Meditatie
PALMZONDAG
Hosanna de Zoon van David ! Mattheüs 21 : 9.
Na de gebeurtenis bij het verlaten van Jericho wordt ons niets meer verteld tot dat de Heiland gekomen is tot aan het grensgebied van de heilige stad. Eenmaal sprak Hij: het past niet dat een profeet buiten Jeruzalem sterft. Dat gaat nu in vervulling en daarom richt Hij Zich naar de poorten van deze stad.
Alvorens echter de lijdensweg in engere zin te betreden zal Hij aan het volk op duidelijke wijze laten zien dat Hij inderdaad de Messias, een Koning is. De heilsgeschiedenis loopt uit op een crisis, een scheiding, een keus, een definitieve beslissing. Tot nu toe heeft Jezus deze laatste beslissing uitgesteld. Zijn uur was nog niet aangebroken. Alleen binnen de enge kring van Zijn discipelen gaf Hij Zich openlijk voor de Messias uit. Daar was althans enige geestelijke achtergrond om dit mysterie te kunnen verstaan. Maar voor het volk als geheel bewaarde Hij Zijn geheim. Het woord Messias zou immers voor de laatste beslissing stellen: Hem zo te aanvaarden als Hij aanvaard wilde zijn of Hem radicaal te verwerpen. Daarom noemde Hij Zich bij voorkeur Zoon des mensen, een naam die voor het besef van het volk veel minder met nationale verwachtingen was vervuld. Maar nu voor de muren van Jeruzalem geeft Hij Zijn geheim in volle openbaarheid prijs, nu zal het valk moeten beslissen óf voor Hem buigen óf Hem verwerpen. Dit zal een laatste appèl worden op de ziel van de schare.
Twee discipelen krijgen een opdracht een ezelin te gaan halen met haar veulen. Of de Heiland de plaats waar deze dieren stonden wist dank zij Zijn meer dan menselijke kennis of dat deze dieren daar altijd stonden, weten we niet. Wel blijkt dat de eigenaar van de dieren een discipel van Jezus is geweest. Hij geeft onmiddellijk zijn toestemming om ze mee te nemen. Daarop leggen de discipelen hun bovenkleed — gewoonlijk een rechthoekige lap — op de ruig van de dieren. Het zal wel de bedoeling van Mattheüs zijn, al zegt hij het er niet uitdrukkelijk bij, dat Jezus op het veulen heeft plaatsgenomen. Zo begint de tocht naar Jeruzalem.
En hoe is de reactie van de schare? Schijnbaar boven verwachting. Men is wild enthousiast. Ze spreiden hun bovenklederen op de weg, ze houwen takken van de bomen en begroeten Hem als een Vorst. In het Oosten was dit een bekend tafereel. Bij de intocht van een koning werd hij begroet met lofzangen en palmtakken en allerlei snarenspel. De palmtak was het teken van vreugde en overwinning. We denken hier als vanzelf aan de triumferende Kerk in de hemel, uit de Openbaringen van Johannes. Ook is het goed dat we weten dat palmtakken gebruikt werden bij het feest der tempelwijdinig, zoals blijkt uit de Mackabeënboeken. Zeer waarschijnlijk heeft juist dit laatste een rol gespeeld. Het Oude Testament verwachtte dat de Messias tot Zijn tempel komen zou. Daar zou Zijn messiaanse macht zich als het ware concentreren. Volgens de verwachting der schare en daarom ook in de symbolische taal van de zwaaiende palmtakken zou deze optocht van hun Messias eindigen in de voorhof van de tempel. Van daaruit zou de overwinning van stad tot stad worden uitgedragen tot dat heel het rijk van vader David in oude luister was hersteld. En de lucht is vervuld van de vreugdekreten: Hosanna de Zoon van David! Hosanna is eigenlijk een gebed en betekent help toch (o God). Maar in de dagen van de Heiland was dit reeds een uitroep geworden zonder meer, waarvan men zich de oorspronkelijke betekenis nauwelijks realiseerde. Het volle accent viel op de naam van David. Men hunkerde naar herstel van oude luister en vrijheid. Gezegend is Hij, die komt in de Naam des Heeren. Waarschijnlijk is dit de begroetingsformule geweest waarmede de pelgrims die reeds in Jeruzalem aanwezig waren degenen begroetten die aankwamen. De geweldige spanning van het volk ontlaadt zich in een onbeschrijfelijke geestdrift. We zouden misschien kunnen zeggen, de spanning van eeuwen zoekt hier een uitweg. Wat diep m de ziel van het volk altijd aanwezig was geweest komt hier als een geweldige explosie naar buiten.
We kunnen dit nog beter begrijpen als we luisteren naar de geschiedschrijver Flavius Josefus. Hij vermeldt, dat — zeer waarschijnlijk op het aan dit paasfeest voorafgaande loofhuttenfeest — er een mislukt oproer is geweest. De raddraaiers zijn gevangen genomen en de opstand is in bloed gesmoord. Hevige teleurstelling bij de Joden, wier uitgestelde hoop het hart krenkt. Een domper is geplaatst op hun nationale verwachting. Maar nu biedt zich een nieuwe kans, een kans als nooit te voren. Nu biedt zich een leidsman aan, zoals zij nog nimmer hebben bezeten, een Man, die een paar dagen geleden zelfs nog een dode uit de grafspelonk te voorschijn deed komen. Hij moet de macht hebben te verwezenlijken wat op het loofhuttenfeest mislukt is. Vandaar dat het enthousiasme der scharen thans geen grenzen kent.
