De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE NIEUWE MENS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE NIEUWE MENS

8 minuten leestijd

De hemelse cultuur.

Het fundament gelegd. De nieuwe mens in Christus opgestaan. De nieuwe mens is er dus. In Hem. In de hemel. Maar, hoe krijgt de oude zondaar, de veroordeelde op aarde, deel aan die vernieuwing, Hoe kan hij een nieuwe mens worden? En voor wie is dat weggelegd?

Deze vragen brengen ons bij de hemelse, de goddelijke cultuur. We hebben een en ander opgemerkt omtrent de aardse cultuur, die voorbijgaat, maar nu vraagt de cultuur der eeuwigheid onze aandacht. En nu hebben we volle vrijmoedigheid om dat woord „cultuur" op Gods werk toe te passen, wijl God ons zelf daarin voorgaat: „Ik ben de ware Wijnstok en Mijn Vader is de Landman", zo lezen we in het Evangelie naar Johannes (Johannes 15 : 1 v.v.). Alle rank, die in Mij geen vrucht draagt, die neemt Hij weg, en al wie vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat ze meer vrucht dragen.

Gijlieden zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb. Blijft in Mij en Ik in u. Gelijkerwijs de rank geen vrucht kan dragen van zichzelve, zo zij niet in de wijnstok blijft, alzo ook gij niet, zo gij in Mij niet blijft.

Ik ben de Wijnstok, gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht want zonder Mij kunt gij niets doen. Zo iemand in Mij niet blijft, die is buiten geworpen, gelijkerwijs de rank, en is verdord; en men vergadert ze en men werpt ze in het vuur en zij worden verbrand."

Ziedaar, het beeld, dat voor zich zelf spreekt. De nieuwe mens is een schepping Gods in Christus: „Geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen" (Efeze 2 : 10).

De openbaring van de nieuwe mens in deze wereld, zijn geboorte en toebereiding voor de eeuwigheid is een werk van goddelijke cultuur. Het behoeft geen betoog, dat die beide werken Gods ten nauwste saamhangen en in het welbehagen Gods één groots geheel vormen overeenkomstig Zijn eeuwig voornemen.

Deze goddelijke cultuur gaat niet willekeurig te werk. Hoe zou dat bij God bestaan? Geen toeval betrekt de één hierbij als een levende rank en doet de ander verdorren. Hoe zou iemand kunnen onderstellen, dat God aan enig toeval — absurde gedachte — zou overlaten, wie de erfenis der eeuwige heerlijkheid van de Zoon Zijner liefde (Hebreen 1 : 2, de Zoon, welken Hij gesteld heeft tot een erfgenaam van alles) met Hem zouden deelachtig worden? (Romeinen 8 : 17, Galaten 3 : 29, 4 : 7 en Jacobus 2 : 5).

Het gaat immers over de aanneming tot kinderen door Jezus Christus d.w.z. dat de Heere Jezus Christus de weg daartoe heeft geopend door Zijn dood en opstanding. Het gaat om de huisgenoten Gods in Zijn eeuwige tempel. Welnu, wie tot die hoogste eer en heerlijkheid zullen verwaardigd worden, zijn te voren verordineerd; zoals de Schrift leert: Gelijk Hij ons uitverkoren heeft, in Christus, voor de grondlegging der wereld (Efeze 1:4).

In Christus.

Dat in Christus is een betekenisvolle uitdrukking. In Christus uitverkoren, in Christus geschapen, in Christus gerechtvaardigd, geheiligd en verheerlijkt. Dat wijst op een organisch levensverband van de kinderen Gods in Christus: „Ik ben de ware Wijnstok, gij de ranken". Zo als de ranken haar levenssappen uit de wijnstok verkrijgen, zo ontvangen de kinderen Gods het nieuwe leven uit de Christus. Dat levensverband is maar niet tijdelijk, zodat ze eens op zich zelf kunnen leven. Neen, zij hebben nodig in dat verband te blijven ter wille van hun leven. Alleen in de voortduur van dat levensverband met Christus kunnen ze vrucht voortbrengen en voor verdorring bewaard blijven. 't Grote voorrecht, dat hun ten deel valt, is toch dit, dat zij uit de kracht van Christus' opstanding tot leven gewekt en gevoed worden om in Christus op te wassen tot een volkomen man (Efeze 4 : 13). Zij blijven derhalve een organisch geheel, leden van één lichaam en vormen tesamen: het Lichaam van Christus, de gemeente des Heeren.

Hoewel ze naar de nieuwigheid des levens in Christus geschapen en dus in Christos zijn, behoren zij door geboorte uit  Adam als psychische mensen en leden van het aardse geslacht tot de erfelijk belaste, door de zonde bedorven en veroordeelde aardelingen, zoals de Schrift zegt „dood door misdaden en zonden" (Efeze 2:1). Zij verkeren in een tweevoudige staat: naar de verkiezing Gods in Christus zijn ze kinderen Gods en geestelijke mensen, maar naar hun aardse afstamming zijn ze zondaren, simul Justus et peccator.

