De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ZICHT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZICHT

10 minuten leestijd

„Nergens is meer onenigheid, dan daar waar men zich allemaal beroept op de Formulieren van Enigheid". „Onder degenen, die 'behoren tot de gereformeerde gezindte heeft men allemaal gelijk en altijd gelijk".

Dat zijn toch wel een paar uitspraken om even van te schrikken en zich af te vragen: is het werkelijk zó gesteld onder degenen, die in de Hervormde kerk en in de vele grotere en kleinere kerken daarbuiten, zich gaarne tooien met de erenaam „gereformeerd". 

Bovenstaande aanklachten komen voor in de uitvoerige briefwisseling in het Hervormde blad voor ambtsdragers Woord en Dienst tussen de Gereformeerde Wageningse studentenpredikant ds. H. Volten en de Hervormde dr. W. Nijenhuis. Niet dr. Nijenhuis maar ds. Volten is het, die deze klachten slaakt. Als hij gelijk heeft (en wij mogen ons van deze karakteristiek niet zonder ernstig (zelf)onderzoek afmaken) dan ziet het er inderdaad met de geestelijke nazaten der Reformatie kwalijk uit en is er wel reden tot een klaagzang. Want splitsen, afbrokkelen, ontbinding behoort bij de dood. Bij het leven past het beeld van het organische, dat allerlei in zich weet op te nemen en op te bouwen tot een eigen levend geheel.

Nu verscheen er tegen kerstmis een kleine brochure onder de naam „Zicht". Het is een wat speels bedoelde, misschien ook wat gekunstelde titel van een boekje, dat de balans op wil maken van tien jaren leven, zoeken, arbeiden en getuigen van een gemeenschap van studenten op gereformeerde grondslag, de C.S.F.R. naar de beginletters van de latijnse naam dezer vereniging.

Nu hoop ik niet, dat u ophoudt met lezen en zegt: „dat studentenleven interesseert mij heel weinig. Het is gelukkig als iemand de gaven en de middelen heeft om te studeren. Het is ook inderdaad weldadig als je een gelovige dokter tegenkomt of een leraar aan een Middelbare school, die niet in naam maar inderdaad een christen is. Maar dat studentenleven en heel die wereld van het Hoger Onderwijs staat te ver van me af, om me daarin te verdiepen."

Toch is dat fout. We klagen er vaak over, dat op verantwoordelijke leidende plaatsen zo weinig van „onze mensen" terecht komen en verdenken dan lichtelijk en onverhoord menigmaal degenen, die allerlei benoemingen moeten doen.

Maar intussen interesseert ons de worsteling van jonge studerende mensen om een eigen gefundeerde levende overtuiging en positiebepaling op het wijde, boeiende en veelkleurige veld van de wetenschap veel te weinig.

Ds. Goedhart heeft in zijn boek over christendom en cultuur gewezen op de nadelen van dat niet letten op de cultuur, zoals dat gevonden wordt in die kringen, waarin heel de verhouding tot God en Zijn Woord geconcentreerd wordt in de vraag naar de persoonlijke behoudenis met de persoonlijke 'beleving van zonde en genade. Niet dat ds. Goedhart zou willen veroordelen, dat de vragen, die hier in het zondaarshart gewekt worden, centraal gesteld worden. Maar te weinig valt het oog op de grootheid Gods in al de werken Zijner handen. waarvan toch de psalmen en de profeten, het Woord van Christus en Zijn apostelen vervuld zijn. Daardoor komt de waardering van de gaven, die God in de schepping gegeven heeft en de roeping om alle door God ons toevertrouwde talenten op woeker te zetten (geoorloofde woeker!) te kort. Ds. Goedhart merkt op, dat deze negatieve houding zich wreekt in het gezinsleven, waarin de jonge mensen onvoldoende antwoord krijgen op de vragen en al te weinig leiding ontvangen bij de problemen, waarvoor bet leven in z'n lengte en breedte hen stelt.

„Bevinding van het christelijk geloof wordt zeer dikwijls gelijk gesteld met een zich terugtrekken uit de wereld tot de eigen kleine, maar niet altijd betere wereld van de naaste omgeving".

