KRONIEK
Verwarring der geesten — Slotfase in de zaak prof. Smits? — Verstek geven der Vrijzinnig Hervormden hij het eeuwgetij der Utrechtse predikantenvergadering — Zilver op Oranje.
Zaterdag 14 april j.l. zijn er drie protestbijeenkomsten gehouden tegen het regeringsbeleid inzake Nieuw-Guinea, door het „Vrije Volk" aangeduid als „de heilloze weg der regering". Twee daarvan vonden plaats in 's-Gravenhage, waarvan een, belegd door de P.S.P. het geringste aantal trok, terwijl de andere was belegd door de vereniging „Door de eeuwen trouw" en, naar gemeld, door ca. 1500 bezoekers werd bijgewoond. De derde samenkomst werd gehouden in Amsterdam in het oude R.A.I.-gebouw. Deze, belegd door de P.v.d.A., was een massabijeenkomst. Er waren ongeveer 7000 samengestroomd. Bedoeling was vooral te protesteren 'tegen het zenden van troepenversterking naar Nieuw-Guinea en dat de regering niet „door de knieën" ging en met volle instemming het plan-Bunker had aangegrepen.
Het merkwaardige van deze R.A.I.betoging was wel, dat onder de sprekers o.m. waren prof. Kraemer uit Driebergen en prof. Van Wijngaarden, hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Prof. Kraemer verklaarde, dat hij dankbaar was voor deze betoging, waarvan een petitionnement aan de regering het resultaat zou zijn. In zijn „eenzaamheid" in Driebergen, zo zei hij, had hij wel aan een dergelijk petitionnement gedacht, doch niet geweten, hoe dat te organiseren. Daarom was deze samenkomst hem zo welkom, alsmede omdat (hij nu zijn bezwaren in een gezamenlijk protest kon kenbaar maken. Prof. v. Wijngaarden voelde zich ook geroepen, hier zijn protestwoord te spreken.
Ik ga hier niet vermelden, wat op de diverse betogingssamenkomsten werd gesproken; alleen, dat „Door de eeuwen trouw" de tragedie van Ambon naar voren werd gebracht, om te waarschuwen tegen beloften van Indonesische zijde, en de regering te stimuleren vast te houden aan wat de Papoea's in uitzicht was gesteld. P.S.P.- en P.v.d.A.-bijeenkomsten zongen het lied van toegeven, de eerste in pacifistisch-antimilitaristische tonen, de tweede in andere accoorden.
Dat niet alle leden van de P.v.d.A. met wat het partijbestuur op 14 april j.l. aandurfde — buiten het parlement om te petitionneren! — bleek wel uit een bericht, dat er tegen de R.A.I.-betoging een protest circuleert, waarop o.m. de naam voorkomt van prof. Geijl uit Utrecht.
Zo is op 14 april de gespletenheid van ons volk droevig aan het licht getreden. En dat in een tijd, waarin het gonst van eenheid en samenbinding. Welk een verwarring der geesten tot in de P.v.d.A.; dat zelfs een hoogleraar aan de V.U. zich in dit gezelschap deed vinden, om maar van prof. Kraemer te zwijgen, is wel zeer tekenend. Arm volk, dat zo opgesplitst naar voren kwam. Dit lijkt mij wel bijzonder „een heiloze weg". Men moge zijn bezwaren en bedenkingen hebben tegen bepaalde regeringsgestes, in 't aangezicht van de tegenstanders — in Indonesië is natuurlijk het een en ander al overbekend — past, dacht ik, eerder 'n zich scharen achter de regering, en een openbaren van onze saamhorigheid als natie. Temeer, waar de huidige regering de hele aangelegenheid betreffende Nieuw Guinea als erfenis van de kabinetten-Drees ontving. Niemand onzer volge de „heilloze weg" van de P.v.d.A. Het is roeping onze regering te gedenken voor Gods aangezicht. God Almachtig geve haar wijsheid voor een heilzame oplossing en zij onze jonge mannen, die in de vroege morgen van 18 april scheep gingen, in alles een behoedend en bewarend God.
