelf. Eerst worden de niet-christelijke religies behandeld: de primitieve religies, de godsdiensten van India, het Boeddhisme, de godsdiensten van China en de Islam. Daarna komen de buitenkerkelijke bewegingen aan de orde. In een apart hoofdstuk, godsdienst en godsdiensten, zoekt de schrijver de vraag te beantwoorden: hoe moeten wij deze religies zien? Wat is er b.v. gebeurd met Mohammed? Is alles bedrog geweest, zelfbedrog? De conclusie waartoe schrijver komt is, dat wij bij het zien van al die verschillende religies menigmaal tot dezelfde conclusie komen, waartoe Augustinus gekomen is bij het onderzoeken van de geschriften der oude Griekse en Romeinse wijsgeren. Hij erkent, dat hij in die geschriften zeer veel waardevols ontdekt heeft, maar dan gaat hij voort: „op die bladzijden staat niets over de gelaatstrekken van die godsvrucht, over de tranen der belijdenis, over uw offeranden, een gebroken geest en een verslagen hart. Dat staat niet in die boeken".

Van grote betekenis is ook wat schrijver zegt over secularisatie en over het Humanistisch Verbond, waarin God zoal niet ontkend dan toch geheel op de achtergrond wordt geschoven. Tenslotte lezen we over verschillende bewegingen rondom de Kerk, die alle iets in zich hebben van kritiek tegen de Kerk.

Een leerzaam werk.

Bt.

P. Dahlby, Bijbels Woordenboek, 200 blz., ing. ƒ2, 95. Uitg. Bosch & Keuning N.V.,  Baarn.

Waar staat dat ook weer van Bernice in de Bijbel? Wat is er nu eigenlijk bekend van de Sadduceeën? Wie was Julius? Wat is Nardus? Soms worden wij ineens voor deze of soortgelijke vragen gesteld. Welnu, het boekwerk, dat in de serie Boeken Bij de Bijbel uitkwam, geeft in kort bestek antwoord op deze vragen. Het geeft toelichting over bijbelse namen en begrippen op een eenvoudige manier, zeer zakelijk, soms in telegramstijl. Het is merkwaardig, dat in een kort bestek zoveel wetenswaardlgs is bijeengebracht. Het bedoelt geen wetenschappelijke handboeken te vervangen, maar is bestemd voor het gewone gemeentelid, dat een naam of iets anders uit de Bijbel wil nazoeken. De vele kaartjes, die in de tekst zijn opgenomen zijn zeer duidelijk, evenals de tekeningen. In het algemeen zijn de artikelen kort, maar andere zijn wat meer uitgewerkt b.v. dat over de apostelen, waar de apostellijsten van de drie eerste evangeliën (bedoeld is natuurlijk eerste drie) en de Handelingen der apostelen zijn opgenomen, alsmede de atributen der apostelen in de oude christelijke kerk b.v. de schelp van Jakobus (staat op de toren van Jacobikerk te Utrecht). Vrij lang is ook het artikel over de ballingschap, over 'bomen en over planten, over dieren, over Israels historie. Hier en daar zet ik een vraagteken. Schrijver meent, dat de naam Jahwe „velt" betekent. De onderhelft van het godenbeeld van Dagon wordt nog visvormig getekend; ik geloof niet dat dat verantwoord is.

Het geheel is een schriftuurlijk werkje, dat ik gaarne aanbeveel.

Bt.

J. L. Erkelens, Bijbelkennis, deel III, 156 blz., ing. ƒ4, 95. Uitg. W. D. Meinema N.V., Delft. 

Van de serie lesboekjes bestemd voor het onderwijs op gymnasia en h.b.-scholen verscheen nu het derde deeltje; het begint bij de ballingschap, bespreekt daarna de gebeurtenissen van de tijd tussen Oud- en Nieuw-Testament en beschrijft verder de wereld van de dagen van Christus. De tweede helft van dit systematisch opgezette en goed geschreven boek spreekt van de evangeliën en het boek der Handelingen. Uitvoerig gaat de schrijver in op Herodes en diens geschiedenis en die van zijn zonen en het gebied waar zij hebben geregeerd.

Een enkele maal zet ik een vraagteken. Ik betwijfel of de naam Sjear Jasjub doelt op de wederkeer uit de ballingschap. Het zal wel een schrijffout zijn als achter de naam van Tertullianus het jaartal 125 staat.

De goede typografische verzorging maakt, dat dit werk, dat op goed papier gedrukt is en met verscheidene mooie illustraties Is verlucht, zeer aantrekkelijk. Aan het slot van ieder hoofdstuk heeft de schrijver een aantal vragen en opdrachten opgenomen en bovendien wordt in twee paragrafen een herhaling van de stof gegeven.

