De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

AGNUS DEI - LAM GODS

6 minuten leestijd

Zie het Lam, Gods. Johannes 1 : 36

Wanneer wij lezen in de profetieën van Jesaja, dan is het soms alsof men staat aan de voet van het kruis van Golgotha. Ik denk aan deze woorden: „Als een lam werd Hij ter slachting geleid". Jesaja leefde onder het Oude Verbond, maar hij zou ook een Nieuw Testamentische profeet genoemd kunnen worden.

Datzelfde zien wij ook bij Johannes de Dooper, die tot zijne discipelen zegt: „Zie het Lam Gods". Op het moment, dat Johannes dit zegt tot zijne discipelen is de tijd van het sterven van Christus nog niet vervuld. Maar het is desondanks toch een heenwijzen naar het kruis van Golgotha.

Ja, Johannes is daardoor meer dan boetprediker. Inderdaad heeft hij velen terechtgewezen. Wanneer de Farizeërs en Sadduceërs tot hem komen, om door hem gedoopt te worden, dan is zijn antwoord: „Gij adderengebroedsels, wie heeft ulieden aangewezen te vlieden van de toekomende toom Gods? Brengt dan vruchten voort der bekering waardig". Maar hij is ook wegbereider van de Zaligmaker geweest. Hij heeft getuigenis van Hem gegeven.

Zo is er een dag, dat Johannes samen is met enkele van zijner discipelen en dan komt ook Jezus daar. En dan is dit de prediking van Johannes: „Zie het Lam Gods".

Is het niet treffend, dat Johannes Christus aldus noemt? Hij had toch ook kunnen zeggen „Zie, de Messias" of „Zie, de Vredevorst"? Neen, hij zegt: „Zie het Lam Gods".

Dit is stellig niet zonder reden. Johannes, ziet Christus hier in Zijn lijdensgestalte. Zeker had hij Hem ook kunnen tekenen als een Vorst en Gebieder. Maar daarvoor was het de tijd nog niet. Vandaar, dat hij Christus dus voorstelt als het Lam Gods, dat de zonden der wereld weg draagt.

Wanneer hij aldus spreekt, dan zegt hij allereerst iets van de Persoon van Christus. Christus is het Lam Gods. „Alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe". Al de lammeren, welke in de tempel geofferd werden, werden als 't ware aan God gegeven, maar dit Lam wordt door God gegeven. Christus was bij de Vader van voor de grondlegging der wereld. Christus was Gods Zoon. En nu geeft de Vader Zijn Zoon. Hij is het Lam Gods. Welk een wonder!

Die God, die door Adam en in Adam door de ganse mensheid vertoornd werd door d| zonde der ongehoorzaamheid, geeft Zijn Zoon. Dat is niet te begrijpen, maar alleen te bewonderen. Want God was toch rechtvaardig geweest, als Hij nimmermeer naar de mens had omgezien. Reddeloos verloren zou hij geweest zijn. Want de mens was immers niet meer bij machte om een weg, welke tot God leidde, uit te vinden. Ja, al zou die mens duizend jaar oud worden, hij zou het niet kunnen.

Maar nu geeft God Zijn Zoon. Vandaar dus „het Lam Gods". Christus was Gods Zoon, dus ook Gods gave. „Zie, het Lam Gods".

Maar Johannes heeft niet alleen van de Persoon van Christus willen getuigen, doch evenzeer van Zijn werk. En dat komt hierdoor tot uitdrukking, dat Hij door hem genoemd wordt „het Lam".

„Als een lam werd Hij ter slachting geleid en als een schaap dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij zijn mond niet open". Wanneer Hij door Pilatus gegeseld en door de ruwe soldaten bespot wordt, heeft de Heere dit alles gewillig gedragen. De apostel Petrus zegt: „Als Hij gescholden werd, niet wederschold, en als Hij leed niet dreigde: maar gaf het over aan Dien, die rechtvaardig oordeelt" (1 Petrus 2 vers 23).