Prof. van der Linde bespreekt dit boek van ds. Goedhart in Theologia Reformata. Bij alle andere bezwaren tegen het boek van ds. Goedhart, merkt prof. Van der Linde op, dat het gesignaleerde euvel eer te weinig dan te sterk is getekend en dat ds. Goedhart de cultuur aan de christenheid nog meer had moeten aanbinden, omdat wij anders nog meer demonisch water over Gods akker laten vloeien.

Nu komen de mensen van de C.S.F.R., dus de kring van academici en oud-academici, over wier samen leven en werken gedurende de laatste 10 jaren „Zicht" ons het een en ander wi; vertellen, uit die kringen, waarin men sterk beheerst wordt door de vrees, dat de bemoeienis met de cultuur het christendom zal aantasten.

In dit boekje, waarin alle hoofdstukken onder het verzamelwoord „zicht" gebracht zijn (overzicht, toezicht, inzicht, rondzicht, uitzicht) wordt een geschiedenis gegeven van het ontstaan van deze gereformeerde studentengemeenschap en een korte karakterisitiek van het geestelijk milieu, waaruit men afkomstig is.

De leden en oud-leden behoren voor 45 % tot de Herv. kerk (Geref. Bondsrichting); 37 % behoort tot de Geref. gemeenten, 5% tot de Oud-Geref. gemeenten, 4 % tot de (uitgetreden) Geref. gemeenten in Nederland, eveneens 4% tot de Chr. Geref. kerken, 1 % tot de Geref. kerken en 4% tot diverse zelfstandige groeperingen. Ir. Plomp geeft in zijn bijdrage in dit boekje een terugblik op de gang van de kerkgeschiedenis en wijst de Nadere Reformatie aan als de grond, waarin al deze groepen wortelen. De grote mannen van de Nadere Reformatie als Voetsius en de Teelinck's, Van Lodensteyn en de a Brakel's houden naast de persoonlijke godsvrucht ook het geheel van kerk en volk nog wel in het oog. Maar er treedt langzamerhand een „versmalling" op. De afmetingen van „breedte" en „diepte" raken elkaar kwijt.

In het persoonlijke leven concentreert zich alles op de kennis van eigen kleinheid en zondigheid tegenover de grootheid en majesteit Gods. Maar hoezeer in verband hiermede de eis van bekering en wedergeboorte terecht gesteld wordt, men blijft al te zeer in de bekommernis leven, heeft te weinig oog voor de beloften van het verbond der genade, klaagt veel over de geesteloosheid van de tijd, waarin men leeft, maar er is een groot tekort aan roepingsbesef tegenover de wereld veraf en dichtbij. Men vindt zich nog maar het veiligste in z'n isolement en scheidt genade en natuur, het eeuwige en het vergankelijke, zondagen en werkdagen, ziel en lichaam. Daarbij constateert ir. Plomp, dat de geestelijke nazaten van de Nadere Reformatie op den duur grotendeels terechtgekomen zijn in een kring van agrariërs en „kleine luyden", zonder sociale bovenlaag. Hij merkt op, dat het aantal gestudeerden bijzonder gering is. Het percentage academici is kleiner dan overal elders in protestants Nederland.

Wel is er een kentering. Maar men heeft nog te weinig oog voor de moeilijkheden van de kleine groep studerenden, die uit deze kringen afkomstig zijn en die onvoldoende leiding krijgen voor de vragen, waarvoor zij komen te staan, wanneer de geestelijke instelling, die zij van huis uit meegekregen hebben, geconfronteerd wordt met de wereld van het wetenschappelijk denken.

De dingen, die ir. Plomp hier aanraakt moeten ons te denken geven. Het is wel waar, dat God het onedele en verachte dezer wereld heeft uitverkoren en hetgeen niets is, maar dan toch op dat Hij hetgeen iets is, beschamen zou. Dat God goddelozen rechtvaardigt betekent niet, dat wij in de goddeloosheid zullen blijven. Dat Hij het geringe en het dwaze heeft uitverkoren mag geen hooghartig schouderophalen voor de rijkdom van Zijn gaven op allerlei gebied meebrengen. Want de Bijbel laat zien, dat God ook souverein beschikt over Zijn eigen gaven, hoezeer ook van nature door de mens misbruikt tot zelfbekeerlijking.