Gelijk bekend is, heeft het Breed Moderamen onzer Synode bij besluit van 20 juni 1961 aan prof. Smits de bevoegdheden als van een em.-predikant ontnomen, op grond van ord. 13.29.5, die spreekt van een dergelijke maatregel, wanneer handhaving van een betrokkene in die status zou strijden met „de eer en de waardigheid der Hervormde Kerk." Het is te verstaan, dat prof. Smits zich om vernietiging van die uitspraak gewend heeft tot de „centrale commissie voor bezwaren en geschillen, welke heeft te oordelen of in een geval, haar voorgelegd, de instantie, welke een uitspraak deed, daarbij handelde naar alle regels, daarvoor gesteld. Zij heeft dus een strikt formele taak. Genoemde commissie heeft in haar uitspraak, 20 maart j.l., beslist, dat het B.M. in zijn besluit, hiervóór vermeld, conform de geldende bepalingen handelde, en dat alzo.prof. Smits in zijn beroep tegen dat besluit niet ontvankelijk was. Dat is kort gezegd de inhoud van de uitspraak, die in extenso te lezen is in „Kerk en Wereld", d.d. 13-4-'62, het orgaan van de „Vereniging van Vrijzinnig Hervormden in Nederland".
De uitspraak is nogal „synodaals" gesteld, om een woord van dr. Buskes te bezigen, d.w.z., vorm en zinswendingen zijn in een stijl gegoten, die men in dergelijke kerkelijke uitspraken pleegt te bezigen.
Zo is deze onverkwikkelijke zaak, althans wat de officiële rechtspraak betreft, tot een definitief einde gebracht. Prof. Smits is nu niet meer in de rechten als van een em.-predikant.
Even begrijpelijk als het is, dat prof. Smits in appèl ging, is het te verstaan, dat hij door de uitspraak der centrale commissie teleurgesteld is. En niet alleen hij. De „Vereniging van Vrijzinnig Hervormden in Nederland" is het evenzeer. Haar hoofdbestuur heeft daaraan uiting gegeven in een missive, welke gepubliceerd is in bovenvermeld nr. van „Kerk en Wereld". En een van zijn leden, dr. A. de Wilde, commentarieert de uitspraak der centrale commissie in een artikel:
„Waarom viel het hoofd van Smits? ", dat aan kritiek en verontwaardiging niet gespeend is. In dit stuk neemt een paraphrase van de brief, die prof. Smits zond als antwoord op de uitnodiging van de Raad voor Kerk en theologie tot een gesprek over de „verzoening", een grote plaats in. Die paraphrase is begrijpelijk, omdat deze brief oorzaak was van het besluit van het B.M. en eveneens door de Centrale commissie prof. Smits zwaar is aangerekend. Dr. de Wilde wil het laten voorkomen, dat die brief waarlijk niet zó was, dat een dergelijke zware straf daarvan het gevolg moest zijn. Temeer, daar het B.M. het besluit der Generale Synode d.d. febr. 1961, dat zij een gesprek tussen prof. Smits en de Raad voor Krik en Theologie wenste, niet zelf aan de betrokkene berichtte, doch het hem via de Raad voor Kerk en Theologie deed toekomen. Dat was inderdaad niet elegant van het B.M. De Centrale commissie heeft dit in haar uitspraak ook onomwonden gesteld. Dat prof. Smits daarover geprikkeld was, is alleszins te verstaan. Fatsoen en goede manieren moeten uitermate verzorgd in een samenleving, welke het met „vormen en manieren" niet zelden op een accoordje werpt. Daar moet de kerk in vooropgaan. Doch ook bij een prominente theologische hoogleraar als prof. Smits mag dat niet ontbreken. En dat deed het nu juist wel.
De brief — er kwam o.m. in voor, dat hij (prof. Smits) niet van „herhalingsoefeningen" hield — is ondanks alle pogingen van dr. De Wilde om de scherpe kanten er af te vijlen, werkelijk niet onschuldig. Daarbij komt dat er ook nog, naar ik meen, telefoontjes zijn gewisseld om prof. Smits tot andere gedachten te brengen.
De zaak is dan nu af, tenzij er pogingen tot „redres" zullen aangewend worden — ik las zoiets — en die zouden slagen.
Het is al met al een trieste zaak. Er was m.i. alle reden om hier een tuchtzaak in te zetten. Prof. v. Itterzon wees de weg. De Synode alias het B.M. wilde die weg niet op.
Dr. de Wilde schrijft in het meergenoemde artikel, dat ondanks dat Smits „amende heeft gemaakt voor begane fouten, men dit niet serieus genomen heeft en bepaalde groepen steeds weer aandrang hebben geoefend om hem uit te rangeren en door de zwakke leiding der kerk deze groepen op 20 maart j.l. een overwinning geboekt hebben". Hier wordt gesuggereerd, dat heel de procedure toch eigenlijk een tuchtprocedure is geweest. Formeel is ze dat niet geweest, maar of in alles de aantasting der verzoening, het hart van het Evangelie wezenlijk niet heeft gewerkt, is een andere vraag. Daarom was mij een royale leertucht-procedure liever geweest. Doch die weg kon, (of wilde? ) men niet op. Of de beëindiging van deze zaak een overwinning „in schijn" is, gelijk dr. De Wilde meent, is een vraag, waarop de toekomst het antwoord zal geven.
