De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE KERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE KERK

9 minuten leestijd

Jeruzalem.

De gelovigen in Jeruzalem waren samengekomen, weinigen in getal en zonder enig vertoon. Maar eendrachtig. Eén in verbondenheid aan Christus, één in verwachting van de Heilige Geest. Toen gebeurde het wonder. Onder de tekenen van wind en vuur daalde de Heilige Geest neer, veroverde en vervulde hun harten, en brak hun mond open, opdat zij de grote werken Gods zouden spreken. De menigte, die is samengestroomd, luistert er verbaasd naar. Zijn niet allen die daar spreken Galileeërs? Galilea, dat is een uithoek van het heilige land. Maar nu staan ze tegenover mensen, die uit alle windstreken hierheen gekomen zijn. Uit heel de oecumene; uit heel de bewoonde wereld. Want vanuit Jeruzalem zou Christus Zijn zegetocht aanvangen, om de gemeente uit alle geslacht, taal en volk te vergaderen, tot het éne nieuwe volk in de dag van Zijn toekomst.

Met Pinksteren bracht God deze wereldwijde beweging op gang. Er geschiedde vanuit de hemel een geluid. Van God vandaan, van Christus vandaan kwamen de krachten van de toekomende eeuw, en voeren in de woorden van Petrus en de overige apostelen. Vandaar dat hun woord zijn uitwerking niet miste. Het rukte de mensen los, uit de kring van verwanten en omgeving, net als Abraham weleer: Wordt behouden van dit verkeerde geslacht. En zo begon de geschiedenis van de kerk, een kerk onderweg, een kerk die hier als vreemdeling verkeert.

New Delhi.

In New Delhi is de assemblee van de wereldraad van kerken gesloten. Van Jeruzalem naar New Delhi, dat is een hele afstand. Die afstand heeft het Evangelie afgelegd! Van Jeruzalem naar New Delhi, daar ligt een hele tijd tussen, waarin veel veranderd is. De wereldraad van kerken kwam er samen om zich te bezinnen op haar grondslag en taak; vooral om de eenheid te bevorderen.

Uit heel veel kerken waren de afgevaardigden ter vergadering. Ze trokken de aandacht, vooral de kerkvorsten in vol ornaat. De meeste belangstelling gold ditmaal de vertegenwoordigers van de Grieks-Orthodoxe Kerken, die van Rusland vooraan. Zij werden tot de wereldraad toegelaten, en dat is stellig een opmerkelijk feit. Of het in de kerkgeschiedenis als zodanig vermeld zal worden, moeten we afwachten.

Het is trouwens nog te vroeg om deze vergadering de maat te nemen. Het belangrijkste lijkt mij, het onderlinge verkeer en gesprek, het leggen van contacten, het uit de weg ruimen van misverstanden. En dat gebeurt meest binnenskamers. De wijziging van de basisformule, hoe belangrijk ook, schijnt tussen de bedrijven door, tot stand gekomen te zijn; wij hoorden er tenminste weinig over.

Geven wij ons rekenschap van wat in persverslagen en artikelen ter onzer kennis werd gebracht, dan overheerst een gevoel van teleurstelling, die zweemt naar onbehagen. Deze assemblee heeft zich hals over kop in de huidige problematiek gestort, en over allerlei vraagstukken haar mening gegeven. Over de broederschap van de vrede, de rassendiscriminatie, de kernwapens, de ontwapening, het Joodse vraagstuk en zelfs over de bewindvoering van Portugal in Angola.

Het is net, als hoorden wij dit alles reeds eerder. Waar? In de vergadering van de Verenigde Naties! De wereldraad is daarvan toch geen pendant, om niet te zeggen een satelliet? Ligt New Delhi niet veel te dicht bij New York? Vanwaar anders die tweedehands-woorden, die echt niet anders klonken omdat de kerkelijke vergadering ze uitsprak.

Het was alles de concrete situatie, de politieke en economische constellatie, wat de klok sloeg. Boven het vlak van de situatie, kwam men nauwelijks uit. Woorden van boven zijn er niet gevallen en de grote werken Gods kwamen in de verslagen zelden voor. Alles was geborduurd op het strak gespannen stramien: Oost- West; welvarend-noodlijdend. En soms hield men zijn hart vast, wat kerkelijke leidslieden uit Afrika en Azië, de kerk van het Westen verweten. Ook dat had een politieke bijsmaak. Dit alles stelt diep teleur. Deze machteloze mensenwoorden, doen geen goed en geen kwaad. Ze worden voor kennisgeving aangenomen en in de politieke twistgesprekken misbruikt.

Ik stem gaarne toe, dat de huidige wereldproblemen ook de kerk voor de voeten geworpen worden. Doch wanneer zij in deze politieke en sociale problematiek het uitgangspunt voor haar spreken neemt, loopt dat er onherroepelijk in vast. Het wordt dan geen verwijzend en helemaal geen bevrijdend spreken. Het vestigt zo gauw de indruk, dat wij het Koninkrijk Gods zullen verwerkelijken op dat politieke en sociale vlak; terwijl we daar alleen maar hand- en spandiensten verlenen aan de machten van deze eeuw. God heeft Jezus tot een Heere en Christus gemaakt. Dat is bevrijdend, en dat kan niet vrijblijvend worden gehoord. Met deze boodschap is de kerk er op uitgestuurd, tot de dag van het grote oordeel. Haar kracht ligt in het geluid dat van boven geschiedt. Haar zwakheid in het geluid dat hier beneden vernomen wordt. Al is het dan in New Delhi.

Nederland.