Deze serie zal het best doen; ook op cursussen; in het algemeen zal ieder, die zijn bijbelkennis wil ophalen er veel nut van hebben.

Bt.

P. Huigens, Gesprekken in Israël, 168 blz., Ing. ƒ2, 90, voor BBB-abonnees ƒ2, 25. Uitg. Bosch & Keuning N.V., Baam, 1961.

De schrijver van „Israël, land van de Bijbel, land van de toekomst", heeft kort voor het begin van het Eichmann-proces opnieuw Israël bezocht. Met vele invloedrijke personen heeft hij diepigaande gesprekken gevoerd, en daarvan vertelt hij nu in dit werk, dat iets laat zien van de ontwikkeling van de staat Israël en dat een beeld geeft van het leven en werken van deze natie, die in haar ontstaan en bestaan getuigt van het wonder Gods.

De schrijver vertelt eerst van een bezoek aan mevr. Weizmann, de echtgenote van de eersite president van Israël, die in '52 overleed. Een stuk geschiedenis van het Zionisme herleeft voor ons. Meer dan 55 jaar geleden kwamen de eerste Joodse immigranten; een oude vrouw vertelt van de eerste tijd. Het waren zware dagen verklaarde zij, maar ondanks alles de beste jaren van mijn leven. „Als ge wilt, is het geen sprookje", had Herzl gezegd. Welnu het is werkelijkheid geworden. Het anti-semitisme is de bondgenoot van het Zionisme. Aan de ene kant was er voor de Jood in de Diaspora de lokkende roep: kom terug naar het land der vaderen; Aan de andere kant werden de Joden opgejaagd; er waren vele jagers (Jer. 16 : 26). Het „museum van de dood" spreekt hier een benauwende taal.

Er wordt in Israël iets groots verricht, dat kan niet ontkend worden. Eén van de grote problemen voor Jeruzalem was het waterprobleem; het is opgelost. Tel-Aviv, een stad die 50 jaar geleden nog niet bestond, telt thans 400.000 inwoners. Van het leven in de kibboets krijgen wij een goed beeld. Of dit leven in zulk een zeer gemeenschappelijk ingerichte bestaansvorm kan blijven doorgaan is een grote vraag. Het is niet te verwonderen, dat teleurgestelden zeggen: men moet wel in de kibboets blijven, want anders staat men zonder iets op straat.

Ook de theologische vragen komen aan de orde, waarbij heel wat oudtestamentische profetieën worden aangehaald. Heeft God Zijn volk verstoten? Dit is, zegt de schrijver het kardinale punt in het Joodse vraagstuk. Met het woord volk bedoelt Paulus, volgens de schrijver, Israël als natie. Hier ligt één van de punten, waarover ernstig meningsverschil bestaat. De Joden-christenen zijn, dit blijkt ook in dit boek, voor Israël een probleem, waarmee men geen weg weet.

Er zou nog heel wat meer te vertellen zijn uit dit boeiende werk maar ik hoop, dat bovenstaande voldoende is om onze lezers naar dit boek te doen grijpen.

Een achttal pagina's illustraties buiten de tekst zijn opgenomen. Aanbevolen lectuur.

Bt.

A. Ringwald, Leer mij bidden, 334 blz., geb. ƒ7, 90. Uitg. G. F. Callenbach N.V., Nijkerk.

In een keurig verzorgde uitgave ligt hier voor ons een door ds. A. C. D. van den Bosch vertaalde en bewerkte Nederlandse uitgave van een Duitse verzameling persoonlijke gebeden voor elke dag uit de schat der Kerk. Deze gebeden zijn geschreven door theologen, artsen, dichters, musici, landbouwers, mannen en vrouwen van Lutherse, gereformeerde, anglicaanse, rooms-katholieke, oosters orthodoxe, en hervormde confessie. Er zijn aangrijpende gebeden bij; ik denk aan één van Thomas a Kempis en aan een diep gelovig woord van Musculus. Er zijn er ook bij, die wat de inhoud betreft ver van ons afstaan.

In onze kringen is maar weinig aandacht voor „formuliergebeden". Toch is dit niet geheel juist. In' onze kerkbijbels zijn er verscheidene opgenomen, waarvan het de moeite loont ze na te lezen en na te bidden. Denk maar aan het gebed voor alle nood der christenheid. Voetius schreef hierover: Het gebruik van formulieren door geestelijke mannen geschreven in de private gebeden der gelovigen vooral van hen, die in de kennis der geestelijke dingen nog kinderen zijn of in de kunst van het bidden nog weinig geoefend of door allerlei bezwaren en inwerpselen van satan het werk van bidden vrezen, is niet af te keuren, maar veel meer aan te bevelen.

Zo gebruikt kan ook dit werkje zeer heilzaam zijn.

Bt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's