ROME'S ANTWOORD AAN PROTESTANTS NEDERLAND
De lezers van ons bad zullen zich herinneren, dat een paar maanden geleden, een „Open Brief" door de Vereniging Protestants Nederland geschreven is aan alle leidinggevende figuren en instanties van de Rooms-Katholieke kerk in Nederland. Deze brief bevatte een vijfvoudig verzoek, dat in het kort hierop neerkomt, dat:
a. de geestelijkheid zorg zal dragen voor een ruimere bijbelverspreiding en een vermeerderde bijbelkennis;
b. de geestelijkheid de invoering van het gemeentegezang in de erediensten zal bevorderen;
c. de R.K.-kerk op het komende concilie haar besluiten die ze nam op het concilie van Trente (1545—1563) zal herzien; hierbij is dan vooral gedacht aan de eucharistie-leer (leer van de misdienst);
d. de R.K.-kerk op grond van de Heilige Schrift haar Maria-leer zal herzien en
e. de R.K.-kerk haar rechtvaardigingsleer zal herzien.
Het ligt momenteel niet op onze weg deze Open Brief nader te analyseren, en eventueel te bekritiseren. Persoonlijk zouden we de voorkeur er aan gegeven hebben om de leer der rechtvaardiging eerst te noemen en centraal te stellen, omdat de eucharistie-leer, zoals die te Trente werd vastgesteld uiteindelijk slechts een consequentie was van de visie, die men op de genade en op de rechtvaardiging had.
Maar genoeg hierover. Ons interesseert op dit moment vooral de reactie die van roomse zijde op dit schrijven gekomen is.
Niemand minder dan Zijne Eminentie kardinaal Alfrink, aartsbisschop van Utrecht, is op de Brief van Protestants Nederland ingegaan. Hij deed dit op 3 november j.l. bij de opening van de Eikenhorst te Boxtel, de zetel van de katholieke Bijbelstichting. De toespraak die de kardinaal bij deze gelegenheid hield werd in zijn geheel opgenomen in De Maasbode van 3 november. Wij ontlenen daaraan de volgende gegevens.
In de eerste plaats heeft de kardinaal een woord van lof gesproken. Letterlijk zei hij: „Men kan met vreugde constateren, dat in deze open brief de aggressiviteit, die vroeger opgeld deed, sterk is verzwakt". Dit komt neer op waardering voor de milde toon waarop Protestants Nederland haar Brief stelde. Er is daarin niets van verwijten, aantijgingen, hatelijkheden enz. Ook naar ons oordeel terecht; want de discussie met Rome zal alleen op zakelijk niveau vruchten kunnen dragen. Na dit woord van lof heeft de kardinaal echter ook zijn kritiek uitgesproken. Ik citeer hemzelf: „Ik héb bij het lezen van deze open brief het meest versteld gestaan van de stelligheid, waarmede men de eigen opvatting (zeggen we: exegese) van de Schrift stelt als „Gods Woord zelf", zonder dat ook maar enigermate blijkt, dat men bereid is te aanvaarden, dat ook de Kerk (bedoeld is de R.K.-kerk) met haar prediking geen andere bedoeling heeft dan trouw te zijn aan Gods Woord".
De bedoeling van deze woorden van kardinaal Alfrink is, dat hij met beslistheid verwerpt de gedachte als zou de R.K.-kerk ontrouw zijn aan het Woord Gods. De schrijvers van de Open Brief hebben zich naar zijn oordeel schuldig gemaakt aan eigengereidheid en zelfverzekerdheid, door hun eigen persoonhijke opvatting, bijv. over het avondmaal en over de rechtvaardiging, gelijk te stellen met Gods Woord. Het ware verstaan van Gods Woord zou alleen in de R. K.kerk te zoeken en te vinden zijn.
