BOEKBESPREKING
O. S. von Bibra, „Der Name Jesus", 136 S., W. Schable, „Brenpunkt Palastina", 144 S., R. Brookhaus Verlag, Wuppertal, 1961.
De serie Biblische Studiën und Zeitfragen, waarin deze pocketboeken verschenen, willen op populaire wijze bijbelse vragen en problemen van deze tijd bespreken. Het eerste boek wijst op de overwinnende macht van de naam des Heeren naar het getuigenis van bet Nieuwe Testament. Deze naam, die in de apostolische tijd met volmacht werd gebruikt en met vertrouwen werd aangeroepen is thans, meent de schrijver, voor de ogen van vele christenen in zijn overwinnende kracht bedekt. De gelovige zal door de Heilige Geest de naam des Heeren kunnen verkondigen en delen in de geestesgaven, waarvan het Nieuwe Testament spreekt, waaronder profetie, spreken in talen; naast het spreken in de naam van Jezus gaat de schrijver in op het bidden in de naam des Heeren, het handelen in de naam des Heeren en het lijden voor de naam des Heeren. In een aanhangsel toespreekt hij de noodzakelijkheid van het werk des Geestes. Er is geen waarheidskennis voor de theologen zonder de Heilige Geest en geen Godskennis en geen wasdom voor de gemeente zonder de Heilige Geest. Hier wijst de schrijver o.a. op het gevaar, dat men het ontbreken van echt geestelijk leven door ijverige kerkelijke arbeid zoekt te bemantelen. Ook kan de liturgie tot een surrogaat gemaakt worden voor een reveil. Hij haalt een woord van de Zweedse bisschop Giertz aan: „Liturgie zonder opwekking is wellicht bet gevaarlijkste van alle kerkelijke programma's. Het is mogelijk de dienst mooier te maken, een kerkkoor in het leven te roepen, goed bezochte vespers te organiseren en ook een zekere vermeerdering van het aantal avondmaalgangers te bereiken zonder dat één mens zich ernstig afgevraagd heeft: hoe moet ik, zondaar, zalig worden? De liturgie kan een bijna ondoordringbaar harnas voor de oude mens worden".
Met genoegen las ik dat boek, al staat de schrijver o.i. Iets te veel onder de invloed van de Pinksterbeweging.
Het boek over Israël is een tweede druk. Ieder, zegt de schrijver moet zich voor bet lot van Israël interesseren. „Israels profetie maakt geschiedenis, " zo luidt de ondertitel van het werk. De Joden zijn weer een volk, dat midden in de wereld woont. (Ez. 38 : 12). Daarbij keert Israël niet naar het vaderland terug, omdat het zicb bekeerd heeft, maar omdat liet Gods tijd is. Aan de wereld zou het tegenwoordige schouwspel niet geboden worden, als het niet onder directe Goddelijke regie stond. Het is namelijk geen gewoon volk, maar Israël is geroepen om mensenvolk en Gods volk in één te zijn. Voorlopig iets in de familie der volken, wat nog niet is voorgekomen.
De schrijver vertelt over de voorgeschiedenis van de stichting van de staat Israël, over het Zionisme en de Balfour-verklaring, ook over de ontwikkeling na 1947. In de bodem van Palestina en in de wateren van de Dode Zee bevinden zich geweldige schatten. Het spreekwoord in Israël zegt: Wie in Israël niet in 't wonder gelooft, heeft geen begrip voor de werkelijkheid.
Op velerlei theologische vragen gaat de schrijver in b.v.: In hoeverre is Christus op bijzondere wijze ook de hoop van Israël?
Al kan ik niet altijd met de schrijver meegaan in zijn soms m.i. al te eenvoudige uitleg van de oudtestamentische profetieën, bet is een leerzaam werk over Israël, dat ondanks alles een apart volk is en blijven zal.
J. H. Velema, „Bijbel en Belijdenis, Leergang voor de catechisatie deel I en III". 48 blz., en 64 Mz. Uitg. Van Keulen N.V., Den Haag, 1961.
