BOEKBESPREKING
„Van kerken tot kerk". De achttien. Hervormd-Gereformeerd geprek. W. ten Have N.V., Amsterdam, 1961. Carillon-Reeks no. 22.
Wij herinneren ons, dat omstreeks Pinksteren 1961 achttien predikanten uit de hervormde en gereformeerde kerken zich met een oproep wendden tot de leden van deze kerken.
In deze oproep staat een opwekking om in alles mee te werken aam de vereniging van deze kerken.
Dit (boekje bedoelt het beoogde doel te toereiken door leiding te geven aan gesprekskringen van hervormden en gereformeerden.
Behalve het officiële contact tussen de synoden is er contact tussen de leden nodig. Bovendien wordt D.V. 26 april a.s. een congres gehouden in Utrecht, waarin het thema: „Van kerken tot kerk", zowel door prof. dr. H. Berkhof als prof. dr. W. P. de Gaay Fortman, in de Domkerk te Utrecht aan de orde zal worden gesteld.
Ter voorbereiding kan dit boekje goede diensten bewijzen.
Achtereenvolgens wordt gehandeld over: „Waarom Een? "; „Het Hervormde en Gereformeerde kerklid"; „Grensbewaking" enz.
Al met al een inhoudrijk boekje, dat veel overhoop haalt en veel te denken geeft.
Het wordt hartelijk in uw meedenken aanbevolen, temeer omdat dit onderwerp op de a.s. Jaarvergadering van de Gereformeerde Bond wordt ingeleid. Daarom wil ik nu met deze aankondiging volstaan zonder op de zaken kritisch of waarderend in te gaan.
B.
„De homosexuele Naaste". Prof. dr. A. L. Jann de Jonge — Dr. S. J. Ridderbos — Dr. M. Zeegers — Prof. dr. H. Bianchi — Nomen Deest — Ds. S. J. Popma. Uitg. Bosch en Keuning, Baam, 1961.
Het verschijnen van dit boek (158 blz.) is een gebeurtenis in prot. christelijke kring. De dagbladen hebben dan ook van de uitgave van dit werk melding gemaakt in uitvoerige recensies.
Werd dit onderwerp voorheen verholen in handboeken aan de orde gesteld, de aandacht voor de mens in al zijn facetten is zo groot, dat ook de homosexuele mens wordt besproken.
Ons interesseert vooral de bijdrage van dr. S. J. Ridderbos: Bijbel en Homosexualiteit.
Dit stuk is ons als uitleg van de Heilige Schrift tegengevallen. De verschillende teksten, waarin de homosexualiteit genoemd wordt, passeren de exegeet.
Genesis 19 handelt niet alleen of niet alleen in de eerste plaats over dit kwaad. De zonde van Sodom is veeleer algehele ontreddering en verwildering, waarvan o.a. de homosexualiteit eerr uiting is. Vandaar, dat wij volgens de schrijver niet van Sodomie mogen spreken. Dat is mogelijk.
Onze bezwaren komen te voorschijn, wanneer dr. R. Lev. 18 : 22 en 20 : 13 gaat verklaren. Noordzij merkt in zijn Korte Verklaring van Lev. 18 : 22 op: In onze „moderne cultuur" steekt deze schande driest haar kop op.
De hier genoemde zonde moet met de dood gestraft worden (Lev. 20 : 13). Dr. Ridderbos vindt het niet houdbaar, dat men nu de doodstraf niet meer wil en toch dit kwaad kwaad wil blijven noemen. De zin van dit argument ontgaat ons, omdat in Lev. 20 op veel misdaden de doodstraf wordt gezet, terwijl ieder — ook al is de doodstraf vandaag vervallen — dit nog (o.a. vader en moeder vloeken, gemeenschap hebben met dieren en bloedschande bedrijven) als zonde blijft waarderen. Het onderscheid in het blijvende en hét voorbijgaande in de wetgeving van Mozes is, voor deze zonde, wel erg gezocht! Doet het verder ter zake of Lev. 18 : 22 alleen op het cultische leven ziet? Kan het een argument zijn, dat, wat burgerlijk in de wetgeving niet te tolereren valt, in het persoonlijke leven een plaats kan hebben?
De conclusie van dr. Ridderbos is, dat in Lev. 18 en 20 het sein op onveilig is gezet. Maar deze teksten verbieden volgens hem niet iedere vorm van homosexualiteit in iedere situatie.
Het onderzoek van Rom. 1 : 26, 27 is m.i. nog teleurstellender. Immers dr. Ridderbos meent, dat Paulus in genoemde teksten geen onderscheid kan of wil maken tussen de pseudo-homosexualiteit (dat is de man of vrouw, die wel anders kan) en de „echte" homosexualiteit, dat is de structuur, waarmee men geboren is of die men verworven heeft, waardoor men zich tot hetzelfde geslacht voelt aangetrokken.
