DE DORDTSE LEERREGELS
HOOFDSTUK III/IV, ARTIKEL 15
Deze genade is God aan niemand schuldig; want wat zou Hij schuldig zijn degene, die Hem niet eerst geven kan, opdat het Hem vergolden worde? Ja, wat zou die God schuldig zijn, die van zichzelf niet anders heeft dan zonde en leugen? Diegene dan, die deze genade ontvangt, die is Gode alleen daarvoor eeuwige dankbaarheid schuldig, en dankt Hem ook daarvoor; diegene, die deze genade niet ontvangt, die acht ook deze geestelijke dingen gans niet, en behaagt zichzelf in het zijne, of zorgeloos zijnde, roemt hij ijdellijk, dat hij heeft, hetgeen hij niet heeft. Voorts van diegenen, die hun geloof uiterlijk belijden en hun leven beteren, moet men naar het voorbeeld der Apostelen het beste oordelen en spreken, want het binnenste des harten is ons onbekend. En wat aangaat anderen, die nog niet geroepen zijn, voor dezulken moet men God bidden, Die deze dingen, die niet zijn, roept alsof zij waren; en wij moeten ons geenszins tegenover deze verhovaardigen, alsof wij onszelf uitgezonderd hadden.
En nu een andere vraag. Moet men vanuit de verkiezing Gods niet denken, dat wij ons rustig kunnen en mogen neerleggen bij het feit, dat er nog velen rondom ons zijn, die in de doodsstaat, waarin zij geboren zijn, verder leven? De Leerregels zijn van andere mening. Zij spreken over personen, die nog niet geroepen zijn. Ik neem aan, dat zij hen bedoelen, die toch wel geroepen zijn n.l. door de prediking. Maar nu gaat het er om, dat Gods Geest zich ook voor hen, bij het woord der prediking voegt, zodat de krachtige stem Gods in hun harten indringt. Om dit te verkrijgen moeten de gelovigen voor hen bidden. Een gebed gaat uit van de gedachte, dat het gevraagde bij God mogelijk is.
Wij mogen nooit van iemand denken, dat hij of zij een verworpene is. Daar zijn geen kenmerken van. Van de uitverkiezing zijn kenmerken, maar of God iemand in Zijn verkiezing voorbijgegaan is, daar zijn geen kenmerken van. In de dagen na het sterven van de Heere Jezus had men anders kunnen denken, dat Saulus van Tarsen een verworpene was. Hij woedde met alle macht tegen de gemeente van Christus. Nochthans bleek hij op bijzondere wijze een uitverkorene. In de dagen van des Heeren omwandeling op aarde leken de beide moordenaars verworpenen. Dit duurde tot de laatste dag van hun leven toe. Toen pas kwam openbaar, dat de ene moordenaar behoorde tot het bundelke der levenden. Daar zijn geen kenmerken van verwerping, wel van onbekeerdheid en gemis van het ware leven. Wat moeten de gelovigen voor hun naaste doen? Bidden. Bidden is wat anders dan wensen. Zoals elke prediker op z'n tijd van alles mag wensen, mag toch zijn preek niet de gestalte en inhoud van een toespraak op nieuwjaar hebben met zijn vele wensen. Prediken is wat anders dan nieuwjaar wensen of bekering wensen, hoewel men dit gerust een keertje doen mag. Maar in zijn kern is prediken: Christus aanbieden aan vermoeiden en beladenen, aan verlorenen en zondaren met bevel van bekering en geloof. Ik wil het ook nog anders zeggen: Christus aanbieden aan elk die Hem nodig heeft tot Profeet, Priester en Koning met bovengenoemd bevel. Om deze kern der prediking scharen zich vele werkzaamheden van de prediker, ook wensende werkzaamheden. Mozes zegt: „Och dat al het volk des Heeren profeten waren". Paulus zegt. Ik wenste wel, dat gij waart, gelijk ik (Hand. 26 : 19). Het is geoorloofd in elk een mogelijk uitverkorene te zien. Het geloof, dat God een volk heeft uitverkoren, heeft John Withefield noch Spurgeon verhinderd met grote kracht het Evangelie te verkondigen aan allen, die hen wilden horen. De gereformeerde prediking in haar eigenlijke gestalte, zoals zij gevormd is door Calvijn en de Nadere Reformatie is zeer ruim in de ernst, waarmee zij ieder roept tot bekering. Zij draagt een machtig appèl mee, doch niet om zo maar te geloven, dat alles in orde is. Zij begint waar Christus begon, met een oproep tot bekering, tot vernedering des harten, tot belijdenis van schuld, tot die bekering dus, die aan het geloof voorafgaat (Calvijn bij Hand. 20 : 21). Zij zal gereformeerde prediking blijven en door God gezegend zijn als zij dit appèl met brandende liefde blijft uitdragen en de volgorde van Christus niet wijzigt (Matth. 4 : 17; Marc. 1 : 15). Het is deze prediking, die de ware gelovige steunt met zijn gaven en gebed. De gedachte aan de verkiezing verhindert op geen enkele wijze de rechte prediking. Deze vraagt immers niet naar 'de uitkomst, die verborgen is, doch naar het bevel van de Koning der Kerk. Paulus wist, dat God niet allen had verkoren in Israël. Hij maakt onderscheid tossen de kinderen des vleses en de kinderen der belofte. Hij weet, dat er in de tegenwoordige tijd is leen overblijfsel naar de verkiezing der genade (Rom. 11 : 5). Maar nochthans bidt hij voor geheel Israël. „Broeders! de toegenegenheid mijns harten en het gebed, dat ik tot God voor Israël doe is tot hun zaligheid" (Rom. 10 : 1). Ook voor onszelf mag de gedachte aan Gods raad geen verhindering zijn voor ons gebed of onze verwachting. Wij worden niet geroepen tot Gods verborgen raad, doch tot Zijn geopenbaarde raad (Deut. 29 : 29). „Zo gij Zijn stem dan heden hoort. Gelooft Zijn heil en troostrijk woord." De dingen liggen niet ingewikkeld. Bij God is alles mogelijk. Hij roept de dingen die niet zijn alsof ze waren. Om te eindigen met woorden van Calvijn: „God heeft de Zijnen uitverkoren voor de grondlegging der wereld, de anderen verworpen." Als dit niet zo was zou God geen God zijn. Hij zou Zich moeten schikken naar de gang der dingen. Zo wordt God een ijdel droombeeld. In waarheid is het zo: de onderwijzing des hemels roept allen tot zaligheid. God betoonde aan gans Israël, dat Hij barmhartig was. „Hij nodigt allen tot het leven. Wat Zijn verborgen raad betreft. God wil niet, dat wij trachten daarin door te dringen. De verborgen dingen zijn voor de Heere onze God, de geopenbaarde voor ons en onze kinderen (Deut. 29 : 29). Mozes onderscheidt daartussen Gods verborgen raad en wat ons is geopenbaard. Laten wij God het verborgene, en oefenen wij ons in het geopenbaarde" (Calv. op Ez. 18 vers 32).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's