Van deze nieuwe leergang voor de catechisatie is veel goeds te zeggen. Deze boekjes zijn om te beginnen zeer overzichtelijk, ook wat de opmaak betreft. Op iedere bladzijde vinden we een les, die in drieën is verdeeld: a. bijbel/bespreking; b. om te leren en c. opdrachten. Het eerste deeltje geeft bijbelse stof. Het derde deeltje is een werkboekje voor de oudere catechisanten; hier worden besproken bijbelse begrippen, wat de belijdenis zegt, rond de kerk en tenslotte volgt een overzicht van sekten, stromingen, de rooms katholieke kerk en het humanisme. In dit laatste deeltje staat vrij veel over de Kerk, ook over de kerk. Al kan ik mij niet altijd voegen in deze betogen, van sommige antwoorden nam ik met blijdschap kennis. Ik dacht, dat het b.v. goed is, dat schrijver waarschuwt tegen kerkisme. Jammer, dat de schrijver van de Gereformeerden in de Herv. Kerk schrijft, dat zij alleen de waarheid kunnen brengen, omdat zij de leugen toelaten.
Bt.
Prof. dr. H. Thielicke, „Het gebed dat de wereld omspant." 188 blz., geb. ƒ 6, 90. La Rivière & Voorhoeve, Zwolle, 1961.
Deze toespraken over het gebed des Heeren zijn door de hooggeleerde auteur van wie meer dan één werk in toet Nederlands is vertaald, gehouden in de dagen van de 'verschrikkingen van de oorlog. Dat wil niet zeggen, dat zij nu hun actualiteit zouden hebben verloren, integendeel. Het begin pakt direct, als de schrijver de mens van vandaag tekent als het kind, dat zijn vader verloren heeft. Hij gaat in het nachtelijk duister door het oerwoud van toet leven niet zijn vele gevaren. Hier gaat de schrijver in op het benauwende raadsel van het lijden in een met bloed doordrenkte en met smarten overdekte aarde. — Een mens die Gods nabijheid ontvlucht, gaat het evenzo als iemand, die niet in de zon komt; hij is letterlijk van de levensbron afgesneden. Geen wonder, dat hij nu kunstmatige prikkels zoekt. — God laat de weerspannige mens over aan de gevolgen van zijn eigen daden, dat is de vreselijkste vorm van zijn oordeel. — Hoe meer men God uit het leven wegbant, des te verlatener, des te waardelozer wordt de mens, des te meer wordt hij vogelvrij. — Gods grootste geheimenissen spelen zlch altijd in de diepte af. Zo zou ik door 'kunnen gaan om allerlei schone woorden aan te halen uit deze bundel, die tot adagium heeft een woord van Wust: De grote dingen van het leven worden slechts aan de biddende geesten geschonken. Men kan echter het best leren bidden in het lijden. Het is geen wonder, dat in Duitsland dit werk bij duizenden is verkocht. Men zou de schrijver wel eens in de rede willen vallen of ook hem eens vragen dieper op de dingen in te gaan, maar hij getuigt hier met een diepe ernst en een grote bewogenheid.
Bt.
D. A. G. Luiks, „Wij bouwen kerken voor God en mensen." 32 blz., ing. ƒ1, 50. Uitg. T. Wever, Franeker.
Dr. P. G. Kunst wijst in een woord vooraf op de noodzakelijke bezinning over de goede besteding van de duizenden guldens, die in deze tijd zijn en worden bijeengebracht voor de bouw van kerken. Dr. Luiks geeft eerst een korte schets van de historische ontwikkeling, waarin hij er o.a. op wijst, hoe door de Reformatie de kansel een centrale functie krijgt, die eens de cathedra bezat, zonder dat bouwkundig gezien deze centrale plaats in de kerk terugkeerde. In het tweede hoofdstuk: Liturgische regels, tekent hij de kerk als de centrale van de Heilige Geest en accentueert de schrijver het principiële onderscheid tussen de kerk en een ander gebouw. Centrum is de ruimte voor de bediening van het Woord.
In een derde gedeelte komt de praktische uitvoering aan de orde. De schrijver is er tegen om de toren los naast de kerk te zetten; hij moet er organisch mee verbonden zijn. Mij dunkt hier gaat de schrijver iets te ver: het komt er op aan, dat toren en kerk een eenheid vormen, aan elkaar gebouwd of niet. De klokken moeten met de hand bediend worden, zegt de schrijver; ik dacht daarbij aan Ilting, de klokkenluider uit Oostloorn: de diepte moet eerst komen in zijn luiden. Ja, dat is bij een mechaniek niet mogelijk.
Al zullen onze kerkeraden en kerkvoogdijen bij de 'bouw van een kerk zich niet door alle adviezen die hier gegeven worden laten leiden, — ik denk aan knielbanken — van betekenis is dit geschrift voor ieder, die met kerkbouw te maken heeft.
Bt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's