De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

8 minuten leestijd

Zeer veel is er geschreven over de vergadering van de Wereldraad van Kerken in het najaar van het vorige jaar. Voor- en tegenstanders hebben hun beschouwingen daarover neergeschreven, en verschillende meningen dienaangaande hebben we de lezers ook in deze rubriek van ons blad doorgegeven. Daarnaast is het ook van belang om u eens iets te laten lezen over de handleiding die de Wereldraad vóór de vergadering uitgegeven heeft en waarin het thema, dat op de vergadering behandeld zou worden, uitvoerig besproken wordt. De hollandse uitgave van dit boekje draagt de titel: „Het Licht van de wereld". Het is in 33 verschillende talen verschenen en elf mensen uit verschillende landen en kerken hebben het samengesteld.

In het Hervormd Weekblad: De Gereformeerde Kerk van 4 januari schrijft dr. L. D. Terlaak Poot over dit onderwerp en hij somt in zijn artikel een drietal bezwaren op tegen de brochure: Het Licht der wereld. Over zijn eerste bezwaar het volgende:

Tot veler verbazing en verdriet blijkt nu, dat de Wereldraad resp. zijn redactiecommissie, opzettelijk en nadrukkelijk deze stelling wenst in te scherpen: „Israël heeft afgedaan en de kerk is voor Israël in de plaats gekomen".

Ongelooflijk! Immers, er zijn tal van christenen, die er zo over denken, maar er zijn ook tal van christenen, die er niet zo over denken. Het is m.i. een beleidsfout, om juist dit bijbels-exegetisch twistpunt in deze propaganda te betrekken. Het helpt bepaald de eensgezindheid niet aankweken en het blaast de wind in de zeilen van de Arabische propaganda. Nasser poneert: Israël moet politiek, nationaal en internationaal zo snel mogelijk geliquideerd worden. De Wereldraad van Kerken repeteert haar betuiging: Israël als natie heeft in Gods heilseconomie afgedaan. Dit staat in het hoekje niet maar terloops, neen, het staat er wel driemaal. Zonder nadere bewijsvoering uit de Bijbel. Zo maar, als een onwrikbaar axioma. Dictatoriaal-absolutistisch. Waarom, zo vraag ik, deze opvallend-opzettelijk, negatieve houding tegenover Israël?

In zijn artikel gaat dr. T. P. op dit punt nog uitvoerig in en wijst er tenslotte op, dat de synode der Herv. Kerk over deze aangelegenheid in z'n tijd een geheel ander geluid heeft laten horen, waarom ook de hervormde afgevaardigden ter Wereldraad dit getuigenis der Herv. Kerk in New-Delhi nog eens duidelijk ter tafel hebben gebracht.

Het tweede bezwaar van de schrijver hangt met dit eerste bezwaar onmiddellijk samen. In de brochure wordt vermeld, dat de God van de Bijbel een geheel andere is dan „Het Hoogste Wezen" van andere godsdiensten en filosofieën. God heeft Zijn Naam geopenbaard en Zijn geboden gegeven aan Abraham, Mozes en de profeten.

Alles waar; maar — waar blijft nu de vermelding van het verbond, dat God met Abraham, de vader van alle gelovigen, opgericht heeft? Door dit verbond is Abraham's Godskennis en „religie" uitgetild uit de „natuurlijke religie". Israels religie is opgetrokken op de brede grondslag van de oorspronkelijke religie der mensheid. Maar toch is het verbond met Abraham een nieuwe hogere openbaring, die wederom geheel en alleen van God uitgaat. Hij neemt bij dit vertoond het initiatief. Hij stelt het vast. Hij verkiest Abraham.

Waarom, zo is de vraag, moest Abraham er zo mager afkomen? ...

Nu lezen wij in het boekje van de Wereldraad, dat God uit een ontredderd samenraapsel in Egypte een volk maakte. Dit is alleen juist, als men het in zijn wezenlijk verband ziet, nl. het verband met het Verbond, opgericht met Abraham. Het boekje rept dan van een „proces", begonnen met de schepping zelf, dat zal uitlopen op een nieuwe schepping. Laten we zeer voorzichtig zijn met onze termen! De geschiedenis der mensheid in het algemeen, en de heilsgeschiedenis in het bijzonder is nooit een proces — iets, dat wetmatig ach ontwikkelt en afwikkelt, als een abces — maar een verwerkelijking van Gods wil.

Het mag ons verbazen dat in de zeer gunstige beoordeling van dit boekje in zijn tijd in het Gereformeerde Weekblad (Kok) van, als ik me goed herinner, de hand van prof. Br. Wurth ook zelfs op dit punt geen aanmerkingen gemaakt werden.

Maar dr. T. P. heeft nog een bezwaar:

Een derde bezwaar betreft, wat er over de verzoening wordt gezegd; beter, wat daarover niet wordt gezegd. Het boekje zegt dat de mensen Jezus „zozeer ter harte gaan, dat Hij voor hen sterft, terwijl zij niet bereid zijn te sterven voor Hem. Dit dient echter alleen, om Zijn liefde voor hen te tonen; daarom komen aan het kruis het licht van Zijn oordeel, dat ons toont wie en wat wij eigenlijk zijn, en het licht van Zijn liefde, dat ons toont wat Hij ons ondanks alles waard acht — samen in één lichtgloed, die ons tegelijk oordeelt en redt".