Een lam is een beeld van weerloosheid, maar aldus ook Christus in Zijn gewilligheid. „Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde. Hij had geen gedaante, noch heerlijkheid (Jesaja 53 : 2).

Wanneer ouddtijds een lam geofferd werd, dan mocht dit lam geen gebreken hebben. Christus is het Lam Gods. Hij kon zeggen: „Wie overtuigt Mij van zonde? " (Joh. 8 : 46). En juist daarom is Hij degene, die een oorzaak van eeuwige zaligheid is voor alle arme zondaren, die met zichzelf en met hun zonden geen weg meer weten. „Want Zijn vlees is waarlijk spijs en Zijn bloed is waarlijk drank".

Zie, het Lam Gods.

In Hem is de weg naar het vaderharte Gods.

Wat al de offeranden nimmer teweeg konden brengen, n.l. dat het voorhangsel scheurde en er een vrije toegang was tot God, dat heeft Christus teweeggebracht 'door Zijn dood op het vloekhout van Golgotha.

Welk een heerlijke prediking mocht Johannes daar brengen. Een prediking met als inhoud: „Zie het Lam Gods". En tot wie is deze prediking gericht? Tot twee zijner discipelen die daar bij hem stonden. Twee mensen dus die groot gebracht waren bij de wet en de beloften des heils. Voor hen had Christus waarde. Iemand die rijk en verrijkt is, heeft Christus niet nodig. Een verzadigde ziel vertreedt het honigzeem. Van die mens zegt de Heere, dat men niet weet dat men arm is, blind, naakt en ellendig.

Geliefde lezer(es), hoe staat het met u? Daar zijn tweeërlei zondaren, namelijk arme zondaren en rijke zondaren.

Wat de laatsten betreft, deze zijn met zichzelf voldaan. Ze staan op het hoge voetstuk van eigengerechtigheid, van godsdienst en vroomheid. Deze achten het bloed des testaments onrein tot zaligheid van hun ziel. Dat God hun blinde ogen opene. Het gaat immers aan op een grote eeuwigheid. Waar de boom valt, blijft hij liggen.

Bekeert u daarom o zondaar, want waarom zoudt gij sterven. Maar daar zijn ook arme zondaars, n.l. diegenen, die hier in dit leven arm gemaakt zijn. Waren die mensen dan voorheen-rijk en verrijkt in zichzelf? O, daar is zoveel waarmede een mens rijk kan zijn. Het valt niet gemakkelijk van dit alles afstand te doen. De weg van zalig worden door de werken der wet ligt ons het meest. Maar nu belieft het Gode door Zijn Woord en Geest, die mens arm te maken. Dan zegt Paulus: Want ik ben door de wet der wet (aan de wet) gestorven.

Maar op een andere plaats zegt hij dan ook: het einde der wet is Christus.

Johannes de Dooper had zijn discipelen voorgehouden èn de wet, èn de beloften.

Maar nu zegt hij: „Zie het Lam Gods". Dat sloeg in. Want de discipelen volgden Hem.

Arme zondaren, die vastgelopen zijn, vinden in Hem de weg, de waarheid en het leven. Hij is het Lam Gods.

Ik zeg u, met Hem zult gij niet bedrogen uitkomen. Laat u dan door Hem met God verzoenen. Dat Lam Gods kan u alleen behouden. U dan, die gelooft, is Hij dierbaar. Zijt gij, o kind van God in de zonde gevallen, dan is daar voor u ook geen ander woord dan: „Zie het Lam Gods".

Ja, ziende op Hem, zal het gebed moeten oprijzen tot God: om Uws Naamswil, om Jezuswil, om des Lamswil, zo vergeef mijne ongerechtigheid.

Dat Lam is ook uw Koning. Hij leeft voor Gods aangezicht en bidt, maar regeert en beschermt ook vanuit de hemel Zijn volk, Zijn Kerk. Dat geeft rust in des zondaars ziel.

Hij zal 't voor mij voleinden. De poorten der hel zullen haar niet overweldigen. Zie dan op Hem.

(Elspeet)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's