RECHT EN ONRECHT VAN GEREFORMEERD DENKENDEN
Onder deze titel schrijft „De Zondagsbode" Hervormd Kerkblad voor Schiedam en Kethel, d.d. 9 maart '62 in de rubriek „Kleine Kroniek" het volgende :
„In „De Waarheidsvriend" (orgaan van de Geref. Bond in de Ned. Herv. Kerk) van 23 febr. las ik de volgende mededeling :
„In wijkgemeente „de Vecht" te Breukelen is door stemgerechtigde lidmaten een vrouwelijke lidmaat benoemd tot ambtsdrager. Deze heeft haar benoeming aanvaard. Door allerlei oorzaken (prediking, ritmisch zingen, nieuwe Psalmberijming, nieuwe Bijbelvertaling, enz.) was het voor Gereformeerd denkenden toch al moeilijk in deze gemeente ; dit is nu weer moeilijker geworden".
Bovenvermelde regels hebben me weer eens het betrekkelijke recht, maar het in vele opzichten nog veel grotere onrecht van zulke „Gereformeerd denkenden" doen beseffen.
Ik kan mij, om met een zeer aangelegen punt van onze tijd te beginnen, voorstellen, dat de zaak van „de vrouw in het ambt" weerstanden ontmoet, 't Moet wennen, natuurlijk, maar ook : de Schrift meent men in zijn verzet aan zijn kant te hebben. Af gedacht van het feit, dat juist op grond van diezelfde Schrift ook vurige voorstanders bestaan in deze kwestie, kan ik me voorstellen, dat in deze kwestie verzet rijzen moet; ik laat dit dus terzijde.
In het bovenstaande is ook sprake van het punt: „de prediking". Waar hier „Gereformeerd denkenden" poneren dat ia heel wat „midden-orthodoxe" preken van tegenwoordig met de Bijbel wel eens wonderlijk wordt omgesprongen, hebben zij, naar onze diepe overtuiging, het gelijk wel voor een groot gedeelte aan hun kant. Ik volg met veel interesse de publicaties, preken enz. van de kant van de Geref. Bond. Als daar beweerd wordt dat in veler prediking de rechtvaardigmaking door het geloof, dreigt vervangen te worden door een nogal door de mens geprogrammeerde heiligmaking, als betoogd wordt, dat veler prediking niet meer tot het hart is gericht, maar enkel tot de daad, en gezonde bevinding in de 'kerk nogal wordt gemist, sta ik onmiddellijk aan de zijde van wie dat betogen.
De „Gereformeerd denkenden", de Geref. Bond in onze kerk zou, geloof ik, tal van mensen veel meer te zeggen hebben, als daar nu eens de punten, waarin men beslist ongelijk heeft, aan de kant werden gezet. Dit betreft - die overige, in het bovenvermelde berichtje aan de orde gestelde zaken.
Ik zou de vraag willen stellen : Waarom steeds u verzetten tegen de nieuwe vertaling van het Bijbelgenootschap ? Is wat in 1637(!) vertaald werd het enige product ? Is de wetenschap, de taalwetenschap, niet verder gegaan ?
Waarom niet rytmisch gezongen ? Is het „lange" zingen het enkel door God gewilde ? Is het ritmisch zingen dan niet het oude opnieuw ? Moet in het Bed, God ter eer, geen bezieling meeklinken ?
Waarom geen nieuwe Psalmberijming? De oude is (ik heb dit ook vorige week nog betoogd) Remonstrants, ook in de terminologie (Opperwezen, enz.). De oude heeft zich bedenkelijk ver van de Bijbeltekst verwijderd; de nieuwe (ik heb dienaangaande heel wat steekproeven genomen), houdt heel wat meer onmiddellijke relatie tot de Schrift.
Wat die prediking betreft, vooropstellende, dat de rechtvaardiging door het geloof, een gezonde mate van bevinding wel helemaal het hart van het Evangelie vormen, wil ik toch de vraag aan de orde stellen, of een duurzaam luisteren naar het gehéél van de Schrift, niet alle mogelijke gegevens oplevert die in „Gereformeerd denkende kringen juist verwaarloosd zijn en nog steeds verwaarloosd dreigen te worden.
Als over de door ons aan de orde gestelde punten eens klaarheid kwam, zou de Geref. Bond dan niet een veel machtiger en indringender taak krijgen in het geheel van onze kerk ? Zou de door haar aan de orde gestelde zaak niet veel meer worden beluisterd, overal in die kerk ?
Zou de greep, op de jongeren (ik lees ook daar van klachten) niet sterker worden?
