Zekerheidsaplomb als vorm van benadering
Het is ons in vele gevallen onmogelijk ons te, werpen op iets, wat men zou kunnen noemen, een kerkelijke concurrentie-strijd.
Om een voorbeeld te geven : wij kunnen onze kerken niet gaan inrichten op de wijze der R.- Katholieken, hoewel we best weten, dat de entourage der R.K. dienst voor sommigen uitermate bekorend is.
Maar het reformatorisch patroon laat het niet toe, dit in de een of andere vorm in onze kerkdiensten in te dragen. De soberheid onzer kerkgebouwen en van onze godsdienstoefeningen, komt niet op uit een culturele armoede, maar uit het bijbels besef, dat het Godzelf is Die door Zijn Geest, en daar beschikken wij niet over, de ruimte moet vullen en tot een heiligdom maakt.
Zo kunnen wij in menig opzicht niet concurreren met de secten. En dan bedoel ik met dit niet — kunnen, dat wij dat ook niet willen. Dat het ons onmogelijk is vanuit het geloof en het reformatorisch belijden.
Ik zou er echt niet gelukkig mee zijn, als in mijn wijk jongens en meisjes, die nog schoolplichtig zijn, een of twee avonden, met nog middag op pad gingen, week in, week uit, om aan alle deuren de vraag te stellen, of men de bijbel kent. En als men zich dan tot een gesprek m, et hen inlaat, te merken dat ze met een verzekerdheid omtrent de waarheid optreden, die je eerst komisch aandoet, daarna je zonder meer voorkomt als een verkrachting van het jeugdig gemoed.
Wij klagen vaak over de te geringe medewerking en het te weinige evangelische élan in onze kerk; wij hebben misschien het gevoel dat het kerkewerk vaak gefrustreerd wordt, doordat er zoveel luie leden zijn, die je nergens voor krijgt, — en misschien is het ook wel zo, maar er is toch, hoop ik, geen haar op ons hoofd dat er aan denkt, de Jehovah's getuigen te beantwoorden door op een zelfde manier kinderen en volwassenen in te zetten, gesteld al, dat we daartoe de kans kregen.
Al zijn wij dan bezig het vergeten ambt te ontdekken en de gebiedende noodzaak moge ons allen duidelijk zijn, dat betekent toch niet, dat wij de gemeenteleden, jong en oud, zouden willen gaan inzetten op de wijze b.v. van de Jehovah's getuigen.
Stijl en methode van werken worden immers bepaald door het eigen geloofs- en levensbesef der Kerk. De visie op de Waarheid Gods is maatgevend voor de wijze, waarop men deze waarheid hanteert. Ook de vorm der benadering der buitenkerkelijke mens kan en mag niet beoordeeld worden vanuit het succes of — als ge wilt vanuit de psychologie, maar blijft een theologische zaak. De wijze waarop wij de zaak presenteren is van invloed, mij dunkt zelfs van grote invloed ten aanzien van de beschouwing dier zaak. De vormen waarin de kerk werkt en waarin zij haar Boodschap brengt, zijn van beslissende kracht voor de benaderde ten aanzien van de inhoud.
Als het Evangelie als een marktartikel de wereld ingedragen wordt, zal het tenslotte een gehoor scheppen, dat het als een marktartikel waardeert!
Na deze inleidende opmerkingen, kom ik tot dat, wat mij tot het schrijven van dit artikel bewoog.
Ieder die wel eens wat verdergaand gesproken heeft met een getuige van Jehovah — en het geldt niet alleen voor deze secte — zal als indruk over gehouden hebben de haast griezelige verzekerdheid, waarmee ze optreden. Zelfs bij wat wij nog kinderen noemen, komt een zekerheidsaplomb voor de dag, waarvan we ons verbaasd afvragen: hoe komen ze er aan! Ook al lukt het je in een discussie, althans voor je eigen gevoel, aan het langste eind te trekken, zodat een eventuele toehoorder wat meewarig naar de gesprekspartner gaat zitten kijken, bij het weggaan blijkt, al zou het nog maar op de stoep aan de dag treden, dat de verzekerdheid van deze pionier in geen enkel opzicht is aangetast. Wat je ook zegt, het stuit allemaal af op de muur van het zekerheidsaplomb : wij hebben de waarheid en die het niet met ons eens is, is blind. Dit zekerheidsaplomb is zeker in deze tijd een buitengewoon handig gevonden en toegepaste vorm van benadering.
Er zijn veel zielen, die door een apodictische wijze van zeggen, omkranst met het aureool van het bezit der openbaring, sterk beïnvloed worden. De mens heeft nu eenmaal altijd behoefte aan iets, dat met volstrektheid op hem afkomt. Het is net of hij overmeesterd wil worden.