Inderdaad lijkt dit alles erg mooi. Wanneer we deze intocht in Jeruzalem vergelijken met de vaak lege kerken uit onze dagen, dan doet de geestdrift van Palmzondag ons bijzonder weldadig aan. Jezus is het middelpunt van duizenden, die hun hoop op Hem gevestigd hebben. Is het niet om jaloers te worden in deze materialistische tijd.
Ja, maar ais we dieper zien, is er tussen deze moderne werelddienst en die intocht in Jeruzalem niet zo heel veel verschil. De duivel is maar arm en de zonde keert in eentonige cirkelgang telkens weer terug. Het palet van de satan heeft maar een paar kleuren. Wel weet hij de oude zonden van het mensenhart telkens een nieuw jasje aan te trekken, maar in wezen blijven ze gelijk. Het gaat immers die juichende schare ook alleen maar om een broodmessias. Hun geestdrift is dezelfde waarmede Judas zich drie jaar geleden bij de Heiland aansloot. Hij is intussen dit station al lang gepasseerd, maar evenals de zijne is ook het hosanna-geroep van de menigte ten dode gedoemd. Zij willen verlost worden door Jezus van hun vijanden. Dat kan een zeer bijbelse gedachte zijn. De vraag is maar wie zijn die vijanden? Zijn dat alleen — toen — de Romeinen en nu alles wat onze welvaart in kleine en grote kring bedreigt? Uit de oude wereld op die Palmzondag en uit de moderne wereld van vandaag klinkt uit miljoenen monden: ja, inderdaad! Vrijheid, vrede, welvaart, sociale zekerheid, gezondheid en maximale beloning bij minimale prestatie, dat zijn de goederen die wij vurig begeren! Hosanna, een messias, een partij, een overheid, een organisatie of maatschappelijke structuur die ons dit alles brengen! Maar in dit Hosanna-geroep ligt de kiem van het kruist Hem reeds opgesloten. Want zijn het alleen en vooral onze vijanden die de; ze goederen belagen?
Het juichende volk op de Palmzondag zag één ding over het hoofd. Deze Koning reed niet op een paard, maar op een ezelsveulen. Een held, die met het zwaard in de vuist zijn vijanden te lijf gaat, stellen we in de oude tijden terecht voor als gezeten op een briesend paard. dat zijn bereider op het oorlogsveld ter overwinning voert. Sedert Salomo's dagen deed het strijdros ook zijn intrede in Israels leger. Maar reeds de profeet Zacharia had er op gewezen hoe Israels Koning niet zou kunnen op een paard als beeld van aardse macht, maar op een ezelsveulen als teken van zachtmoedigheid en nederigheid. Helaas leest de mens de bijbel graag door de bril van zijn eigen aspiraties. Ook al zo'n oude zonde die alle Palmzondagen overleefd heeft. Wie zijn eigen overleggingen niet door het Woord van God laat kruisigen, is bezig — misschien wel onder Hosanna-geroep — om Christus te kruisigen. Wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf....
Haat ziet soms scherper dan liefde. Want wat de andere discipelen niet doorzagen dat doorzag Judas wel. Herodes moet gezegd hebben toen hij vernam van Jezus' intocht: dit kan geen kwaad, want wie op een ezel rijdt, is geen concurrent voor mij. Hij begreep wat de schare niet begrijpen wilde. En daarom op het schijnbare hoogtepunt van Zijn leven, als Hij ontvangt waar miljoenen na Hem met alle hartstocht naar verlangd hebben, de bejubeling van het volk, breekt de Heiland in tranen uit. Hij ziet nu de catastrophe onafwendbaar naderen. Het volk verwerpt een Messias, die de oorzaak van onze honger en kommer, dat is onze zonde, wil wegnemen. Die vijanden heeft Christus door Zijn vernedering tot in de dood overwonnen, maar deze overwinning met het volk onbewogen.
En ons? Het Woord van deze Koning is met macht. Ook in de prediking van zondag a.s. Zullen wij er onder buigen? Of zullen we misschien de prediking of de prediker bejubelen en onderwijl Christus kruisigen? Ik denk inzonderheid aan allen die op deze dag hun ja-woord zullen uitspreken, onze jonge belijders. In belijden zit lijden, want het is het volgen van een Koning op een ezelsveulen. Goede, vrome, welgemeende voornemens zijn niet voldoende. Laat uw biddend verlangen uitgaan naar Hem, Die als priester Zich gaf op het kruis opdat Hij nu als Koning u zou helpen, leiden, beschermen en regeren. Hoewel Hij thans hoog verheven is op Zijn hemeltroon, slaat Hij vol ontfermen Zijn oog op allen die nederig voor Hem knielen. Geen aardse schatten heeft Hij vergaderd, maar wel schatten van genade en vergeving, zo rijk en groot dat ze voldoende zijn voor allen die in hun zonden en ellenden tot Hem zich ter genezing wenden.
Heere, heb dank dat Ge het paard hebt veracht en de ezel verkoren, want onder Uw dienst, o Koning der Kerk, zijn we zalig, zijn we vrij. Hosanna, dien Koning!
(Dirksland)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's