Dit laatste is zonder enige twijfel de visie van de kardinaal, dat blijkt uit wat hij verder heeft gezegd; voor de duidelijkheid geef ik nu een lang citaat: „Men verschilt van mening (n.l. in het oecumenisch gesprek) over de vraag wat Gods Woord inhoudt. Als we dan daarbij alleen op de exegese zijn aangewezen zullen we — vrees ik — ten eeuwigen dage blijven redetwisten — tenzij de Heer ons ergens de weg heeft gewezen om uit deze discussie te geraken. Daarom geloof ik dat ieder oecumenisch gesprek uiteindelijk zal moeten doorstoten naar het wezen van de Kerk, die door Paulus wordt genoemd „columna et firmanentum veritatis", de pijler en grondslag van de waarheid (1 Tim. 3 : 15). Als exegeet wil ik graag verklaren dat ik het geloof van de Kerk — b.v. ten aanzien van de wezenlijke tegenwoordigheid van de Heer in de Eucharistie of van het offerkarakter van de Eucharistie — niet aanvaard omdat dit geloof met de exegese der Schrift overeenstemt, maar omdat het het geloof der Kerk is, ook al voert mijn persoonlijke bestudering van de Schriftgegevens mij tot dezelfde conclusie. Wij raken daarbij echter aan een fundamenteel verschil tussen katholieke en reformatorische opvatting over de functie van het geschreven Woord Gods in de Kerk. De Kerk zal nooit iets kunnen leren wat in strijd is met de Schrift. Maar komen we er bij de vraag welke uitleg van een Schriftwoord de juiste is en welk bijgevolg het geloofsgoed is, dat in dat woord vervat ligt, werkelijk uit zonder het geloof van de Kerk, zonder geloof in de Kerk?
Tot zover de kardinaal. Naar wij hopen hebben onze lezers dóór waar de schoen wringt. We komen er niet uit, legt Kardinaal Alfrink, als we ons alleen maar op de Schrift beroepen. De een heeft deze uitleg van de Schrift en een ander die uitleg. Hij wijst om dit te illustreren in het verdere verloop van zijn toespraak op de zaak-Smits in de Hervormde Kerk: walt een verwarring over de leer der verzoening! De schrijvers van Protestants Nederland behoeven echt niet met zoveel stelligheid de R.K.kerk naar de Heilige Schrift te verwijzen, over die Schrift zijn zoveel meningen. Er is volgens de kardinaal maar één werkelijke oplossing. Wie het om de Waarheid te doen is, moet zich tot de Kerk wenden, en daarbij denkt hij dan uitsluitend aan de Rooms-Katholieke Kerk, zij is pilaar en fundament der Waarheid. Bij haar is de ware uitleg van de Heilige Schrift, zozeer zelfs dat hij — kardinaal Alfrink — op gezag van de Kerk gelooft, dat Christus lichamelijk in het Avondmaal tegenwoordig is, en 'dat het Avondmaal een offer is, en niet op het gezag van de Heilige Schrift zelf, ai meent hij dat ook in de Heilige Schrift deze leer duidelijk te vinden is; zijn exegese van de Heilige Schrift bevestigt en versterkt hem in zijn geloof, dat hij op gezag van de Kerk aanvaardt.
Aan het slot van zijn toespraak komt de kardinaal nog een keer terug op de zelfverzekerdheid van de schrijvers van de Open Brief. Het is hem niet duidelijk zegt hij, dat reformatorische christenen, die zo verdeeld zijn, hun persoonlijke Schriftuitleg met een dergelijke stelligheid als deze schrijvers als de enig juiste kunnen poneren en voor de katholieke uitleg van de Schrift zelfs de mogelijkheid van juistheid categorisch uitsluiten.
Gezien de omvang van dit artikeltje kunnen we niet uitvoerig ingaan op het antwoord van kardinaal Alfrink. Het moet bij een paar opmerkingen blijven.
Het kan de lezer duidelijk zijn geworden, dat het kernverschil tussen Rome en de Reformatie zich toegespitst heeft op de vraag hoe wij staan tegenover het gezag van de Rooms-Katholieke kerk. De kardinaal aanvaardt dit gezag; het kan trouwens niet anders, anders zou hij geen kardinaal zijn. Wij echter aanvaarden het niet. Wij aanvaarden alleen het gezag van de Heilige Schrift.
Nu is dit echter wel erg simpel gezegd, té simpel. Immers de kardinaal is ervan overtuigd dat er geen tegenstelling bestaat tussen Kerk en Heilige Schrift. Ais hij 'de Schrift onderzoekt vindt hij daarin hetzelfde als wat de Kerk leert.
Men zou kunnen vragen of dit niet in wezen dezelfde opvatting is die wij orthodoxe reformatorische christenen hebben als wij zeggen, dat ons onderzoek van de Heilige Schrift ons telkens opnieuw bevestigt in wat de Kerk in haar belijdenisgeschriften heeft vastgelegd.
Dus, is er in werkelijkheid wel zoveel yerschil tussen Rome en de Reformatie?
