De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

8 minuten leestijd

Caroline's dochter, door Nelly van Dijk— Has. Uitg. J. H. Kok, Kampen.

Sonja woont bij haar tante, mevr. Lind, en weet niet beter of ze heeft geen familie meer. Als mevr. Lind, in het begin van het boek, ernstig ziek wordt, laat ze zich iets ontvallen over: „de Klok Je hebt nog een grootvader!" Goed worden de volgende maanden van Sonja's leven en doen beschreven. Psychologisch aanvaardbaar is de komst en het samenwonen van mevr. Lind en Sonja in het huis van haar grootvader, de heer Dujardin.

Het zou jammer zijn, veel van de inhoud te vertellen, maar zeker zullen de V.C.L.-lezeressen dit boek met grote belangstelling lezen.

Het is het waard!

C. S. S.

Het is een wonder, door Jan Nelen.

Een bundel gedichten - uit Vlaams sprekend België. De uitgever staat niet vermeld, maar 't is keurig uitgegeven. Het voorwoord duidt er op, dat de meeste gedichten uit een benard gemoed en na veel strijd, toen de verlossing er was, geschreven werden. Een en; twintig verzen, eenvoudig en innig vroom.

Het spijt me, dat ik niet weet, waar de lezers ze zouden kunnen kopen. Wellicht is het een uitgave van Jan Nelen zelf.

Gaarne zag ik ze in vele handen.

C. S. S.

Horstcahiers. Nummer 11. Een derde weg voor het apostolaat. Ds. F. J. Pop. Uitg. Kerk en Wereld, Driebergen. Prijs ƒ 1.—.

Ds. Pop tekent drie wegen voor het apostolaat. De eerste weg wordt geïllustreerd aan de bekende Billy Graham. Evangelisatie is daar prediking, gericht op de enkeling, gedreven door de liefde van God, die oproept tot bekering en de verdere begeleiding aan de kerken overlaat. In de beoordeling van de weg, zegt ds. Pop, dat de Christus van de Bijbel groter is dan die door B. Graham verkondigd wordt.

Dat zal wel waar zijn.

Aanvechtbaar lijkt mij zijn tweede bezwaar, wanneer hij tegen de soteriologische prediking (op het behoud van de zondaar gerichte prediking) inbrengt, dat de vraag : Hoe raak ik mijn zonde en schuld kwijt ? , niet typisch een vraag van het Christendom zou zijn. Ook het Jodendom, de Islam en het heidendom geven daarop antwoord. Dus onderscheidt deze prediking (i.e. van B. Graham e.a.) zich niet van die in andere religies !

Let op deze zin: „Wat Graham doet, behoort meer tot het brede veld der religieusiteit en mist het eigen stempel van het bijbel's getuigenis aangaande God en Zijn heilswerk".

Ziezo, dat is dan gezegd. Zonder hier alle methoden van B. Graham te verdedigen en met erkenning, dat het werk van deze Evangelist een eerste stoot wil zijn, die de kerken verder moeten opvangen, moet toch gezegd worden, dat het verregaande is, wanneer de prediking van Christus in de schuld en nood van de zonde op één lijn wordt gesteld met de antwoorden, die de Islam, het Jodendom en de heidense religies aan dergelijke mensen geven.

Waarschijnlijk bedoelt ds. Pop het beter dan hij het schrijft, maar hier mag een woord van protest niet achterwege blijven.

Dat de bijbel meer zegt over de mens in de verbanden, dan B. Graham, zal waar zijn. Maar de vraag is niet of er niet veel grotere verbanden zijn, waarin de mens leeft, maar de vraag is: Waar begint God ? Begint Hij met de kerstening van de verbanden en structuren van de samenleving of met de bekering van enkelingen, soms gezinsgewijs, om van daaruit in allerlei bredere kringen als een zuurdeeg zijn doorwerking te hebben?

Wie denkt hier niet aan de gelijkenis van het mosterdzaad ?

Is het niet dwaas, te beginnen bij de grote boom en van daaruit het zaadje te willen verklaren ? Het begint erg klein en, het wordt erg groot.

De verdere bezwaren zijn eigenlijk niet op hun plaats. Men kan dit alles ook tegen Paulus en zijn apostolaat zeggen. Heeft Paulus alle misstanden (sociaal en politiek) van zijn tijd gesignaleerd en opgeruimd? Leefde hij daarom niet uit het visioen van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?

De tweede weg is de weg van Symanowski en en Wickham. Zij geven alle aandacht aan de situatie van nu en zijn zeer geïnteresseerd in de grote veranderingen in de maatschappij.Godsdienst is, voor hen dienst aan de naaste. Wie op de fabriek zijn kameraad dient, is in dienst van God, bewust of onbewust. De kerk verdampt achter hun rug. Daarvan blijft niets over. Christus is verborgen aanwezig in de personeelschef en de kameraad.

Deze weg wijst ds. Pop af.