Hoe zullen ze dat weten? Jaren kunnen ze hier op aarde leven zonder kennis, zowel van het één als het ander, en in de zonden wandelen. En als de Heere God ze niet zélf kwam onderrichten, zouden ze er nooit iets van gewaar worden. Hoe juist het echter op zich zelf moge zijn dat zo te stellen, is het toch tegen reden ook maar een ogenblik aan te nemen, dat God een volk uit ons geslacht zou verkiezen en in Christus levend maken, zonder het aan de verkorenen bekend te maken en te verwezenlijken.

De geschiedenis getuigt in tegendeel, van de bijzondere zorg Gods en van de bewijzen Zijner barmhartigheid, niet alleen om de komst van de beloofde Verlosser (Genesis 3 : 15) voor te bereiden en de mensen omtrent Zijn voornemen te onderwijzen, maar ook riep Hij door alle eeuwen heen de voorwerpen van Zijn genade wakker uit de geestelijke dood, waarin ze verkeerden, en deed hun Zijn beloften toekomen tot een levende hoop in de Messias, die komen zou.

Na de komst van de Messias, heeft Hij de dienst des Woords ingesteld met bevel de roep des Evangelies te doen horen tot de einden der aarde, opdat Hij Zijn volk uit alle tong en volk en natie zou vergaderen (Mattheüs 28 : 19). Wij zijn er allen getuigen van, dat dit werk door alle eeuwen voortgang heeft.

Der goddelijke natuur deelachtig.

Bij de behandeling van de kennis van de mens kan reeds gebleken zijn, dat de Godskennis wordt verdiept naarmate zij gepaard gaat met zelfkennis. Als we God leren kennen als de Vader van alle barmhartigheid, zullen we ontdekken, dat deze kennis een meer vertrouwelijk karakter draagt dan, wanneer het geloof niet verder is gevorderd dan de kennis van God als Schepper van hemel en aarde. Indien we de Heere als onze Vader in Christus hebben leren kennen, kunnen we zelfs spreken van een familiair karakter, omdat het de „huisgenoten" Gods geldt (Efeze 2 : 19). Is Christus niet de Eersteling onder de „broederen"? (Rom. 8 : 29). En spreekt de Schrift niet van deelachtig zijn aan de goddelijke natuur? (2 Petrus 1 : 4).

Wanneer het er niet stond, zouden wij zover niet durven gaan, maar nu het er staat, mogen we ons rekenschap geven van de betekenis daarvan. Wij geloven, dat Christus de Eniggeborene Zoon Gods is en dat Hij door geboorte uit de maagd onze menselijke natuur heeft aangenomen. Reeds wezen we er op, dat Hij werd, wat Hij niet was (n.l. mens) en dat Hij bleef, wat Hij was (n.l. God). Zo verenigde Hij in Zichzelf de goddelijke en de menselijke natuur. In Hem was de gemeenschap tussen God en mens zo nauw, dat ze in één Persoon verenigd waren.

In de opstanding van Christus werd de menselijke natuur herschapen en verheerlijkt. Zij bleef in Christus verenigd met Zijn goddelijke natuur en dat is ongetwijfeld de voornaamste factor in de verheerlijking van de menselijke natuur, tengevolge waarvan ze niet meer kan vallen en haar heerlijkheid verliezen.

Uit verschillende Schriftuurplaatsen blijkt, dat de uitverkorenen in de dag der opstanding een verheerlijkte gestalte mogen verwachten, welke gekenmerkt zal worden door het voorrecht van deel te hebben aan de goddelijke natuur. „Want, indien wij met Hem, d.i. Christus, één plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in Zijn opstanding" (Romeinen 6:5). Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren geordineerd den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen (Romeinen 8 : 29). Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij alle dingen Zichzelve kan onderwerpen (Filippi 3 : 21).

Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is (1 Joh. 3 : 2). Men versta dit ook weer niet in pantheïstische zin, alsof de uitverkorenen een soort goden of Christussen zouden worden, want dat is er helemaal naast. Deelhebben aan de goddelijke natuur is een eigenschap van dé verheerlijkte menselijke natuur, welke wezensgelijkheid met God uitsluit. De verheerlijkte menselijke natuur is een creatie van God in Christus, waaraan Zijn uitverkorenen, als ze hun opstandingslichaam ontvangen hebben, deel mogen hebben, vanwege de nieuwe levensbetrekking met Christus. Denken we aan de gelijkenis van de wijnstok en de ranken.

Krachtens deze nieuwe levensbetrekking met Christus komen ze in een geheel nieuwe positie tot God, de Vader, zodat ze kinderen Gods worden genaamd. „Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet, opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden. En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God de Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, die roept Abba, Vader (Galaten 4 : 5; Rom. 8 : 15).

Deze nieuwe en intieme levensbetrekking tot God in Christus, brengt ook een nieuwe en vertrouwelijke kennis mede van de drieënige God onder de leiding van de opperste Leidsman en Voleinder des geloofs, de Heere Jezus Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE NIEUWE MENS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's