Alles is hier (en in latere, dit uitwerkende paragrafen) afgestemd met behoedzaamheid op een summiere weergave van wat als het wezenlijke moet worden beschouwd van de verzoening door Christus. Maar, — trillen hier de bijbelse grondsnaren? Niets over verzoening door voldoening. Niets over Jezus' genoegdoening aan Gods recht en waarheid ... Waarom is dit hoofdmoment niet, met sobere woorden, in dit boekje van de Wereldraad duidelijk aangegeven?

Ook in De Wekker van 19 januari wordt in het artikel Nabetrachting op New-Delhi (2) geschreven over de brochure Het Licht van de Wereld. In dat artikel valt de klemtoon vooral op de duistere en vaak dubbelzinnige wijze van uitdrukken die het gehele boekje kenmerkt:

Intussen is het niet verwonderlijk dat men zo'n geschrift heel verschillend kan lezen. Een voorbeeld moge dit duidelijk maken. Het boekje zegt (blz. 32 Engelse uitgave) dat Gods licht in Christus „schijnt in en door de Kerk". „De Kerk maakt inderdaad deel uit van het Evangelie, omdat God Zijn werk door haar voortzet". De heer Warnaar van de I.C.C.C. had naar aanleiding hiervan in „Getrouw" gewezen op de Roomse tendens om aan de Kerk een betekenis toe te kennen die vóór alle dingen aan de Schrift toekomt ...

Prof. Otto Piper van het bekende Amerikaanse Princeton Seminary heeft destijds de taal van de Wereldraad-uitspraken niet zonder ergernis gekwalificeerd als „theologische dubbelzinnigheden" (theological double-talk). Het komt mij voor dat de denkmethode (tegelijk „ja" en „nee") en de uitdrukkingswijze van de theologie van Karl Barth en andere „nieuw-orthodoxe" figuren in dit opzicht een enorme invloed heeft. Vooral in oecumenische kring heeft men in het hanteren van deze nieuwe taal een grote vaardigheid verkregen. Ik denk in dit verband ook even aan hetgeen men telkens leest over de noodzakelijkheid van een „nieuw verstaan van de Schrift". Dit is in de mond van hen die eerst die Schrift hebben verlaagd tot een menselijk boek, echter heel iets anders dan een opnieuw verstaan van de Schrift, zoals de argeloze lezer geneigd is te denken. Zo krijgt de goê gemeente allerlei verklaringen en uitspraken onder ogen die nog al orthodox aandoen. Het is echter beslist nodig in vele gevallen te vragen: wat wordt er nu precies bedoeld? Ieder weet immers dat ze in de „Oecumene" lang niet allemaal orthodox zijn. Kunnen ze dan toch allemaal met die uitspraken accoord gaan? Tot op zekere hoogte: ja. Want ieder mag er het zijne van denken. Ze zijn daarom meer verhulling dan openbaring. Maar de Kerk heeft een andere roeping, de roeping om getuige te zijn, zodat er geen tweespalt is tussen wat zij met het hart gelooft en met de mond belijdt (Rom. 10:9, 10). Het spreken van de Kerk moet (en kan) klaar en duidelijk zijn, niet het minst wanneer zij getuigen wil van Jezus Christus, het Licht der wereld!

In de rubriek Drijfhout van het Herv. Weebblad De Gereformeerde Kerk van 4 januari vertelt de Strandvonder over een bijzondere bijeenkomst op een zondag in december in de (herv.) Bergkerk te Amersfoort, waar verslag uitgebracht werd over de ervaringen die men had opgedaan op de derde vergadering van de Wereldraad van Kerken in New- Delhi. In die bijeenkomst heeft ook gesproken een journalist, die de adviseur is van de bisschop van Groningen voor oecumenische aangelegenheden, Jhr. dr. L. G. M. Alting von Geusau. Het was heerlijk, want deze bisschoppelijke adviseur heeft daar zo echt open en ongehouden z'n hart, en ook z'n hoofd, laten spreken. Hij zei, dat ook de katholieken beseft hebben, dat zij eeuwenlang te veel met zichzelf zijn bezig geweest en als het ware ingeslapen zijn. Maar, zo vraagt de Strandvonder zich af:

Hoe zou hij dat „ingeslapen zijn" van de r.-katholieken bedoeld hebben? Toch niet wat de theologie betreft, gezien hun nieuwe dogmatavormende kracht (de doolhof van de marialogie van de laatste tientallen jaren bijvoorbeeld). Toch ook niet wat „de katholieke actie" betreft, zo wat bijbelvertaling en bijlbelpropaganda aangaat, als het winnen en werven via „evangelisatie", apologetische en culturele cursussen en zoveel meer. Toch evenmin wat de zakelijke praktijk betreft; één voorbeeld: in Sneek werd de bouw van een protestants ziekenhuis niet, maar de vergroting van het roomse ziekenhuis wèl toegestaan (de nieuwe aanbouw is groter dan het bestaande „oude" gebouw).

Neen, onze roomse „mede-christenen" schijnen allerminst „ingeslapen"; veeleer „uitgeslapen". Wij, protestanten kunnen er een voorbeeld aan nemen. Zou bedoeld zijn, dat de r.-katholieken nu pas beginnen te ontwaken ten aanzien van de al grotere vaart van de oecumenische beweging? Nu pas, nu zowaar de oosters-orthodoxe kerken zich aansloten bij de Wereldraad en niet bij de Latijnse kerk?

De schrijver noemt dan nog enkele frisse staaltjes op van roomse „uitgeslapenheid" en merkt tenslotte op dat pas als men eens begon met die dingen recht te zetten, te wijzigen of terug te nemen, men dan ook pas geneigd zou worden om aan het „wakker worden" van leiders en leken in de r.k. kerk te gaan geloven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 februari 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 februari 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's