Ik ben zo bang, dat een orgaan, dat nog bovenvermelde uitspraken uit Breukelen publiceert, een bolwerk dreigt te worden van alle mogelijk „niet-zeggers" (herinnert u zich de neen-zeggers in de Verenigde Naties), die overal tegen zijn en in een uiterst dynamische tijd als de onze zalig verstoppertje willen spelen, weg willen schuilen in wat van vroeger is. Dit op gevaar af, in heel belangrijke opzichten de roep Gods nu, te ontgaan !
J. D. S.
Onderschrift van de Redactie :
Hier is een man aan het woord, die althans in het stuk der rechtvaardigmaking de reformatorische lijn schijnt te willen vasthouden en die ook „met veel interesse de publicaties, preken enz. van de 'kant van de Geref. Bond volgt".
Het is daarom niet duidelijk, hoe de geachte scribent, als hij rechtzinnig over het stuk der rechtvaardigmaking preekt en gepreekt wil hebben, zullk een ónreformatorisch standpunt inneemt ten aanzien van de toelating van de vrouw tot de ambten, waarbij toch de reformatorische belijdenis in art. X der Kerkorde genoemd, met betrekking tot het geloof in het goddelijk gezag der Heilige Schrift, is losgelaten.
Want de geachte schrijver vergist zich met al degenen, die als hij redeneren, indien ze beweren, dat „de vurige voorstanders" van de toelating der vrouw tot de ambten, dat zijn op grond van „diezelfde Schrift", op grond waarvan de tegenstanders de ontoelaatbaarheid verdedigen.
Die voorstanders doen 'dat niet uit kracht van 'het reformatorisch Schriftgeloof, dat in de artikelen 2—7 van de Ned. Geloofsbelijdenis aan het woord is, en ze doen het ook niet op grond van diezelfde Schrift, want zij hebben haar eerst beroofd van de duidelijkste uitspraken, die tegen hun streven zijn, op grond van een daarvoor uitgedachte formule der tijdgebondenheid.
En wat het gebruik van de nieuwe vertaling van het Bijbelgenootschap betreft, de merites van een Bijbelvertaling worden waarlijk niet in de voornaamste plaats bepaald door de vorderingen der taalwetenschap. Die wijzigingen, welke door de vooruitgang der taalwetenschap worden gevorderd, kunnen bovendien door locale correcties plaats vinden. Van veel meer belang is het verstaan van de Geest der profetie.
Maar, wat wil eigenlijk die opmerking over de nieuwe vertaling beweren ? Wil deze het gebruik der Statenvertaling en de voorkeur voor deze als een onrecht beschouwd hebben ? Als de schrijver de vrijheid neemt de nieuwe vertaling te gebruiken, ontzegt hij de gereformeerde belijder het recht en de vrijheid de oude te prefereren en te gebruiken?
En evenzo met ritmisch zingen ? Of het „lange" zingen alleen het door God gewilde is, is even weinig terzake als die volgende vraag, welke bezieling èn ritmisch zingen vereenzelvigt. Doch wij vragen ook in dit verband aan de Kleine-Kroniekschrijver van „De Zondagsbode" : op welke grond ontzegt gij de gereformeerde belijder de vrijheid om niet ritmisch te zingen, als ze dit om een of andere reden niet wensen te doen, terwijl gij de vrijheid voor uzelf opeist om het wèl te doen ? Intussen maken de Gereformeerd-Hervormden van deze kwestie geen principe. Daar zijn in de kerk vandaag gewichtiger belangen te verdedigen.
En wat die „Remonstrantse" psalmberijming aangaat, zeker er zijn remonstrantse uitdrukkingen in de oude berijming, maar er is daarin nog zoveel goeds bewaard, dat men niet zonder overdrijving van een „remonstrantse bundel" kan spreken. Overigens wil ik over de nieuwe berijming mijn oordeel nog even opschorten.
Als de geachte scribent bedoelt, dat de gereformeerd belijdenden al deze nieuwigheden, welke voor hem klaarblijkelijk een levenskwestie voor de kerk wil zijn, voetstoots moeten overnemen, om de kerk voor het hart van het Evangelie te winnen, vragen we, hoe het dan komt, dat de midden-orthodoxie, die al deze dingen doet, als daarin zoveel Evangelische kracht schuilt, zozeer van het reformatorische sola fide afwijkt en de leer ener universele verkiezing voorstaat? Zou het dan niet voortreffelijker zijn die afdwaling te bestrijden en die mensen terug te roepen tot de gereformeerde belijdenis? Wellicht zouden ze dan ook wat kritischer worden ten aanzien van nieuwe vertaling en nieuwe psalmberijming en zouden we gezamenlijk tot echt kerkelijke overleggingen en beslissingen kunnen komen in al deze dingen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's