Dit jaar zal het een eeuw geleden zijn dat de Ned. Herv. Predikantenvereniging, die elk jaar in de week na Pasen te Utrecht haar jaarvergadering houdt, werd opgericht. Herinner ik mij een en ander goed, dan werkte in de oprichting dier vereniging invloed van Groen van Prinsterer. Ook was ze bedoeld als een zekere concentratie tegen de steeds meer doorwerkende invloeden van het modernisme op theologisch en kerkelijk terrein. Grondslag was en is nog de belijdenis der kerk „onbekrompen en ondubbelzinnig" aanvaard.
De laatste jaren vergadert de vereniging onder auspiciën van het moderamen der Generale Synode, welks praeses ambtshalve de Utrechtse predikantenvergadering presideert. En alle predikanten der kerk kunnen deze samenkomsten bijwonen, ongeacht verschil in richting en modaliteit. Daarom wonen de laatste jaren ook vele van de vrijzinnige predikanten deze samenkomst bij. Zo zou het ook dit jaar 30 april, 1 en 2 mei zijn.
Tengevolge van de uitspraak van de Centrale commissie voor bezwaren en geschillen inzake het appèl van prof. Smits, heeft 't moderamen van de „Vereniging voor Vrijzinnig Hervormden, " besloten — en gemeld aan de voorzitter van de Utrechtse predikanten-vergadering — dit jaar niet aan die bijeenkomst deel te zullen nemen en aan de leden van voormelde vereniging bericht of geadviseerd de vergadering niet te willen bezoeken. Een zekere repressaille-maatregel?
„Wij vrijzinnig hervormden zullen geen spectaculaire dingen doen", zegt Dr, de Wilde in zijn artikel, waaraan ik hierboven het een en ander ontleende. Zeker, spectaculair is dit verstek geven niet, maar het lijkt er iets op!
Zo zal de Utrechtse predikantenvergadering ongeveer in haar oude samenstelling haar eeuwfeest kunnen vieren. De ontwikkeling der dingen is vaak heel eigenaardig. Soms tot verlies, soms tot winst. Wat zal het hier zijn ? Formeel komt men dit jaar daar samen gelijk oorspronkelijk bedoeld was. Zal het materiaal, d.w.z. naar wezenlijke inhoud van wat gerefereerd en in discussie besproken wordt, óok zo zijn ? Dat zou winst kunnen zijn voor kerk en theologie. De jubilerende vereniging hebbe goede herdenkingsdagen !
De 30ste april, de verjaardag van onze Koningin, is in Amsterdam de viering geweest van het zilveren huwelijksfeest van ons Koninklijk edhtpaar. De openbare viering was het die dag en de volgende twee dagen. In januari j.l. heeft het Koninklijk gezin deze gedenkdag reeds in de intimiteit van het eigen gezin herdacht. Het zou niet goed zijn, van deze zegen, die de Almachtige God ons Vorstelijk gezin en ons volk wilde schenken, hier te zwijgen, al zal aan dit heuglijk feit ook wel door andere hand in ons blad aandacht zijn geschonken. Ik herinner mij nog héél wel, op hoe enthousiaste wijze Nederland rondom de huwelijksdag van zijn Kroonprinses in 1937 uiting gaf aan zijn blijdschap en meeleven. In het bijzonder denk ik hierbij aan de massale bijeenkomst in de Domstad, belegd door de Stichtse organen onzer jeugdbeweging, jongelingen en meisjesbonden, en die der jongeren van de Gereformeerde bonden. Tivoli was tot de laatste plaats bezet. Aan de verschillende sprekers, waarvan dr. A. Colijn wel de meest prominente was, werd enthousiast bijval betuigd. Het was een oecumenische samenkomst in de sector der gereformeerde gezindte. Er ging sterking en samenbinding van uit, die niet naliet de saamhorigheid met Oranje te verstevigen.
De tijden zijn veranderd. Maar gebleven is Gods gave van onze Koningin, en haar gemaal met de prinsessen aan ons volk. De herdenking van het 25-jarig koninklijk huweljksfeest valt in tijden vol van spanningen voor ons volk. Dat te meer doe ons de zegeningen des Heeren erkennen in dit zilveren feest, ook ons gegeven en doe ons met groter aanhankelijikheid ons scharen rondom ons vorstelijk huis met de bede: Fac salvam Domine Reginam nostram: geef Heere uw zegen aan onze Koningin.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's