De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

Als Engelen Gods

8 minuten leestijd

Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in de hemel". Mattheüs 22 : 30.

Deze tekst staat in de pericoop (Matth. 22 : 23-33), die handelt over het debat tussen de Heere Jezus en de Sadduceën aangaande de opstanding der doden. Als de Heiland met Zijn discipelen enkele dagen vóór het laatste Paasfeest dat Hij op aarde vieren zal, in de voorhof van de tempel te Jeruzalem wandelt, boren deze Sadduceën zich door de menigte heen en staan dan plotseling met hun quasi-probleem voor Jezus. Immers: hun is het al zonneklaar, dat er geen opstanding der doden, geen komende heerlijkheid en ook geen naderend gericht is. En al dat gepraat van Jezus daarover moet nu maar eens uit zijn! Met de dood is het uit! Dood is dood! Na de dood komt er niets! Zo is het voor hen zelf, voor de (de) mensen, voor Jezus. Dat kan een kind vatten.

U begrijpt, dat de omstanders de halzen rekken om van dit interessante debat geen woord te missen. De woordvoerder in dit debat is een handig man en weet, dat wie de lachers op zijn hand heeft, het debat a half heeft gewonnen. Daarom heeft hij een vermakelijke historie bedacht. Luister maar, Jezus, en ge ziet zelf wat dwaasheid dat geloof aan een opstanding der doden is! En zo begint hij zijn verfhaal. Hij gaat daarbij uit van het zwagerhuwelijk, dat in Israël voorgeschreven was voor het geval iemand kinderloos stierf, in welk geval zijn broeder de weduwe huwen moest. Nu, daar waren eens 7 broers, die alle zeven op deze wijze op een rijtje dezelfde vrouw hebben gehad. De 7 broers stierven en ten laatste stierf ook de vrouw. „Wie heeft nu, als er een opstanding der doden is, in dat andere leven recht op die vrouw? " Zullen ze om die vrouw dan gaan procederen of duelleren misschien? De spreker gnuift!

Als de „grappige" verhaler is uitgesproken, neemt Jezus het woord. En ten aanhore van de hele menigte, voegt Hij hem toe: Gij dwaalt! Dat betekent niet alleen maar: ge vergist u, al ware dat al erg genoeg. Doch het betekent letterlijk: gij zijt op een dwaalweg. En wel om twee redenen: gij kent de Schriften niet en ge kent de kracht Gods niet! Ge begrijpt niet eens, dat Deut. 25, waarop ge u beroept ten aanzien van de instelling van het zwagerhuwelijk, alleen iets verordent over het aardse leven en ge misbruikt derhalve de Schriften, welker inhoud ge niet verstaat en — wat nog erger is — gij hebt niet het flauwste besef van de kracht Gods. Ge denkt, dat God niet meer vermag, dan wat gij kunt begrijpen en wat deze wereld en dit leven te zien geven. En ge weet niet, dat God over oneindig veel meer kracht beschikt, en dat Hij door Zijn Woord een nieuwe wereld in het aanzijn kan roepen en de mens na zijn dood tot hoger bestaan wekken kan. Want Gods kracht houdt niet op bij de grenzen van ons verstand, van onze tijd en van deze wereld. „Want in de opstanding der doden nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven, maar ze zijn als engelen Gods in de hemel".

Met dit rake antwoord geeft de Heere ons een diepe les, ligt Hij tevens een tipje op van de sluier die er hangt over het leven na de dood, dat Hij voor de Zijnen verwierf, en over de werkelijkheid van de andere wereld.

Ik moge u raden: Laten we ons door Hem laten onderrichten. Laten we niet wijzer zijn dan Jezus, Als één het recht had en de kans om ons iets te zeggen over de wereld der eeuwigheid, dan is het toch wel de eeuwige Zoon des Vaders, Jezus Christus Zelf, die speelde in de schoot Zijns Vaders, die uit de wereld der eeuwigheid op deze aarde is neergedaald. Eerbiedig, gehoorzaam mogen we naar Hem luisteren. Jezus zegt hier in vers 30 niet, dat de kinderen der opstanding (de gelovigen) na hun dood engelen zullen zijn. De voorstelling, dat mensen engelen worden, laten we maar over aan de Roomse fabelleer.

Het bepalend lidwoord „de" ontbreekt. Jezus zegt hier alleen, dat de kinderen der opstanding als engelen zullen zijn en wèl in dit éne opzicht: zij kennen het huwelijk niet, zoals wij dat op aarde kennen. Deze aardse banden vallen weg. Het huwelijk past niet in dat nieuwe rijk der opstanding. Alle aardse betrekkingen en verhoudingen vallen weg, want het leven is daar alleen op God gericht. Wie het aardse op de hemel wil toepassen, dwaalt zeer, kent de Schriften niet en weet niet hoe God kán werken.

