PAASVREDE
Jezus zeide tot hen: Vrede zij ulieden. En dit gezegd hebbende toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. Joh. 20 : 19b en 20a.
De discipelen zijn de avond van de Paasdag in Jeruzalem bijeen. Hoeveel is er de laatste dagen gebeurd! Nog zijn de fel bewogen gemoederen niet tot rust gekomen. Er is nog vrees in hun hart, al is voor menigeen het licht des geloofs opgegaan in de donkere nacht. Ze hebben deels de Heere gezien zoals Petrus, deels de blijde tijding nu van meer dan één vernomen.
En toch, de meesten weten niet recht wat het met die opstanding is. De vrees heeft in elk geval no'g in zoverre de overhand, dat ze achter gesloten deuren samenzijn. Wie garandeert hen, dat de overpriesters, tot het uiterste verbitterd, niet de hand zullen slaan aan 'de volgelingen van de gehate Nazarener?
Maar de discipelen zijn bij elkaar, als de kudde van de goede Herder. De Herder was geslagen en de schapen werden verstrooid. In alle richtingen stoven ze uiteen. Nu zijn ze echter weer tevoorschijn gekomen uit hun schuilplaatsen en hebben en elkaar weer opgezocht.
Hoe dat kan? Wel, de Meester leeft in hen. Zij hielden Hem wel voor dood, maar Hij leefde. En Hij was bezig Zijn Kerk te vergaderen. De Herder drong Zijn schapen op elkaar. Wanneer zij nu samenzijn is dat door Hem. Ook daaruit blijkt al, dat Hij niet dood is.
Hun hart is vol van de dingen, die de laatste dagen gebeurd zijn, vol van wat ze vandaag gezien of gehoord hebben, vol van Jezus. Ze missen Hem en toch bezitten ze Hem. En de Herder zoekt hen. Dat is geen wonder! Hij heeft immers Zijn leven voor hen gegeven. En Hij kreeg ze als Zijn schapen uit de hand van Zijn Vader. Er mag er niet één verloren gaan!
Kijk, Hij staat al in hun midden! Neen, vraagt u niet hoe Hij binnengekomen is. Dat doen de discipelen ook niet. Het belangrijkste is voor hen, dat Hij er is. Voor wie, die Hem niet meer missen kan, is het dat niet!
Jezus is binnen. De Herder is bij Zijn kudde. En Zijn eerste woord is het volle Evangelie: vrede zij ulieden. Wat weet Hij hoe Zijn discipelen er aan toe zijn! Missen ze juist niet alle vrede? Hij is de Heere, die krankheên kent en liefderijk geneest.
Eigenlijk zegt Hij tot de discipelen niets bijzonders. Hoe vaak hebben mensen in het Oosten elkaar al niet met deze woonden begroet: vrede zij u! Het is de groet, waarmee de patriarchen elkaar verwelkomden, waarmee in Israël de burgerlijke beleefdheid werd betracht.
Maar wat niets bijzonders is, is in Zijn mond toch wel bijzonder. Deze groet is bijzondere wijsheid, die de discipelen bedoelt gerust te stellen. Door het kruis waren zij verschrikt. Het verleden scheen vernietigd. Hun hoop was vergaan. Hij alleen zou hun verslagen harten kunnen opheffen. En dat doet Hij. Deze groet in Zijn mond betekent: Hier ben Ik weer; er is niets verloren; wij behoren elkaar toe.
Merkt u Zijn genade? Hij doet alsof er niets is gebeurd met Zijn discipelen. Alsof ze Hem niet allen verlaten hadden in het beslissende uur en niet te traag waren geweest om te geloven, dat Hij uit de doden was opgestaan. Hij toomt niet. Hij vergeeft. Ze ontvangen Zijn wede, er is niets tussen Hem en hen. Hij gedenkt hun. zonden niet meer.
Wonderlijk is dat om te ervaren. Dat: vrede zij ulieden, spreekt Hij nog. Hij doet het zo vaak als de Zijnen verslagen zijn over hun onwaardige leven, hun ontrouw en hun ongeloof. Hem kwijt zijn. Anders hadden ze ook geen uur van vrede meer. Hun. leven zou worden verteerd van onvrede. Buiten Hem is er voor de zondaar eenmaal geen vrede.