Deze veronderstelling lijkt mij uiterst aanvechtbaar! Is het te veronderstellen, dat Paulus, die op geen enkel terrein wereldvreemd geweest is, hier zo „argeloos" geweest is? Is deze exegese, althans het stellen van de mogelijkheid niet veeleer vanuit de situatie van nu ingedragen? Dr. Ridderbos erkent het gevaar van inlegkunde, maar borduurt erop door en komt tot conclusies over het „tegen nature", die kortweg verbazen, om geen ander woord te gebruiken.
Wanneer alle teksten, die op deze vraag betrekking hebben, zijn behandeld, komt de bepaalde structuur van het bijbelse ethos aan de orde. Prof. Roscam Abbing wordt bestreden in zijn uiteenzetting van het beeld Gods. Deze bestrijding is wel heel erg zwak.
Zonder de vragen, die hier liggen te simplificeren, is het vertrouwen in de conclusies van deze en andere schrijvers, niet groot.
Wanneer de onderbouw zó wankel is, wat zal er dan van de bovenbouw worden?
Wat hier aan oplossingen en noodoplossingen geboden wordt, is soms beslist verwerpelijk.
Wie dit als farizeïstische hardheid waardeert, bedenke, dat de barmhartigheid Gods niet bestaat in het veranderen van Wet en normen, maar in het vleesgeworden Woord. Dat wil zeggen: wel meedogen met de zondaar, maar geen meebuigen met de zonde.
Toch geeft dit boek veel om over na te denken. Ds. S. J. Popma geeft een ongevraagd advies. Daaruit is veel te leren; maar er rijzen nog meer vraagtekens.
Ook de (bijdrage van een anonymus is uitermate leerzaam, al was het alleen maar om de solidariteit in de ontroerende ontwrichting van het menselijk geslacht in de zonde voor zich te zien. Ook dit boek leert u, dat de zonde een vreselijke zaak is. Is het wederom een „argeloosheid" van Paulus, wanneer hij bij de opsomming van zondaren ook noemt: „die bij mannen liggen" en daarop onmiddellijk laat volgen: En dit waart gij sommigen; maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in de Naam van de Heere Jezus, en door de Geest van onze God?
Wil dit niet zeggen, dat er ook vergeving is voor deze bonden en bekering? Wil dit niet zeggen, dat dit alleen kan door de Geest van onze God?
Is het niet een groot gebrek van dit boek, dat de ware religie zo weinig aan het woord is en de triomferende Heilige Geest zo goed als geheel ontbreekt?
Gaat het missen van God in de godsdienst niet bijna altijd gepaard met verzwakking van het normbesef?
Helaas gaat dit boek, dat met de beste bedoelingen geschreven is, daaraan mank. Dan verandert de levende religie in een gedragspatroon, dat onbedoeld de uitingen van de religie, die er nog zijn, overwoekert.
De jeugd van Willem Eduard, door Mans Velvis. Uitg. De Gouden Poortreeks. Prijs ƒ 3.95. J. II. Kok, Kampen
Ik geloof, dat de schrijver, die met dit boek zijn debuut maakt, een te moeilijk onderwerp heeft aangepakt. Zouden werkelijk bij bijna alle jongens en meisjes van 10—12 jaar het sexuele zo allesbeheersend en doorlopend in hun gedachten zijn ?
Indien dit het geval is, is het niet wenselijk een dergelijk realistisch relaas onder de mensen te brengen. En als het niet het geval is, is het evenzeer ongewenst om de ouders op deze wijze in te lichten.
Aan het slot vertelt de eenvoudige Toontje de Bas over het leven in het paradijs in zijn eigen woorden en beelden ; over de zondeval en haar gevolgen, waardoor een opgeluchte Wim Brand als een andere jongen naar huis gaat.
C. S. S.
Jan en Toos. Uitg. Kok, Kampen.
Twee leesboekjes voor de 4de klas. Avonturen in het bos en De oom uit Canada. De schrijver, Johan Hidding, is een specialist in het uitwerken van gezonde, gezellige en hier en daar zelfs spannende momenten in leesboekjes voor de lagere school.
Ook deze twee leest men met genoegen door en in vergelijking met onze Ot en Sien, die destijds al zo'n stap vooruit betekenden, zijn dit eenvoudig juweeltjes.
C. S. S.
Annelies de Lange—Bon Noël, door Jo van Dorp—Ypma. Uitg. J. H. Kok, Kampen.
Annelies is kleuterleidster en moet rust nemen. Daarna wordt ze benoemd aan een school op een dorp, waar ze bij een vriendelijke oude dame in huis komt. Aardig wordt haar leven daar beschreven, de schoolwereld en ook wat daarbuiten valt. Een goed boek voor de oudere meisjes, vooral voor diegenen die ook het eerste deel: „Het begon met een soldaat", lazen of bezitten.
C. S. S.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's