De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

7 minuten leestijd

Bij de voortduur wordt er in het weekblad De Wekker aandacht besteed aan de laatste vergadering van de Wereldraad van Kerken te New Delhi. In de laatste nummers werd een beschouwing gegeven over de eigenaardige aandacht die men vanuit de Wereldraad wijdde aan Mahatma Gandhi. De hulde die men aan deze overbekende bracht geeft toch wel te denken. Verschillende uitlatingen van prominente figuren uit de kringen van de Wereldraad, die in de wereldpers verschenen zijn, worden aangehaald. En dan begint het toch wel duidelijk te worden dat men allerlei edels uit de niet-christelijke stelsels en godsdiensten ook als het werk van Christus beschouwt. Door Christus hebben Jesaia, maar ook Plato, Zoroaster, Boeddha en Confucius toch waarheden ontvangen, die zij op hun beurt weer hebben doorgegeven. Immers ieder mens wordt in verschillende mate verlicht door het Licht, dat gekomen is in de wereld; en Christus is dat Licht. Zodoende zijn allerlei wereldgodsdiensten ook even zovele wegen tot God.

We kunnen niet beweren dat dit alles nu bepaald 'n gloednieuwe uitvinding is, maar het wordt wel benauwend als we een dergelijke geest meer en meer naar boven zien komen in de vooraanstaande kringen van de Wereldraad.

In De Wekker is ook nog al eens aandacht besteed aan de betekenis van de toetreding van de Russische Kerk tot de Wereldraad. Onlangs stond er in de rubriek Van Her en Der een uitvoerige levensbeschrijving van de leider van de Russische delegatie, die kort na de vergadering is overleden. Volgens deze mededelingen behoefde men aan de communistische sympathieën van deze man echt niet te twijfelen.

In het nummer van 16 februari geeft ds. Velema in de rubriek Voor de Lens een min of meer samenvattende beschouwing over het lidmaatschap van de Russische Kerk van de Wereldraad. Hij vindt het met name zo beangstigend, dat men over het algemeen deze toetreding gewoon vindt, er dus blij mee is en het tegen anderen, die meer bedenkingen hebben, ook verdedigt. Als achtergrond van dit verschijnsel noemt hij drie factoren:

Allermeest omdat velen het communisme niet door hebben en niet zien dat elke daad van de commumistische politiek totalitair bepaald is. Terecht schreef de journalist Limshof in het liberale (!) Elsevier: „Of nu de Wereldraad van Kerken in al zijn onschuld de orthodoxe kerk on Moskou in zijn schoot opneemt, daarbij menende dat zij veel meer is dan een filiaal van het communistische staatsapparaat, of naïeve lieden, voetbal-elftallen of violisten uit communistische landen ontvangen, zeggende dat het alleen gaat om sport en kunst, niet om de zetten in een politiek wereld-schaakspel, of ondernemers met communistische regeringen handel drijven, er zich op toeroepende dat zaken nu eenmaal zaken zijn — het is steeds dezelfde betreurenswaardige dwaling; men ziet niet in of men wil niet inzien dat wij met een totalitaire regering te doen hebben."

Een dergelijke zin had in alle christelijke kranten moeten staan!

Vervolgens kunnen we ons niet onttrekken aan de gedachte dat de eenheidsroes, die over velen gaat, de ogen verblindt en de oordeelskracht verzwakt. Eenheid te een schone zaak en eenheid van kerken is een begeerlijk goed. Een ontmoeting van christenen uit Oost en West is zeker toe te juichen. Maar in het kader van de Wereldraad is de stem van de Russisch Orthodoxe kerk geen onverschillige zaak. De waarheid wordt geofferd aan de eenheid. Terwille van de eenheid is men bereid het minder nauw te nemen met de waarheid. We kunnen ons niet onttrekken aan de indruk dat deze mentaliteit die in ons land momenteel sterk doordringt, ook hier een 'grote rol speelt. Tenslotte moeten we ook hier signaleren de onbewust levende, maar de steeds meer doorvretende gedachte: het is allemaal zo erg niet. Het leven in deze grote wereld met mammoet-problemen is te imponerend om ons druk te maken over al deze dingen. Waarom zouden we het niet eens anders doen? Deze denkwijze vreet op ontstellende wijze door in het leven van de leden van alle kerken. Er te momenteel zoveel op drift dat de vreemdste dingen heel gewoon worden geaccepteerd. Van verstarring moeten we niets hebben. Maar de verwarring wordt op deze wijze toch wel erg groot. Daarom moeten we de duidelijke weg gaan tussen verstarring en verwarring.