In ons vaderland duurt ondertussen de gescheidenheid der kerken voort. Die tussen de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken is telkens in het nieuws. Er worden gesprekken gevoerd en pogingen gedaan, om tot hereniging te komen. Hier en daar wordt de kerkelijke orde doorbroken, en een daad gesteld in een gemeenschappelijke Avondmaalsviering. Het blijkt wel, dat men op het punt, waarop men uiteen ging, sterk naar elkaar toegegroeid is, op het punt namelijk van de prediking. Toch ligt hier een vraagstuk van de eerste orde. Niet zozeer voor de kerken, die samenwerking en samensmelting zoeken, als wel voor de gereformeerde gezindheid in ons vaderland. De stukken zijn zo verschoven, dat deze gereformeerde gezindheid, langzamerhand een vergeten grootheid en verleden tijd dreigt te worden.

Abraham Kuyper heeft twee vergissingen gemaakt. Hij meende dat na het vertrek der gereformeerde belijders, de Hervormde Kerk geen gereformeerde belijdenis meer had, en dat er geen gereformeerden in zouden overblijven. Maar de worsteling met en om die belijdenis ging door. Dat was tevens de worsteling om de zuivere leer, in de oorspronkelijke zin van de zuivere prediking. En deze worsteling is niet zonder vrucht gebleven.

Hij meende vervolgens, dat de herstelde gereformeerde orde, een waarborg zou zijn voor het bewaren van de gereformeerde leer. In de Gereformeerde Kerken was de gereformeerde prediking om zo te zeggen gegarandeerd. Dat is echter zeer de vraag. Is het toevallig — we moeten natuurlijk niet generaliseren — dat veler prediking in de Gereformeerde Kerken een merkwaardige verwantschap vertoont met de midden orthodoxe prediking ten onzent? Komt de rechtvaardigmaking van de goddeloze nog wel aan de orde? En de aanklacht van het geweten, en de aanvechting van het geloof; liever gezegd het leven des geloofs te midden van aanklacht en aanvechting? Geloofsleven schijnt een savoir vivre te worden, waar dan wel regels, vooral gedragslijnen voor gegeven worden. Het klare geluid der hervormers, klinkt zeer verzwakt en vermengd door. Het zou aanbeveling verdienen dat deze ontwikkeling, die in feite een verwording moet heten, eens onder de ogen gezien werd en dan liefst met elkaar. Over en weer worden er wel bezwaren geopperd, en soms nemen die de vorm van beschuldigingen en beschimpingen aan, maar daardoor wordt niets opgehelderd of verholpen. Onze gereformeerde collega's zouden we daarbij willen aanraden, zich nog eens in de preken van de vaderen, tijdens Reformatie en nadere Reformatie, maar ook tijdens Afscheiding en Doleantie te verdiepen. Misschien zouden ze dan merken, dat ze met hun afkeer van de gereformeerde prediking in de Hervormde Kerk, spuwden in het water, waarvan ze eertijds gedronken hebben. En dat is geen hartverheffende bezigheid.

De Nederlandse Hervormde Kerk.

Overal weerklinkt de roep om gemeenschap! Overgangsbepaling 238a-h, stelt de wettige mogelijkheid om de gemeenschap in de plaatselijke gemeente te verbreken. Men viert het Avondmaal met leden van andere kerken, maar kan het niet met lidmaten van de eigen gemeente. Waarom niet? Men wenst een andere modaliteit van prediking en catechese. Het begrip modaliteit, dat hier de kerkorde wordt binnengesmokkeld, blijkt gaandeweg aan splitsingskracht te winnen. Wij maken vrolijk van de nood een deugd en overal wordt de bepaling toegepast. Een overgangsbepaling, waarvan dr. E. Emmen toentertijd verklaarde: Kerkordelijk is deze regeling volkomen onmogelijk.

Ik kan dat alleen maar beamen. Bovendien, een overgang waarheen? Naar een congregationalistische kerkorde? Dat komt er toch van; dat wordt dan een wat vertraagde en verslechterde uitgave van de modus vivendi-voorstellen. Men kan in 1965 moeilijk ongedaan maken, wat men gedurende deze jaren bevorderd heeft, met een ijver, een betere zaak waardig. Overigens zijn wij zeer oecumenisch! Ook prof. dr, F. N. Lekkerkerker voelt dat hier wat wringt. Men mag bij hem inzicht verwachten in de spanningen die het woord modaliteit oproept. Maar hoe fel is hij in zijn vorige kroniek van leer getrokken tegen de gereformeerde prediking, die in de Lopikerwaard gebracht werd en wordt. Het is een fatalistische leer der verkiezing, die jaren lang geheerst heeft als een tyrannic — over de harten van vele eenvoudige zielen in en om IJsselstein. Hij noemt haar kortweg een verschrikking. Wellicht spelen in dit oordeel persoonlijke gevoelens te zeer mee. Maar de bewering, dat onder ons het Evangelie niet gebracht wordt — en daar komt het toch eigenlijk op neer — mag ik met kracht wederspreken. Ook in de Lopikerwaard is dat Evangelie een kracht Gods geweest tot zaligheid voor een iegelijk die gelooft.

Besluit.

Wat een verwarring, vervlakking, verstarring .... en vul maar in. Het is goed te weten in wat voor wereld, in wat voor „kerkelijke wereld" wij leven. Wij hebben dan altijd goede moed. Zonder de hemel redden wij het niet. Deze Jezus heeft God tot een Heere en Christus gemaakt, zei Petrus in zijn Pinksterpreek. Gelukkig maar. Nu mogen we ruimer ademhalen. Want door Zijn hand gaat het welbehagen Gods gelukkig voort. De Adventsklokken luiden over stad en land. Komst, overkomst, wederkomst. De toekomst van de kerk ligt vast in Hem, die wij mogen belijden als Degene, Die komt.

Uit: „Theologia Reformata", IVe jaargang, no. 4, december 1961.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE KERK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's