Maar juist ook in dit opzicht is duidelijk kenbaar dat de vorm, waarin men zijn boodschap verpakt, niet los te denken is van de inhoud.
Alleen de sectarische mens, die de waarheid „bezit", die het Woord Gods overweldigd heeft, zodat de ootmoedige bede: „zend. Heer, Uw licht en waarheid neder", geschrapt kan worden, treedt ook naar buiten met een zekerheidsaplomb op, waardoor zielen, gevangen worden.
Zó kan men vanuit de Reformatie nooit bij de mensen verschijnen. Het is toch een van de diepste schatten, die de Hervorming ons gebracht heeft, dat de Genade, de Waarheid en de Geest Gods nooit verworvenheden zijn, die de mens even kan hanteren. Zij blijven in Gods handen en wij hebben ze elke dag opnieuw ootmoedig en biddend te ontvangen, maar wij beschikken er niet over ! En in de Bijbel, dat heeft de Hervorming ons ook geleerd, is de zekerheid des geloofs nooit vanzelfsprekendheid des Heils! Wij zijn er niet gelukkig mee als men namens de Kerk op pad zou gaan in de toon van : wij in de Kerk hebben de Zaligmaker als ons privébezit. Als wij sterven, dan gaan we naar de hemel. Ik word er niets jaloers op, als ik mensen zich zie presenteren met zulk een aplomb van zelfverzekerdheid ten aanzien van de eeuwige dingen, alsof Jezus Christus Heere te noemen en erfgenaam te zijn van het Koninkrijk, niet de onbegrijpelijkste dingen zijn, waar een mens ooit over kan praten ! Alsof zelfs een man als Paulus tenslotte niet zegt, vanuit een diepe spanning: of ik enigszins moge komen tot de wederopstanding der doden.
Natuurlijk wil ik niet twijfelen aan de subjectieve oprechtheid dezer sectarisch-verzekerden. Maar als het ons onmogelijk is deze verzekerdheid te verstaan, vanuit de Bijbel, als het getuigenis des Geestes, hoe krijgen ze dat dan er zo rotsvast in ? Ik geloof, dat hier wel iets van te zeggen is. Het communisme in Rusland slaagt er ook in, bepaalde meningen er rotsvast in te heien. Dat begint al bij de kinderen. Wanneer men altijd maar weer op hetzelfde aambeeld hamert, juist in de jaren der sterkste ontvankelijkheid, is het geen wonder dat deze jonge mensen tenslotte de ingepompte overtuigingen als strikt-eigen overtuigingen beleven. Men heeft er geen erg meer in dat men gedrild is en dat datgene wat men als eigen verworven overtuiging bekijkt, louter dressuur is.
Het is ook in dit licht, dat we de bijzondere zorg der Jehovah-getuigen voor kinderen en jongens en meisjes moet zien. Het wordt er in gehamerd, week in, week uit; men haalt adem, men leeft en denkt in keurslijf der ingepompte meningen. En ze gaan het als een eigen uit de Schrift en van de Geest verkregen geloofsinzicht presenteren. Is het te scherp, als wij dit meer verkrachting dan zieleleiding noemen ?
Dit kunnen wij en dit willen wij niet nadoen! Omdat wij geloven en belijden dat het kennen der Openbaring Gods geen vrucht is van dressuur, maar van een persoonlijk gesteld worden voor de God van de Heilige Schrift.
Hiermee pleit ik niet voor een mateloos individualisme, maar wèl voor de noodzaak, dat er brede ruimte zij in de kerk voor de persoonlijke weg, voor de persoonlijke confrontatie met de Heere Christus, om door de diepten van nacht en twijfel heen tot de belijdenis te komen, waarin dan tot onze grote verrassing het belijdend lied der Kerk van alle tijden gaat meeklinken.
Boven dit artikel heb ik gezet; Zekerheidsaplomb als vorm van benadering.
Wij willen die weg niet op. We storten ons niet in een concurrentie-strijd met de sectarische zelfverzekerdheid. De waarheid Gods verdraagt deze vorm niet.
We wensen geen bezoekers, die het even aan de deur of verder komen vertellen, hoe de plannen Gods liggen en hoever God al is. Maar ook geen bezoekers, die vanuit geestelijke hoogte even komen vertellen, hoe de waarheid ligt. We zullen op z'n minst als de evangelist Pilippus moeten doen, die naast de Moorman ging zitten. En dan de Christus verkondigen. Die Christus Gods, waarbij we steeds dieper mogen ontdekken dat de Waarheid, de Vrede en Gerechtigheid van deze Christus het Heilgeheim is, dat wij niet vleselijk kunnen overweldigen, maar dat „geopenbaard wordt aan Zijn vrinden".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's