En wat doet Hij als Hij deze groet laat horen? Dan geeft Hij Zichzelf aan Zijn discipelen'. Dan zegt Hij: hier ben Ik weer. Ik ben de uwe en gij zijt de Mijne!
Is Hij niet een zeer heerlijke Heiland! Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van hem, die het goede boodschapt, die de vrede doet horen. Bijzonder lieflijk zijn in zalen, waar discipelen treuren, Zijn voeten. Als Hij tot ons van vrede spreekt, hebben we vrede. We zijn niet anders dan vrede. Hoe het ook in de wereld is wat er in ons eigen leven is, het is vrede.
Van Hem staat geschreven: „De straf, die ons de vrede aanbrengt was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden". Ja, op weg naar het kruis en in de helse angsten van het kruis had Hij geen vrede. Hij bevond zich voor Zijn Kerk op het slagveld om hun strijd te voeren. Maar Hij heeft zich vorstelijk gedragen en gezegevierd. Gods vrede heeft Hij losgeworsteld in Zijn bange uren. En nu kan Hij vrede schenken aan allen, die de vrede met God missen en ze zichzelf niet kunnen geven.
Heeft de Geest u uw zogenaamde vrede ontnomen? Vindt u rust noch duur buiten Hem? Ziet u eens wat Hij doet! „En dit gezegd hebbende, toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde". Hij laat Zijn discipelen de handen zien, waarin de nagels waren geslagen en de zijde, waarin een Romeinse soldaat zijn ijzeren lans gestoken had. Dat gebeurde bij Zijn kruis.
De Meester legitimeert zich. Hij is dezelfde, wiens sterven de discipelen pas geleden hebben aangezien. Hij is hun eigen Meester.
Maar vooral wil Hij met deze tekenen bewijzen, dat Hij werkelijk een Heiland is, dat Hij de vrede heeft verworven, dat door Zijn striemen er genezing is geworden.
Hebt u nodig te zien, dat Hij u eeuwige vrede geven kan? Hoe wil Hij de zwakheid van uw geloof te hulp komen als bij de discipelen! Hij heft de handen op met de nagelgaten. Hij schort Zijn kleed op om u de wond te tonen van de speerstoot.
Hoe groot is Zijn majesteit! Hij behoeft zich voor de wonden van het kruis niet te schamen. Zelfs deze schandgaten verdonkeren Zijn glorie niet.
Maar heerlijker is nog Zijn liefde! Nu Hij verhoogd is gaat Hij zich opnieuw vernederen. Hij wil afdalen tot het peil der ongelovigen. Een Koning, die Zich ontbloot om door eigen schuld dwalende zielen te onderwijzen.
Hij is vaak afgedaald tijdens Zijn vernedering tot het peil van zondaren. Hij raakte melaatsen aan en blinden en doven en doden. Hij ging tot in hun vloek en doem. Toen was Hij de dienstknecht in vernedering. Maar nu is Hij de Heere in verhoging!
Bewonder Hem toch als u Hem kent en herkent! Uit Zijn nagelgaten druipen de zegeningen neer en wat Zijn zijde laat zien is enkel heil. Wie komt er op uitgestaard?
Mozes, de man Gods, vroeg eens de heerlijkheid des Heeren te mogen zien. Maar het werd Hem geweigerd. Want wie zal als zondaar God zien en leven? Doch dit te zien wordt alle zondaren, die er behoefte aan hebben, geschonken. Hij is de Heere, die mens is geworden. Ziet u, hoe Hij de zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout? Het is gebeurd en het behoeft niet weer te gebeuren.
Meer dan Salomo is hier. Toen de koningin van Scheba al de heerlijkheid zag van deze vredevorst van Israël was er in haar geen geest meer. Hoe vergaat het dan onze geest als we de heerlijkheid van deze Vredevorst mogen aanschouwen!
Belijdt u mee met 'n gebroken hart: , dat wij de vrede met God verstoord hebben? Beaamt u, dat eeuwige onvrede ons deel moet zijn? Zo wordt Jezus' vrede, waarmee Hij uit het graf verrees, ons toch heerlijk!
Pasen verkondigt ons de overwinning van de Vredevorst na bange strijd. Zijn vrede is gegrond in Gods recht, waaraan Hij volkomen voldeed.
En nu gaat het heen naar het grote Vrederijk. Daarin zal de rechtvaardige bloeien en de veelheid van vrede. Heil U, o Vredevorst!
(Lunteren)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's