In Hervormd Amsterdam heeft ds. J. R. Wolfensberger een artikel geschreven over de oproep van de hervormde synode inzake Nieuw-Guinea, welke oproep gericht werd tot overheid en volk. Ds. Wolfensberger komt dan tot de rechtlijnige conclusie dat het opgevat moet worden als een gezagscrisis, als een voorbijgaan aan het woord van de levende God, wanneer overheid en volk weigeren zich door deze oproep te laten gezeggen.

Om te beginnen komt ds. Groenewoud in bet Hervormd Weekblad De Gereformeerde Kerk van 8 februari daar tegen in verzet. Ten eerste wijst hij er op, dat niet de synode, maar het breed moderamen hier heeft gesproken; en dat is toch niet een wettige ambtelijke vergadering die de kerk vertegenwoordigt.

Op deze wijze wordt zelfs bet ambtelijk gezag van de synode in de waagschaal gesteld. Dit gaat lijken op de bisschop en op de roomse gedachte van het bisschoppelijk-ambtelijk gezag.

Verder was de oproep te zeer van politieke allure en miste de kracht van het: „Zo spreekt de Heer'. Volgens ds. Groenewoud was er in dit verband heus wel iets concreets te zeggen geweest met het gezag van de Schrift. Maar dit zou dan wellicht een veel ergerlijker woord geweest zijn; niet zo onduidelijk en voorzien van allerlei voorzichtigheden.

Ook prof. Ridderbos verzet zich krachtig tegen dit verhaal van ds. Wolfensberger. Hij schrijft er over in het Gereformeerd Weekblad (Kok) van 16 febr. Hij wijst de mening van ds. Wolfensberger als principieel onjuist af; het is een miskenning zowel van de plaats van het kerkelijk ambt in de samenleving als van het gezag van de overheid in staatkundige zaken. Zulk een standpunt is volgens prof. Ridderbos een clericalisme van het zuiverste water. Moet de overheid ook voor het gezag, niet van Gods Woord, maar van het kerkelijk ambt buigen? Behoort de staat ook tot het lichaam van Christus, tot welks opbouw Christus de ambten heeft ingesteld? Prof. Ridderbos besluit dan zijn artikel aldus:

Daarom is de gezagscrisis die hier dreigt, een andere, dan die ds. Wolfensberger vreest. Hij meent, dat deze crisis daarin bestaat, dat de overheid niet beter naar het kerkelijk ambt luistert. Ik meen, dat zij veroorzaakt wordt door de wijze waarop ds. Wolfensberger de overheid van de kerk afhankelijk tracht te maken. Dat brengt gevaarlijke consequenties met zich mee van verwarring van de geesten, verwisseling van verantwoordelijkheden, dreigen met dienstweigering, détoumement de pouvoir. En dat heeft dan plaats onder de leuze: men moet Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen; terwijl het in werkelijkheid zou moeten heten: men moet in politicus aan de kerk meer gezag toekennen dan aan de overheid. Het is maar gelukkig dat het Nederlandse volk er anders over dentot. Maar het te te bejammeren, dat de kerk zichzelf in dit verkeerde daglicht plaatst. Want als de kerk haar plaats niet meer weet en op deze niet te verantwoorden wijze met dienstweigering etc. schermt, wie moet zijn plaats dan nog wel weten? Dit alles — dit ten overvloede! — betekent geenszins, dat het „christelijk" zou zijn zich met lichaam en ziel aan de overheid uit te leveren. Wij hebben, Gode zij dank, een democratische staatsinstelling. Wij hebben vrijheid te spreken in het parlement en daarbuiten. Wij hebben de vrijheid ook op „christelijke" gronden een regering „naar huis te zenden". En ieder, die het buiten het parlement weet, of meent te weten, mag het in Nederland ook zeggen. Een dictatoriaal bewind, omdat de regering niet naar de kerk wil luisteren? Neen, het zou zo zijn als zij tegen de constitutionele vrijheden van het volk zou handelen. Dictatoriaal daarentegen is de kerk, die in de plaats van deze vrijheden des volks haar verkeerd begrepen ambtelijk gezag zou stellen. Nogmaals: met veel respect voor de schrijver van dit stuk. Maar met een radicale verwerping van de strekking ervan. En dat mede ten behoeve van de eigen heerlijkheid van het kerkelijk ambt en zijn gezag!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's