God de Heere laat Mozes, Daniël en Paulus voorbereid worden om de taak te volbrengen, die hun van Zijnentwege is opgedragen. En aanzienlijken en ontwikkelden ontbreken niet onder hen, die geloven. Petrus moge dan aan zijn uitspraak kenbaar geweest zijn als een man uit Galilea, hij heeft zich toch behoorlijk in het Grieks moeten kunnen uitdrukken. Zowel de oude christelijke kerk als die van de Reformatie en de Nadere Reformatie, hebben de onmisbare waarde van de wetenschappelijke arbeid ten volle erkend. En wie de levensgeschiedenis leest van de vele Schotse theologen, die onder ons bekend en geliefd zijn, merkt op hoe zorgvuldig hun vorming geweest is door studie en omgeving. Het is nodig hieraan aandacht te schenken, opdat men niet zijn toevlucht neme tot een zekere botte starheid en strakheid, die er prat op gaat, dat men z'n been stijf weet te houden, maar waarbij een serieuze argumentatie ontbreekt. Ook moet men de tegenstander, die men bestrijdt, kennen, en van die kennis ook blijk geven. Al mag het emotionele element in ons getuigen in en tegenover deze wereld niet ontbreken, het is gevaarlijk, wanneer dit gevoelselement niet gecontroleerd, in evenwicht gehouden en gefundeerd wordt door een zuiver, goed geargumenteerd oordeel.

In de kringen van de C.S.F.R. heeft men met deze dingen nu 10 jaar lang geworsteld. Ik lees getrouw het blad Wapenveld, dat het orgaan is van de afgestudeerden uit deze gereformeerde studentengemeenschap. Weinig bladen zijn er, die ik met zoveel genoegen ter hand neem. O.a. ook daarom, dat ds. Volten toch niet zonder meer gelijk blijkt te hebben met zijn sombere diagnose van een inderdaad zeer betreurenswaardige verscheuring en, verdeeldheid, die sterk 'bevorderd wordt door het vastleggen van allerlei uitspraken, waaraan men zich heeft te conformeren. Daar zit iets Rooms in, al is het, anders dan bij Rome een betrekkelijk lichte zaak, een nieuwe kerkelijke groepering te vormen. Des te meer is de warmte, die in Civitas en Wapenveld te gevoelen is, weldadig. Zij toont aan, dat er van de Nadere Reformatie meer te zeggen valt, dan dat hij haar geestelijke nakomelingschap een wat erg negatieve instelling gevonden wordt tegenover wetenschap en cultuur. De warmte van toon, de levenswarmte, die we hier vinden, wordt elders maar al te vaak gemist. Vaak wordt te eenzijdig het hele leven in z'n breedte bezien of alleen in de diepte van het gemoedsleven geanalyseerd. Maar in beide gevallen missen we de levende verbinding van hoofd en hart.

Bij het lezen van Wapenveld en nu ook van deze verantwoording in „Zicht", denk ik aan een huis. Groot is het niet. Maar er heerst een aangename temperatuur. Er is een warmtebron, die gelijkmatig verwarmt. Maar de bewoners begaan niet de fout, dat ze alleen maar met hun rug naar de vensters, zichzelf pogen te koesteren en daarbij min of meer vadsig en sloom worden. Het kleine huis heeft behoorlijke vensters. De bewoners hebben er behoefte aan „zicht" te hebben op alles wat het huis aan verschillende zijden omringt. Zij willen ook niet alleen in eigen warme kamer gezeten, „beschouwingen" wijden aan hetgeen zij daarbuiten zich zien afspelen. Zij willen overal waar zij buitenshuis een taak zien liggen, die zij mogen en moeten verrichten, dit ook onder inwachting van Gods zegen doen, al zullen zij telkens weer gaarne in eigen woning samenkomen en daar elkanders ervaringen delen. Zij willen gaarne enerzijds vasthouden aan het persoonlijke van de verborgen omgang met God door de genade des Heiligen Geestes en anderzijds de vrucht daarvan openbaren in de wijze, waarop zij het hele leven begeren te zien in het licht van de openbaring van 's Heeren Naam in al de werken Zijner handen. Zij begeren „zicht" in de mistige nevelen van deze gevallen wereld. De Zonne der gerechtigheid verlicht hen. En Gods gemeente, ook de eenvoudigen daarin, moge hen vergezellen met belangstelling en gebed, om er ook zelf de vruchten van te plukken.

(Muiden)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ZICHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's