De waarheidselementen van de 1e en 2e weg worden met eigen visie in — wat ds. Pop noemt — de derde weg voor het apostolaat samengevat .

Ds. Pop heeft het zich ietwat gemakkelijk gemaakt door zich tegen de 1e weg af te zetten in deze vorm.

Immers het is mogelijk, los van B. Graham, vanuit het geheel der Schriften een zijn van de Kerk in deze wereld te laten zien, dat veel breder en dieper is dan Graham ooit in een Evangelisatietoespraak kan laten horen.

Wij erkennen gaarne, dat in de inzichten en Karakterisering (blz. 25—25) veel is, dat hartelijke instemming vraagt, al is dit vele niet het geheel was ons voor ogen staat. Immers theologische en soms ook geestelijke achtergronden maken ons kritischer tegenover de kerk in haar huidige gedaante. Ook ds. Pop eindigt met een oproep (blz. 42) maar éen vraag is bij mij opgekomen, of deze oproep wel weerklank kan vinden, aangezien in het hier gebodene zoveel is, dat toetsing en bijbelse confrontatie behoeft.

De bespreking van dit cahier moge velen van onze predikanten, gemeenteleden en werkers in de evangelisatiearbeid dringen tot studie van de vragen, die ds. Pop aan de orde stelt. Het is meer dan de moeite waard van dit geschrevene kennis te nemen.

B.

C. S. Lewis, De grote scheiding. Carillonreeks no. 20. Uitg. W. ten Have N.V., Amsterdam 1961.

Lewis is bekend o.a. door zijn „Brieven uit de hel". Een soortgelijk boekje ligt voor ons in: „De grote scheiding". Het is een droom over hemel en hel. In een soort: Vallei van de schaduw des Levens (een ontmoetingsplaats tussen hemelingen en verdoemden) vinden allerlei ontmoetingen plaats tussen mensen, die elkander op aarde gekend hebben. Deze ontmoetingen hebben ten doel om hen, die in de stad van de grote eenzaamheid (de hel) wonen, te genezen van hun geslotenheid voor God. Soms lukt dat, en soms ook niet.

U ziet, dat hier veel fantasie is. In deze fantasie geeft de schrijver allerlei beschouwingen over hemel en hel, tijd en eeuwigheid, praedestinatie en universalisme, die zonder meer speculaties zijn. In de karaktertekeningen van mensen is hij briljant, in zijn literaire kwaliteiten buitengewoon.

Er valt veel uit te leren, al zou 't alleen maar zijn een huiverend inzien in de diepten van de satan en de verwrongenheid door de zonde en de radicaliteit van de genade, die met niets van de satan ten hemel leidt.

De keus na de dood grondt de schrijver op 1 Petrus 4 vs. 6. Schrift met Schrift vergelijkend, wel een zwakke grond!

Wie critisch leest, vindt hier veel om over na te denken.

B.

C. S. Lewis, Reis naar Venus. Carillonreeks. W. ten Have N.V., A'dam 1961.

Dit boekje kan op zichzelf gelezen worden, maar ook als vervolg op no. 10 in deze Carillonreeks : „Ver van de zwijgende planeet" gezien worden.

De hoofdfiguur Ransom, onderneemt een reis naar Venus en vindt daar twee mensen, die in een paradijselijke toestand leven. De beschrijving van de planeet is fantastisch. De gesprekken tussen Ransom en de koningin, alsook die met Wiston (incarnatie van het kwaad) zijn veelbetekenend. Wiston poogt de zonde ingang te doen hebben op Venus, wat voorkomen wordt.

Allemaal fantasie — zegt u ? Inderdaad, maar een fantasie, waarin veel filosofie en religie is ingedragen. Wie Lewis uit zijn andere werken kent, zal dit boek graag lezen; wie Lewis nog niet kent en eens iets wil lezen, dat geheel anders is dan gewoon, die leze dit boek.

B.

Werner Pfendsack, Unser Vater. Verlag Friedrich Reinhardt A. G., Basel. D.M. 7.80, 113 blz.

Dit is een, uitlegging van het „Onze Vader". In 9 hoofdstukken worden de onderdelen van dit gebed uitgelegd. In het Vorwort worden treffende dingen over het persoonlijk en gemeenschappelijk gebed gezegd. „De nood van onze kerk is ten diepste haar gebedsnood. Of wij al of niet bidden, is meer dan een privé-zaak. Het heeft gevolgen voor ons persoonlijk leven, voor onze en de komende generatie en voor de loop van deze wereld".

De schrijver wijst op de noodzaak van het persoonlijk gebedsleven en voert het pleidooi voor het gemeenschappelijk bidden v£in het „Onze Vader" in de samenkomsten.

Bij de verklaring worden rake dingen gezegd, die niet alleen voor de Zwitserse kerk, maar óok voor de onze bestemd zijn.

Wij willen de lezing van dit boekje (het is in het Duits geschreven) gaarne aanbevelen.

B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's