Dit is het eerste dus, dat we van Jezus leren mogen: In het rijk der opstanding is het leven alleen op God gericht. Daar gaat het om God en het Lam, daar gaat het alleen om de Ere Gods. Niet om de mens! Mag ik u eens vragen: „Wilt u in dat nieuwe rijk Gods komen? " Dan zal God hier uw hoogste doel moeten zijn. Duizenden zeggen immers op die vraag wel „ja", maar ze laten zich hier aan God niets gelegen liggen en 't deert hun niet of God daar zijn zal of niet. Nu: ze zullen er ook niet komen! Wat zouden ze er moeten doen? Hoe zal iemand daar Gods ere bezingen, die hier niet de grondtoon van dat lied heeft geleerd? Alleen zij hebben daar werk, die hier reeds hun vreugde vonden in de God des Heils, wier leven hier op God werd gericht.

Hoe is dat met u, lezer? Hebt u reeds in God uw vreugd en blijdschap gevonden? Hebt gij al leren roemen in Hem alleen? Brengt gij Hem alle eer aan? Is God ook uw God?

Nog een tweede leer ik van dit antwoord van de Heiland.

De kinderen der opstanding, zullen zijn als engelen. Ze huwen niet, brengen geen kinderen voort. Ze kunnen ook niet sterven meer.

Hier op aarde worden we geboren om te sterven. Dat is het gevolg van onze zonde. Doch, wie herboren is door de opstanding der doden, die sterft niet meer! Dat is de hoge troost voor allen, die in de Heere sterven. Hun wacht de heerlijkheid, die elke beschrijving tart, omdat zij geheel anders is, dan elke voorstelling, die men maar maken kan, maar waarvan dit met zekerheid te zeggen valt: „in die eeuwigheid Gods trekt geen dood binnen, daar vloeit de tranenstroom niet opnieuw, nadat God Zelf alle tranen van de ogen heeft afgewist. Daar wordt geen jammerklacht gehoord en geen zucht geslaakt; maar daar is enkel vreugde in de Heere.

Kunt u zich dat voorstellen? U, die zo dikwerf in een jammerdal verkeert, u, die wenen moet over uw zonde, uw aangevochten leven, uw koude hart, uw twijfel? Nee, zegt ge, dat kan ik me haast niet voorstellen. Ik begrijp het. Doch ... de Heiland zegt het — de Schrift herhaalt het en de kracht Gods staat er borg voor. Hij heeft Jezus opgewekt en zal ook onze sterfelijke lichamen weten op te wekken in onverderfelijkheid. Dan zal de jubel eeuwig zijn en volkomen!

Doch... laat me de keerzijde niet verzwijgen. Is er geen einde aan de zaligheid van Gods kinderen, dan is er - ook geen einde aan de verlorenheid der goddelozen. Kwam daar maar een einde aan! Wat dat betekent, wil ik noch kan ik schetsen. Ik huiver alleen en zeg: ontzettend! Maar weer: de Heiland heeft het gezegd en ik waag geen tegenspraak.

Nog een derde leer ik van de Heiland. Ze zullen zijn als engelen Gods in de Hemel. Dat houdt ook dit in. In het rijk der opstanding groeit het aantal der zaligen niet meer! Hier op aarde vervangen telkens nieuwgeborenen de stervenden. Het leven der opstanding kent geen sterven, evenmin geboren worden! Dat wil toch dit zeggen: Deze aarde is de plaats, waar zij worden samenvergaderd die eens kinderen der opstanding zullen zijn. Wie hier daartoe niet wordt vergaderd, kan dat na deze aarde niet meer!

Daarom dringt de ernstige vraag naar voren: Zijt gij al vergaderd tot de schare, die in de hemelen is opgeschreven ten eeuwigen leven?

Ik smeek u: Geeft u zelf er toch aan. Komt, en valt voor Zijn voeten! Maakt hem al uw zonden bekend! Bidt om Gods reinigende Geest, die Jezus verworven heeft door Zijn dood en opstanding. Pasen was het. Doch Pasen roept om Pinksteren.

Laat Gods Geest ú meer en meer ontdekken aan u zelf en u heendrijven naar Christus, u vervuilen met Zijn wijsheid, u leiden in alle waarheid.

Smeekt om die Geest met aandrang en met vurigheid!

Alleen gij wordt herboren tot het leven der opstanding, die hier zijt wedergeboren uit de Geest Gods! Nog kan dat. Nog is de stroom der genade niet opgedroogd. Nog zijt ge op deze aarde in het heden der genade.

En het móét ook, wil het voor altijd wel met ons zijn!

(Reeuwijk)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's