HOE DE WERELD BEGON
De mens in de oergeschiedenis van de Bijbel.
Helmut Hielcke. N.V. Zomer en Keuning, Wageningen. 320 bl., ƒ 12, 50.
Na: „Het leven kan opnieuw beginnen", vertaald door ds. D. J. Couvée, heeft dr. R. Bakker de dienst bewezen om de toespraken, die dr. Thielicke in de Michaëliskirche te Hamburg hield, in het Nederlands te vertalen.
Het zijn toespraken, waarin de eerste elf hoofdstukken van Genesis worden verklaard en midden in deze tijd worden geplaatst. Wie een exegese van deze hoofdstukken — vers voor vers — verwacht, wordt teleurgesteld. Wie dit boek gaat lezen, wordt gegrepen niet alleen door de boeiende preektrant, niet alleen door de enorme belezenheid van de schrijver, niet alleen door de indringende kennis van het mensenhart, maar vooral door de confrontatie met God.
De vraag: „Vanwaar komen wij en waarheen gaan wij? " is de meest elementaire vraag, die de schrijver bezighoudt. Daarom kan hij in een toespraak over Genesis 1 : 1 en 2 uitvoerig ingaan op het schrijven van Gods boodschap door mensen, die in Zijn dienst zijn gesteld als Mozes en de profeten. Deze profeten beschrijven de schepping als de geschiedenis van de grote zoekende liefde. Lang vóór ik aan God denk, dacht Hij aan mij. Hij die de zon schiep, zal ook de duivelse, kosmische vuurgloed der ontketende atomen beheersen (blz. 23-24).
Daarom moeten wij het scheppingsverhaal lezen met betrekking op onszelf. Een volgend voorbeeld van de verklaring van Genesis 1 : 1 en 2 is de vergelijking van deze woorden met de Germaanse scheppingsverhalen waarin de wereld gemaakt is uit het lijk van de reus Ymir. Dat wil zeggen: de wereld is gemaakt van materiaal, dat met vloek beladen is. Dat heeft zijn consequenties, immers, waar de Bijbel zegt; Gij zijt schuldig, zeggen deze verhalen: Zo is de wereld nu eenmaal. Dat is ons noodlot! Waar de Bijbel vraagt: Wat hebt ge gedaan met uw lichaam, gaven enz.? , zegt de mens: Dit en dat is mij overkomen.
Zo gaat het door. In een toespraak over Genesis 1 : 3—5 en 14—17 wordt het licht over de wereld betrokken op de situatie van de mens in onze tijd, die met God ook Gods schepping kwijtraakt en in plaats van de vreugde over de schepping de horoscoop en de astrologie overhoudt. In dit verband komt Ps. 139 aan de orde en het zich dood houden voor de waarheid (gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, waarin de priester en de leviet zich dood houden). Uit deze voorbeelden krijgt ge een indruk van de wijze van Schriftverklaring en toepassing in deze tijd.
Wat verder over de schepping en de val van de mens wordt gezegd, is zo indringend, dat ge het niet meer vergeet. De geschiedenis van de zondeval is zo actueel, dat ge op heterdaad betrapt wordt. Het raadsel van de „kennende" mens wordt zo geïllustreerd aan de mens van deze tijd, dat de spreuk: „kennis is macht", verbleekt en de kennis zonder geloof als angstaanjagend en genadeloos wordt voorgesteld. Naakt wordt de moderne mens tentoongesteld. Zijn vragen, die de schrijver uitermate goed kent, worden niet opgelost, maar de mens wordt ervan verlost in de prediking van Jezus Christus.
Of er geen bezwaren zijn? Ongetwijfeld. In de ijver, die de schrijver bezielt om schepping, zondeval, broedermoord, zondvloed en torenbouw van Babel te actualiseren, vraagt ge u menigmaal af: Wat is de historie van de dingen? Hoe dankbaar ge ook moogt zijn, dat de z.g. oergeschiedenis — waarover velen maar liever zwijgen vanwege haar vermeend mythologisch karakter — hier aan de orde wordt gesteld en er een schat aan prediking uit te voorschijn wordt gehaald, toch is de eenheid van de openbaring Gods in het geding, wanneer de historie vernevelt. Hoeveel vragen hier de wetenschap ook stelt, de eerbied voor de God der Schriften dwingt soms hier en daar van de schrijver in Schriftgeloof.
Bovendien is hier soms een solidariteit in een verzoenings-theologie aan het woord, die de Bijbelse grenzen overschrijdt, omdat de algemene verzoening (geen alverzoeninig!) er in voorkomt. Ook in de weergave van de bezwaren van de moderne mens wordt de grens van het toelaatbare soms overschreden (blz. 173). Wie dit in het oog houdt, zal in dit boek zoveel vinden dat hem boeit en zoveel waarheid voor het heden uit de onuitputtelijke bron van de Heilige Schrift, dat hij dit boek van het begin tot het eind leest en herleest. De luitgave is keurig verzorgd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's