Ons antwoord is ja, want de overeenkomst is niet meer dan schijn. De reformatorische belijdenisgeschriften hebben in onze kerken nooit de functie vervuld die bijv. de besluiten van Trente, en van het zgn. Vaticanum (1870) in de R.K.kerk hebben vervuld. Bovendien, de belijdenisgeschriften putten uit slechts één bron, n.l. de Heilige Schrift, maar de R.-Katholieke dogma's putten daarnaast ook uit de traditie als een tweede bron. De Heilige Schrift is bij ons primaire gezagsinstantie, ze heeft niet alleen het eerste maar ook het laatste woord; de belijdenisgeschriften staan beneden de Heilige Schrift, ieder heeft recht er gravamina tegen in te dienen. Ieder heeft bij ons ook het recht, op grond van de Heilige Schrift kritiek te leveren op de dogma's der kerk, maar in de R.K.-kerk is de kerk zelf primaire gezagsinstantie; men beroept zich daar altijd op de dogma's, en deze hebben het karakter van onfeilbaarheid.
Rome verwijt ons, dat wij overgeleverd zijn aan de willekeur van onze eigen meningen; ieder van ons zou een uitleg aan de Heilige Schrift geven die hem of haar persoonlijk past; dit is echter zeer beslist niet waar. De reformatorische kerken leven in gemeenschap met de Kerk van alle eeuwen, ook wij hebben de oud-christelijke belijdenissen, de Apostolische, die van Nicea en Athanasius. En onze specifiek gereformeerde belijdenissen zijn in wezen niet anders dan verlengstukken van de oud-christelijke, nodig vanwege de geheel andere situatie waarin de Kerk in de zestiende eeuw was komen te verkeren, en vanwege de ketterijen die er onder de tyrannie van Rome opgekomen waren, of als reactieverschijnsel op die tendenties die bij de Reformatie scherper naar voren waren gekomen in de doperse beweging.
Als reformatorische christenen verwerpen we juist met grote beslistheid alle willekeur in de uitleg der Heilige Schrift; wij zeggen steeds dat ieder exegeet maar ook ieder gelovige in zijn bijbelgebruik zich moet houden aan de spelregels (belijdenisgeschriften) der Kerk, maar deze zijn niet onfeilbaar, het beroep op de Heilige Schrift blijft vrij, en daarmee blijven ook de gewetens vrij.
Wij bewegen ons hiermee geheel in de lijn die de hoogste Profeet en Leraar, Jezus Christus Zelf in Zijn onderwijs getrokken heeft. Het „er staat geschreven" heeft een beslissende rol gespeeld in Zijn onderwijs. Steeds beriep Hij zich tegenover Zijn tegenstanders op de Schrift, of de Schriften. De Heilige Schrift gold Hem als definitieve scheidsrechter in leergeschillen.
De apostelen hebben hetzelfde gedaan, hoewel er toen toch al een kerk aan het groeien was. Pas lange tijd na de apostelen, in een eeuwenlang proces, is de 'kerk er toe gekomen zichzelf als hoogste gezagsinstantie te poneren, en de traditie te aanvaarden als een gelijkwaardige bron der waarheid naast (of eigenlijk boven) de Heilige Schrift. De „bekroning" hiervan heeft pas plaatsgevonden in 1870 op het zgn. Vaticaanse concilie, waar het dogma van de onfeilbaarheid van de paus werd aanvaard (of moet ik zeggen opgelegd? ).
Hier heeft Rome zich absoluter gesteld dan ooit tevoren. Het is thans zo: Roma locuta, causa finita est — vrij vertaald: Rome heeft gesproken, houd je mond! Het gevolg van deze houding is geweest, dat de Maria-dogma's konden ontstaan, die voor ons reformatorische christenen zo aanstotelijk zijn: Maria's onbevlekte ontvangenis (1854) en Maria's hemelvaart (1950). Kardinaal Alfrink kan wel zeggen, dat hij het geloof van zijn kerk steeds terugvindt in de Heilige Schrift, die hij als exegeet onderzoekt, maar we zijn toch wel erg benieuwd van hem eens te horen, waar dan in de Heilige Schrift iets te lezen staat over Maria's hemelvaart.
De rooms-katholieke exegese van de Heilige Schrift is niet vrij, maar gebonden aan de leer der kerk, de resultaten van deze exegese staan eigenlijk al van tevoren vast. Wij menen zeer beslist dat hiermee de Heilige Schrift gemuilband wordt. Zij moet echter kunnen blijven zeggen wat zij wil. Bovendien, we erkennen naast haar geen enkele andere bron der Waarheid. Op dit punt ligt het grote verschil tussen Rome — dus ook kardinaal Alfrink — en de Reformatie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's