Gedicht
MAAR.....
Naaman ... was... een strijdbaar held, doch melaats" (2 Kon. 5 : 1b)
Er is een „maar" aan schoonheid hier beneden. Van bloem en beemd, van alles wat men ziet. Zij streelt slechts even 't oog; zinkt dan in 't niet. De doodsnacht spreidt zijn sdhaduw over 't heden.
Er kleeft een „maar" aan alle mensenmacht. Zijn strijdbaarheid en roem gaat al te gronde; Want achter alles ligt de bitterheid der zonde. Zij trökt een streep door al zijn schone kracht.
Ik zie een kruis op enen heuvel staan. De Koning in Zijn schoonheid hangt daaraan; Nam in Zich op het „maar" van mijne zonden.
Dat maakt het bittre van mijn sterven zoet. Waar is mijn „maar"? 't Is daar, in Zijne wonden! 't Is doodgebloed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's